Het verbieden van Amazigh-vlag zal de Algerijnse solidariteit alleen maar versterken

Half juni verbood legerleider-generaal Gaid Salah demonstranten om publiekelijk met de Berberse vlag in Algerije te zwaaien.

Sinds dit besluit hebben veel Algerijnen de regel overtreden door wekelijkse dinsdag- en vrijdagdemonstraties met de Amazigh-vlag bij te wonen, sommige zelfs in traditionele Berber-outfits.

De autoriteiten reageerden begin juli door 41 mensen te arresteren , van wie er 34 nog steeds in hechtenis zitten en een gevangenisstraf van maximaal 10 jaar krijgen opgelegd, evenals hoge boetes voor zogenaamd “aantasting van de integriteit” van het land.

Hoewel Imazighen een onmiskenbaar onderdeel zijn geweest van de geschiedenis en de nationale identiteit van Algerije, werden de spanningen tussen Imazighen en Arabieren uitgebuit door zowel Franse koloniale troepen als de Algerijnse staat, na de onafhankelijkheid van het land in 1962.

Het lijkt erop dat ” le pouvoir ” (” de macht die ‘het land bestuurt’ neemt zijn toevlucht tot oude tactieken om te proberen scheuren te vormen in wat een sterke, collectieve en zichtbare uiting van verzet tegen het Algerijnse regime is geweest door massale protesten die sinds eind februari plaatsvinden.

De Amazigh-bevolking is de inheemse bevolking van Noord-Afrika, met naar schatting 85 procent van de mensen in Algerije van Berberse afkomst.

Een erkenning van de Amazigh geschiedenis is een opmerkelijk onderdeel van de demonstraties geweest met het zwaaien van Amazigh vlaggen, plakkaten die verwijzen naar opmerkelijke Amazigh figuren en muzikanten en gezangen die verwijzen naar de eenheid tussen de verschillende etnische groepen.

Misschien letten de machthebbers niet op de politieke boodschappen die uit de protesten kwamen en – zoals is aangetoond door zijn schaamteloze totalitaire heerschappij in de afgelopen decennia – onderschatten ze het Algerijnse volk ernstig.

Zowel het belachelijke verbod van Salah als de arrestaties van degenen die het er niet mee eens zijn, hebben demonstranten verder verzinkt en de eenheid van de beweging versterkt.

Zelfs tijdens wekelijkse protesten georganiseerd door de Algerijnse diaspora in het Verenigd Koninkrijk, hebben toespraken de eenheid van Imazighen en Arabieren versterkt, en dat de strijd is voor de bevrijding voor iedereen ongeacht de etniciteit, taal, cultuur of identiteit van mensen.

Algerijnen hebben de gewoonten van het verdelen en overwinnen van een staat die een rijke geschiedenis van het grondgebied heeft gediend, begrepen en zijn zich er maar al te goed van bewust.

We zijn opgegroeid met het besef dat de strijd om een ​​bevrijd Algerije, dat meer dan 130 jaar duurde om te winnen, en ons meer dan anderhalf miljoen levens kostte in een bloedige 8-jarige oorlog, verondersteld werd de vrijheden van iedereen te waarborgen op het grondgebied.

Toch duurde het tot 2002 voordat Tamazight-talen officieel werden erkend door de staat, en een bloedige botsing tussen Imazighen demonstranten in 2001 en de autoriteiten, voordat een dergelijke concessie werd gedaan.

Imazighen hebben centraal gestaan ​​in het verzet tegen het leger in de laatste vier decennia. Dit is waarschijnlijk de reden waarom, ondanks het politieke klimaat, Salah en zijn soortgenoten besloten oorlog te voeren tegen de bevolking door zijn symbolen.

Na de succesvolle onafhankelijkheidsoorlog werd de kwestie van het soort staat dat het National Liberation Front (FLN) zou bouwen inderdaad een punt van grote zorg. Het werd al snel duidelijk dat het leger probeerde de macht te centraliseren en alle tegengestelde stemmen te elimineren – linksen, vakbondsleden, vrouwen of studentengroepen.

Centraal in dit proces stond de intensivering van een nationaal verhaal dat de Algerijnse geschiedenis identificeerde als islamo-Arabisch en een visie op de staat projecteerde die deze eenheidsidentiteit zou vertegenwoordigen.

Niet-Arabische of pre-islamitische bevolkingsgroepen werden uit de geschiedenis van de nieuwe staat geschreven, ondanks het zeer grote deel van de bevolking dat afkomstig was van dergelijke stammen en volkeren.

Het is dan ook geen verrassing dat in de loop van de jaren tachtig, toen het economische en politieke project van de Algerijnse staat steeds moeilijker werd, bij de Imazighen bevolking de eerste grootschalige opstanden tegen de staat ontstonden

Beweren dat het recht om te worden erkend veel meer werd dan de verdediging van een genegeerde identiteit, was het het voertuig waardoor activisten een beeld van een andere, vrijere, pluralistische en democratische republiek naar voren brachten; decentralisatie van het identitaire verhaal om de macht van de staat te decentraliseren.

De miljoenen in de straten sinds februari die marcheren met zowel Amazigh als Algerijnse nationale symbolen staan ​​daarom in een lange traditie, net als de generaals die ze proberen te onderdrukken.

De Amazigh-vlag is geen – zoals het regime beweert – een teken van separatisme of verdeeldheid. Het is een belofte van een toekomst gebouwd op een eenheid van alle volkeren die de schoonheid, kracht en radicale traditie van het Algerijnse volk vormen.

Drie jaar na de dood van Mohsin Fikri: hoe moet het verder met de Hirak?

OP 28 oktober 2016 kwam de Riffijnse visser Mohsin Fikri op tragische wijze om het leven toen hij geplet werd in een vuilniswagen in al-Hoceima. Mohsin had eerder op die dag een zwaardvis gevangen in de wateren voor de stad en wou deze vangst mee naar huis nemen. Maar  de politie nam de vis af en gooide de vangst direct in de vuilniswagen. Mohsin en zijn vrienden protesteerden en Mohsin besloot in de wagen te springen om zijn vangst terug te halen. Op dat moment gaf de politie het bevel om de vuilnispers aan te zetten. Mohsin werd dood geplet in de wagen. Zijn dood ontketende massale protesten in al-Hoceima en andere steden in de Rif. Duizenden Riffijnen gingen maandenlang de straat op om gerechtigheid te eisen. Maar de protesten gingen al snel over veel meer dan de onrechtvaardige dood van een visserman. Ze gingen over corruptie, over slechte gezondheidzorg, en over sociale gerechtigheid voor een regio die al sinds de Marokkaanse onafhankelijkheid verwaarloosd en onderdrukt wordt door het bewind in Rabat. Zo ontstond er uit de dood van Mohsin een ware volksbeweging voor de mensen van de Rif, Hirak al-Shaabi.

Maar in Marokko wordt sociaal protest niet getolereerd, zeker niet in een opstandige regio als de Rif. Binnen korte tijd overspoelden Marokkaanse ordertroepen de regio en verschenen er overal checkpoints. Prominente activisten zoals Nasser Zafzafi, Rabie Ablake en Silya Ziani werden opgepakt. 3 jaar na de dood van Mohsin zitten velen Riffijnen nog steeds vast voor het eisen van simpele dingen zoals een ziekenhuis en betere infrastructuur. De Rif is verandert in een bezet gebied me Marokkaanse ordetroepen op elke hoek van de straat. De vraag is nu hoe moet het verder met de beweging?

In de Rif zelf is demonstreren zo goed als onmogelijk geworden. Door het hoge aantal Marokkaanse agenten in steden als al-Hoceima en Imzouren wordt elk protest al de kop in gedrukt voordat het überhaupt van de grond komt. Jongeren die worden opgepakt worden veroordeeld in schijnprocessen en gaan soms meer dan een jaar de cel in. De leiders van de Hirak gaan voor veel langer weg. Sommigen hebben straffen tot 20 jaar gekregen. Zo nu en dat vind er in Rabat wel een demonstratie plaats met toestemming van de regering. Maar deze protesten duren nooit langer dan een middag en oefenen weinig druk uit op de Marokkaanse staat.

Het is de straten van de Europese hoofdsteden waar de Hirak op het moment lijkt door te leven. Afgelopen weekend nog gingen duizenden Europese Riffijnen de straat op in Parijs om de vrijlating van de politieke gevangen te eisen. In voorgaande maanden vonden grote demonstraties plaats in steden als Rotterdam. Brussel, Barcelona. Deze “Europese” tak van de Hirak lijkt voor zover erg succesvol te zijn in leven houden van de Hirak en in het lobbyen voor steun in de Europese Unie. Zo wisten Riffijnse activisten met steun van Europarlementariërs Nasser Zafzafi te nomineren voor de Sakharov prijs van 2018. Hij won de prijs uiteindelijk helaas niet, maar de nominatie zelf stuurde al een krachtig signaal naar Marokko dat Europa de repressieve tactieken van Rabat niet zomaar accepteerden. De Europese Riffijnse gemeenschap is erg goed bezig en moet alles op alles zetten om dit staande te houden.

Maar in Marokko zelf is de strijd ook nog niet verloren. De Rif wordt dan wel extra hard gestraft door de Marokkaanse staat voor het opstaan tegen al het onrecht, maar de regio is niet de enige die strijd voert voor gerechtigheid. Door heel Marokko breken geregeld protesten uit tegen sociale ongelijkheid, discriminatie, corruptie en repressie. In de Atlas protesteren mensen voor het behoud van hun waterbronnen, In Rabat en Casablanca gaan docenten de straat op voor beter salaris, en in Tanger grijpen supporters voetbalwedstrijden aan om protestliederen over onrecht te zingen. Afgezien van een paar grote, rijkere steden is Marokko eigenlijk een land dat uit ontelbare al-Hoceima’s bestaat, een land met ontelbare kleinere Hirak bewegingen. Naar schatting vinden er in Marokko gemiddeld zo’n 48 protesten per dag plaats. Waarom hebben deze vele protesten dan nog niet tot verandering geleid? In andere landen in de regio zoals Algerije en Soedan hebben massale protesten afgelopen jaar al tot de val van dictators geleid, dus waarom nog niet in Marokko?

Het grootste verschil is misschien dat de protesten in deze landen als een functioneerden terwijl de velen protesten in Marokko gefragmenteerd zijn en zonder coördinatie plaatsvinden. Als al de talloze gemeenschappen door heel Marokko zouden samenwerken in een beweging en met zijn allen tegelijk de straat op zouden gaan om verandering te eisen, dan zou de Marokkaanse staat overweldigd zijn en is het niet in staat om elk protest de kop in te drukken. Maar hoe zouden deze vele protesten verenigd kunnen worden in een beweging?

Hier zou een belangrijke rol weggelegd kunnen zijn voor de Hirak. Hirak al-Shaabi is duidelijk de grootste beweging in Marokko, en is de beweging die de staat de meeste angst inboezemt. Als de Hirak besluit het voortouw te nemen en de hand uitreikt naar de mensen van de Atlas, de armere wijken, zelfs van de mensen in de Westelijke Sahara, dan kan het een coalitie opbouwen waar zelfs de Marokkaanse regering niet tegen is opgewassen. Marokkaanse lijken soms verdeeld te zijn maar hebben meer gemeen dan mensen zich zouden realiseren. Toen Mohsin Fikri overleed gingen mensen door het hele land de straat op. Van Tanger tot Agadir braken er protesten uit. Een duidelijk teken dat alle Marokkanen de wens delen voor gerechtigheid, gelijkheid en een waardig bestaan.

De profielfoto van Thomas van Linge, Afbeelding kan het volgende bevatten: 1 persoon, buiten

Thomas van Linge

18920138 1569446799753578 1883089617654425384 n

FB IMG 1496772764531

18578947 1753822557978323 1673287740 n

FB IMG 1495143437623

ef61c7d8457478e18f040852af28b8

FB IMG 1495145741875FB IMG 149512772078217992053 1511713562193569 4077201949364823135 n
17883589 1821264947899537 3866852745398090921 n

FB IMG 1495150077555 117141075 10155043993499076 1260377992 n15337616 1628846407141393 3084058977883153351 n14900614 1576921282333906 4718154106488958256 n14639773 1576920812333953 5829577050186992951 n14917229 1502128719814376 6560959109532445838 o16711487 10158152889575176 1633815326959521481 n16602895 10158152891565176 4002692249540887858 n17103469 1303287556419278 275923143724739786 n 1FB IMG 1509727989306

De band tussen Joden en Imazighen

Hoe de samenkomst van Imazigh en Joden zich ontwikkelde tot een culturele basis- Analyse

Marokko is een van de meest unieke landen in Noord Afrika en het Midden Oosten, niet alleen omdat er veel verschillende culturele identiteiten met een ander achtergrond naast elkaar bestaan maar vooral door de invloed die deze op lange termijn op het land hebben gehad. De vraag is, waar vonden deze verschillende invloeden hun oorsprong? Deze volken en hun culturele invloed op Marokko kenden vele landen van herkomst en lieten gedurende de geschiedenis een heel verschillend erfgoed na. Dit roept op haar beurt weer de volgende vraag op; namelijk hoe het erfgoed van een bezoekend of veroverend land of religie de bestaande cultuur en haar tradities en zelfs geloof op een zo’n diepgaande wijze kan beïnvloeden?

Sterke gemeenschappelijke noemers.
Deze verschillende invloeden van het kolonialisme, migratie, handelsveroveringen, kennen een aantal sterke gemeenschappelijke noemers die maakten dat de twee oudste funderingen van de Marokkaanse cultuur, namelijk de Imazighen en de Joodse culturele invloed en waarden konden stand houden tot de dag van vandaag.
Marokko staat bekend als een Islamitisch land, maar voor de komst van de Islam naar Marokko in 694, werd Noord Afrika hoofdzakelijk bewoond door de Imazighen stammen. Na de vernietiging van de tweede Joodse Tempel in het jaar 70 v. Chr. vluchtte het volk uit het Palestijnse gebied voornamelijk naar Noord Afrika, maar ook naar andere gebieden zoals Azië, Spanje en het Midden Oosten. Zij werden met hun levenswijze en religie in Noord Afrika vriendelijk ontvangen. Zij kwamen in een door de Romeinen bezet Noord Afrika. Bij de ontmoeting van de Joodse en Imazighen stammen en hun beschavingen ontstond wederzijds respect en begrip waardoor zij in staat waren om een sterke en invloedrijke basis te creëren niet alleen voor de Marokkaanse geschiedenis en levenswijze, maar belangrijker nog ook voor de huidige Marokkaanse cultuur.
Deze blijvende invloed zou niet mogelijk zijn geweest zonder hun sterke band en begrip die de Joodse en Imazighen stammen vanaf hun eerste treffen met en voor elkaar hadden. Het samenkomen en samenleven vormde het begin van een Joodse-Amazigh relatie die resulteerde in een duurzame basis en een enorme omvormende invloed op de Marokkaanse waarden en tradities, zoals wij die heden ten dage nog kennen en die bekend staat als: De joods-Amazigh Culturele samenkomst.
Hoewel Norman Berdichevisky beschrijft in zijn historische kronieken, de aanwezigheid van het Joodse volk in Noord Afrika al voor het jaar 70 v. Chr.(1), waardoor deze samenkomst ouder is dan wij dachten.

“ Door de Phoenisische staten Tyre en Sidon werd in alliantie met het oude Israël een overzeese Semitische beschaving gesticht die in de zevende eeuw v. Chr. zijn hoogte punt bereikte, ( zo’n driehonderd jaar voor de komst van de Islam en de komst van de Arabieren en hun veroveringen in Noord Afrika waaronder Marokko, vanuit het Arabische schiereiland) Alle kleine staten die in de Bijbel worden genoemd delen een gezamenlijke Semitische taal en een daaraan verbonden alfabet, die later door de Grieken en Romeinen werden geleend. Gedurende deze periode, bleef het gebied van de Arabische volken, hun taal en hun voorislamitische en ongeschreven cultuur beperkt tot het schiereiland. Een achterlijk land ver verwijderd van zowel Israël als Marokko.”

De komst van een harmonieuze culturele gemeenschap.

Voor de komst van het monotheïstisch geloof in Noord Afrika, leefden er in dat gebied verschillende Imazighen stammen die geen officiële godsdienst beleden maar een meer stamgebonden leven leidden die hen als volk samenbracht. Deze Imazighen stammen hadden in Noord Afrika gedurende dertig eeuwen een florerend bestaan. Om die reden verbond de stammencultuur deze volken en werd deze de heersende sociale ideologie en een succesvol bestuurlijk systeem. Deze omgeving bleek ook ideaal en voorspoedig voor andere stammengroepen, die hun thuisland waren ontvlucht op zoek naar een andere gastvrije omgeving om te leven en zich verder te ontwikkelen.
Nadat de Romeinen de tweede tempel in Palestina hadden vernietigd, besloten veel van de Joden die de aanval overleefd hadden naar Noord Afrika te vluchten, waar zij een stammencultuur aantroffen die veel met de hunne gemeen had. In het begin bewoonde het Joodse volk agrarische gebieden zoals de berggebieden in het Noorden. Het ging hen goed omdat de stammen loyaliteit en het respect voor de natuur zo toonaangevend in beide levenswijzen aanwezig was, zowel in die van de Amazigh als de Joodse.
Onderschrift foto 1.Odette Bruneau (1891-1984,) portrait of old Moroccan Jew

De gang van het Joodse volk naar een gebied met een heel andere natie en religie in Noord Afrika, had in elk soort van conflict kunnen uitmonden. Maar zij konden zich daar met succes vestigen en floreren omdat zij een sterk gevoel van samengaan en samenleven kennen.
Het joodse volk koos belangrijke functies als beroep, waardoor zij steunpilaren en één van de meest gewaardeerde leden van de gemeenschap werden. Zij werden rondreizende handelslui ( die onderweg verschillende zaken als gebruiksvoorwerpen, keukengerei en schoonheidsmiddelen verkochten), wegers (mensen die over de vaardigheid beschikten om op de markt producten te wegen, deze schalen waren niet overal beschikbaar en alleen degene die zeer betrouwbaar werden geacht werden door de overheid voor dit werk geselecteerd), ijzersmeden, goudsmeden en lokale bankiers (mensen die voor rente geld leenden, zij waren zo populair niet alleen omdat men hen vertrouwde, maar ook omdat zij het geld niet terug eisten als men het niet had, maar alleen de rente verhoogde), en zij waren leiders van de karavanen( ook dit beroep werd aan weinigen toevertrouwd en ook alleen omdat de Joden bereid waren tol te betalen- in feite is in het Amazigh het woord gids azettat wat naar een stuk stof verwijst die als vlag aan een lange stok werd bevestigd, zodat van verre zichtbaar was dat men de stam belasting had betaald. Deze beroepen waren zeer nuttig en maakte interactie en volledige integratie binnen de Amazigh gemeenschap mogelijk.
Deze overgang van het Joodse volk en het daaropvolgende vertrouwen kwam deels tot stand door wederzijds begrip voor de stammencultuur en omdat beide volkeren op dezelfde manier binnen hun waarden, identiteit en tradities functioneerden.
Binnen de stammengemeenschap komen familie en stam als het om verantwoordelijkheden gaat op de eerste plaats. Het stammensysteem functioneert niet alleen als levenswijze maar ook als een bestuurlijke structuur. De eerste eenheid binnen de Amazigh en Joodse stammencultuur is de familie, de tweede is de uitgebreide familie en de derde wordt gevormd door de clan en de vierde eenheid is de stam die een beperkt aantal clans omvat( in sommige gevallen vijf clans). Binnen de Joodse traditie, vormen vele stammen samen een natie, terwijl in de Marokkaanse traditie meerdere stammen gezamenlijk een confederatie vormen, die ook wel bekend staat als Liff.

Niet alleen kwamen de stammensystemen overeen, maar ook de identiteiten die de stammen en hun tradities bijeenhielden waren eender omdat beide sociale eenheden intrinsiek democratisch waren, een sterk gevoel voor ethiek kenden, de vrouwen een belangrijke rol toegekend kregen en omdat zij hun identiteit uitten door traditie en taal. Zowel de Joodse als de Imazighen stammen deelden dezelfde tradities en klederdracht, tattoos, sieraden en tapijten. Deze overeenkomsten droegen bij aan een positieve en sterke band en zelfs tot de bekering van sommige Imazighen  stammen tot het Joodse geloof.

Gemeenschappelijkheid omgevormd tot saamhorigheid.
Deze sterke basis kwam voort uit de speciale verhouding van wederzijds respect en gemeenschappelijkheid tussen zowel de Imazighen als de Joodse stammen waardoor beide sociale systemen zich omvormde tot een cultuur van saamhorigheid en harmonie die de basis vormt van de huidige befaamde Marokkaanse levenswijze en filosofie van tolerantie.
Veel zaken die tegenwoordig beschouwd worden als de traditionele Marokkaanse cultuur zijn van origine Joodse tradities zoals de aanbidding van de heilige salahin of de Amazigh en gebruiken zoals de verering van de Hand van Fátima die bekend staat als khmisa or khamsa.
Het vereren van heiligen is nog unieker en wordt alleen aangetroffen in Noord Afrika en is eigenlijk een uniek geschenk van zowel de Imazighen als de Joodse stammen aan de Islam van Noord Marokko. Deze praktijk komt voort uit het Joodse geloof en vele van de vereerde heiligen zijn Amazigh persoonlijkheden. Dit is een van de meest langdurige en diepgaande effecten op de Marokkaanse Islam en de samenleving als geheel en is veroorzaakt door deze speciale samenkomst. Deze twee culturen ontwikkelden gezamenlijk een sterke aanwezigheid binnen de Marokkaanse identiteit zelf en binnen de Islamisering van Noord Afrika.

Een Raam op Marokko
Deze relatie vormde niet alleen een stevige basis maar ook een bron van inspiratie om de stammencultuur sterk te houden en te laten floreren. En wel in die mate dat er hevig verzet uitbrak toen de Islam als oprukkende macht Noord Afrika bereikte.

Vele Imazigh volksvertellingen stammen uit deze tijd en de meest beruchte is die van Prinses al-Kahina, ook wel bekend als Dihya. Prinses Al-Kahina was een Amazigh prinses die het Joodse geloof aanhing en wordt gezien als de heldin de Amazigh volken, de Arabieren, de Joden, Christenen en zelfs de Moslims—zij stond ook bekend als tovenares en zou 127 jaar oud zijn geworden, regeerde gedurende 65 jaar en zou drie zoons hebben. Zij werd zelfs beschreven door een van de beroemdste Arabische geschiedschrijvers, Ibn Khaldoun—die haar prees om haar moed, schoonheid en gevoel voor tolerantie en haar presenteerde als ‘Amazigh Ridder’. Zij leidde het heftige verzet tegen de Islamitische machten en het kostte hen ongeveer twintig jaar om haar te verslaan.
Na de nederlaag van Prinses al-Kahina, realiseerden zij die de Islam naar Noord Afrika brachten dat zij een grote fout hadden begaan in de wijze waarop zij de Islam verspreiden in deze regio, waarop zij hun werkwijze wijzigden en besloten om de locale tradities te accepteren en het Joodse geloof te gedogen. Tengevolge van overduidelijke geografische belemmeringen bestaan er tot op de dag van vandaag heidense tradities in de bergen zoals de wereldberoemde mystieke muziek en dans van de meester musici van Jajouka in het Rif gebergte.(2).
De roem van Prinses al-Kahina’s, zinspeelt ook op de waardering van vrouwen door zowel Imazighen als Joodse stammen en haar verhaal representeert het respect die vrouwen toen kregen. Gedurende hun gezamenlijke geschiedenis stonden Imazighen stammen nooit tegenover de Joodse stammen maar bleven zij vechten als een confederatie onder een Joods Amazigh prinses tegen de harde Islamisering van Marokko. Zo bleef de Joods-Amazigh relatie en cultuur gedurende vele eeuwen overeind en won aan invloed in Marokko en zelfs op de Noord Afrikaanse Islam als geheel.
Voor Haim Zafrani, wiens gemeenschapszin aan de wieg stond van de rijke orale literatuur.(3)

“Orale literatuur is een belangrijk maar moeilijk te definiëren onderwerp. Het heeft betrekking op folklore maar valt ook onder de sociologie, culturele antropologie en zelfs onder de geschiedkunde. Alles wat gezegd is, is verzameld, en is opgeslagen in het collectieve geheugen valt onder dit domein. Over het algemeen wordt het als populaire literatuur omschreven maar voortdurend aangevuld door het werk van wetenschappers en daarin snel opgenomen. Het is daarom legitiem om daaruit af te leiden dat deze populaire literatuur, het ontstaan van historische beschavingen en de nalatenschappen van prehistorische culturen conserveert en overdraagt. De overlevering en de overdracht langs bepaalde regels is het onderwerp van populaire denkwijzen. Vanuit de overeenkomst tussen de structuren van de denkwijzen van de Joodse en Islamitisch-Arabische en Berber volken ontstond in de Maghreb een literatuur en folklore waar het Joodse culturele samenkomt met het Arabische-berber erfgoed en in een unieke creatie zijn samengebracht.”

Culturele bijdragen
Het joodse volk was in staat om te midden van hun transitie, voordeel te behalen uit hun situatie, door zich makkelijk aan te passen en niet alleen binnen de Marokkaanse cultuur op eigen voordeel uitwaren maar door ook belangwekkende bijdragen te leveren en het geheel vooruit te brengen, waren zij in staat een nalatenschap voor eeuwen achter te laten. Omdat zowel het Joodse en het Amazigh volk onder de Romeinen, slecht behandeld zijn om niet te zeggen ontmenselijkt en tot slaaf gemaakt, waren zij in staat waren om op te bloeien onder de Islam mede omdat onder de Arabieren hun situatie veranderde en deze inferieure status afschaften tijdens de Islamisering van Marokko. Alle bijdragen die zowel het Amazigh als Joodse volk geleverd hebben aan de Marokkaanse identiteit en samenleving komt voort uit deze sterke fundamentele relatie. (4)

Het Joodse volk heeft een grote bijdrage geleverd aan het tot stand komen van wat wij nu kennen als de Marokkaanse cultuur, door voordeel te halen uit hun situatie en zich aan te passen aan de culturele standaarden in hun omgeving en de economie te versterken.
Als we aan Marokkaanse kunst denken is het eerste wat in onze gedachte opkomt het zellige mozaïek werk en aan de motieven op de Amazigh tapijten die gemaakt worden in de bergen en in het hele land verkocht worden. Feitelijk komen deze beroemde tapijten voort uit de Joodse traditie, vrouwen begonnen het tapijt te weven aan het begin van hun zwangerschap en gebruikte thema’s die de Kabbalistische motieven binnen de levenscirkel representeren en dezelfde thema’s en motieven zijn op de zellige tegels te vinden.

In de Marokkaanse maatschappij, heeft is men zich niet meer bewust van de Joodse herkomst van dit Amazigh tapijt, toch is het nog steeds een symbool voor het moederschap. Ook van de joodse herkomst van zellige tegels is onbekend maar daarvoor in de plaats is het, het symbool voor de traditionele Marokkaanse architectuur geworden. Zo werd Fez de meest artistieke hoofdstad van Marokko omdat het bekend stond om zijn ambachtelijke gildes, die later Moslim werden naarmate meer en meer mensen zich bekeerden tot de Islam.

De Joden ontwikkelden hun eigen idioom dat bekend staat als Judeo-Amazigh/ Berber wat werd gesproken in het Zuiden van Marokko, terwijl de taal van de Joden in de kuststeden Judeo-Arabisch was. Zie hiervoor Joseph Chetrit argues:(5)

Ondanks het gebrek aan ommuurde wijken of bepaalde straten waar de kleine joodse gemeenschappen verbeleven, ontwikkelden zich in een aantal agrarische en geïsoleerde gemeenschappen van de Hoge Atlas verschillende variëteiten van Judeo/ Berber, zoals onder de joden die gevestigd waren in Ait Bu Ullitribe dichtbij Demnat ten noorden van Marrakech, en onder diegene die leefden in de Tifnout regio dichtbij de Ait Wawzgit (Ouaouzguite) stammen in het Marokkaanse Anti-Atlas gebergte, tenminste gedurende de 19te en de eerste helft van de 20ste eeuw. In deze kleine gemeenschappen was het, Judeo-Berber de belangrijkste en vaak enige taal die gebruikt werd door de Joden, niet alleen in hun interactie met hun Berber/Moslim buren, maar ook binnen de Joodse familie en binnen de gemeenschappelijke instellingen. Veel getuigenissen van Marokkaanse joden die deze gemeenschappen in de dertiger en veertiger jaren van de vorige eeuw bezochten, zijn opgenomen in verslagen van ons veldwerk evenals de Hebreeuwse kronieken van 1899–1902 (Chetrit 2007a: 230–232), die rapporteren over het gebruik van één taal. Deze linguïstische situatie duurde tot het Franse protectoraat praktische wegen van zand aanlegde tussen 1920- 1940, waardoor het contact tussen deze geïsoleerde Joodse agrarische gemeenschappen en de stedelijke joden werd versterkt, waardoor de eentalige Judeo/berber sprekende joodse bevolking meer en meer overging tot overname van het Judeo/Arabisch en zo tweetalig werd. ”

Zo’n 50.000 joden kwamen na de tweede verbanning in 1492 uit Spanje naar Marokko. Door hun aanpassingsvermogen hadden de Joodse wetenschappers gedurende deze tijd in Andalusië Arabisch geleerd en zetten hun bewonderenswaardige werk voort van het vertalen van boeken uit het Grieks en het Arabisch, in het Hebreeuws, wat vervolgens tot de aftrap van de Europese Renaissance leidde.
Zij brachten ook wat nu wel ‘de cultuur van verbanning’ (6) wordt genoemd en die eigenlijk refereert aan de Spaanse en Sefardische invloed die deze nieuwkomers op Marokko hadden; op de muziek(Andalusische muziek die bekend staat als tarab al-andalusi, een erg populaire klassieke muziek soort, opgevolgd door de tarab cha’bi, pop muziek een interpretatie van de Botbol and Pinhas families van beroemde muzikanten van de 20ste eeuw.), voedsel, kleding en zelfs de economie. De invloed op het voedsel uit die periode is heden ten dage nog opvallend aanwezig en komt tot uiting in het vele gebruik van knoflook en vis, hun salades zoals die van tomaten en komkommer en één van de meest populaire schotels de za’look die gemaakt wordt van geroosterde aubergine en rode peper en bekend staat als een echte delicatesse.
Bovendien ging het de Joodse bevolking economisch goed onder de Saadi Dynastie waardoor zij voor Marokko de titel ‘de gouden banken staat’ verwierven. Dit was het gevolg van het feit dat de Sultan van Saadi het Joodse volk het alleenrecht gaf over de zeehandel en de financiering daarvan, ze verwierven dit monopolie met gemak en behield het tot in 1960.
Ook de sultan Sidi Mohammad ben Abdullah, gaf de Joodse handelaren privéleges en zij verplaatsten zich naar de havensteden zoals Tanger en Essouria (dat toen bekend stond als Mogador) vanuit deze havens bedreven zij de internationale handel. Vervolgens verwierven de Joden onder sultan Moulay Abd Abderrahmane, het monopolie op de handel met Europa en ontwikkelde het systeem van Tujjar as-Sultan, dat zoveel betekent als ‘de Konings handelaren’. Door deze twee strategische en zakelijke successen, zijn er nog steeds veel steden beroemd door de huidige joodse aanwezigheid of door de duurzame Joodse nalatenschap van het samenleven dat tot uiting komt in het beroemde voedsel, kleding of industrie.
De Franse reiziger Chenier doet verslag van de grote vindingrijkheid van de Marokkaanse Joden tijdens zijn bezoek aan het Marokkaanse Rijk (18de eeuw)(7)

“…De Joden kennen vele voordelen…: zij begrijpen de handelsgeest beter, zij handelen als agenten en makelaars en zij profiteren van hun eigen sluwheid en de onwetendheid van de Moren. Tijdens hun commerciële overeenkomsten kopen vele van hen in het land goederen op om die vervolgens weer door te verkopen. Sommige hebben contact met Europese verslaggevers, andere zijn ambachtslui zoals goudsmeden, kleermakers, wapensmeden, molenaars en metselaars. IJveriger en listiger en beter geïnformeerd dan de Moren worden de joden aangesteld door de Sultan , voor de ontvangst van dounanegelden in muntgeld en hebben voor de vorst voordurend contact met Europese handelaren en zijn aanwezig bij al zijn onderhandelingen met verschillende Europse overheden”.

Marokkaans Joodse nalatenschap
Het Joodse volk heeft via het uitoefenen van hun beroepen en hun innovatieve kracht de Marokkaanse identiteit tot zelf op het hoogste niveau grondig beïnvloed, door het bedrijven van politiek, handel, wetenschap en zelfs landbouw. Vanaf het begin waren zij in staat om voordeel te doe door hun reputatie van betrouwbaarheid en konden zo tot op de dag van vandaag belangrijke adviseurs van de koning worden. Na de Islamisering van Marokko vormden zij een ‘schaduwkabinet’ voor de koning dat bekend stond als de Hukama’ (wijze mensen) die luisterde naar hun militair en diplomatieke advies. Deze traditie werd nageaapt door Arabische emirs van Spanje onder Islamitische heerschappij (711-1492). Vervolgens, werden zij voor hun intelligentie en door hun betrouwbaarheid door vele dynastieën gekozen voor posities met politieke macht. Daarnaast bracht het Joodse volk door huneconomisch succes vele beroemde diplomaten voort, waarop het huidige diplomatieke succes van Marokko deels op is gestoeld.
In 1608, arriveerde Samuel Pallache in Nederland en tekende het eerste contract tussen Marokko en een Christelijke natie. Ook Isaac Nuves en Isaac Pinto waren door hun invloedrijke posities binnen de jonge republiek van de verenigde staten verantwoordelijk voor het tot stand komen van het verdrag met het Marokkaanse rijk in 1787.
De Al-Qarawyyin Universiteit van Fes bracht ook vele grote Joodse wetenschappers voort die tot op den dag van vandaag van belang zijn voor de samenleving door hun intellectuele nalatenschap. Zo schreef Rabbi Isaac Alfesi de heel beroemde vroege commentaren op de talmud nadat hij aan al- Qarawyyin Universiteit had gestudeerd.
Moshe Ben Maimoun, kwam naar Fes met zijn zoon als gast van Almohad Sultan ondanks het feit dat hij een in Spanje geboren Jood was en doceerde medische wetenschappen en vergelijkende theologie aan de at al-Qarawyyin Universiteit, waar hij tegelijk zijn beste theologische en wetenschappelijk werk voortbracht. Moshe Ben Maimoun is beter bekend als Maimonides en wordt alom erkend als degene die de aannames van Aristoteles heeft gecorrigeerd. Verder staat hij binnen het Joodse geloof bekend voor de dertien principes in zijn commentaar op de Mishah, die hij voornamelijk in het Arabisch schreef. Maimonides en zijn werk vormen een belangrijk en breed erkend symbool voor de verzoening tussen de Moslim en Joodse wetenschap en cultuur.
Als we de gecombineerde werken van de vele grote geesten en diplomaten van hun tijd en zelfs van vandaag overzien, dan kan men op geen enkele wijze de unieke en verschillende kwaliteiten van kennis, ervaring en expertise ontkennen die het Joodse volk tijdens hun migratie naar Marokko onder het Romeinse rijk meebracht noch haar stimulerend effect op de beschaving en levenswijze.

De spreekwoordelijke Marokkaanse tolerantie
Hoewel de joodse gemeenschap van Marokko in de jaren 70 van de vorige eeuw grotendeels verdwenen is, heeft zij ontegenzeggelijk een positieve erfenis achtergelaten die wij nu kennen als de Marokkaanse identiteit en cultuur. Dit komt op verschillende manieren tot uiting in de politieke en culturele kenmerken van Marokko, zoals Marokko’s befaamde tolerantie voor de vele religies, zelfs de vele verschillende soorten van Islam en haar unieke en uitzonderlijke positie in het Midden Oosten en Noord Afrika. Marokko heeft altijd goede relaties onderhouden met zijn culturele basis die bestaat uit het Joodse en Amazigh volk.

Vertaling:Trix van der Kamp

Vertaling:Trix van der Kamp

De steun van de EU aan de dictators

Marokko is een land dat de mensenrechten met voeten treedt. Ook houdt het zich niet aan de eisen, de afspraken en de milieuvoorschriften van de EU. Het Marokkaanse dictatuur regime profiteert alleen maar van die verdragen met de EU. Er is veel kinderarbeid, en geen enkel respect voor Marokkaanse arbeiders, die meer dan tien uur per dag moeten werken voor zeer lage salarissen en zonder enige vorm van verzekering, veiligheidsregelingen, pensioen of werkzekerheid. Het dictatuur regime voert via een corrupt systeem van makelaars druk uit op de boeren, zodat die tegen veel te lage prijzen hun producten moeten verkopen. Via de makelaars worden dankzij de EU verdragen de agrarische producten met veel winst geëxporteerd. Veel boeren hebben hun land verlaten door de druk van de kredietbanken, en doordat overheidsinstelling met opzet verkeerde adviezen hebben gegeven aan de boeren zodat ze failliet zijn gegaan. Zo groeit de maffia in Marokko.

Het grootste landbouw export product van Marokko is de hasjiesj, een Marokkaans woord dat letterlijk ‘drugs’ betekent. Ook wereldwijd is Marokko de grootse exporteur van hasjiesj. Het verbouwen van de cannabis gebeurt onder toezicht van de Ministeries van Al Hoboese, Awgaf en islamitische Zaken. Volgens een internationaal rapport is Marokko het enige land ter wereld dat ongeveer tien miljard dollars per jaar aan drugs export verdient. De nabijheid van Spanje maakt de smokkel bijzonder eenvoudig. De Marokkaanse overheid gaat alleen over tot arrestaties van hasjiesjsmokkelaars als ze daartoe gedwongen zijn door samenwerking met de Amerikaanse Drugs Enforcement Administration (DEA). De DEA wist grote drugsvangsten te organiseren in samenwerking met Europese landen. Zo’n 39 zeeschepen uit Marokko werden in beslag genomen sinds 2013, en zo’n 293 hasjiesjsmokkelaars werden gearresteerd, waarbij 450 ton Marokkaanse hasj werd vernietigd.

Niet minder belangrijk is de smokkel van cocaïne vanuit Zuid-Amerika via West-Afrika en vervolgens Noord-Afrika naar Europa. Die route is de laatste jaren enorm uitgebreid. Volgens

de VN gaat zo’n twintig tot veertig miljoen ton cocaïne langs deze weg naar Europa. Alleen voor de vorm doet het Marokkaanse dictatuur regime mee aan de bestrijding daarvan. Het Marokkaanse dictatuur regime is veel te corrupt om echt de drugshandel te willen bestrijden.

Ondanks dit alles gaf de Europese Unie in de periode 2014-2017 890 miljoen euro steun aan het Marokkaanse dictatuur regime, via het zogeheten ‘ nabuurschaps- en partnerschaps-instrument.’ De EU vertrouwt blind op de economische en politieke hervormingen die in Marokko plaats zouden vinden. In werkelijkheid wordt het geld van de Europese belastingbetalers gewoon weggesmeten. Alles komt in de klauwen van roofdier Mohammed VI. Van democratie, vrijheid en transparantie is geen enkele sprake.

Ik heb hierover contact opgenomen met een aantal leden uit sommige politieke partijen van het Europese Parlement over de verdragen die de EU met Marokko gesloten heeft. Er waren de positieve reacties die hebben gezegd dat ze tegen de Associatieovereenkomst voor agrarische zaken en visserij met Marokko zouden stemmen.

Het ergste zijn de Franse politici die binnen de EU de leugens verspreiden dat Marokko grote stappen heeft gezet op weg naar een democratie. In werkelijkheid wordt Marokko nog steeds geregeerd door hetzelfde dictatoriale regime. Er wordt een schijnwerkelijkheid gecreëerd waardoor het lijkt alsof Marokko verandert in een moderne staat. Maar met deze Alawitische dynastie aan het roer kan Marokko domweg niet veranderen en het zou nooit positieve worden.

Dezelfde Franse politici met hun mooie praatjes voor de EU profiteren van het corrupte Marokkaanse netwerk. Een netwerk van zwart geld, pedofilie en illegale handelspraktijken. Als hun officiële politieke loopbaan voorbij is, worden ze in Marokko in de watten gelegd om zo de Marokkaanse belangen te kunnen dienen. Vel van hun spioneerden het Europese Parlement voor de Marokkaanse regering. Rabat werd zo op de hoogte gehouden van besluiten die in de EU genomen zouden worden. Ook de Franse politica Elisabeth Guigou werd geboren in Marokko. Ze werd minister voor Europese Zaken en zat in het Europese Parlement. Ze speelde een belangrijke rol bij het aantrekken van de betrekkingen tussen Marokko en de EU, als rapporteur.

Marokko is voor deze mensen altijd gul geweest. Ze kregen smeergeld, prachtige vila’s en verzorgde vakanties in Marokko. Zo bouwt het Marokkaanse regime zijn macht binnen de EU.

Frankrijk gedraagt zich ten aanzien van Marokko nog steeds als een koloniale mogendheid. De belangen van de Franse bedrijven in Marokko zijn enorm. Vooral dankzij de Franse politiek kan de dictator roofdier Mohammed VI stevig in het zadel blijven zitten.

De leden van het Europese Parlement zouden eens het boek moeten lezen dat de Franse journalist Eric Laurent samen met de schrijfster Catherine Graciet schreef over de dictator roofdier Mohammed VI: Le Roi Prédateur; Koning Roofdier. Of een ander Frans boek van de schrijver Omar Brouksy: la république de sa majesté, de republiek van de majesteit. Dan zouden ze eindelijk iets gaan doen om het weggegooide geld terug te vorderen.

Maar de samenwerking tussen de EU en de Marokkaanse dictator gaat alleen maar verder. Zo ondertekenden de EU landen, behalve Hongarije, op 2 mei 2018 de ‘Verklaring van Marrakesh.’ Dit naar aanleiding van een officiële bijeenkomst van Europese en Afrikaanse landen, uit uitnodiging van de dictator roofdier Mohammed VI, die daardoor weer meer internationale status kreeg. Een van de vastgelegde doelstellingen van deze overeenkomst was:

Promote regular migration and mobility, especially of young people and women, between Europe and North, West and Central Africa, and within these regions. Dat is gunstig voor de dictator roofdier Mohammed VI, want hij verdient miljarden met die migratie naar Europa.

Dus degene die nog hoopt dat de democratie, de vrijheid, de vrijheid van meningsuiting, de veiligheid, de gelijkheid en noem maar wat zouden in Marokko onder de leiding van de dictator roofdier Mohamed 6plaats vinden, is een abnormaal mens of een fraudeur en een egoïstische profiteur van de situatie.

Ali Lahrouchi

Ali Lahrouchi

Ali Lahrouchi

De Franse cabaretier Yassine Belattar is geen heilig boontje

Noureddine Adherbal

Volgens Franse media lopen er verschillende klachten over hem gaande van bedreigingen met geweld of dood en pesterijen op het werk.
Op 26/03/2019 werd hij in Parijs op het politiebureau ondervraagd, in het kader van een voorlopig onderzoek dat eind januari door de openbare aanklager in Parijs werd geopend, na een klacht wegens doodsbedreigingen die door de producent en cabaretier Bruno Gaccio tegen hem was ingediend.

Volgens “Mediapart” wordt de heer Belattar ook door verschillende mensen in de entertainmentwereld beschuldigd van “vernederend of bedreigend gedrag”.

Vier mensen klaagden over directe bedreigingen, zes anderen spraken over moeilijke werkrelaties en twee jonge vrouwen vertelden over gesprekken die afdwaalden naar seksuele insinuaties, schrijft de informatieve website (Mediapart)die sinds eind 2017 onderzoek doet naar deze zaak.

In 2018 werd hij benoemd door president #Emmanuel_Macron in de “Presidentiële raad der steden”. Deze raad van 26 leden is opgericht om oplossingen aan te reiken om bepaalde buurten leefbaarder te maken.

De Imazighen (Berbers)

Uit de “THE LIVING RACES OF MAN” by Carleton S. Coon, 1965

De Berbers

Het derde onopvallende raciale element in Afrika is het kaukasische, dat zoals eerder vermeld, voor het eerst het continent bereikte via enorme invasies zo’n 15.000 jaar geleden, vanuit West Azië en mogelijk vanuit Europa. De afstammelingen van deze indringers die nog steeds voor een deel kaukasisch zijn, zijn de Berbers. .

Al vanaf het begin hebben de Berbers relaties onderhouden met andere Afrikaanse volken. Zoals de overblijfselen van hun skeletten als suggereert, mengden de Mouiians zich met de eerdere Ateriaanse ( stenen tijdperk) bevolking. Volgens J.H. Greenberg, hebben de Berber talen, net als het oud Egyptisch, die van oorsprong van Afrikaanse afkomst waren alles wat west Europees of west Aziatisch was vervangen, wat de Kaukasische indringers mogelijk eest hebben gesproken..

Alle in leven zijnde Berbers hebben een of andere vorm of vormen van symbiotische relatie met inheemse Afrikanen. In elk Riffijns dorp van enige omvang wordt het smeedwerk gedaan door een negroïde ijzersmid.Andere negroïde inwoners werken als slagers en stadsomroepers op de wekelijkse markt. Weer anderen zijn muzikanten die van stam naar stam trekken en andere festiviteiten te verlevendigen
De negroïde man is over het algemeen een knecht in dienst bij de agrarische Berbers en is dat waarschijnlijk al sinds de introductie van het ijzer in Noord Afrika in het vroeg christelijke tijdperk. .

Onder de gedeeltelijke en voltijdse Nomaden is de interraciale relatie wat ingewikkelder. De Ait Atta bijvoorbeeld, die hun schapen in de Midden Atlas in de zomer en in de winter in de Vallei van de dadels in het zuiden weiden, hebben hun kastelen en tuinen in de vallei van de Dadels. Zij delegeren hun werk in de landbouw aan de kaste van Negroïde knechten, de Haratin. Andere Haratin werden aangetroffen in oases langs de noordelijke grens van de Sahara en inderdaad in de gehele Sahara woestijn.

De kameel houdende nomaden, vooral de beroemde Tuareg, ofwel het volk van Vel zijn onderverdeeld in kasten van edelen, de imghad, of daar kameel fokkende afstammelingen van,zij hebben ook hun Haratin, en houden slaven.De handels gemeenschappen in de grote oases, zoals de Mzabites of Ghardaia, trouwen binnen de eigen stam en zij behoren tot een zich afgescheiden sekte van de Islam, die van de Khawarij, of Kharijites. Zij laten hun landerijen bewerken door Haratin.

Op welke wijze de Berbers zich ook weigerden te mengen met de Negroïde lagere klassen, de menselijke natuur laat zich niet sturen, en dus is er sprake van een bepaalde mate van menging. In Marokko zijn de meeste Kaukasische stammen te vinden in de Rif en in de Midden Atlas, in Algerije zijn het de Kabyles and the Shawia; en in Libië is de Jebel Nefusa de sedentaire stam. In sommige regio’s is het weinige aan menging met Afrikanen in evenwicht gebracht door de opname van Arabieren, niet zo zeer stam voor stam maar door de vestiging van vrome families achtergebleven na de twee belangrijke Arabische invasies. Deze Arabieren komen vooral van al-Hijaz and Jemen, en zijn geen Bedoeïenen..

De gemiddelde lichaamsbouw, hoofd en gezichtsafmetingen van de verschillende type Berbers stamt af van de West Aziatische bergbevolking en de Zuid Westerse Europese en Arabische bevolking. .De gemiddelde lichaamslengte varieert van ongeveer 165 cm tot 172cm(5 feet 4 inches to 5 feet 7 inches). De variatie in lichaamsbouw is van mager tot gezet, met een gemiddelde zithoogte van meestal 51 cm, maar dit neemt bij de woestijnstammen af tot 49 cm. De meeste Berbers, waarvan geen van allen bakerden zijn langschedelig. De meeste hebben een recht of bol neusprofiel. Hun gezichten en kaken zijn over het algemeen smal maar soms komt een breed gezicht en een stompe neus ook voor.

De Rifijnen hebben de lichtste huidskleur, zij zijn de meest Europees uitziende Berbers. .In 65% van de gevallen is er sprake van rose-witte en een niet blootgestelde huidskleur ( van Luschan Nummers 1-3 and 6-9). Bij sommige stammen loopt de incidentie op tot 86%.Drie en twintig procent hebben sproeten. Tien procent heeft licht bruin of blond haar; in sommige stammen wel 25%.De kleur van de baard is bij 45% van de Riffijnen rossig, licht bruin of blond. Bij sommige stammen stijgt het tot 57% waarvan 24% een compleet blonde baard hebben. Vier procent van de Riffijnen hebben rood haar, net als in Schotland en Ierland. Zeventien procent een rossige baard en in sommige stammen hebben 28% er een. Het lichte haar bij de Riffijnen is meestal goudkleurig of roodachtig, asblond is zeldzaam.

43% van de mannen in de Rif hebben donkere ogen, gemengde 35% en lichte ogen 2% en gemengde ogen hebben eerder groene of blauwe elementen dan grijze. De stam met in het algemeen de lichtste pigmentatie is de Beni Amart, die een incidentie kent van 18 %, 73%, 9% in elke van deze categorieën. Deze bergstamleden en sommige van hun buren aan de kust zijn een weinig blonder dan de Zuid Europese bevolking.

Hun blondheid is te vergelijken met het blonde van West Europa en West Azië, niet met dat van Noord of Oost Europa. Zij komen eerder overeen met West Europeanen dan met West Aziaten wat betreft in het ontwikkelen van lichaamshaar, wat licht en gematigd is. Maar 5% van de Rifffijnen hebben de veel voorkomende borstelige wenkbrauwen onder West Aziatische bergbevolking. Het haar van de meeste Riffinen is krullend, dat wil zeggen in de vorm van lokken bij 50% van de mannen. Er werden geen individuen gezien met sterk krullend of kroeshaar. Dit Afrikaanse type haar is echter wel gevonden onder de Shiuh berbers van het Atlasgebergte in de Sous vallei. 12% van de Shiuh kennen ook de epicantale oogplooi.

Afrikaanse kenmerken manifesteren zich onder de diverse Berber bevolkingsgroepen op verschillende wijze en komen in meer of mindere mate voor. Bij de Riffijnen en de Kabyles komt dat het meest tot uiting in de brede gezichten, brede kaken en stompe neuzen. Deze gelaatstrekken gaan soms samen met rood haar, groenige ogen en sproeten. Onder de e Soussis zien we ook deze brede gezichten en sommige mensen zien er Mongoloïde uit. De Soussi hebben afgezet op de Schaal 109c een genetische recombinatie van kenmerken van de Bosjesman; plat gezicht, laag neusprofiel, brede lippen en oren van de Bosjesman. .

Langs de grenzen van de Sahara blijven legendes bestaan over de aanwezigheid van een eerder en niet Kaukasisch volk. Volgens de belangrijkste chief van de Ait Atta kwamen hun voorvaderen voor het eerst vanuit de bergen naar hun huidige winterverblijven in de Vallei van de Dadels en troffen een door geel huidige bevolking bewoonde regio aan, die zij op hen veroverden en zij verlaagde hen tot de status van landbouw knechten. Later mengde deze gele bevolking zich met de neger slaven, waaruit de hendaagse bedienden, de zogeheten Haratin voortkwamen. Veel van de Haratin lijken op het Hottentots,

In Fezzan in het zuiden van Libië leeft een volk dat Duwwud of Daawada heet (wormvolk)-dat Arabisch spreekt, op springmuizen jaagt en wat dadels kweekt verder oogsten zij artemesia uit de zoutmeren waar zij aan wonen , een bruine garnaal die zich vermeerderd in wonderbaarlijke aantallen . Die de Duwwud verhandelt aan de Arabische karavanen. De Duwwud zien er ook als Hottentotten uit. Ook andere Bosjesmannen aan andere gedeeltelijk Neger bevolking kan men vinden in de Sahara.

De Egyptenaren

Toen de Arabische veroveraars de Nijl vallei bereikten, bleven sommige van hen in de steden, maar het merendeel trok verder omdat het land dicht bevolkt was en met meer dan één type bevolking. Sinds de tijd nog van voor de dynastieën, hadden verschillende veroveraars zich gevestigd in de Delta en op de oevers van de Nijl. Nadat de Arabieren waren gekomen en gegaan, namen de Turken het over, en met hen kwamen de Kaukasiérs, Albanezen en andere mede Moslims.

Het zijn de Fellahin and de Kopten die het meest getrouw de fysieke gewaarwording van al gemengde voorouders representeren, de oude Egyptenaren. Zij waren een volk van een gemiddelde lichaamsgrootte en bouw met bruine huidskleur en de meeste van hen hadden krullend haar en bruine ogen, met uitzondering van 10% die gemengde en of licht kleurige ogen hadden. Zij hebben een recht neusprofiel, neuspunten van gemiddelde grootte en de dikte van hun lippen is gemiddeld en zij hebben een gematigde baardgroei. Zij lijken op wat zij zijn een product van een oud mengsel van Kaukasische en elementen van de oorspronkelijke bevolking van Afrika, versterkt door de tijd met Kaukasische elementen van Europa en West Azië en Afrikaanse elementen uit de Soedan.

De Arabieren

Sinds de opkomst van de Islam, of sinds de laatste twaalf eeuwen, zijn de Arabieren Afrika binnengevallen en zijn Afrika via land en via de zee geïnfiltreerd. De eerste golf bereikte Noord Afrika voornamelijk vanuit al Hiaz of Jemen. Een aantal van hen vielen ook Spanje binnen gezamenlijk met vele Berbers, beiden werden in 1492 verbannen gezamenlijk met de Sefardische Joden. Deze Arabieren stichtten steden, bekeerden de Berbers tot de Islam, dreven handel en richten centra op voor studie en religieuze doeleinden.

In de twaalfde eeuw kwam de tweede golf die totaal uit Bedoein stammen bestond met hun schapen, kamelen en paarden, afkomstig uit de Syrische woestijn Zij doorkruisten de lage landen van Nood Afrika en de hoogvlakte en een aantal van hen trokken verder tot in de Sahara, waar hun nakomelingen nog steeds leven. Na de tweede invasie warden de meeste Berbers van de lage landen gearabiseerd of zij trokken zich terug in de bergen. Uiteindelijk keerden in 1492 veel van de zogeheten Moren van Spanje en Portugal terug naar Noord Afrika, waar zij zich in de steden vestigden als kooplieden en geschoolde vaklieden.

Het is makkelijker een Berber van een Arabier te onderscheiden via de kleding en gedrag dan door middel van uiterlijke en fysieke kenmerken, maar er zijn statistische verschillen, vooral tussen Arabische stammen en die van Bedoeien afkomst en die van de Berbers uit de bergen. De mensen van de Arabische stammen zijn donkerder van huidskleur, hebben minder vaak licht kleurige ogen en zijn bij hoge uitzondering blond. Vergeleken met de Berbers hebben minder van hen brede gezichten en hebben meer bolle neusprofielen.

De aristocratische stedelijke Arabieren die eeuwenlang de leiding hadden over Noord Afrika stammen van de eerste golf van veroveraars, zij waren vooral stedelingen en handelaren in Arabië. Veel van deze families stammen deels af van bekeerde Joden. Deze stedelijke Arabieren hebben niet de havik achtige trekken zoals de afstammelingen van de Bedoeïenen en de velen van hen die wiens voorouders leefde in de schaduwrijke straten en blond zijn. De afstammelingen van de Andalusische Moren leefden vijf eeuwen in Spanje en zijn qua lichaamskenmerken niet te onderscheiden van Spanjaarden. De meesten van hen zijn bekeerd tot de Islam.

De volken van de Hoorn van Afrika

Aan de andere kant van de Rode Zee van Suez, was de Bab Rl mandeb een belangrijke doorgang tussen West Azië en Afrika. Zoals zijn naam de Poort van de Tranen, al aangeeft ging het verkeer in beide richtingen bewoog, de Arabieren die richting het westen trokken en de slaven oostwaarts. Ten weste van de Bab el Mandeb verreist de stijle helling van de Ethiopische hoog landen een toevluchtsoord van vroeg historisch, belang. Tussen de hooglanden en de Rode Zee strekt zich de Damkali woestijn uit, waarvan delen liggen onder zeespiegel. Het is een van de heetste plekken op aarde.

De bevolking van deze regio zijn allen of bijna allen een product in verschillende mate en vormen van een mengeling tussen Kaukasisiers en Negroïden. Behalve de slaven die geïmporteerd zijn van de stomende moerassen van de lage Soedan. De meeste Negroïde bevolking zijn Wattas, nijlpaard jagers langs de rivieren van Somalieland en Zuid Ethiopië. Zij zijn een kaste die gevreesd wordt als magiërs en veracht omdat zij nijlpaardvlees eten. Zover als wij weten zijn zij nooit gemeten of ingedeeld op bloedgroepen.

De daaropvolgende meest negroïde bevolking is het sedentaire volk van West Ethiopië die Central Cushiticsche talen spreken het Kafacitos, Soddo Galla, Sidamos, Agaus, en Falasha( zwart joods). Deze bevolking heeft sterk krullend of kroeshaar en heeft een donker bruine huidskleur en zijn relatief kort qua lichaamlengte. Zij zijn 164cm(5 feet 4 1/2 inches) groot. Hun gelaatstrekken zijn deels negroïde.

De laatste negroïde bevolking van de hooglanden zijn de eigen Ethiopiërs, die Amharic spreken, Tigre, en Tigrinya—en de Gallas. De laatste zijn afstammelingen van de Zuidelijke Arabieren die Ethiopië veroverden tijdens de eerste duizend jaar voor christus. En de laatste stammen af van veehouders die de hooglanden bereikten in het westen in de 16e eeuw.

Beide zijn voornamelijk Kaukasisch qua lichaamsbouw en gelaatstrekken. Beide variëren in huidskleur van licht gelig bruin en in sommige gevallen zelfs geel tot verschillende tinten bruin waar zij zelf zich zeer bewust van zijn. Geen van hen is zwart. De meerderheid heef sterk krullend haar. Daarna volgt krullend haar zoals dat van de Berbers en Egyptenaren. Zowel golvend als kroeshaar is zeldzaam, stijl haar is niet waargenomen. Al het haar is zwart. De ogen zijn eerder donker bruin als licht bruin of zijn een mix van die twee. Zwarte ogen zijn niet gevonden en hele lichte gemengde ogen zijn slecht bij een paar individuen gevonden. .

Deze gelaatstrekken zijn algemeen bekend zijn door de publicaties van de Keizer Halle Selassies foto waar veel aandacht voor was. De neusprofielen zijn eerder recht dan bol onder de Amharas and Gallas, en zij hebben bij uitzondering wijde neusgaten, van de zij kant gezien is het hoog gebogen, zij hebben geen brede neus en de lippen zijn gemiddeld van dikte. Zij hebben geen lichaamshaar de baarden zijn karakteristiek bescheiden ontwikkeld. In dit opzicht variëren de Amharas meer dan de Gallas.

Zijn beiden een lang volk met een gemiddelde lengte van ongeveer169-170cm(5 feet 7 inches ca.) een gemiddelde zithoogte van ongeveer t 51 voor de Amharas and 50 voor de Gallas. Dit plaatst hun lichaamsbouw in de categorie van Mediterrane blanken en vele Negers. In andere opzichten zijn zij qua lichaamskenmerken Kaukasisch en zo beschouwen zij zichzelf ook met name de Amharas en de hogere klasse van de Gallas, zie zichzelf Ormoma noemen. De Gallas onderscheiden twee andere groepen, de Tumtu, waarvan enkele ijzersmeden zijn en de Faki, of leerlooiers. De laatste twee zijn niet gemeten. Beide stammen van een volk dat leefde in Zuid Ethiopië voor de Galla het veroverde.

De Somaliérs en de Dankalis zijn nauw verbonden met elkaaar en kunnen als een eenheid worden gezien. Hun lichaamsgrootte en de verhoudingen van hun ledematen zijn dezelfde als dat van de Amharas en de Gallas, maar zij hebben veel lichter gebouwde lichamen, hoofden en gezichten Het meeste van hen zouden gecategoriseerd kunnen worden als ectomorphs. Bijna zonder uitzondering is hun huid van een rijke chocolade bruine kleur. Hun haar is zwart en hun ogen zijn donker bruin of zwart. Meer dan een derde heeft golvend haar een enkeling heeft stijl haar. Krullend haar dat in meerdere mate voorkomt onder de Amharas and the Gallas, komt slechts in 6 % van de gevallen voor onder de Somaliérs. .Dit volk opvallend gelijksoortig, zelfs in zo’n mate dat Hiernaux hen als een afzonderlijk ras beschouwde.Men moet hierbij wel in overweging nemen dat de Somaliërs en de Dankalis in woestijn gebied leven onder de zeespiegel, waar de hitte heel intens is en het zonlicht hel, and se luchtvochtigheid heel hoog, terwijl de Amharas en de Gallasop op hoge hoogte leven in koel en bewolkt gebied. Omgevingsfactoren kunnen niet ontkend worden in een vergelijking van deze twee volkeren. Beide zijn hoofdzakelijk kaukasisch maar op een verschillende manier.