door Redactie | apr 15, 2011 |
De weg naar Marrakesh is, hoewel ook lang en bochtig, beslist de moeite waard. Vanuit Alhoceima is Marrakesh een pokkeneind weg. Er zijn twee routes die erheen leiden. De kustroute via Casablanca is koeler maar ook langer. De andere route is via het binnenland dwars door het Middenatlasgebergte. Deze route is qua temperaturen minder aangenaam, maar toeristisch het aanzien meer dan waard. Om te beginnen is er het grootse Atlaslandschap, maar ook de uitbundige en extraverte Berberfolklore. Het lijkt alsof deze mensen elke dag wel wat te vieren hebben. Het gebied staat verder bekend om de wat lossere moraal en heeft iets ondeugends. Hier wachten meiden niet op een prins.
Op tweederde van de route ligt de stad Beni Mellal. Ik besluit hier te overnachten en omdat ik hier toch ben, zoek ik het lokale gezondheidscentrum op waar een oude vriend als arts werkt. Vriend is niet het juiste woord, maar soms blijven contacten gewoon in stand. Nordin en ik hebben ooit in de brugklas naast elkaar in de schoolbanken gezeten. Hij was goed in leren en ik was goed in de rest. Het weerzien is zoals altijd allerhartelijkst en zo beginnen wij al snel over politieke koetjes en kalfjes te praten.
Nordin legt mij uit dat Marokko in veel opzichten positief is veranderd. Het land is democratischer, het bestuur is transparanter, de mensenrechten zijn verbeterd, er is veel minder corruptie. Kortom teveel om op te noemen.
Ik leg Nordin uit dat ik, als het om politiek gaat, geleerd heb om niet te geloven wat ik hoor, maar wat ik zie en laat ik nu net het ganse Marokkaanse journalistengilde louter berichten over de meest stuitende corruptieschandalen van de laagste overheidsdienaar tot de allerhoogste. Werkelijk iedereen die in de positie is om te sjoemelen, doet dat alsof hij dat van z’n ouders heeft geërfd. Dit varieert van een gouverneur die miljoenenopdrachten gunt aan het bedrijf van zijn vrouw tot het leegplunderen van een pensioenfonds, van het handelen met lichtjaren voorkennis tot massale landjepik bij arme boeren. Over landjepik gesproken; onlangs werd een lijst gepubliceerd waaruit blijkt dat een tiental leiders van verschillende politieke partijen voor ruim vijfduizend hectare landbouwgrond onder elkaar hebben verdeeld.
Ik vraag Nordin om de zaak voor me uit te leggen.
Hij haalt diep adem en moet lang over het antwoord nadenken.
Er moeten in dit land toch ook magistraten die hier een punt van willen en durven maken en deze schurken voor het gerecht brengen. Voegde ik toe.
Die zijn er ook, maar dan is er altijd iemand die van hogerhand de zaak afblaast. Grote jongens gaan altijd vrijuit. Grote jongen zijn net wolven. Zij handelen nooit alleen. Er is steeds een onzichtbare lijn die naar een nog hogere baas leidt. Steeds is er iemand die opdracht geeft om de hond te laten lopen. Legt Nordin uit.
Maar hoe is dat dan een verbetering? Wil ik weten.
Het verschil is dat wij dit nu hier met elkaar kunnen bespreken. Er is een tijd geweest dat op dit soort gesprekken een zware straf stond. Zegt hij met een zucht, terwijl hij een slok van zijn thee neemt.
Nog even over het ondeugende doen en laten van de Middenatlas. In de zomer van 1988 overnachtte ik, samen met twee vriendjes uit Rotterdam Noord, in de stad Kenifra, de hoofdstad van de Middenatlas. We waren toen ook onderweg naar Marrakesh. Het moet gezegd; het ondeugende karakter van de stad sprak ons wel aan. Wat mij van die reis is bijgebleven, is het onmiskenbare spoor van lol en uitbundigheid dat wij achter lieten. Wat mij het meest is bijgebleven is een oud vrouwtje dat wij tegenkwamen en dat maar bleef roepen: Moge Onze Lieve Heer de deugd in deze ondeugende stad terugbrengen. Wij dachten natuurlijk dat zij ons bedoelde, waarop wij terugriepen: `Amen, want dat is meer dan nodig, mevrouw’.
Ik heb daarna vaak aan die mevrouw gedacht. Ze had helemaal gelijk, maar ze zag ook wel in dat ze niet alles kon zeggen wat ze wilde. Dat was levensgevaarlijk.
door Redactie | apr 12, 2011 |
Ca chauffe au Maroc! Letterlijk, want het is vandaag 30 graden, zomertemperatuur. Maar natuurlijk ook figuurlijk, met alle politieke debatten en demonstraties. Gisteravond was ik op de HEM, waar een rondetafelgesprek plaatsvond over de grondwettelijke hervorming. Op het podium politici van verschillende politieke partijen, de PAM, de PJD, de PPS, de MP en de USFP, vertegenwoordigers van mensenrechtenorganisaties AMDH, Transparency Maroc en het Observatoire amazigh des droits et des libertés, en een jongeman van de 20 februari-beweging. In de zaal veel éminence grise. Wie maakt er een keer een smoelenboek van politiek Marokko? Ik herkende veel gezichten maar kon er geen namen op plakken, erg frustrerend.
De discussie was geanimeerd, om het eufemistisch uit te drukken. Er is veel af te dingen op het poldermodel, maar of de mediterrane manier van communiceren een betere manier is om tot een vergelijk te komen? Voortdurende onenigheid over het aantal minuten spreektijd van de deelnemers, geroep uit de zaal, deelnemers die uit frustratie met de gang van zaken van het podium stappen (om later weer terug te komen), ruzie om de microfoon en mensen die uit frustratie daarover de zaal dreigen te verlaten, wat een goede tactiek bleek te zijn om de microfoon alsnog in handen te krijgen. Muhim, het was dus een gezellig spektakel, maar er werd wel degelijk een inhoudelijke discussie gevoerd.
Najib Chaouki van de 20 februari-beweging vindt dat politieke partijen geen enkele geloofwaardigheid meer hebben. De PPS-er gaf toe dat zijn partij in een impasse was geraakt en dat hij het eigenlijk ook niet meer wist. Hakima El Haiti, een welbespraakte dame van de MP, was het volledig met Chaouki eens: ‘Hoe is het mogelijk dat een vrouw zonder enige politieke ervaring minister wordt?’ Waarmee ze uiteraard aan Yasmina Baddou refereerde, een telg van de Fassi Fihri-clan. Maar El Haiti zei ook dat het aan Marokkanen zelf is om de politieke partijen weer geloofwaardig te maken. Zij probeert dat nu bijvoorbeeld binnen de MP, waarin ze een verkiesbare plaats heeft weten te bemachtigen, ondanks het feit dat ze niet, zoals de gemiddelde MP-er, mannelijk, Berber en van het platteland afkomstig is.
Dan over de grondwet. Volgens El Haiti een historisch keerpunt. De MP vraagt al sinds 2003 om een grondwethervorming, stelde zij. Schampere lachjes van Chaouki. De AMDH nam geen blad voor de mond : ‘Is het normaal dat de bevoegdheden om een ander land de oorlog te verklaren, over het gehele justitiële apparaat, het veiligheidssysteem, enzovoort in handen van één persoon zijn?’ Transparency Maroc drukte het iets voorzichtiger uit: een goede grondwet bepaalt de verdeling van de macht, en is dan de overkoepelende referentie voor iedereen. Als er een duidelijke grondwet is kan en hoeft daar eigenlijk niemand meer boven te staan. Benchekroun van de Istiqlal hield zich op de vlakte en maande tot geduld : ‘Men kan ons niet vragen even een grondwet te tweeten’.
Khalid Hariri van de USFP meende dat een grondwetshervorming weinig zin heeft als die geen veranderingen in de sociaal-economische situatie tot gevolg heeft. Hij stelt dat de wezenlijke vragen van veel Marokkanen niet juridisch, maar praktisch zijn: waarom ben ik een kwart van mijn salaris kwijt aan taxi’s naar mijn werk bij gebrek aan goed functionerend openbaar vervoer? hoe kan ik ervoor zorgen dat mijn ex-man alimentatie betaalt voor onze kinderen? De voorzitter van het panel leek het daarmee eens te zijn, want Hariri kreeg veel spreektijd… Vervolgens werd er nog even ruzie gemaakt over hoe het politieke landschap er ten tijde van de regering-Youssoufi uitzag. Weer terug bij het eigenlijke onderwerp van de avond pleitte Berberactivist Aassid ervoor religie niet te instrumentaliseren in de politiek. Volgens hem zijn er in de Amazighcultuur goede voorbeelden te vinden van wetten waarin universele rechten op een evenwichtige manier tot uitdrukking komen. Daarbij regeert de imam in de moskee, en daarbuiten bepaalt het volk de gang van zaken. Een soort van secularisme dus, dat helemaal niet uit het buitenland hoeft te komen, maar gewoon op eigen bodem gevonden kan worden.
Kortom, het was een interessante avond waarin veel verschillende meningen naar voren kwamen, maar hoe de grondwet eruit moet gaan zien? De politieke partijen moeten de komende week hun voorstellen inleveren bij de commissie die zich over de herziening van de grondwet buigt. Ik denk dat de fracties het dit weekend razend druk zullen hebben.
Rbatiya is de Marokkaanse naam voor een inwoonster van Rabat, de hoofdstad van Marokko. Zij woont sinds 3 jaar in rabat. Haar bedoeling was om een blog met een mix van observaties over Marokko en persoonlijke verhalen te plaatsen.
BRON.RBATIYA
door Redactie | apr 8, 2011 |
Door: Fouad el Haji
Op het Plein der Naties (Sahat al Umem) in hartje Tanger is het vanavond een drukte van belang. Er staat een podium vol verlichting klaar. Het plein is met dranghekken afgezet voor het autoverkeer. Duizenden nieuwsgierige toeschouwers staan langs de kant en kijken nu al uit naar wat vanavond komen gaat. Op het plein zelf is het duidelijk dat er iets belangrijks staat te gebeuren. Dat wil zeggen, er wordt niets aan het toeval overgelaten. Van marine- tot politietop en van branweer- tot dito legertop; alle belangrijke meneren van dienst in deze wereldstad, inclusief een verdwaalde hoge meneer in strak burgerkloffie, zijn van de partij.
Later die avond zou het publiek ongetwijfeld op een daverend muziekspektakel worden getrakteerd. Muziekkorpsen van het korps der mariniers, het brandweerkorps en het politiekorps zullen hun longen uit hun lijf blazen, waarna een daverend applaus hen ten deel zal vallen. Jammer dat ik dit spektakelstuk niet bij kan wonen. Maar dat is het lot van een reiziger. Tegen die tijd heb ik de stad al verlaten en zit ik in de bus naar weer een andere mooie stad, Fes of zo. Ik zie wel waar ik uitstap.
Intussen kijk ik in Tanger naar de voorbereidingen van het Troonsfeest, de uitbundigste nationale feestdag in dit land. Morgen wordt de Koning in de stad verwacht. De hoge officieren salueren elkaar strak en met een gevoel voor discipline alsof hun leven ervan af hangt. Maar het moet ook gezegd; hun leven hangt hier ook van af. Want in de stad Alhoceima, niet zo ver hier vandaan en waar de Koning de afgelopen dagen op bezoek is geweest, heeft zich een ongekende schoonmaak voorgedaan die nu al de geschiedenis is ingegaan als de tweede aardbeving sinds 2004, toen een zware aardbeving de hele regio verwoestte. Na een klachtenregen van burgers over corruptie, machtsmisbruik en intimidatie, heeft de regering de hele publieke top van de stad en omstreken zijn congé gegeven. De ontwikkelingen zijn al dagenlang eerste paginanieuws in alle nationale kranten. De onthullingen zwellen hoe langer hoe meer aan. Er wordt gesproken van een bestuurlijke aardbeving die zijn weerga niet kent, waarbij over de veertig topofficials de laan uit zijn gestuurd, juridisch worden vervolgd of anderszins disciplinair worden gestraft. Het is ook niet zonder medelijden dat ik naar deze mannen in uniform in Tanger zit te kijken.
Later die avond rijdt onze bus de stad Fes binnen. Het is al tegen middernacht. In het zicht van het busstation blijkt de weg geblokkeerd. Het verkeer zit muurvast. Een man in uniform probeert te regelen wat er nog te regelen valt en blaast zich helemaal scheel op zijn fluit. Van het drukke gebaren heeft hij in de ochtend geheid spierpijn. Ik stap samen met enkele andere passagiers uit de bus. Bij de plek des onheils staat een limousine van het type Hummer. Zo te zien probeerde hij te keren, maar de chauffeur vergiste zich in de weg. De weg is gewoonweg veel te smal voor dit zilvergrijze monster. Intussen regent het klachten van toeterende en gestrande Fessi’s. In de limousine probeert de bruidegom zijn schone maagd te kalmeren. De chauffeur bijt radeloos op zijn lip, benieuwd of hij de ochtend haalt zonder zijn congé te krijgen.
Later die nacht als ik op mijn hotelbed lig, besef ik dat de gedachte van de bestuurlijke aardschok van Alhoceima mij niet los wil laten. Vragen en conspiratieve verklaringen spoken door mijn hoofd. Maar ik weet het ook niet. Ik geef het op. Zou het dan toch waar zijn dat naar mate de zon feller schijnt, de schaduwzijde donkerder is. Zou het dan waar zijn dat achter de lieflijke en zachte aard van deze mooie stad achter de rotsen, een ongekende corruptie als een kankergezwel schuilging die het hele overheidsapparaat van binnenuit heeft leeggevreten? Ik kan slechts gissen maar het kan wel natuurlijk.
Op m’n hotelkamer is het warm, veel te warm om te slapen. Ik moet opeens denken aan Omar Al Khiam’s kwatrijn `Nimmer heeft slapen iemand’s dagen verlengd, noch heeft vermaak iemand’s leven bekort’. Zo is het maar net. Slapen kan altijd nog. Dit is een mooie gelegenheid om kennis te maken met het nachtleven van deze milde stad. Ik ga erop uit en ik heb een geweldige dorst bovendien.
door Redactie | apr 7, 2011 |
Nederlandse voetballers van Marokkaanse komaf kiezen veelal níét voor Oranje. Waarom? ‘Als jij aan de bal bent, zingen ze oe-oe-overloper. Beïnvloedt dat je spel, ja of nee?’
Een belletje van assistent-bondscoach John van ‘t Schip. Of hij misschien interesse heeft om met Marco van Basten te praten over een carrière als Nederlands international? Mbark Boussoufa denkt diep na. ‘Ik heb toen meteen gezegd dat ik mijn beslissing eigenlijk al had genomen. Maar ze wilden me uitnodigen voor de volgende wedstrijd.’ De oud-voetballer van Anderlecht en Ajax spreekt uiteindelijk nog één keer telefonisch met Van ‘t Schip. ‘Toen heb ik mijn besluit kenbaar gemaakt.’
Boussoufa speelt zijn interlands liever voor Marokko, het land van herkomst van zijn ouders. De Amsterdammer is niet de enige voetballer met Marokkaanse wortels die tot die conclusie komt. Een paar weken terug maakte Heerenveen-speler Oussama Assaïdi dezelfde keuze. Ismaïl Aissati, Nordin Amrabat, Karim El Ahmadi, Nourdin Boukhari – exact hetzelfde verhaal.
Dries Boussatta was in 1998 de eerste Nederlander van Marokkaanse komaf – of andersom – die wél koos voor het Nederlands elftal. Onder bondscoach Frank Rijkaard speelde hij drie wedstrijden. Zijn laatste oefeninterland speelde hij nota bene tegen Marokko. Boussatta werd de hele wedstrijd uitgefloten door de Marokkaanse aanhang. Later zei hij: ‘Ik heb alle shit over me heen gekregen. Op straat werd ik nageroepen door Marokkanen. ‘Landverrader’, ‘overloper’, dat soort woorden.’
Wilhelmus
Het is één van de redenen dat diversiteitsmanager Mike Euphrosina in het recente verleden ook een uitnodiging uit Zeist kreeg. Een oud-bondscoach was het grote aantal talentvolle voetballers met een dubbel paspoort opgevallen. Hij klopte bij Euphrosina aan voor advies. Uiteindelijk zou het tweetal met zeven spelers, hun vaders en hun zaakwaarnemers om de tafel zitten. Euphrosina had twee vragen. ‘Stel: Je krijgt een uitnodiging voor Oranje. Zing je het Wilhelmus dan uit volle borst mee? Vraag twee: Je speelt met Oranje in de Arena tegen Marokko. Als jij aan de bal bent, zingen ze oe-oe-overloper. Beïnvloedt dat je spel, ja of nee?’ Uiteindelijk heeft niet één van die zeven voetballers ooit voor Oranje gespeeld.
Volgens Mohammed Allach – directeur voetbalzaken van RKC Waalwijk en voorzitter van de stichting Maroquistars – maakt een speler een keuze op basis van twee afwegingen. Allereerst telt de sportieve kant van het verhaal. ‘We streven allemaal het hoogst haalbare na, willen allemaal EK’s en WK’s spelen. Maar als je als buitenspeler Arjen Robben, Eljero Elia en Robin van Persie voor je hebt. Tja…’
Maar belangrijker is de loyaliteitskwestie, meent Allach. Voetballers van Marokkaanse komaf groeien op in een familiaire sfeer, waarin zaken als onderlinge verantwoordelijkheid en loyaliteit erg belangrijk zijn. Daartegenover staat de Nederlandse samenleving, waarin vooral het individuele belang telt. Vaak geven die familiaire gevoelens de doorslag.
Boussoufa: ‘Ik ben in Amsterdam geboren, maar van kleins af aan heb ik altijd voor Marokko willen voetballen. Zo ben ik ook opgevoed. Ik weet dat ik in Oranje meer kans heb op successen en het spelen van grote toernooien. Maar dit was een keuze voor mijn gevoel.’
Voorbeeldfuncties
Euphrosina: ‘Die zeven voetballers kozen allemaal voor het nestgevoel. Ik denk dat ze zich niet thuis voelden in Nederland, terwijl ze hier geboren en getogen zijn. Dat ligt aan de samenleving, niet aan de sportwereld. Die nodigt ze uit, erkent hun kwaliteiten en wil ze erbij hebben. Omdat ze in de samenleving niet gezien worden als voorbeeldfuncties, kiezen ze niet voor Oranje.’
Want wie een blik werpt op de Nederlandse samenleving van de laatste jaren, ontkomt niet aan Geert Wilders. De populaire PVV-politicus polariseert. En veelal moeten Nederlanders van islamitische afkomst het ontgelden. Niet echt het klimaat waarin je als voetballer met Marokkaanse wortels graag uitkomt. Toch?
Maar Allach denkt niet dat iemand als Wilders een rol speelt in het beslissingsproces van een voetballer. Volgens hem houden die jongens meer van Nederland dan ze zelf aangeven. ‘Of dat bewust of onbewust is, weet ik niet. Al die spelers gaan dolgraag op vakantie naar hun land van herkomst. Maar na een week of drie komen ze allemaal maar wat graag weer terug. Het polariserende sausje dat nu over Nederland hangt, weerhoudt hun er van om hun gevoelens te tonen. Omdat dat niet geaccepteerd wordt. We moeten naar de erkenningsfase toe. Ongeacht het politieke debat moeten ze uitspreken dat ze van Nederland houden.’
Boussoufa beaamt dat. En hij neemt alvast een klein voorschotje op de woorden van Allach. ‘Ik voel me hartelijk welkom in Nederland. Ik ben er geboren en getogen, voel me er thuis. Daar kan Geert Wilders of wie dan ook niets aan veranderen.’
BRON: DEPERS
door Redactie | apr 5, 2011 |
Mounir El Hamdaoui Hamdaoui begrijpt negatieve benadering werd zondag tegen Heracles Almelo uitgefloten door het eigen Ajax-publiek. Na maanden van leven in onmin met Frank de Boer, kleine blessures, ziek zijn en het zoeken van de media om zichzelf te beschermen snapt hij de reactie van het publiek. “Er is een bepaald beeld van me ontstaan. Ik kan niets anders doen dan presteren. Praatjes vullen geen gaatjes.” De Marokkaan vindt niet dat hij onmisbaar is voor de club en toont sympathie. “We hebben ook punten verloren met mij en duels gewonnen zonder mij.”
Ajax werd uit de Europa League gekegeld zonder El Hamdaoui erbij en kijkt tegen respectievelijk drie en vijf punten achterstand aan ten opzichte van PSV en FC Twente. “Ik vind niet dat we minder kwaliteit hebben dan PSV en FC Twente. Het zijn momentopnames geweest, details die net in ons nadeel uitvielen.” El Hamdaoui denkt dat tijd alle wonden heelt en is niet van plan om Ajax spoedig te verlaten. “Ik speel bij een club die voetbal ademt. Bij het eerste, de beloften, de jeugd. Pas als er een club komt waar ze nog veel beter voetballen, ga ik nadenken. Maar daar zijn er niet veel van.”
door Redactie | apr 1, 2011 |
Ik denk al dagen na over de vraag hoe het toch komt dat juist jongeren in Noord Afrika in staat zijn gebleken om een revolutie te ontketenen die alle voorgaande doet verbleken. Ik heb het antwoord nog niet gevonden, maar moest opeens denken aan een gesprek dat ruim twee jaar geleden in mijn auto werd gevoerd tijdens een reis van Den Haag naar Brussel Airport.
Ik was die dag gelegenheidschauffeur voor enkele hooggeëerde gasten uit Marokko. Onderweg vertelden de heren honderduit over hun herinneringen aan Oum Kaltoum en haar vermaarde liederen. Ik luisterde zo aandachtig als maar mogelijk was. Het meezingen lieten we wijselijk achterwege. Ergens ter hoogte van Moerdijk zegt de een hooggeëerde gast tegen de ander; een hoogleraar tegen een mensenrechtenactivist: Ik snap niet hoe een arm land als Marokko een vliegveld als dat van Sale in bedrijf kan laten terwijl er gemiddeld maar één vlucht per dag is.
Zegt de mensenrechtenactivist: Die ene vlucht is een excuus om het open te houden want de echte functie van het vliegveld is om als vluchtweg te dienen in het geval de machthebbers halsoverkop moeten vluchten en het hoofdvliegveld van Rabat op dat moment om wat voor reden dan ook niet geschikt is om te vluchten. Daarom ligt het vliegveld ook zo dicht bij de hoofdstad Rabat.
Een lange stilte viel totdat Oum Kaltoum weer uitkomst bood en de stilte doorbrak. Maar toen wilde ik weten hoe het dan zit met al die Marokkaanse ministers die een Frans paspoort erop na houden. Dat kun je toch niet louter verklaren uit het feit dat die personen geboren zijn op het moment dat Marokko nog Frans grondgebied was. Zei ik stellig.
Nu bleef het nog langer stil. In de auto zaten verder ook een activist en een voormalig topmilitair. Ik richtte mijn blik op de snelweg en wachtte af wie van de heren mijn vraag ging beantwoorden. Nu was het de activist die de stilte doorbrak. Volgens hem is het probleem van de twee paspoorten nog funester omdat het blijk geeft van onvermogen in optima forma. Het zijn bestuurders die eigenlijk zelf niet eens weten waar ze heen willen en om het landsbestuur aan hen over te laten, is toch godgeklaag. Geen wonder dat het land geen enkele stap zet. Benadrukte hij ietwat geagiteerd, gevolgd door een indrukwekkende ovatie. Niet voor hem maar voor Oum Kaltoum, al had zijn betoog ook een ovatie verdiend. Ik elk geval viel het moment heel mooi samen.
Bent u niet wat te streng in uw oordeel? Ik bedoel, je kan het huidige Marokko toch niet vergelijken met tien of twintig jaar geleden en je kan haar al helemaal niet vergelijken met andere Islamitische, Arabische en Afrikaanse landen. Wierp ik tegen.
Wedden dat jij nooit in een van die andere Arabische, Islamitische of Afrikaanse landen bent geweest. Reageerde de professor lachend. Dat was ook zo, dus een weddenschap had voor mij weinig zin. Ja, ik verlang weleens naar Zanzibar, maar dat doe ik met mijn ogen dicht, dus dat telt niet.
Onze voormalig topmilitair ging zich nu ook met de discussie bemoeien. Hij zei: Kijk, het is een fundamentele denkfout om dingen met elkaar te vergelijken die volstrekt niets met elkaar te maken hebben. Ik zal een voorbeeld noemen: Mensen die de Franse en de Spaanse bezetting hadden meegemaakt, vonden Mohamed V ook geweldig, zoals mensen die Hassan II hebben meegemaakt, nu Mohamed VI geweldig vinden. Maar per saldo is Marokko na ruim vijftig jaar onafhankelijkheid nog steeds geen democratie. Per saldo zijn de grote problemen waar de eerste regering na de onafhankelijkheid mee werd geconfronteerd, nog steeds niet opgelost. Terwijl hij zijn verhaal vervolgde, deed ik m’n best om de afslag naar Luchthaven Zaventhem niet te missen.
Op de terugweg naar huis begon Oum Kaltoum van voor af aan. Ik zong nu keihard mee: ya Fouadi, la tasal ayna lhawa. Kana sarhan min khayalin fa hawa. Fesqini wa shrab, ala atlaliha, talama dam’o rawa…. Het zal wel aan mij liggen, maar het had echt het gevoel dat zij zong over het gesprek dat we vlak daarvoor in mijn auto voerden. Daarom zong ik mee, steeds luider, nu met tranen op m’n wangen.
Afgelopen weken moest ik regelmatig terugdenken aan die mooie reis en de zin en de onzin van het vergelijken van regimes. Het staat voor mij vast als een paal boven water dat jongeren ook geen boodschap hebben aan deze vergelijkingen. Zij willen geen regimevergelijking, maar een regime change!
Door Fouad el Haji