De moeder van de gevangene

Rachid Benhammou

Soms hoor of lees je verhalen over bijzondere mensen die, omdat ze voor vrijheid strijden, een hoop bagger over zich heen krijgen. Of erger: bedreigd, gevangengezet of geweld aangedaan. Denk aan helden als de Pakistaanse kinderrechtenactiviste Malala Yousafzai, die een kogel in haar hoofd en haar hals kreeg omdat ze opkwam voor meisjes die uitgesloten worden van school. Malala pakte haar leven én haar strijd, na een lange herstelperiode in Engeland, weer op en kreeg in 2014 de Nobelprijs voor de Vrede. Dit soort verhalen horen we te koesteren en te onthouden. Dit soort helden moeten we toejuichen, begroeten én kussen.

Aanstaande vrijdag wordt in Den Haag het Amazigh Nieuwjaar (ook wel bekend als Yennayer), zoals elk jaar, weer groots gevierd met livemuziek, theater en exposities rondom de rijke cultuur van de oorspronkelijke bewoners van Noord-Afrika: de Imazighen (Berbers). Amazigh betekent letterlijk ‘vrij mens’.

Het Amazigh Nieuwjaar 2969 komt overeen met het jaar 2019. Deze eigen jaartelling begon vermoedelijk na de bestijging van de Egyptische troon door de Amazigh-koning Chechong. Yennayer is ook het begin van het agrarische jaar dat al eeuwenlang in Noord-Afrika wordt gevierd. Het komt overeen met de eerste dag van het jaar volgens de Juliaanse kalender.

De hoofdact van de avond is de immens populaire band AGRAF. Deze band, uit het Rifgebied, is ook zeer actief binnen de Riffijnse volksbeweging Hirak. Niet alleen met hun kritische teksten, maar ook met actieve deelname aan de demonstraties. Noord-Marokko kende tussen 2016 en 2017 een storm aan protesten, die bedoeld waren tegen machtsmisbruik door de overheid, onrecht en onderdrukking. De protesten waren begonnen in Al-Hoceima en later uitgebreid naar vele andere steden in het land. Daarin eisten de mensen verandering in Marokko. Veel (jonge) Marokkanen zijn het gebrek aan toekomstperspectief, het gebrek aan goede zorg, werk, onderwijs, huisvesting en het ontbreken van het zelfbeschikkingsrecht meer dan zat.

Aanvankelijk liet de Marokkaanse regering deze vreedzame protesten oogluikend toe, maar in mei 2017 kwam daar echter verandering in. De demonstranten werden met harde hand uit elkaar geslagen en één voor één in de cel gegooid. Meer dan duizend mensen verdwenen vervolgens in de vele gevangenissen die het land rijk is. Een jaar later werden de protestleiders, waaronder Nasser Zefzafi en tientallen anderen van de protestbeweging, veroordeeld tot zware celstraffen, oplopend tot twintig jaar cel. De meesten werden veroordeeld voor ‘het in gevaar brengen van de staatsveiligheid’.

Omdat ze een ziekenhuis eisten, een universiteit en toekomstperspectief voor de jeugd. Omdat ze opkwamen voor basale rechten. Onze minister van Buitenlandse Zaken Blok noemde deze onmenselijke straffen ‘wat aan de hoge kant’.

Onder de veroordeelden was ook de percussionist van de band AGRAF, Badr Boulahjal. Hij werd op 9 juni 2017 opgepakt op de markt door drie agenten in burger en werd veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf en een geldboete van 2000 dirham (ongeveer 200 euro). In augustus 2018, na bijna anderhalf jaar cel, werd Badr samen met 184 andere veroordeelden vrijgelaten in het kader van een gratie die de Marokkaanse koning jaarlijks verleent.

Badr had het zwaar tijdens zijn gevangenschap. Net als al die andere activisten. Zo werd hij, naar eigen zeggen, veelvuldig fysiek én geestelijk gemarteld en bedreigd met verkrachting. Hij zal voor de rest van zijn leven die herinneringen met zich meedragen. Zo zal hij altijd last blijven houden van zijn knie, waaraan hij na zijn vrijlating is geopereerd. Schijnbaar nét te veel klappen erop gehad.

Toen hij vrijgelaten werd, ontstond er een klein volksfeest in het Rifgebied én bij de Riffijnse diaspora in Europa. De foto waarop te zien is hoe zijn dolgelukkige moeder hem, net na zijn vrijlating, begroet, ging viraal.

Nog geen vijf maanden later – aanstaande vrijdag 18 januari – zal Badr, samen met de rest van de band de sterren van de hemel spelen in een kolkend Zuiderstrandtheater aan de Noordzee. De band bracht verschillende liedjes uit die te maken hebben met de volksopstand. Eén van hun laatste heet ‘Yemmas o nakhraf’ (de moeder van de gevangene). Ongetwijfeld zal de band dit nummer vrijdag ook ten gehore brengen. Ik vraag me af of hij dan aan dat ene moment van die foto zal denken.

Ja, Badr heeft zijn muziek, zijn strijd én zijn leven weer opgepakt, maar is tegelijkertijd ook getekend voor het leven. Daarom zal ik hem vrijdag toejuichen, begroeten én kussen

Lees hier meer informatie over AGRAF en de Amazigh Nieuwjaarsviering in Den Haag

Waarom zien we Noord Afrika niet als een deel van Afrika?

Iman Amrani

Ik ben een Algerijnse en Afrikaans, maar soms lijkt het er op dat alleen de categorie ‘Black African’, bestaat. In werkelijkheid zijn wij echter sterk verbonden door een gedeelde geschiedenis.

Toen een artikel van de Guardian meldde dat Chigozie Obama, ‘de enige Afrikaanse schrijver’ was die genomineerd is voor de Booker Prize van 2015, waren zij klaarblijkelijk vergeten dat er ook leven bestaat ten noorden van de Sahara. Gelukkig voor haar, was ook de uit Marokko afkomstige schrijfster Laila Lalami genomineerd voor de prijs en die reageerde daarop snel via een tweet: “In ben een Afrikaanse. Ook al ontkent men vaak dat ik deze identiteit bezit, sta ik er op om als Afrikaanse gezien te worden.

Ik begrijp goed dat Lalami zich gefrustreerd voelt. Iedere keer als ik mijn afkomst moet uitleggen, lijkt het erop alsof alleen de ‘Black African’, bestaat. Omdat ik zelf Algerijns en Brits ben, moet ik steeds uitleggen waarom ik mij zelf zie als Europese en Afrikaanse, alsof er sprake is van een keuze en niet van een simpel feit.

In de politieke en academische wereld, worden de Noord Afrikaanse landen vaak samen met het Midden Oosten onder de paraplu van de MENA (een acroniem voor het Engelse Middle East and North Africa, Midden-Oosten en Noord-Afrika) geschaard. Op conferenties die ik bezocht over ‘Afrikaanse’ thema’s, waren Marokko, Algerije, Tunesië, Libië en Egypte alleen ‘symbolische’ aanwezig, als zij al aanwezig waren.

Maar identeitsbepaling staat niet gelijk aan; je spreekt Arabisch dus je bent Arabisch. Er zijn over de gehele Mahreb nog steeds gemeenschappen gevestigd die Berbers of Amazigh spreken en het darija dialect dat vele Franse en Spaanse kenmerken kent. Trouwens, ‘Arabisch zijn’ is niet in te ruilen tegen een Afrikaanse of zwarte identiteit. Mauritaniërs en Sudanezen zijn alle drie tegelijk.
Het religieuze argument houdt ook geen stand. De Islam is de dominante religie in delen van Oost Afrika en de Sahel, met grote gemeenschappen in Tanzania, Kenia, Nigeria, Senegal, Ethiopië en Eritrea. Dan komt het misschien alleen neer op het hebben van een bepaalde huidskleur. Zou het zo kunnen zijn dat je om Afrikaans te kunnen zijn, zwart moet zijn? En als dat zo is, welke kleur zwart volstaat? Zijn de Zuid Sudanezen, met een donkere, rijke en mooie kleur, meer Afrikaans dan hun buren in het noorden, die lichter van kleur zijn? Het indelen gebaseerd op ras is in ieder geval te beperkend en ontkent de grote diversiteit aan naties, culturen en etniciteiten.

Dan houden we de kwestie van de cultuur over. Op een receptie sprak een Nigeriaan mij aan over Algerije, hij vroeg: ‘Is het net zo conservatief als Saoedi Arabië. ‘Nee’, zei, ik. ‘Het is net zo conservatief als Nigeria’.
Of het nu gaat over voetbal, muziek of film, de Algerijnen hebben meer gemeen met de Nigerianen als met de Saoedies. De legendarische Ivorian coupé-décalé en Magic System hebben de krachten gebundeld met de zwaargewichten van de rai Cheb Khaled and 113, net als minder bekende Mahreb artiesten. Tijdens de Afrikaanse Landen Cup, verzamelden zich over het gehele continent het publiek zich massaal voor de televisie om hun nationale team te zien spelen, dit evenement verbindt elke deel van Afrika met elkaar
Ook de ervaring met migratie verenigt het continent. In de Franse banlieues delen de immigranten van de voormalige Afrikaanse Koloniën, ten noorden en ten zuiden van de Sahara, slechte omstandigheden, naast uitsluiting en discriminatie. De Arabieren die in hun sport auto’s op de Champs Elysées hun boodschappen doen, zijn hoogstwaarschijnlijk eerder afkomstig uit de Golf Staten dan uit de Mahreb.

Natuurlijk is er wat te zeggen voor het feit dat de Noord Afrikanen zich proberen te distantiëren van ‘Zwart Afrika’. Hier spelen invloedsferen en machtsfactoren een rol( na de onafhankelijkheid, vormde het Midden Oosten een voorbeeld als Islamitische natie voor landen als Egypte en Algerije en men keek naar Europa als het ging om economische relaties) maar ook racisme net als in de rest van de wereld.

Wellicht verbindt de koloniale geschiedenis Noord Afrika nog wel het meest met de rest van Afrika. Binnen het Franse koloniale leger bevonden zich soldaten uit Algerije, Senegal, Mali, Burkina Faso, Benin, Tsjaad, Guinee, de Ivoor kust, Niger en de Congolese Republiek. Deze Afrikanen vochten zij aan zij in de 2e wereld oorlog, en sporen daarvan zijn nog steeds terug te vinden in het collectieve geheugen. De Engelsen gebruikten zowel soldaten uit Egypte als uit andere koloniën zoals Nigeria, Zuid Afrika en Kenia.

Nelson Mandela kreeg in 1962 zijn militaire training bij de Algerijnse FLN in Marokko toen zowel het noorden van Afrika en Zuid Afrika streden tegen kolonialisme en apartheid. In 1969, was Algerije het gastland van het Pan Afrikaanse Cultuur festival. Historisch gezien hebben de Afrikaanse landen dezelfde strijd doorgemaakt.

Natuurlijk heeft Noord Afrika er voordeel van dat zij verbonden is met het Midden Oosten, als het gaat om ontwikkeling en handel. Saoedi Arabië staat in de top vijf van handelspartners van Egypte als het gaat om import en export, maar deze relatie zou niet exclusief voor de Noord Afrikaanse landen behoren te gelden. Algerije, Tunesië, Libië and Egypte delen niet alleen een koloniaal verleden, maar vormen ook fysiek één continent. Al hoewel identiteit voor een groot deel subjectief is, zijn sommige zaken onweerlegbaar en het feit dat Noord Afrika een deel van Afrika is, is daar een voorbeeld van.

Vertaling: trix van der kamp

Het hart is verscheurd

Abdeslam Oulad Sedik

Het zweet van onze oprechte jongeren droogt maar niet uit. Ze wagen hun levens voor een betere toekomst. Ze nemen massaal de bootjes. Het hart is verscheurd.

Het bloed van de jongeren kookt. Men kan het niet meer verdragen. Men heeft de afgelopen jaren gepraat, geschreeuwd, gezongen, gelachen, gedemonstreerd, maar ze hebben vooral gehuild. Vanwege opnieuw een donkere toekomst. Het hart is verscheurd.

De levensadem van jongeren is ingekort door een absolute corrupte monarchie die de eisen van de jonge volksbeweging niet heeft aangehoord en het lot van de jeugd deert de absolute monarchie niets. Het hart is verscheurd.

Onder het oude regime was het slikken of stikken. Zoals het verhaal van een oude vriend dat plaatsvond eind jaren 70. De makhzan zei tegen mijn vriend die op de lokale markt (moraqab in Nador) wat probeerde bij te verdienen om voor zijn moeder te kunnen zorgen: ‘Er is geen plek voor jou hier! Jij mag hier niet staan! Zie je de grote zee daar? Jij mag je handelswaar daar gaan verkopen.’ En toen koos ook hij eind jaren 70 de weg naar Spanje zoals nu deze jongeren opnieuw de gevaarlijke oversteek wagen. Het hart is verscheurd.

Kunstenaar Abttoy laat het beeld prachtig zien door zijn tekening. Een beeld zegt meer dan duizend woorden. Bootjes vol met jongeren die de oversteek wagen naar Spanje. De jaren van lood zijn nooit verdwenen. De jongeren die in Nador smeekten voor betere kansen in hun stad werden de afgelopen dagen geslagen en opgepakt. Met andere woorden. Je hebt hier geen recht! Rot op! Zoek het maar uit. In dit land vernederen, vermorzelen en vertrappen we oprechte activisten. Wat een donkerte de komende jaren. Het hart is verscheurd.

Lezing van Cadi Kaddour in Amsterdam 1994 over Tamazight

Adra Ghedu

De lezing die Cadi Kaddour, kort voor zijn dood, op uitnodiging van de culturele vereniging Amazigh, in Amsterdam heeft gehouden. Hier volgt de essentie van zijn laatste lezing in het Nederlands vertaald door Ahmed Essadki & Roel Otten, gepubliceerd in het gedichtenbundel Strijdkreet van de aarde, Ahmed Essadki (1997).

Tamazight behoort tot de Hamito- Semitische (of Afro-Aziatische) talen en is bezig een plaats te veroveren in de moderne wereld. Dat gaat niet zonder problemen: het Tamazight geldt in de Maghreb-landen niet als een taal maar als een dialect.

Een van de intellectuelen die zich voor de groei en de bloei van hun moedertaal inzetten is Kaddour Cadi (1952–1995). Deze geleerde kwam in 1995 om bij een tragisch auto-ongeval. In zijn korte leven heeft hij zich onvermoeibaar ingespannen, zonder enige zweem van kortzichtigheid of chauvinisme, laat staan fanatisme of separatisme. Dit bleek, behalve uit zijn wetenschappelijke publicaties, uit de lezing die hij, kort voor zijn dood, op uitnodiging van de culturele vereniging Amazigh, in Amsterdam heeft gehouden. Hier volgt de essentie van zijn laatste lezing in het Nederlands vertaald.

Lezing Cadi Kaddour

‘De Tamazight-taal leeft en heeft geen advocaat nodig: de Imazighen die ons hebben opgevoed verdienen meer dank en respect van ons dan degenen die zich de Tamazight-taal toe-eigenen! Zeker, we moeten onze taal niet vergeten, maar tegelijkertijd moeten we niet nalaten open te staan voor andere talen: wij kunnen ons in alle talen uitdrukken!

Tamazight is een Noord-Afrikaanse taal van respectabele ouderdom. In tegenstelling tot bijv. de taal van de farao’s, is het Tamazight tot op heden levend gebleven. In de afgelopen twee decennia is deze taal begonnen de marge van de geschiedenis te verlaten en zich te bewegen in de richting van het centrum. Naast de religie en de positie van de vrouw is het Tamazight een issue van belang geworden, en wel één die zwaar zal wegen op de Maghreb-landen, of wij dat nu wenselijk vinden of niet. Het Tamazight heeft zijn marginale positie verlaten en is een taal geworden. Hoe kunnen wij in de toekomst de positie van deze taal versterken?

Eerst wil ik het hebben over de vraag die in de kringen van Tamazight-sprekende intellectuelen en in publicaties op het gebied van de Amazigh-cultuur onophoudelijk gesteld wordt: ‘Waarom Tamazight?’ Naar mijn mening hebben wij deze vraag al achter ons, want zij is ingehaald door de geschiedenis, door de democratie, en door de politieke discussie in Marokko op het allerhoogste niveau — op 20 augustus 1994 sprak koning Hassan II over het belang van de Amazigh cultuur! En natuurlijk zijn daar de mensen zelf van wie het Tamazight de eerste taal is: de Imazighen, de rechtmatige bewoners van Afrika. Vervolgens wil ik ingaan op mijn eigen visie op het Tamazight. Ik ga deze taal benaderen vanuit drie invalshoeken.

1. Moderniteit

Sprekend over het Tamazight leg ik altijd de nadruk op de toekomst. We moeten vooruit en niet achterom denken. Dit geldt trouwens voor de hele situatie in de Maghreb-landen.

Wat we nu merken is dat het Tamazight nog in de oudheid leeft, buiten de moderniteit (hier verstaan we onder; het vermogen van de samenleving om technologische prestaties te leveren op de terreinen van productie, organisatie en communicatie). Deze niettegenstaande enkele vernieuwingen, zoals het schrijven van Tamazight, de verrichting van academische studies inzake deze taal, de uitgave van boeken en tijdschriften, en de politieke discussie over de integratie van het Tamazight in het Marokkaanse onderwijs. Wij, Marokkanen, leiden een dubbelleven: een leven in de oudheid en in de moderniteit, en de kloof daartussen moet overbrugd worden door de politiek: langs haar kunnen we het terrein van het nieuwe leven betreden. Maar om van de nieuwe technologie gebruik te kunnen maken, moeten wij de oudheid verdedigen. Dit geldt niet alleen voor het Tamazight, maar voor de hele situatie in Marokko, waar de politieke sfeer voor verbetering vatbaar is. Bij deze overgang van het oude naar het nieuwe leven maskeren de politieke discussies helaas de culturele aspecten. De nog problematische relatie tussen het oude en het moderne leven wil ik illustreren met het beeld van de Marokkaanse hoogwaardigheidsbekleder, die af en toe de Imazighen in het Atlasgebergte bezoekt. Hij draagt een smetteloos witte djellaba en een prachtige gele of witte tarbouch. Hij ontmoet zijn ‘broeders en zusters’ in een tent, hij spreekt met hen in het Tamazight, hij noemt hen nadrukkelijk ‘broeders en zusters’. Met zijn demagogie probeert hij hen aan zijn kant te krijgen. ’s Avonds vliegt hij met een helikopter terug naar Rabat, waar hij in een reusachtige villa huist, omringd door luxe goederen. Met de afstandsbediening in de hand kijkt hij naar wat zich in de wereld afspeelt. Denken jullie dat zo’n figuur het Tamazight wil of kan ontwikkelen?

2.Burgerschap

Burgerschap, het leven van een volk in een rechtvaardige maatschappij, is het resultaat van de elementaire vrijheden. Ook gezien vanuit het burgerschap heeft het Tamazight als taal het volste recht op een plaats in Marokko, aangezien dit land nu eenmaal twee talen heeft.

3.Burgermaatschappij

De burgermaatschappij is een spiegel waarin je jezelf kunt spiegelen, Vanuit dat perspectief kun je bezien hoe je verder moet in je toekomstige leven. Als we allen ontevreden zijn over de huidige situatie en boven het niveau van onderontwikkeling willen uitstijgen en als burgers beschouwd wensen te worden die participeren in het staatsbestel, dan dienen we de juiste vragen te stellen. De juiste vraag is dan niet ‘Waarom Tamazight?’ maar, ‘Hoe kunnen we het Tamazight tot ontwikkeling brengen? Wat moeten we doen om in Marokko een goed beleidsplan voor deze taal en cultuur te ontwikkelen?’ Sinds de onafhankelijkheid van Marokko is nog niet serieus aan deze vragen gewerkt!

Nu wil ik ingaan op de vraag hoe het komt dat het Tamazight zich in een moeilijke positie bevindt. Het is bekend dat Marokko een politiek van arabisering heeft gevoerd, waardoor het Tmazight werd gemarginaliseerd. Desalniettemin leeft deze taal nog steeds, omdat zij bij machte is zichzelf te verdedigen en omdat wij, de Imazighen, naar de berggebieden zijn uitgeweken. Het is duidelijk dat zowel in Nederland als in Marokko, onder zowel Arabisch- als Tamazight-sprekenden, voor- en tegenstanders van Tamazight worden aangetroffen. Er zijn Imazighen die onophoudelijk roepen: Nee, geen Tamazight!’ Wat dat betreft leven we in een tijd van uitdagingen. Begin jaren ’70 is in Marokko een culturele Tamazight beweging gegroeid, die zich schaarde naast andere bewegingen van het Marokkaanse volk dat naar zijn rechten op zoek is. Er kwamen verenigingen die het recht van de Tamazight-taal en -cultuur opeisten. Vernieuwingen die deze culturele Tamazight beweging heeft teweeggebracht zijn eerder door mij aangeduid. Daarmee zijn de Imazighen de geschiedenis binnengetreden, op zoek naar een plek, naar een naam in de historie.

Moderniteit, burgerschap en burgermaatschappij kunnen, zoals ik eerder aangegeven heb, het Tamazight steunen bij het overwinnen van obstakels die in de weg staan.

Tamazight is een van de kwesties die in de toekomst alle Marokkanen zal verenigen. De Marokkaanse geschiedenis heeft nu eenmaal twee poten: een Arabische en een Amazigh poot. Als we echt een nieuw leven wensen, dan moeten we het Tamazight zien in het kader van een nieuw leven voor heel Marokko. Het is heilloos het Tamazight te zoeken in het oude leven, waaraan naast positieve kanten evenveel negatieve kanten zitten. We wachten nog steeds op de integratie van het Tamazight in het Marokkaanse onderwijs. De befaamde rede van de koning op 20 augustus 1994 bracht op dit punt iets geheel nieuws, maar de juiste interpretatie van deze politieke uitspraak is niet duidelijk. In feite leeft het Tamazight nog steeds in onderdrukking. Van politieke uitspraken zal het moeten komen tot concrete stappen om deze taal in het Marokkaanse openbare leven te integreren: op scholen, universiteiten, radio, tv, enzovoorts. Vooralsnog lijken we nog steeds te verkeren in het stadium van de oude manier van het omgaan met het Tamazight: het gebruik van het Tamazight als politiek spel. Moet het Tamazight niet deel uitmaken van de analyse van de Marokkaanse maatschappij als geheel? Moeten we niet de noodzakelijke stap nemen om de Amazigh kant van Marokko te versterken, teneinde een ware Marokkaanse identiteit op te bouwen? Immers, een ingezeten van Marokko kan pas Marokkaan worden als hij/zij twee talen kan spreken: Tamazight en Arabisch. Deze twee talen hebben elkaar in dat land ontmoet en door de geschiedenis heen zijn zij tegen elkaar gebotst, maar hebben zij ook het nodige uitgewisseld.

In 1991 belegden de organisaties van Tamazight-taal en -cultuur in Marokko een breed opgezette bijeenkomst. Kernpunt van de discussie: de integratie van de Tamazight-taal in overheidsinstellingen, inclusief de onderwijsinstellingen van basisschool tot en met universiteit. Deze bijeenkomst bracht het zogenaamde handvest van Agadir (‘Charte d’Agadir’) voort. Dit handvest is een duidelijke weerspiegeling van hoe mensen in Marokko tegen het Tamazight aankijken. Het Marokkaanse volk is zich welbewust van de noodzaak van Tamazight-taal en -cultuur. Terecht wordt het recht van het Tamazight niet los gezien van de wijzigingen van de algehele situatie in Marokko; met name wordt Tamazight gekoppeld aan democratie en het leven in een burgermaatschappij. De nationale eenheid is immers inmiddels gerealiseerd en er is geen plaats meer voor oude praatjes, zoals de Dahir Berbere (‘berber decreet’, een koloniale wet uit 1930 die het Berberse gewoonterecht bevoordeelde ten kostte van de islamitische wet; tegenstanders van het Tamazight verwijzen graag naar deze kwalijke wet). Ik wijs erop dat, in tegenstelling tot wat de benaming suggereert, het geenszins Imazighen geweest zijn die deze wet in het leven hebben geroepen. Integendeel, zij hebben Frankrijk bevochten en de intrekking van deze Dahir geëist. Laten wij, als Marokkaanse politici en intellectuelen, elkaar geen onzin verkopen, maar laten wij nagaan hoe wij allen Marokkanen kunnen worden! Zeer hoopgevend en stimulerend is dat heden ten dage in Tamazight geschreven wordt. Universiteiten, culturele organisaties en ook diverse individuen publiceren tijdschriften en boeken. We mogen hier spreken van een belangrijke ontwikkeling in de geschiedenis van de Tamazight-taal en -cultuur. De Imazighen zijn zich ervan bewust geworden dat het schrijven voor hun taal een levensvoorwaarde is. Zij weten maar al te goed dat de talen die een sterke positie hebben geschreven talen zijn. Zij zien in waarom de andere taal van Marokko zich in een betere positie bevindt. Naast deze toenemende belangstelling van Imazighen voor het schrijven van hun taal, zien we ook dat in landen waar Imazighen wonen de ene na de andere organisatie voor Amazigh-cultuur in het leven wordt geroepen. Zij vormen naar mijn mening de enige weg die naar de burgermaatschappij kan leiden, in Marokko en de rest van Noord-Afrika. Zij zijn het die bij machte zijn om de identiteit van het Marokkaanse volk een ander gezicht te geven. Zij zijn immers gericht op contacten tussen mensen, op het uitwisselen van vragen en het gezamenlijk zoeken naar oplossingen. Ik denk dat deze organisaties van Tamazight-taal en -cultuur de beste kaders zijn waarin het Tamazight zich kan ontplooien. In deze moeten we niet op politici rekenen. Voor alle politieke partijen in Marokko geldt dat er een kloof gaapt tussen politiek en cultuur. De culturele organisaties streven naar de opbouw van de burgermaatschappij, terwijl de politieke partijen alleen op politieke macht uit zijn. Zoals eerder gezegd, bracht de bijeenkomst van organisaties van Amazigh-cultuur het ‘handvest van Agadir’ voort. Dit handvest behelsde de volgende reeks eisen:

1. De opname van het Tamazight in de grondwet als nationale taal op gelijke voet met de Arabische taal.
2. De instelling van een academisch instituut voor wetenschappelijk onderzoek op het gebied van Tamazight-taal en -cultuur.
3. De integratie van het Tamazight in het onderwijs, van basisschool tot en met universiteit.
4. De financiering van universitaire projecten en onderzoeken betreffende het Tamazight.
5. De integratie van het Tamazight in radio- en tv-uitzendingen.

Het laatste is gebeurd: Tamazight heeft een plaats gekregen op de televisie, maar wat voor plaats! Tamazight kreeg, onder de titel ‘nieuws in de dialecten’, twaalf minuten zendtijd, dat is zegge en schrijven vier minuten per regio. Vier minuten na 35 jaar marginalisatie (sinds de onafhankelijkheid)! Kennelijk heeft men de minimale vrede willen realiseren, in plaats van een maatschappelijke vrede. Bovendien gaat het hier niet om een geschenk uit liefdadigheid: organisaties van Tamazight-taal en -cultuur hebben er vanaf het begin jaren ’70 voor moeten strijden!

Dr. Cadi Keddour (1952–1995)

Op een klein kerkhofje ergens in een heuvel van Ait Sidar in Rif werd Dr. Cadi Keddour in 1995 begraven. Een handje vrienden, kennissen en studenten hebben hem de laatste eer bewezen. Zijn onverwacht heengaan werd als een groot verlies beschouwd door hen die deze Riffijnse linguïst van nabij hebben meegemaakt. Het verlies was er ook voor Rif, haar taal en haar cultuur waarvan Keddour altijd trouw was gebleven tot zijn dood.

Na zijn eerste schooljaren in Ait Sidar en daarna in Tétouan ging Keddour naar Rabat om aan de Faculteit der letteren te studeren. In 1975 behaalde hij zijn doctoraal examen Franse taal en Letterkunde waarna hij naar de Ecole Normale Supérieur te Parijs verder ging studeren. Hij verdiepte zich in de pedagogie en keerde in 1976 terug om in Casablanca Frans te doceren.

In hetzelfde jaar behaalde hij het Certificat d’Etudes Approfondies en Linguistique. Een briljant academische carrière was begonnen als leraar assistent aan de Faculteit der Letteren afdeling Linguïstiek in dezelfde stad. Hij ging zich verder specialiseren in de syntaxis, een gebied waarmee hij faam genoot onder zijn collega’s. In 1981 verdedigde hij zijn proefschrift onder begeleiding van de linguïst David Cohen. In 1990 waagde hij opnieuw een tweede proefschrift onder dezelfde begeleider.

Behalve zijn academische activiteiten vond hij altijd tijd zijn studenten te helpen en andere activiteiten te ontplooien. Een van zijn geliefde bezigheden was het begeleiden van scripties georiënteerd op de gesproken talen in Marokko: Marokkaans (Darija) en Tamazight. Tussen 1990 en 1992 werd hij hoofd afdeling Franse Taal en Letterkunde. Zijn functie maakte het hem mogelijk een internationale colloquium over de Franse taal te organiseren.

Zijn inzet en interesse in de talen werd reeds bekroond met de oprichting in 1982 vanGroupe de Recherches et d’Etudes Linguistiques (GREL) waarbij hij een belangrijke bijdrage heeft geleverd. In 1994 organiseerde hij een tweede internationale colloquium over de theorieën aangaande verschillen en overeenkomsten in de talen waarbij prominente linguïsten aanwezig waren. In 1991 introduceerde hij in zijn departement Linguïstiek nieuwe disciplines waaronder syntaxis.

Door zijn inzet, zijn vakkennis en zijn creativiteit wist hij veel respect van zijn collega’s en studenten te winnen. Daarom werd hij tussen 1984 en 1986 secretaris generaal van de lokale vakbond SNES-Sup van de Faculteit der Letteren waar hij doceerde. Vrijdenkend maar ook voorzichtig en achterdochtig ten opzichte van politieke veranderingen en stromingen in zijn omgeving was hij altijd in de frontlinie te vinden bij het verdedigen van de academische vrijheid en de democratisering van de Marokkaanse cultuur door meer aandacht te besteden aan de taal van het volk, Tamazight in het bijzonder. En dat allemaal in een tijd waar de Marokkaanse academische wereld overheerst werd door intellectueel terrorisme en Arabisch etnocentrisme.

Zijn onderzoeken op het gebied van Tarifit zijn baanbrekend. Hij wist niet alleen deze variant van Tamazight, gesproken in Noord Marokko, onder de aandacht te brengen maar combineerde hij ook verschillende taalkundige theorieën om het te bestuderen.

Naast zijn grote interesse in Tarifit, bestudeerde hij ook vrij intensief andere talen zoals Klassiek Arabisch, Frans, Marokkaans (Darija), Spaans en Engels.

Cadi Keddour betekent veel voor onze vereniging en niet minder voor hen die hem gekend hebben in Nederland. In 1994 werd hij door het Nederlands Centrum Buitenlanders te Amsterdam uitgenodigd om een project te leiden aangaande de invoering van Tamazight (Tarifit) op scholen voor kinderen. Zijn bijdrage aan de standaardisatie van Tarifit is zonder meer van doorslaggevend op het gebied van het correct schrijven van deze variant.

Een leven lang geweid aan het leren en doceren van talen en in eerste instantie zijn eigen moedertaal Tamazight. Zijn motto was altijd: “Leer zoveel mogelijk talen je kunt. Begin met die van je moeder”.

Cadi Keddour is heengegaan na een onfortuinlijk verkeersongeluk op 16 september 1995 op een leeftijd van 43 jaar. Hij was op het toppunt van zijn loopbaan. Hij was onderweg van Kénitra naar Fés. Cadi Keddour was in gezelschap van zijn vrouw en twee kinderen.

Wonderbaarlijk genoeg bleven de kinderen ongedeerd. Minder fortuinlijk was zijn vrouw die volgens onze laatste informatie nog steeds in coma ligt. Een commissie werd door zijn vrienden, leerlingen en kennissen in het leven geroepen om de familie bij te staan en voor nalatenschap te zorgen.

Vaarwel Cadi Keddour.!

Hieronder een selectie van boeken en artikelen van Dr. Cadi Keddour:

-“Pour une archéologie onomastique: le cas (t)amazigh(t)”, article in: Al-Asas, n. 45, 1982, pp. 31–34.
-“Le berbère: langue ou dialecte ?” Actes de la première rencontre de l’Université d’Eté d’Agadir, Article in: “La culture populaire. L’unité dans la diversité”, Agadir, 1982, pp. 149–154.
-“Langues et idéologie linguistiques au Maroc”. Al-Asas, n. 50, 1983, pp. 34–38, notes.
-“Vers une dialectologie comparée du Maghreb: le statut épistémique de la langue tamazight”, article in: Tafsut: Etudes et débats, n.1, 1983, pp. 51–56.
-“Quel passage et à quel écrit ? Remarques liminaires sur le rapport oralité-écriture dans la langue Tamazight”, article in: Tafsut: Etudes et Débats, n. 2, 1985, pp. 59–68, notes.
-“Quelques remarques métalinguistiques sur les formes verbales dérivées en langue tamazight”, article in: revue de la faculté des Lettres de Fès, n. 7, 1983–1984, pp. 73–78.
-“Valences et dérivation verbale en Tarifit”, article in: Awal, cahiers d’études berbères, n. 1, 1985, pp. 111–123, notes.
-“Système verbal rifain. Forme et sens. Linguistique tamazight (nord marocain), Paris, Selaf, 1987, 178 pp. (Collection “Maghreb-Sahara”, n. 6)
-“Prépositions et rections en Tarifit (Nord Marocain)”, Etudes et Documents berbères, n. 3, 1987, pp. 67–75.
-“Transitivité et diathèse en tarifit: Analyse de quelques relations de dépendances lexicale et syntaxique, Proefschrift ter verkrijging van doctorstitel aan de universiteit van Parijs III, onder begeleiding van David Cohen, 1990, 524 pp.
“Structure de la phrase et ordre des mots en tarifit”, Etudes et Documents berbères, n. 6, 1989, pp. 42–59, notes.
“Pour un retour d’exil du sujet lexical en linguistique berbère”, article in: Awal, cahiers d’études berbères, n. 6, 1990, pp. 233–242, notes (numéro spécial: Hommage a Mouloud Mammeri).
-“Le passage a écrit: de l’identité culturelle a l’enjeu social”, article in: Identité culturelle au Maghreb (Actes du Colloque “Identité culturelle au Maghreb”, en hommage a Mouloud Mammeri, Rabat, 22–23 février 1990), 1991, pp. 89–98, notes (Rabat: faculté des Lettres et des Sciences Humaines. Fondation Konrad Adenauer).
-“De la langue à la langue: ou tamazight et le paradoxe de la langue”, article in: Unité et diversité de tamazight, t. 1, 1992, pp. 61–76, notes (Actes international, Ghardaïa, 20–21 avril 1991).
-“Sujet et prédication non verbal en rifain”, article in: Etudes et Documents berbères, n. 8, 1992, pp. 79–95, notes.
-“Passif et moyen en berbère rifain”, Etudes et Documents berbères, n. 12, 1994, pp. 105–117, notes.

Redactie Rif-Bulletin, Vereniging Syphax

Liever de dood dan vernedering

De Rif loopt leeg en Europa stroomt vol! Herinnert u zich nog de dag van 28 oktober 2016? De dag dat visverkoper Mohsin Fikri letterlijk verpletterd werd achter in een vuilniswagen. Het is alweer bijna twee jaar geleden… Mohsin was het zoveelste slachtoffer van het alledaagse onrecht in Marokko.

Het onrecht dat Mohsin is aangedaan heeft een diepe snee achtergelaten in het lichaam van vele Riffijnen. Het riep verschillende emoties en herinneringen op van de voorbije dagen, weken, maanden en jaren in vernedering.

Eerst vochten de Riffijnen tegen de Spaanse kolonisator. Nadat Spanje verslagen was door een handje vol Riffijnen, reageerden ze op een laffe manier. Ijzeren vogels (vliegtuigen) lieten gifgasbommen vallen. Tot op de dag van vandaag heeft de Rif het hoogste aantal kankerpatiënten van heel Marokko.

In 1956 werd Marokko uiteindelijk ‘onafhankelijk’. Weet je, onafhankelijkheid klinkt als muziek in de oren, maar dat was het niet. Telkens als men in opstand kwam tegen de onderdrukking werd er op een hardhandige manier gereageerd door de toenmalige kroonprins en latere koning Hassan II. Ik zal jullie de details besparen.

Toen Mohamed VI de troon besteeg was er hoop. Hoop op een nieuwe start en een betere toekomst. Maar ja, “het heeft tijd nodig” was wat je keer op keer hoorde.

Het onrecht van Mohsin Fikri leidde tot iets mooi, de Hirak (volksbeweging). Een beweging waar iedereen een plek kreeg. In geen jaren is het de Riffijnen gelukt om zich zo massaal te verenigen. Iedereen was gemotiveerd. Ze stelden een eisen lijst op die bestaat uit socio-economische en culturele eisen. Iedereen had hoop dat de Marokkaanse staat de eisen zou horen en inwilligen. Maar niet veel later verschenen de valse beschuldigingen. “De Hirak zijn separatisten, de Hirak zijn spionnen van Algerije, de Hirak is gewelddadig” en nog vele andere valse beschuldigingen, enkel en alleen om de mooie naam van de Hirak vuil te maken.

De staat organiseerde eind mei 2017 een klopjacht op iedereen die iets te maken had met de Hirak. Van activisten tot journalisten niemand werd ongemoeid gelaten. De angst werd sommigen te veel en zij besloten naar Europa te vertrekken. In 2018 toonden de staat en de koning hun ware gezicht door gevangenisstraffen uit te delen tot en met 20 jaar. Waarom? Omdat enkelen zich openlijk uitspraken over de onderdrukking, de vernedering en de punten die nodig waren om vooruitgang te boeken als staat en land.
Deze veroordelingen zorgden natuurlijk voor een nog grotere migratiestroom uit de Rif.

Ik maak me daarom ook ernstig zorgen om de ontwikkelingen van de laatste tijd. Al meer dan één jaar vertrekken er regelmatig Riffijnen naar Europa, op zoek naar een toekomst zonder angst, een toekomst van een waardig bestaan.

Terwijl wij vanuit onze zetel toekijken, stromen de migranten binnen. Is dit niet belangrijk?

Wanneer komen de Riffijnse vluchtelingen op de agenda van politici? Ik weet niet of jullie het weten maar niet iedereen blijft in Spanje. De jongeren reizen ook door naar landen waar zij veel familie hebben. Met name Frankrijk, België en Nederland zijn belangrijke eindbestemmingen. Dit is niet een zaak die we moeten wegstoppen en dat kunnen wij ook niet. Het is tijd voor actie, want het is vijf voor twaalf!

YASSIN AKOUH

Yassin is sinds 2017 reporter bij StampMedia.