koning van Marokko en de generaals van Algerije: de impasse gaat door

Een paar dagen na de dood van de stafchef van Algerije, Ahmed Gaid Salah, werd een van zijn protesten, majoor generaal Said Chengriha , 74, belast met de overgang aan de top van de nationale strijdkrachten van het volk, die een spil van de staat sinds de onafhankelijkheid van het land in 1962.

sahrawi 2016 afp

Sinds het begin van de populaire protestbeweging van 22 februari die bekend staat als hirak , werden alle belangrijke politieke beslissingen genomen door de machtige Gaid Salah , die vaak protestanten toesprak. Te midden van groeiende demonstraties maakte hij een politieke opmaat door een van zijn vrienden, Abdelmadjib Tebboune , naar staatshoofd te duwen .

Tebboune, een oude bondgenoot van Abdelaziz Bouteflika, won het Algerijnse voorzitterschap in de eerste stemronde, na een verkiezing die grotendeels werd geboycot. Hij probeerde onmiddellijk de spanningen te verminderen en riep vorige maand op tot een ‘ politieke dialoog ‘ met de populaire beweging om de crisis van het land op te lossen.

Conflict relaties

Toen ze eenmaal onafhankelijk waren geworden, werden Marokko en Algerije tegenstanders. Hun conflicterende relaties werden gekenmerkt door, onder andere, de Zandoorlog van 1963, die draaide rond een grensgeschil over de Westelijke Sahara.

In een gespannen regionale context is het absoluut noodzakelijk dat de nieuwe president de spanningen met buurlanden, met name Marokko, vermindert. Terwijl het koninkrijk soevereiniteit claimt over de Westelijke Sahara, pleit het Polisario-front – een gewapende politieke beweging die een einde wil maken aan de Marokkaanse aanwezigheid en ondersteund door Algerijnse generaals – voor onafhankelijkheid van het Sahrawi-volk.

Nu, met een pro-Polisario frontcommandant die de leiding heeft over het leger, is het conflict in de Westelijke Sahara doodgelopen

Maar de benoeming van Chengriha als stafchef van het leger stelt Tebboune voor een dilemma over hoe de sociale vrede kan worden hersteld, terwijl ze weerstand bieden aan de druk van militaire functionarissen die de protesten willen onderdrukken.

Tijdens militaire oefeningen in 2016 steunde Chengriha het Sahrawi-volk tegen de “tirannie van het Marokkaanse regime”. Nu, met een pro-Polisario frontcommandant die de leiding heeft over het leger, is het conflict in de Westelijke Sahara doodgelopen. Dankzij de steun van het Algerijnse leger heeft Polisario volgens Rabat zijn provocaties tegen Marokko voortgezet.

Als teken van goede wil feliciteerde de Marokkaanse koning Mohammed VI Tebboune met zijn recente verkiezingsoverwinning en herhaalde hij zijn eerdere uitnodiging om “een nieuwe pagina te openen in de relatie tussen onze twee buurlanden, op basis van wederzijds vertrouwen en constructieve dialoog”.

Militair arsenaal

Gezien vanuit Algiers staat normalisatie met Marokko echter niet op de agenda. Ondertussen versterkt het regime van Mohammed VI zijn militaire arsenaal om de Algerijnse dreiging het hoofd te bieden.

In 2016 was Algerije de vijfde grootste importeur van wapens ter wereld, volgens het Stockholm International Peace Research Institute. Het defensiebudget van Marokko is een fractie van Algerije, waarvan het laatste $ 10 miljard heeft bereikt . Het Marokkaanse regime probeert aldus de militaire macht van Algerije te compenseren, terwijl het totale controle over de Koninklijke Marokkaanse strijdkrachten behoudt.

In tegenstelling tot het Algerijnse regime, dat wordt geconfronteerd met een grote en vastberaden populaire protestbeweging, speelt Marokko de cosmetische democratiseringskaart, gecombineerd met een compromisloos nationaal veiligheidsbeleid en propagandacampagnes gericht op de “voorzienige” koning.

De betrekkingen tussen de twee landen kunnen evolueren in drie mogelijke richtingen. De eerste zou voortdurende escalatie zijn, leidend tot een open militair conflict dat de regio in chaos zou overspoelen. Geen van de spelers zou er baat bij hebben om een ​​oorlog te beginnen te midden van een economische crisis en zonder nationale eenheid.

Het tweede scenario omvat het oplossen van het Sahara-geschil en het normaliseren van de bilaterale betrekkingen. Dit zou een aanzienlijke de-militarisering en een ingewikkelde politieke formule vereisen die een compromis zou sluiten tussen het Marokkaanse autonomieproject, dat de neiging heeft separatistische claims en het recht van mensen op zelfbeschikking tegen te gaan.

Het derde scenario zou de status quo zijn, het handhaven van de koude oorlog tussen Rabat en Algiers, en een impasse in onderhandelingen tussen Marokko en het Polisario-front.

Ga terug naar de status quo

De status-quo-hypothese zou zelf kunnen ontaarden in een escalatie van diplomatieke problemen, wat zou kunnen leiden tot een militaire confrontatie.

Dat scenario hangt af van het vermogen van het Algerijnse leger om de volksprotesten tegen te gaan. Als demonstranten erin slagen de generaals te weerstaan ​​en een democratisch gekozen president op te leggen, zou het Polisario Front waarschijnlijk gedwongen zijn militair te handelen, zonder de historische steun van het Algerijnse leger. Op dat moment zou er een escalatie van geweld aan beide kanten kunnen zijn die het vredesproces dat in 1991 is gestart, kan ondermijnen.

Anders, als Algerijnse generaals zich verzetten tegen de populaire drang naar democratisering door Tebboune te steunen in zijn “pacificatie” -beleid, kan er een terugkeer zijn naar de status-quo uit het Bouteflika-tijdperk.

De confrontatie tussen Mohammed VI en de Algerijnse generaals zou dan twee landen en volkeren blijven scheuren die natuurlijke bondgenoten zijn, maar die door autoritaire regimes zijn gegijzeld.

Twee signalen die aangeven dat de verkiezingen van 2021 in Marokko een formaliteit zullen zijn

Door: Said Adargal

De aanstaande verkiezingen van 2021 in Marokko zullen hoogstwaarschijnlijk niet worden gewonnen door één van de volgende politieke partijen: de Partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling(Alaadala wa Tanmia), de partij van de Onafhankelijken (Alahrar) en/of de partij van Onafhankelijkheid(Alistiklal). Daarom zal de volgende premier niet door één van deze partijen geleverd worden en hij zal ook niet uit de kring rond deze partijen voortkomen.
De regering zal hoogstwaarschijnlijk worden geleid door een technocraat en naar mijn mening wordt dat wellicht Chakib Benmoussa.

Er zijn twee sterke signalen die erop wijzen dat de regering niet meer gevormd zal worden door deze partijen. Het eerste signaal is een recent regeringsamendement dat ervoor zorgde dat een aantal technocraten tot minster werden benoemd, en het tweede signaal is de vorming van de Commissie Ontwikkelingsmodel, geleid door Chakib Benmoussa, de voormalige minister van Binnenlandse Zaken.

Deze commissie die voorgezeten wordt door Chakib Benmoussa, een vertrouweling van de koning, vormt een soort miniregering, die een voorbode vormt van hoe de volgende regering in 2021 gaat worden gevormd.

Een andere factor die in deze richting wijst is de zwakte van de huidige partijen waardoor zij niet meer van betekenis zijn en overbodig geworden. Sommige partijen zijn verzwakt en ander zijn belegerd, en de rest van de partijen zijn vleugellam. Zoals het geval is met de partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling(Alaadala wa Tanmia). Het welbewust verzwakken van de positie van de politieke partijen is een proces dat al enige tijd gaande is. De media speelt hierin een duidelijke rol en wijst keer op keer op de zwakke positie van deze partijen en promoot tegelijkertijd een nieuwe regering die gevormd zou moeten worden na de volgende verkiezingen. Naar mijn mening zal deze regering nutteloos zijn.

Volgens de wet in Marokko kan men  weldegelijk van zijn Marokkaanse nationaliteit af, maar de koning dictator zelf belemmert deze wet!

Een groep Nederlandse Marokkanen schreef dit jaar een manifest tegen hun opgelegde Marokkaanse nationaliteit. Daar was veel aandacht voor, in de media en in de politiek. Er zijn Kamervragen over gesteld. Zelf ben ik een Nederlandse Berber, geboren in Marokko. Ik heb er alles aan gedaan om van mijn Marokkaanse nationaliteit af te komen. Door mijn kritiek op het Marokkaanse regime ben ik ook in Nederland bedreigd door de Marokkaanse geheime dienst. Ik heb er alles aan gedaan om van mijn Marokkaanse nationaliteit af te komen. Ook bij de Nederlandse autoriteiten. Maar steeds weer wordt hier herhaald dat Nederland nu eenmaal de Marokkaanse wet niet kan veranderen. Jeroen Pauw merkte dat onlangs weer op in zijn programma. De Kamerleden Paternotte (d66) en Karabulut (SP) zeiden het, maar ook oud-hoogleraar migratierecht Ulli d’Oliveira, die toch echt beter zou moeten weten. Steeds weer hoor je: ‘Het mag niet van Marokko, dus het kan niet.’

Maar het kan wel!

De wetgeving over het ontheffen van de Marokkaanse nationaliteit is te vinden in de Code de la Nationalité van het Marokkaanse ministerie van justitie. Daarin worden ‘gevallen van verlies van de Marokkaanse nationaliteit’ opgesomd. Ook de weg ernaartoe wordt door de Marokkaanse overheid aangegeven. De Nederlandse (of Belgische, Franse enz) Marokkaan die afstand wil nemen van zijn Marokkaanse nationaliteit, moet een aanvraag indienen bij het Marokkaanse ministerie van justitie. Hij of zij moet daarbij bewijzen dat hij een tweede nationaliteit heeft, een geboorte akte overleggen, een kopie van de Marokkaanse identiteitskaart, een kopie van het Marokkaanse paspoort en de motivatie. De minister van justitie moet binnen een jaar antwoord geven.

Er staan in de Code de la Nationalité hele precieze regelingen. Een Marokkaan die in ‘buitenlandse overheidsdienst’ werkt, dus burgemeesters als Aboutaleb, Marcouch, of Kamervoorzitters als Arib, kunnen de Marokkaanse nationaliteit zelfs ongevraagd ontnomen worden door Marokko: ‘De Marokkaan die, terwijl hij meer dan zes maanden nadat hem het bevel is gegeven door de Marokkaanse regering om van deze positie af te zien, nog steeds werkzaam is in de publieke sector van een buitenlands land of in een buitenlands leger.’ Ook kan een kind van een Marokkaanse moeder die buiten Marokko met een niet- Marokkaanse man is getrouwd, het verzoek indienen voor het ‘verlies van de Marokkaanse nationaliteit.’ Ook de moeder mag zo’n verzoek voor haar kind indienen.

Maar bij de Code de la Nationalité zit er een addertje onder het gras. Want wat staat er ook? Dit ‘verlies’ van de Marokkaanse nationaliteit mag alleen plaats vinden ‘per decreet van de koning.’ De koning persoonlijk moet je dus vrijlaten. Net zoals hij misdadigers gratie geeft als dat hem zo uit komt. In Marokko staat de koning, als ‘commandant van de gelovigen’ altijd boven de wet. Onlangs liet hij bijvoorbeeld zomaar een meervoudige pedofiele moordenaar vrij die nog maar net was veroordeeld. Je kunt er geen peil op trekken.

Mohammed VI lijkt voor de gemiddelde Europeaan misschien een liberale koning, maar in werkelijkheid is hij een dictator. Hij benoemt kabinetten en ontbindt ze weer. Geen minister heeft iets te vertellen, de informele machtkring rondom hem alles.

En zo gaat het ook bij het ‘verlies’ van de Marokkaanse nationaliteit. De minister van justitie is slechts een marionet. De Secretaris Generaal is op het ministerie degene met de echte macht, voor lange tijd benoemd door de koning zelf. De koning is bovendien de voorzitter van de Hoge Raad van Justitie. Iedereen is bang voor de koning. Dus niemand durft hem het slechte nieuws te brengen dat een Marokkaanse Nederlander van zijn Marokkaanse nationaliteit af wil. De koning zal in de praktijk zijn decreet nooit uit hoeven te spreken, omdat het bericht hem domweg niet bereikt.

Maar er zitten twee kanten aan die absolute macht van de koning. De schatrijke Mohammed VI, die zijn arme land in een economische greep houdt, is geheel afhankelijk van de EU. Als Nederland, of de EU dit echt willen kan het hem dus afgedwongen worden om ‘zijn’ Marokkanen in Europa vrij te laten. Daarvoor moet er dan wel meer gebeuren dan alleen diplomatisch overleg. De koning moet onder druk gezet worden. Onder druk wordt alles vloeibaar. Ook een potentaat.

 

In Marokko wordt het doen van afstand in de praktijk niet geaccepteerd.’

Die formulering is interessant. Er staat niet dat het juridisch niet mogelijk is om van je Marokkaanse nationaliteit af te komen. Er staat dat het in de praktijk niet wordt geaccepteerd. Dat is dus iets anders. En zo is het ook. De Marokkaanse wet biedt weldegelijk mogelijkheid om van je Marokkaanse nationaliteit af te komen.  Die mogelijkheid is te vinden in de zogeheten Code de la Nationalité, https://www.refworld.org/pdfid/501fc9822.pdf  het ‘wetboek van de nationaliteit’ van het Ministère de La Justicie et des Libertés, het Marokkaanse Ministerie van Justitie. In hoofdstuk IV, artikel 19 wordt daarin gesproken over de  Cas de Perte de La Nationalité et de la Dechyeance, de ‘gevallen van verlies van de Marokkaanse nationaliteit.’

Punt 1: 

‘le Marocain majeur qui a acquis volontairement à l’étranger une nationalité étrangère et est autorisé par décret à renoncer à la nationalité marocaine;

Met andere woorden:

‘De Marokkaanse meerderjarige die op vrijwillige basis een buitenlandse nationaliteit heeft verkregen heeft bij decreet het recht om af te zien van de Marokkaanse nationaliteit.’ Iedere volwassen Marokkaan met een dubbele nationaliteit heeft dus in principe het recht om afstand te doen van de Marokkaanse nationaliteit. Maar er zit een addertje onder het gras, want er staat bij; ‘per decreet.’ Dat betekent: Na een uitspraak van de koning. Als de koning geen goedkeuring geeft, gaat het niet door.  Dat maakt het lastig, maar kan het ook eenvoudiger maken. Er is geen wetsverandering nodig. Een uitspraak van de koning is voldoende. Dezelfde koning die massaal gratie verleent aan misdadigers in de gevangenis als dit hem zo uitkomt. Dezelfde koning ook, die gevoelig kan zijn voor druk uit Nederland, of uit de EU, de handelspartner waarvan hij volledig afhankelijk is.

Artikel 19 behandelt ook andere gevallen van het ‘verlies van de Marokkaanse nationaliteit.’  Bijvoorbeeld bij minderjarigen.

In regel 2 wordt genoemd:

‘Le Marocain, même mineur, qui ayant une nationalité étrangère d’origine est autorisé par décret à renoncer à la nationalité marocaine;’

Dus: ‘De vergelijkbare minderjarige Marokkaan, die een buitenlandse nationaliteit bezit,  heeft bij decreet het recht om af te zien van de Marokkaanse nationaliteit.’ Ook een Marokkaanse vrouw die met een buitenlander trouwt, kan per decreet van de koning, nog voor ze getrouwd is, haar Marokkaanse nationaliteit kwijtraken.

‘la femme marocaine qui épousant un étranger, acquiert, du fait de son mariage, la nationalité du mari et a été autorisée par décret préalablement à la conclusion du mariage, à renoncer à la nationalité marocaine;’

In vertaling:

‘De Marokkaanse vrouw die als ze met een buitenlander trouwt, en vanwege dat feit de nationaliteit van haar echtgenoot verkrijgt en per decreet de vergunning heeft gekregen voorafgaande aan de huwelijksvoltrekking, om af te zien van haar Marokkaanse nationaliteit.’  Interessant is ook dat het in het Marokkaanse recht als een probleem gezien kan worden wanneer een Marokkaan met een andere nationaliteit een publieke functie heeft, of in dienst is bij een buitenlands leger. In dit dat geval kan de Marokkaanse regering het bevel geven dat deze Marokkaans zich moet terugtrekken uit deze functie, en als hij dit na een half jaar nog niet heeft gedaan, verliest hij of zij zijn Marokkaanse nationaliteit. Dat zou dus kunnen gebeuren bij Marokkaanse burgemeesters in Nederland, een Marokkaanse Kamervoorzitter of een Marokkaan in het Nederlandse leger.

Dit staat er letterlijk in de Code de la Nationalité:

‘Le Marocain qui, remplissant une mission ou occupant un emploi dans un service public d’un Etat étranger ou dans une armée étrangère, le conserve plus de six mois après l’injonction qui lui aura été faite par le gouvernement marocain de le résigner, lorsque ladite mission ou emploi est contraire à l’intérêt national.’

In vertaling:

‘De Marokkaan die, terwijl hij meer dan zes maanden nadat hem het bevel is gegeven door de Marokkaanse regering om van deze positie af te zien, nog steeds werkzaam is in de publieke sector van een buitenlands land of in een buitenlands leger.’ Speciale regelingen bestaan er in het Marokkaanse ‘wetboek van de nationaliteit’ ook in het geval van kinderen die in het buitenland geboren zijn. Dat wil zeggen als de vader een buitenlandse nationaliteit heeft en de moeder een Marokkaanse nationaliteit. Want zelfs bij een gemengd huwelijk beschouwt de Marokkaanse koning de kinderen uit dat huwelijk automatisch als kinderen met de Marokkaanse nationaliteit. En hun kinderen ook weer. Enzovoort. Marokkaan blijf je, als het aan de koning ligt, van generatie op generatie, tot in alle eeuwigheid.  Daar kan in sommige gevallen wel iets aan gedaan worden. Het kind van een Marokkaanse moeder kan een verzoek indienen voor het ‘verlies van de Marokkaanse nationaliteit’. Maar dit is wel aan speciale voorwaarden verbonden.

Er staat dan: ‘L’enfant issu d’un mariage mixte et considéré marocain du fait de sa naissance d’une mère marocaine peut exprimer sa volonté de conserver uniquement la nationalité de l’un de ses parents par declaration présentée au ministre de la justice entre sa dix-huitième et sa vingtième année.’

In vertaling: ‘Het kind uit een gemengd huwelijk dat als Marokkaan wordt beschouwd omdat het een Marokkaanse moeder heeft kan de wens uitspreken alleen de nationaliteit van één van de ouders te behouden door een verklaring af te leggen aan het Ministerie van Justitie tussen het 18e en 20e levensjaar.’ Ook de moeder kan zo’n verzoek indienen:

‘La mère marocaine d’un enfant issu d’un mariage mixte, considéré marocain du fait de sa naissance d’une mère marocaine peut, avant la majorité de l’enfant, exprimer, par déclaration présentée au ministre de la justice, sa volonté pour que celui-ci conserve la nationalité de l’un de ses parents.’

In het Nederlands: De Marokkaanse moeder van een kind uit een gemengd huwelijk, dat beschouwd wordt als Marokkaans vanwege het feit dat de moeder Marokkaans is, kan, vóór dat het kind meerderjarig is, haar wens tot uitdrukken brengen bij het Ministerie van Justitie dat deze de nationaliteit van een van de ouders krijgt. Maar vervolgens kan het kind die wens van zijn of haar Marokkaanse moeder weer ongedaan maken. Werkelijk alles doet de Marokkaanse wet er dus aan om zoveel mogelijk migrantenkinderen ‘binnenboord’ te houden:

‘L’intéressé peut demander de renoncer à la déclaration de sa mère aux fins de conserver la nationalité de l’un de ses parents et ce, par déclaration présentée au ministre de la justice entre sa dix-huitième et sa vingtième année. La conservation de la nationalité prend effet à compter de la date de la déclaration présentée valablement par l’intéressé ou par sa mère.’

Oftewel: ‘De belanghebbende kan vragen af te zien van de verklaring van de moeder ten behoeve van het behouden van de nationaliteit van een van de ouders in een verklaring aan het Ministerie van justitie tussen het 18e en 20e levensjaar. Het bewaren van de nationaliteit treedt in werking met als datum de verklaring die eerder door het kind of door de moeder is gedaan.’

Ali Lahrouchi

Filmpremière: Khamis 1984

Khamis 1984 is een Riffijnse film die geschreven en geregisseerd is door Mohamed Bouzaggou. De politieke dynamieken in de Rif krijgen de laatste jaren meer aandacht. Onlangs verscheen bijvoorbeeld het boek ‘het verdriet van de Rif’. Vandaag deze Riffijnse film over de ‘broodopstanden’ die in januari 1984 losbarstte in Nador.

De film is een gedurfde thema. Bouzaggou kiest voor een realistische benadering, die bij vele in de zaal hard aangekomen is. De film zal aanvoelen als een zware teleurstelling of een belediging. De makers gaan taboes en schijnheiligheid openlijk te lijf doormiddel van zwarte komedie. De film is te confronterend. Dit was na de film duidelijk te horen in de Q&A-sessie!

1984: Een gebeurtenis zoals velen die het politiek geheugen en leven van de Riffijnen vorm hebben geven. De herinneringen aan 1984 zijn voor vele Riffijnen nog uiterst levendig, maar voor de huidige generatie nagenoeg onbekend.

In 1984 breken er in de Rif en in Marokko studentenprotesten tegen opgelegde besparingen van het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Deze sancties van het IMF leidde tot de verhoging van de eerste levensmiddelen, zoals suiker, olie en brood. Plus de kostenverhoging van het onderwijs.

Sancties veroorzaakt door dictator en moordenaar Hassan II. Hij zadelde het land op met een oorlog tegen buurland West-Sahara in 1975. De kosten van het inpikken van dit land liepen op tot ca. $3 miljoen per dag.

Onder de demonstranten vielen er tientallen doden. De rioolkanalen van het land propageren en houdt het op 16 doden en 37 gewonden, waaronder vijf leden van de order troepen. Naast Nador valen ook vele doden elders in de Rif. Jaren later op 28 april 2008 werd er per toeval een massagraf ontdekt in de buurt van een militaire kazerne net buiten Nador.

De film neemt ons mee naar de nacht van 19 januari 1984, waarop deze tragische gebeurtenissen plaatsvonden. Wanneer er plots gewonde studenten aankloppen en toevlucht zoeken in het huis van de hoofdpersonage.

Helaas en logischerwijs gaat de film niet dieper in op de oorzaken van de ‘broodopstand’ en de impact hiervan op het volk. Kunst is altijd onderhevig aan politieke, economische en ideologische invloeden. De Marokkaanse propaganda machine beperkt zich niet alleen tot de media, maar ook film en liederen worden gebruikt of onder druk gezet, in het tot stand brengen van een nieuwe werkelijkheid. Het schreeuwen van de een, mag nooit leiden tot het niet gehoord worden van de ander.

60319415 1045132792362638 3437825096553594880 n 1
Kamal-Jamal Majjouti

Naïef en goedgelovig zijn degenen die denken dat een oplossing kan komen vanuit Rabat

Naïef en goedgelovig zijn degenen die denken dat een oplossing kan komen vanuit Rabat. Men zou denken dat een bevolking die al zo lang zozeer te lijden heeft onder een regime, dat deze dit ook zou inzien.

Sinds het jaar 56 van de vorige eeuw heeft Marokko de kans gehad om de Rif te ontwikkelen, een investeringsbeleid te hanteren en de sociaal-economische en culturele vraagstukken aan te pakken. Hierin is het faliekant gefaald en verwijst het zichzelf naar de categorie “failed state”.

Het establishment in dat land heeft zich zodanig georganiseerd dat het onmogelijk is dat het de belangen van Riffijns kiesvee zal behartigen.
Het staat in hun DNA geschreven dat de belangen van de elite altijd boven die van het Riffijns kiesvee zal gaan.

De Rif zal dan ook altijd fungeren als melkkoe, en de Riffijn (tweederangsburger) zal gepaaid worden met goedkope beloftes die nooit ingelost zullen worden.

Het charmeoffensief van politici richting de Rif is verder zo doorzichtig dat het een afbreuk doet aan het Riffijns intellect. Onbegrijpelijk hoe sommigen van ons deze wolven in schaapskleren legitimiteit geven door met ze in overleg te gaan, respect betuigen en ze de hemel in prijzen terwijl deze bloedzuigers deel van het probleem zijn.

De vergelijking van Rabat als een parasiet die teert op het lichaam van haar Riffijnse gastheer is treffend en strookt dan ook met de werkelijkheid.

Kan Marokko op zijn scholen overgaan op lesgeven in het Engels?

Het Marokkaanse parlement heeft een controversieel nieuw wetsvoorstel aangenomen om het onderwijssysteem te hervormen. De nieuwe wet heeft een politieke crisis veroorzaakt, als gevolg van een nieuw taalbeleid genaamd “taalkundige afwisseling”, de lastige verschuiving naar het onderwijzen van wetenschappelijke en technische cursussen in vreemde talen in plaats van het standaard Arabisch . 

Verdere onthullingen over de inhoud van het wetsvoorstel laten zien dat Frans inderdaad meer op scholen zal worden gebruikt, maar dat ook Engels terrein heeft gewonnen op de scholen van het koninkrijk.

Het vervangen van standaard Arabisch bij het onderwijzen van wetenschappelijke cursussen maakte veel leden van de regerende Justice and Development Party ( PJD ), een conservatieve islamitische politieke partij , woedend . Het wetsvoorstel heeft zelfs de hele coalitieregering op het spel gezet. 

De meest prominente figuur tegen het wetsvoorstel is de voormalige premier Abdelilllah Benkirane, die nog steeds een invloedrijk element is binnen de islamitische beweging. Ondanks talloze pogingen heeft Benkirane de partij er niet van overtuigd de nieuwe wetgeving te blokkeren.

Het is duidelijk dat het nieuwste beleid een overwinning is voor de economische en culturele dominantie van het Frans in Marokko, omdat de meeste wetenschapscursussen in het Frans zullen worden gegeven. Conservatieven zeggen dat het een bedreiging is voor de Marokkaanse ‘Arabo-islamitische’ identiteit. 

Maar de kwestie van de relevantie van het Engels in Marokko wordt nog steeds besproken.

In feite benadrukt de tekst van het wetsvoorstel het belang van “vreemde talen” bij het onderwijzen van wetenschappelijke en technische cursussen. Misschien zullen andere wetten of uitvoeringsbesluiten meer verduidelijken. 

Toch is Engels in dit stuk wetgeving expliciet vereist als verplichte cursus voor beroepsopleidingen en universiteiten. Bovendien is er ruimte voor universitaire diploma’s die volledig in het Engels worden gegeven, omdat professoren en onderzoekers Engels als essentieel element in hun werk moeten beheersen.

Het wetsvoorstel heeft een optimistisch doel gesteld dat een student met een baccalaureaat – het diploma dat de middelbare school afrondt – standaard Arabisch en Amazigh (Berber) moet beheersen als de twee officiële talen, naast Frans en Engels. 

Het doel van de nieuwe wet is duidelijk moeilijk te bereiken, rekening houdend met de catastrofale situatie van het onderwijssysteem.

De Marokkaanse hogere raad van onderwijs, een adviesorgaan dat de overheid adviseert op het gebied van onderwijs, publiceerde in 2007 een aanbeveling om het onderwijssysteem te hervormen in termen van de onderwijstaal. “Kiezen voor een gematigde tweetaligheid; inderdaad, in de huidige situatie van hulpbronnen is het voor het Marokkaanse openbare onderwijssysteem moeilijk of onmogelijk om een ​​meesterschap in de taal te doen alsof. ”

Het is dus duidelijk dat de uiteindelijke beslissing om voor meertaligheid te kiezen een politieke is. Er zijn verschillende oorzaken om op te merken. Ten eerste is Marokko een voormalige Franse kolonie; Frans wordt veel gesproken onder opgeleide mensen; en culturele banden worden onderhouden door een groot netwerk van Franse culturele centra. 

Ten tweede waren de directe investeringen van Frankrijk goed voor 28% van de buitenlandse investeringen in Marokko in 2018. Ten derde is Frankrijk een langlopende bondgenoot van Marokko met een speciale relatie op gebieden als veiligheid. Deze feiten kunnen niet op korte termijn worden gewijzigd.

Marokko wil zijn positie in de wereld en binnen Afrika echter versterken. 

Op zoek naar nieuwe markten en meer banen krijgen voor het groeiende aantal jonge afgestudeerden is een dringende zaak voor het land. Overheidsfunctionarissen zijn zich bewust van het belang van personeel dat is opgeleid om in het Engels te communiceren om buitenlandse investeringen te stimuleren en de particuliere sector in Afrikaanse landen te vergroten.

De nieuwste herschikking van de regering in oktober 2019 is een ander voorbeeld van hoe Engels prominenter zal worden, zeker op het niveau van het hoger onderwijs. 

Driss Ouaouicha, de nieuw benoemde minister van hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, is gepromoveerd in de taalkunde aan de Universiteit van Texas en studeerde onderwijstalen aan de Universiteit van Wales in het VK. 

Naast zijn vele bezigheden bekleedt Ouaouicha de functie van secretaris-generaal van de Marokkaans-Britse samenleving, een instelling voor culturele, academische en economische uitwisseling. Hij was ook de president van Akhawayn University in Ifrane, dat eigenlijk een Engelstalige universiteit is.

Voor de huidige situatie in Marokko is er geen perfecte keuze qua taalbeleid. Op korte termijn is het onderwijssysteem snel verbonden met de Franse taal. Maar het land gaat langzaam de voorkeur geven aan het Engels.