Toon uw solidariteit

Door: Fouad el Haji

De volksopstanden in Noord Afrika houden de gemoederen ook in Europa flink bezig. Niet alleen omdat Europa op tal van manieren verwant is met Noord Afrika. Economisch, sociaal en geopolitiek, maar vooral door de aanwezigheid van miljoenen Europese burgers van Noord Afrikaanse origine. Niet voor niks is de volksopstand in deze gemeenschappen, de Marokkaanse Nederlandse gemeenschap in het bijzonder, van meet af aan het gesprek van de dag geweest. Dit is te merken aan de topics op sociale media, maar ook aan de vele demonstraties in Amsterdam, Rotterdam en Brussel, om maar te zwijgen over het aantal kleinere bijeenkomsten en thema-avonden.
Het is waar: In het laatste decenium is sinds de komst van Koning Mohamed VI, een aantal economiche, culturele en sociale ontwikkelingen doorgevoerd. Maar Marokko is geen democratisch land want de Koning trekt nog aan alle touwtjes en stelt zichzelf buiten de grondwet. Dit vindt ook de 20 februari beweging in Marokko, een initiatief van jonge Marokkanen. Daarom gaan mensen in diverse Marokkaanse steden massaal de straat op om voor democratische rechten te strijden. De autoriteiten doen er alles aan om dit protest in de kiem te smoren, maar tevergeefs.
Als Marokkaanse Nederlanders moeten we deze strijd toejuichen en de 20 februaribeweging steunen. Waar mogelijk moeten we steun zoeken bij alle Nederlanders. Het is goed om te zien dat de steun voor de 20 februari beweging in Marokko en ver daarbuiten nog steeds groeit en dat het verzet steeds grotere vormen begint aan te nemen. De strijd van de 20 februaribeweging is ook onze strijd. We kunnen bovendien meer bereiken dan we denken. Naast morele en materiele steun, kunnen we mensen mobiliseren via verschillende media, discussiefora, door het organiseren van demonstraties en discussie-avonden. Maar ook door ons te mengen in het publieke debat en het organiseren van politieke druk. We moeten namelijk niet vergeten dat dit een punt in de geschiedenis is waar miljoenen mensen al heel lang op wachten.
In de Arabische landen waar al maandenlang een roep om verandering klinkt en waar mensen massaal de straat op gaan om hun democratische eisen kracht bij te zetten, staan mensen voor de keus om hetzij voor de oude duivel en zijn verleidingstrucs te vallen, hetzij onverminderd aan hun eisen vast te houden zoals een parlementaire monarchie, erkenning van het Tamazight als officiële taal en einde aan nepotisme. Al naar gelang hun keus, zullen zij hier later de vruchten van plukken. Marokkanen plukken namelijk al zestig jaar lang de wrange vruchten van het fopspeenakkoord van Aix-les-Bains, waar in 1956 over de onafhankelijkheid van Marokko werd onderhandeld , om maar te zwijgen over het Dieven-in-de-Nacht-akkoord van 1912 waarbij Marokko een zogenaamde protectoraat van Frankrijk werd.
Maar helaas valt deze halfslachtige houding ook nu weer onder Marokkaanse Nederlanders waar te nemen. Ook nu zien we mensen die onomwonden kiezen voor de strijd voor democratie enerzijds en mensen die wel zeggen voor democratie op te komen maar de kans op een kantoorbaan in Rabat liever intakt willen houden. Zij zitten op het vinkentouw, zoals ze laatst in Amsterdam deden toen ze massaal op audientie in Slotervaart gingen bij de Marokkaanse minister Ameur die nota bene de vloer met ze aanveegde.
Tegen hen zeg ik: Wees nu een keer geen opportunist en geen dief in de nacht en strijd mee voor menselijke waardigheid. En als dat kennelijk teveel gevraagd is, doe me dan een lol en wees geen sta in de weg.

Onvoltooid verlangen

Door: Fouad el Haji

De tand des tijds is slechts een enkeling van ons goed gezind en Yasmine mag zich wat dat betreft ook niet in een uitzonderingspositie verheugen. Jammer, want de Yasmine van weleer, dat wil zeggen zoals ik haar kende in de beginjaren negentig, was zonder overdrijven het prototype van de mooie vrouw zoals Onze Lieve Heer ze bedoeld heeft. Une femme hors categorie, zeggen francofielen. Maar hoe menselijk, Yasmine had naast vele uitzonderlijke kwaliteiten, ook zwakheden. Ze was behalve uitzonderlijk mooi, intelligent en sociaal, ook slecht in staat om alleen te zijn.

Ik leerde haar kennen als barjuffrouw in het Roosendaalse Cabaret Las Palmas. Het Cabaret, waar Imam Ali de leiding had, deed voor ons dienst als welkom pauzenummer bij onze nachtelijke uitstapjes van Rotterdam naar Antwerpen, Brussel en zelfs naar Lille. Maar in die nachtelijke uitstapjes dus, leerde ik Yasmine kennen. Vaak stond ze achter de bar, maar het kwam ook voor dat ze geen dienst had en dan reed ze mee de nacht in, op zoek naar gezelschap, aandacht en geluk. Net datgene waar we allemaal naar op zoek waren en zijn.

Het laatste dat ik me van Yasmine herinner is dat ik bij haar aan de bar onwel werd en zo snel mogelijk op zoek ging naar een toilet. Nu ja, ik herinner me ook dat ik uren later in een vreemd huis wakker werd, maar Yasmine heb ik daarna nooit meer gezien.
Ik heb me in de jaren daarna vaak afgevraagd hoe het met haar en haar trauma zou zijn. Een trauma dat ze had overgehouden aan de studentenrellen van Fès begin negentiger jaren, waar haar eerste, enige en naar eigen zeggen laatste liefde, s nachts in de wijk Ben Souda werd opgepakt om daarna nooit meer het daglicht te zien. Althans, niet dat ze weet.
Maar trauma of niet, ook Yasmine moet vooruit kijken. Zij had nu haar zinnen gezet op een carrière als actrice. Hoe zou het haar zijn vergaan?
Het antwoord op mijn vragen liet jaren lang op zich wachten. Afgelopen weekend trof ik Yasmine, samen met een vriendin aan in een Scheveningse nachtclub. Het was na middernacht. De hernieuwde kennismaking verliep aanvankelijk wat stroef, maar naar mate de herinneringen terugkwamen – waar een paar drankjes al niet goed voor zijn – kwamen we beter in onze rol.
Yasmine is duidelijk ouder geworden. Je ziet het duidelijk aan haar af. Nu is de laatste keer dat ik haar zag ook een mensenleven geleden, maar toch, het doet iets met je.

Yasmine vertelt dat ze getrouwd is, dat ze een dochter van acht en een zoon van vijf heeft.
Ik probeer uitbundig te reageren en te zeggen hoe geweldig ik het vind dat ze de sense de la famille heeft ontdekt en een gezin heeft gesticht. Je bent een Marokkaan of je bent het niet, niet waar? Maar terwijl ik dat onder woorden probeer te brengen, besef ik dat haar stem opeens anders klinkt, beetje mat, beetje van waarom moeten we het eeuwig over familiegedoe hebben.

Als ik nog een rondje besteld heb en zij een sigaret heeft opgestoken, maakt ze haar verhaal af. Jasmine mag dan getrouwd zijn, maar haar man zit al twee jaar in een Spaanse gevangenis wegens drugsmokkel en voorlopig komt hij er nog niet uit. In het begin zocht ze hem af en toe op, maar nu niet meer. ‘Wie laat nu wie in de steek?’, wil ze maar zeggen. De kinderen liggen thuis te slapen en Jasmine troost zich met de gedachte dat ze groot genoeg zijn om het zonder mama te redden. Bovendien heeft haar dochter van acht, de oudste, een mobiele telefoon zodat ze haar moeder kan bellen als er wat is, maar eigenlijk komt dat nooit voor, behalve die ene keer dat ze geen beltegoed had.
Vroeger kwam oma weleens een nachtje logeren, maar sinds oma is overleden, slapen de kinderen alleen. Jasmine doet wel eerst de deur op slot voor dat ze haar nachtleven herneemt. Zo was het vroeger en zo is het nog steeds.

En zo is het al diep in de nacht als onze taxi ons van Den Haag naar Rotterdam rijdt, na een nacht vol nostalgische herinneringen, onvoltooide perspectieven en pijnlijke bespiegelingen.

Marokko-Algerije: 4000 zitplaatsen voor Algerijnse fans

Marokko heeft 4000-seats gereserveerd in het Mohammed V Stadion te Casablanca voor de Algerijnse supporters tijdens de wedstrijd Marokko-Algerije op 4 juni e.k..

Dit aantal seats werd toegekend door de Koninklijke Marokkaanse voetbalbond (FRMF) en is identiek aan het aantal dat de Marokkaanse fans hadden gekregen tijdens de heenwedstrijd Algerije-Marokko in Annaba op 27 maart ll. (1-0).

De tickets zullen verkrijgbaar zijn bij reisbureaus in Marokko. Twee soorten tickets zullen worden verkocht, één met het portret van een Marokkaanse speler, de andere met een Algerijnse speler.

De wedstrijd Marokko-Algerije geldt voor de vierde ronde in de kwalificatie voor de African Cup of Nations 2012, en zal naar alle waarschijnlijkheid uitverkocht zijn, zoals het ook reeds was in het stadium van Annaba

Ministerie roept toerist op tot waakzaamheid in Marokko

Het ministerie van Buitenlandse Zaken adviseert toeristen in Marokko extra waakzaam te zijn op plaatsen waar veel buitenlandse bezoekers komen. Het reisadvies is bijgesteld na de bomaanslag, donderdag 28 april, in Marrakech. Een Nederlandse Djoser-gids was één van de vele slachtoffers. Reisjournalist Mariëtte van Beek werkte lange tijd in Marrakech en schreef een blog over de plek des onheils: ‘In de hoop dat het reizigers naar Noord-Afrika en het Midden-Oosten helpt om zaken in perspectief te blijven zien’.

‘Marrakech. Ik heb er gewoond, gewerkt, geleefd. Het bericht over de bomaanslag in Café Argana kwam gisteren hard aan. Wat een verschrikking. Onmiddellijk familie, vrienden en bekenden met mobiel, via Facebook en Twitter proberen te bereiken. Thank God, alles is goed met ze. Al zijn ze volslagen ontsteld over de gebeurtenis. En in diepe rouw over de slachtoffers’, schrijft Mariëtte van Beek.

Wrang
‘Het beroemde plein waaraan patisserie annex ijssalon Argana gevestigd is, heet Jemaa el-Fna, ‘verzamelplaats van verdoemenis’. De naam was tot 28 april het enige dat nog herinnerde aan dood en verderf, de executies die hier eeuwen geleden plaatsvonden. Op zo’n dramatische dag wanneer onschuldig bloed vloeit, lijkt zelfs de bijnaam van Marrakech, de ‘rode stad’, een wrange statement. En waar bleven de befaamde Zeven Heiligen van Marrakech gisteren eigenlijk? Hadden ze hun posthuum patronagewerk even opgeschort?

Masqué van Marrakech

Door: Fouad el Haji

Marrakech is een rode stad. Dat wil zeggen, de gebouwen zijn er van buiten rood. Deze voormalige Berberhoofdstad is ook een erg mooie stad. Zij oogt ruim, schoon, authentiek, levendig en vooral mooi dus. Marrakech heeft veel mooie tuinen en parken waar je de rozen echt kunt ruiken, en dan heb ik het nog niet eens over de sublieme tuin van Yves Saint Laurent, La Majorelle.

Maar Marrakech is vooral beroemd om het Djema el Fnaa-plein. Een groot plein midden in de stad. Overdag ligt het plein er naakt en verlaten bij. Maar bij het vallen van de avond komt de tovenarij tevoorschijn en verandert het in een mensenmassa. De massa eet, drinkt, koopt, kijkt, lacht, wandelt en komt vooral ogen en oren tekort. Links laat een slangenbezweerder zijn twee slangen voor hem dansen, rechts vertelt een man een sterk verhaal over zijn babyvaraan en baseert daarbij zijn Indianenverhaal op de gespleten tong van de varaan. Verderop vliegen twee elkaar concurrerende waarzegsters elkaar in de haren en moet de naburige Gnawamuzikant tussen beiden komen. Slecht voor de business, lijkt hij te willen zeggen. Tussendoor surveilleert de politie met zwaailichten aan om haar aanwezigheid te benadrukken.

Ook in Marrakech is de politie blijkbaar altijd dichtbij. Achter het Gnawa-orkest trekt een man veel bekijks met zijn egeltjespaar en hun twee melkdrinkende jongen. Hoewel, die jongen lusten helemaal geen melk, maar daar kom je pas achter als je al tien minuten staat te kijken. Vlakbij dansen drie gesluierde Eva’s op opwindende muziek uit het Atlasgebergte, maar als je dichterbij komt, zie je dat er twee Adams tussen zitten. Een van de heren beweert Jasmine uit Casablanca te zijn. “Enchanté, mademoiselle”, zei ik.

Niet ver daarvandaan prijst een man zijn wondermedicijn tegen alle prostaatproblemen zoals snelle ejaculatie, erectieproblemen, vruchtbaarheid, etc. Zijn middel is verder nergens te krijgen, behalve bij de medicijnman vijf meter verderop, en die naast hem, zij het dat de zaadjes nu anders heten.

Natuurlijk zijn er ook orkesten die geen droog brood verdienen, zoals de twee oudere mannen die zich de hele avond lang, werkelijk de longen uit hun lijf op hun fluitjes blazen, maar…daar komt niemand op af.
Wie vooral goed zaken lijken te doen zijn de honderden eettenten op het plein. Noten, speelgoed, bloemen, sieraden, sinaasappelsap, worstjes, verse vis, kebab, kefta, gegrilde schapenkoppen, soep, tajine, couscous, gekookte slakken. Het oogt allemaal heel netjes, schoon en goed geregeld. Voor dit plein gaat geen zee te hoog en, erg goedkoop.

Eerder op de avond was ik op een terras op drie hoog gaan zitten. Van hieruit had ik uitzicht op het plein zelf maar ook op een deel van de stad. Veel buurten in de binnenstad van Marrakech zijn namelijk ommuurd, terwijl sommige muren toch vrij recent zijn opgetrokken, dus ik was benieuwd wat er achter die muren was weggestopt. Niet zelden blijken er armoedige barakken en sloppenbuurten achter die muren te zitten. Bovendien handig voor het stadsbestuur om er armoezaaiers tijdelijk in weg te stoppen wanneer de zoveelste prestigeconferentie de stad aandoet. En zo is deze, althans van buiten rode stad, een stad waar niet alleen de danseressen masqué zijn.

Het duurt tot in de kleine uurtjes eer de mensen hun bedden opzoeken. Ik ben tot drie keer toe naar het plein teruggegaan om te kijken of het al leeg is, om middernacht, om één uur maar pas om half twee in de nacht, begon de mensenmassa zich langzaam uit te dunnen. En dan wordt duidelijk wie er wel een huis heeft om naar toe te gaan en wie de nacht buiten zal moeten slapen. En dan wordt ook duidelijk dat het aantal mensen dat buiten slaapt, groter is dan ik me had voorgesteld, en niet alleen vanwege de hitte in de stad.

Typisch Midi

De Brusselse wijk Midi is een wijk uit duizenden. Elke keer als ik er ben geweest keer ik huiswaarts alsof ik in een ander continent ben geweest. Je hoeft maar een paar minuten te gaan staan in een doorsnee belhuis, of téléboutique zoals ze in Brussel zeggen, en je waant je in Zanzibar of Kampala. Niet zo zeer omdat meer dan een kwart van de Brusselaren onder de armoedegrens leven of door de inrichting van zo’n téléboutique, want die is net zo mistroostig als in Nederland. Maar wel door de types die je naar binnen ziet komen. Het lijkt welhaast een casting agency for funny people, een rariteitenkabinet heet dat in goed Nederlands. Ik mag vaak iets langer in het belhuis blijven staan en een praatje maken met de eigenaar. Hij is mijn neef.
Van intercontinentale echtelijke twisten en dito amoureuze onthullingen tot heuse coming outs, van ordinaire scheldpartijen tot echtscheidingen, je kunt het zo gek niet bedenken of onze belhuismanager ziet ze dagelijks langs komen. Volgens hem is dat heel normaal in een metropool als Brussel met zoveel culturen door elkaar. Het kan volgens hem ook niet anders of ook Nederland kent dit soort taferelen. Ik betwijfel het. Volgens mij doen we er in Nederland liever het zwijgen toe dan onze emoties van de daken te schreeuwen.

Natuurlijk, wie verliefd is op een ander, moet van zijn hart vooral geen moordkuil maken. En wie z’n oren de kost geeft, hoort ook wel eens wat, zoals ik een paar weken geleden in de trein van Rotterdam naar Amsterdam meemaakte. Op de bank achter mij zaten twee Marokkaanse jongens alvast te dromen van wat die avond hen zou brengen. Zegt de ene jongen tegen de ander: `Vanavond beleef je extacy met deze Meknesi.’ De twee jongens waren op dat moment voor elkaar bestemd, zoveel was duidelijk.
Maar waarom ze in plaats van Rotterdam juist Amsterdam hadden uitgekozen om de nacht door te brengen, is iets wat je wel vaker ziet onder vooral moslimmeiden. Je ziet dat meiden nadrukkelijk in een andere stad gaan stappen dan de stad waar ze wonen. Ze doen dit om te ontsnappen aan sociale controle, om geen jaloerse neven en vervelende jongens uit de eigen buurt tegen het lijf te lopen, enzovoorts. Vooral op vrijdag- en zaterdagavond komt een ongekende uitgaanscarrousel op gang waarbij Amsterdamse meiden in Eindhoven gaan stappen, Rotterdamse meiden de trein naar Amsterdam nemen Brabantse moslimmeiden zich het nachtelijk vertier van Vlaanderen laten smaken.
In België is dit trouwens niet anders. Ook daar ruilen de moslimmeiden uit Antwerpen in het weekend van stad met die uit Brussel. Of dit slim is, valt te betwijfelen. Het probleem is namelijk dat de jongens daar hetzelfde doen. Ook zij gaan van Brussel naar Antwerpen en visa versa. Onder hen zitten behalve Meknesi’s die op zoek zijn naar extacy, ook broers, jaloerse neven en andere vervelende jongens uit de buurt. Het gaat ook weleens fout.

Ik bleef een keer bij m’n neef in Midi slapen. Hij woont aan de drukke Stalingradstraat. Het was al diep in de nacht toen ik bruut werd gewekt door een vechtpartij vlak voor ons huis. Daar werd een jongen in elkaar geslagen omdat hij tijdens het stappen in Antwerpen het in z’n hoofd had gehaald om iets tegen een Marokkaans meisje te zeggen in het bijzijn van zo’n jaloerse neef van haar. Hij sloeg met z’n auto op de vlucht maar werd steeds achtervolgd totdat hij op de Stalingradstraat in Brussel Zuid klem werd gereden en te grazen werd genomen. Tegen de tijd dat de politie arriveerde, stond ik zelf ook tussen de toegestroomde menigte. `Eigen schuld, dikke bult!’ Vond iedereen. Typisch Midi.