door Redactie | aug 27, 2011 |
OPINIE – Zes maanden geleden besloten enkele jongeren in Marokko dat ze hun land wilden veranderen. Dat klein groepje toonde nieuwe moed en hoop die een grotere groep landgenoten in beweging bracht. Als Marokkaanse gaven ze mij een andere blik op mijn geboorteland en als journaliste herinnerden ze mij aan de verantwoordelijkheid van de media.
Journalisten noemen hun bezigheid ‘het mooiste beroep ter wereld’ en daar ben ik het volledig mee eens. Voor mij is dat omdat een journalist de burger de kans geeft om zijn mening te laten horen en die burger ook op de hoogte brengt van verschillende andere standpunten. Omdat een journalist lezers of kijkers de nodige informatie geeft om wat rondom hen gebeurt, beter te kunnen begrijpen. En ook omdat een journalist de belangrijke taak heeft om als onderdeel van de ‘vierde macht’ te waken over de democratie.
Allemaal mooi in theorie, maar helaas zie ik dat media in het Westen die rol niet meer serieus nemen. Terwijl ik het debat in Vlaanderen over kwaliteitsjournalistiek volgde, was er sinds 20 februari iets anders dat meer en meer mijn aandacht trok. Ik kijk sinds die dag meer naar de journalisten in Marokko die hun rol proberen op te nemen in een land waar persvrijheid ontbreekt en voorlopig geen democratie is om over te waken. Journalisten die in gevaar kunnen komen bij elk kritisch woord dat ze over Marokko typen.
Ongeloofwaardig
De omstandigheden waarin Marokkaanse journalisten moeten werken, hebben ook hun invloed op Marokkanen in het buitenland. Via sattelietzenders, en sinds een tijd ook via het aanbod van Belgacom en Telenet, krijgen we acht Marokkaanse staatszenders die allemaal hetzelfde gecensureerde beeld schetsen over de politieke, economische en sociale situatie in ons land van herkomst. Het komt neer op het verhaal van een Marokko dat vooruit gaat, waar toerisme voor een betere economie zorgt, en waar bijna iedereen tevreden is met het beleid. Weinig of geen protest. Wel altijd veel mensen die op straat juichen voor de koning.
Heel mijn leven vond ik dit wel een beetje verdacht. Pas na 20 februari begon ik mijn beeld scherper te stellen en begon ik me meer vragen te stellen. Sinds ik andere en meer onafhankelijke Marokkaanse media raadpleeg, vooral online, is dit plaatje compleet ongeloofwaardig geworden. Maar geloofwaardig of niet, het plaatje laat sporen na op Marokkanen in Europa voor wie de traditionele staatsmedia vaak de enige bron van informatie zijn over Marokko. In mijn omgeving kom ik nog steeds Marokkanen tegen die nu voor het eerst iets horen over het protest.
Nederlandstalige media
Maar de gevolgen van de eenzijdige berichtgeving zie ik ook terug bij Vlaamse en Nederlandse media. In Vlaanderen deed met uitzondering van Dewereldmorgen.be en MO* bijna niemand de moeite om meer achtergrond en inzicht te verschaffen in de manier waarop en de redenen waarom de nieuwe Marokkaanse grondwet tot stand is gekomen. In Nederland was er hiervoor iets meer aandacht, zij het vooral door commentaarstukken van Marokkanen zelf.
Bij een overzicht dat ik schreef tijdens mijn stage bij MO*, plaatste iemand als reactie ‘op de VRT geen uitleg’. De VRT heeft inderdaad bijna niets gezegd over Marokko. We hebben het nochtans over een land dat banden heeft met één van de grootste minderheidsgroepen in België.
Blijven bloggen
Nu ik terug kijk op het werk voor mijn blog, moet ik toegeven dat ik in acht artikels veel belangrijke zaken niet besproken heb. Een eenmansblog die opgestart is voor een schoolopdracht, heeft geen redactieteam waarmee je een echte onlinekrant kan maken. Wel heb ik de intentie om te blijven bloggen en schrijven, met dezelfde journalistieke benadering.
Intussen hoop ik dat andere Nederlandstalige media in het algemeen iets meer zullen doen dan vermelden dat 98,5 procent van Marokkanen ja stemt bij een referendum. Zodat de nieuwsconsument nu of later niet de indruk krijgt dat de Marokkaanse bevolking ‘plots’ in opstand komt. Elke belangrijke gebeurtenis heeft een reden en een geschiedenis. Het is de verantwoordelijheid van vrije media om daar tijdig over te berichten.
© 2011 – Hasna Ankal
door Redactie | aug 24, 2011 |
INTERVIEW – Mariam El Maslouhi, een studente Sociale Psychologie, hield zich in het begin van de Marokkaanse opstand bezig met het vertalen van Arabischtalige video‘s naar het Engels. Daarnaast voorzag ze internationale media als AlJazeera en de Britse Guardian van updates door in het Engels te twitteren over het verloop van de demonstraties.
Waarom vind je het belangrijk om je in te zetten voor de situatie in Marokko terwijl je in Nederland woont en leeft?
Bij mij gaat het er niet zozeer om dat het protest zich in Marokko afspeelt. Ik ben ook actief als het gaat om Palestina, Irak of Tibet. Het gaat er om dat ik voor democratie en gelijkheid ben en geloof dat iedereen dat verdient. Het feit dat de protesten zich nu in Marokko afspelen is wel persoonlijker omdat ik veel familie daar heb en er zelf heb gewoond. Ik heb de corruptie en ongelijke behandeling van dichtbij kunnen meemaken en dat maakt de strijd persoonlijk en belangrijk.
Speelt jouw familie een rol in jouw engagement?
Mijn oudste zus is altijd erg activistisch geweest en mijn ouders hebben het altijd belangrijk gevonden om bewust te zijn van wat er zich in de wereld afspeelt. Zo heb ik geleerd te waarderen wat ik heb omdat sommige mensen elders erg weinig hebben. Mijn ouders maakten mij ook van jongs af aan heel duidelijk wat het verschil was tussen een zionist en een jood, omdat dat mij soms wat onduidelijk was als je beelden van de Palestijnse intifada zag op televisie.
“Mijn vader vond het in het begin wel eng.”
Hoe wordt op jouw inzet gereageerd?
Over het algemeen positief. Mijn vader vond het op het begin eng. Vooral omdat ik in april naar Marokko ging en erg actief was met het bloggen en twitteren en omdat ik de mensen van de 20 februaribeweging persoonlijk had ontmoet.
Je blogt en twittert in het Engels. Krijg je daarmee genoeg internationale media-aandacht voor Marokko?
Over het algemeen valt het zwaar tegen. Al biedt Aljazeera wel enkele artikels. Van de Nederlandse media was er wat aandacht voor het protest begon en tijdens het begin van de beweging, maar verder merkte ik weinig berichtgeving. Wel zie ik dat er steeds meer in het Engels wordt getwitterd als het om de 20-februaribeweging gaat en worden de Marokkanen in Amerika bijvoorbeeld steeds actiever.
“Als Marokkaanse met de Nederlandse nationaliteit heb ik weinig te vrezen.”
Wat verwacht je van het verloop van het protest?
De leden van de 20-februaribeweging hebben al veel bereikt en ze hebben gezien dat ze dat hebben gedaan op eigen kracht en dat geeft moed en vooral hoop. Brood en concerten houden het Marokkaanse volk niet meer stil. Marokkanen zien om zich heen regimes vallen die al decennia aan de macht zijn, dus waarom Marokko niet?
Je geeft vrij en duidelijk je mening. Je bent niet bang voor eventuele gevolgen hiervan in Marokko?
Toen het protest in februari van start ging, kreeg ik veel nare e-mails en andere berichten. Mijn Facebook haperde ook als ik iets probeerde te posten bij een pagina van de 20-februaribeweging. Dat schrikt af in het begin, maar na een tijdje raak je daar aan gewend. Ik was ook eens in Fez, in Marokko, met een paar leden van de 20-februaribeweging in de taxi terwijl we het over de beweging hadden. Toen werd ons door de chauffeur vriendelijk verzocht om over iets anders te praten. Dan voel je de spanning wel, maar als Marokkaanse met de Nederlandse nationaliteit heb ik toch weinig te vrezen, hoop ik.
© 2011 – Hasna Ankal
door Redactie | jun 13, 2011 |
Door: Fouad el Haji
Deze week werd de Marokkaanse journalist Rachid Nini veroordeeld tot een gevangenisstraf van één jaar. Nog geen twee maanden nadat de autoriteiten zich euforisch op de borst klopten omdat zij alle bekende politiek gevangenen hadden vrijgelaten, zakt men opnieuw weg in haar eigen mensenrechtenmoeras.
Dit verhaal gaat over herinneringen aan een bezoek dat nooit plaatsvond maar me wel is bijgebleven. We zaten ruim twee jaar geleden in de Amsterdamse 3de Helmerstraat op een bezoek van Rachid Nini te wachten, maar er kwam helemaal geen Rachid Nini. Gewoon omdat zijn paspoort in Marokko in beslag werd genomen…Daar zaten we dan met onze planning.
Rachid Nini was de meest kritische journalist van dat moment en hoofdredacteur van de grootste krant van Marokko. Vanwege zijn kritiek op het regime werd zijn krant veroordeeld tot een boete die slechts het einde van de krant kon betekenen. We hadden Nini uitgenodigd om ons solidair met hem te tonen en samen met hem naar steun te zoeken.
Maar Rachid Nini kwam dus niet. Zijn paspoort werd ingenomen en terwijl wij op hem hier in Amsterdam zaten te wachten, kreeg hij bezoek van de autoriteiten waarbij hij naar verluidt voor de keus werd gesteld: Hetzij een toontje lager zingen, hetzij de boete betalen (lees: de krant opdoeken). Nu is een keus teveel gezegd, want iemand die met zijn rug tegen de muur staat, heeft helemaal niets te kiezen. Maar goed, Nini koos voor het behoud van zijn krant en zou voortaan inderdaad een toontje lager zingen. Iedereen merkte het, iedereen zag het en iedereen wist het, althans na verloop van tijd.
Maar wat omhoog gaat, komt vroeg of laat toch omlaag. En het bloed kruipt bovendien waar het niet kan gaan. Dit geldt ook voor Rachid Nini. Afgelopen najaar had hij genoeg gezwegen, vond hij, en pakte hij zijn metier van nationale horzel weer op. Maar de rancune en de wrok tegen diegenen die hem toen het zwijgen hadden opgelegd, zat diep, heel diep. Het kan volgens mij niet anders of de PAM was daar direct bij betrokken, want vanaf dag één dat het in Marokko, net als andere Arabische landen, onrustig werd, nam hij de PAM op de korrel en veegde hij dag in dag uit, nationwide de vloer met ze aan, waarbij de beschuldigingen steeds heftiger en nog belangrijker, steeds concreter werden. Volgens Nini zou de PAM niet meer zijn dan een vastgoedimperium (imperium dus), berucht vanwege de honderden nachtelijke transacties, machtsmisbruik, broederdiensten, enz. Ik wist trouwens niet dat broederdiensten verboden waren). De druk op de PAM werd zo hoog dat de partijtop geen andere uitweg zag dan op te stappen.
Voor Nini moest de wraak, na alles wat hij heeft doorstaan, wel heel zoet hebben gesmaakt. Jammer dat hij daar veel te kort van heeft kunnen genieten, want drie dagen voor de aanslag in Marrakech werd hij gearresteerd en in de cel gegooid. Toevallig? Misschien, misschien ook niet. We weten namelijk ook niet of alles wat hij schreef, waar was. Hij onthulde alles in zijn beruchte columns Chouf Tchouf, maar liet dikwijls na om zijn onthullingen in journalistieke artikelen wereldkundig te maken. Hoe dan ook: Sinds zijn opsluiting zijn de aanvallen op de PAM sterk afgenomen, …en dat kan geen toeval zijn en dat is de prijs van een zoete wraak.
Iedereen weet dat uitgesproken mensen naast vrienden ook veel vijanden maken. Maar mensen die uitgesproken zijn, zijn moedige mensen. Die mensen zijn zeldzaam en van onschatbare waarde voor democratische ontwikkeling. Die mensen moeten wij koesteren. Of het nou gaat om mensenrechtenactivisten zoals Chakib Al Khayari die ruim twee jaar van zn leven in de gevangenis heeft doorgebracht omdat hij voor zn mening uitkwam, of om Rachid Nini wie nu weer het zwijgen wordt opgelegd omdat hij misstanden blootlegt. Een democratie zonder fundamentele mensenrechten en vrije pers is geen democratie. Nini moet ook vrij. Niet met Suikerfeest, maar nu!
door Redactie | jun 3, 2011 |
Door: Fouad el Haji
Dat de afgelopen maanden in tal van Marokkaanse steden de vlam in de pan sloeg, viel te verwachten en was een kwestie van tijd. Maar dat het zelfs fout zou gaan in Gouribka, dat de rijkste stad van Marokko zou moeten zijn, hadden weinig mensen verwacht. De laatste keer dat ik met de bus door de fosfaatvelden van deze stad reed, was ik op onderweg naar het Gnawa-muziekfestival van Essaouira. De bus deed er een half uur over om de fosfaatvelden achter zich te laten. Dat zegt misschien iets over die oude bus, maar de fosfaatvelden zijn echt immens.
Na het festival neem ik de bus terug naar Casablanca. Een tocht van vijf uur. In Asfi is een oudere man naast me komen zitten. Een aardige man. Als de rituele reclame- estafette en de vechtpartijtjes tussen graissoniers en ander volk achter de rug zijn, kunnen we vertrekken. De man naast mij en ik hebben amper kennisgemaakt of ik begin me te beklagen over het hedendaagse Marokko. “Ik trek al dagen van stad naar stad op zoek naar mijn wortels en al wat ik vind zijn oppervlakkigheden.”
“ Maar wortels vind je niet op muziekfestivals en al helemaal niet met duizenden tegelijk. Bovendien is dat een lastige opgave in dit god’s groots land”. Zegt de man met zichtbare trots.
Het is me niet goed duidelijk of hij het ook meent.
Ik vind die veronderstelde grootsheid namelijk wel meevallen en om dat te illustreren noem ik de onmetelijke krottenwijken die je tegemoet treden als je Casablanca vanuit het Noorden binnenrijdt. Een smet op het blazoen van de samenleving.
“Niet te snel oordelen, want de krottenwijken van Casablanca zijn een verhaal apart. Maar straks rijden we Casablanca vanuit de zuidkant, en dan zul je met eigen ogen zien waarom zij de economische motor van het land is”. Legt hij uit. Intussen doet hij dienst als mijn persoonlijke gids.
Hij vertelt over van alles wat we onderweg tegenkomen. Dorpen, de geslaagde oogst, steden, ontwikkelingen, prikkelende politieke anekdotes. “Dit gebied is de graanschuur van het land”. Zegt hij. “Als de oogst hier mislukt, heeft Marokko een groot probleem”. Gaat hij verder. Hij vertelt over de verkoop van een olieveld terwijl er helemaal geen olie in de grond zit. Zal best, maar het gesprek komt zo aardig op gang.
Hij vraagt mij of ik de beroemde gastvrijheid van de vrouwen van Essaouira kan bevestigen. De ondeugende blik in zijn ogen kan hij nauwelijks onderdrukken. Ik zeg dat die niet het type wortels zijn die ik zoek, maar dat ik wel door een jonge dame aan de hotelbar werd benaderd met de vraag of ik de duivel aanbid en dat ik tegen haar had gezegd: “Alleen als ik onder een sterrendeken slaap, maar vanavond niet”. Hij begint hard en hartelijk te lachen.
Deksels! De man heeft nog gelijk ook. Als we Casablanca binnenrijden, wordt de rijkdom zichtbaar. Eindeloze villawijken, groots opgetrokken hoofdkantoren van multinationals, brede allee’s en avenue’s, keurig onderhouden wegen en parken. Kortom, het gevoel dat je een wereldstad binnenrijdt.
Dan wijst hij naar het hoofdkantoor van de Koninklijke Fosfaat Groep, met afstand het rijkste bedrijf van Marokko. Hij heeft er achttien jaar als transportbandoperator gewerkt. Op een dag raakte hij met zijn duim en wijsvinger tussen de band. Hij werd afgekeurd. Omdat ik blijf doorvragen naar de afwikkeling van het ongeval, toont hij een specificatie van zijn maandelijkse arbeidsongeschiktheidsuitkering. Hierop staat een maandelijks bedrag van € 72 netto. Overbodig te vragen of hij van dit bedrag rond kan komen, maar ik vraag het hem toch. “Ach, dit is Marokko. Je hebt mensen die werken en je hebt mensen die rijk worden!” is s’mans antwoord en haast zich uit te stappen, nog voordat wij busstation Ouled Ziane bereiken.
door Redactie | mei 27, 2011 |
Fouad Elhadji
`Chakib moet vrij!’ was de titel van een persbericht dat wij in juni 2009 verstuurden om aandacht de vragen voor de arrestatie van de Marokkaanse mensenrechtenactivist Chakib Al Khayari. In het persbericht riepen wij ook een demonstratie bijeen voor de Marokkaanse ambassade in Den Haag op woensdag 24 juni. De demonstratie mocht niet baten; Chakib werd evengoed veroordeeld tot drie jaar cel in Casablanca. Maar dezelfde demonstratie heeft verder een geweldige indruk gemaakt, hoorden wij later bij ons bezoek aan Chakib’s familie in Nador. Het markeerde het begin van een lange mars naar de vrijheid van Chakib. Na Den Haag, http://tinyurl.com/3pdme27 volgden demonstraties in Spanje, België en andere landen. Internationale mensenrechtenorganisaties als Human Rights Watch zaten vanaf dag één dicht op de zaak Al Khayari.
Hij is destijds opgepakt nadat hij live op de nationale TV expliciet had gezegd dat de drugshandel in handen was van de allerhoogste officials in het land. Daarnaast had hij zich als voorzitter van een mensenrechtenorganisatie in enkele artikelen in de Spaanse krant El Pais kritisch uitgelaten over tal van gevoelige onderwerpen in Marokko. Officieel is hij veroordeeld omdat hij met 250 euro buitenlands geld Marokko was binnengekomen zonder dit aan te geven.
In ons persbericht, dat verder door een zestal organisaties uit Amsterdan, den Haag en Rotterdam werd ondertekend, schreven wij verder: `Door terug te grijpen naar censuur, vervalt Marokko in oude reflexen en worden de bange vermoedens van velen bevestigd, zoals het gewelddadige optreden van afgelopen zomer in Sidi Ifni al liet zien. De arrestatie van El Khayari markeert een voorlopig dieptepunt in de toch al kwetsbare mensenrechtensituatie in Marokko.’ Einde bericht.
We zagen het scherp, heel scherp. Later die middag namen wij kennis van het vonnis. Sommigen gingen teleurgesteld naar huis. Anderen dronken hun verdriet weg aan de Bierkade. Maar het gevecht om Chakib’s vrijlating ging door. Vanuit Nederland, Belgie, Spanje en Frankrijk werd de druk opgevoerd om politieke gevangenen vrij te laten. Daarbij werd de naam Chakib hoe langer hoe meer het gezicht van alle politieke gevangenen in Marokko. Dat was toen.
Afgelopen maand kwam Chakib eindelijk vrij. Hij geloofde het zelf eerst niet. Van de drie jaar heeft hij er 2 jaar en 3 maanden gezeten. Volgens zijn broer, recent nog op bezoek in Nederland, is deze vrijlating mede het gevolg van de protesten van de 20 februari beweging in dat land, of noem het de bekende druppel. De vrijlating was voor de autoriteiten zelfs zo belangrijk dat zij, ironisch genoeg, een mediafeestje bouwden en zich op de borst klopten omdat zij met de vrijlating van zo’n grote naam hadden bewezen toch oog te hebben voor de mensenrechten. Hij is zonder twijfel de belangrijkste, bekendste en moedigste mensenrechtenactivist van Marokko van dit moment.
Omdat zijn vrijlating uit de gevangenis van Nador op de dag zelf enige uren vertraging opliep, doordat de gevangenisdirecteur van Nador een fax over het hoofd had gezien, kregen de officials het in Rabat nog knap benauwd en dreigde hun feest zelfs in de soep te lopen.
Maar Chakib is dus eindelijk vrij en dat mag de wereld weten ook. Begin deze maand ontving hij in Casablanca de Transparancy Award. Na zijn broer brengt ook hij en bezoek aan Nederland, want noblesse oblige, niet waar? Op 3 juni is hij te gast op de bijeenkomst van KMM in Amsterdam. Het wordt een historisch weerzien met een verloren zoon. Ik ben benieuwd wie van de aanwezigen zich tegen z’n tranen kan verzetten.
door Redactie | mei 20, 2011 |
Door: Fouad el Haji
Ik zit al een tijdje op een terras in Alhoceima. Ik geniet van mijn lang glas mint thee, de zwoele zeelucht en van het magnifieke zicht op de baai. Mijn afspraak laat al geruime tijd op zich wachten, maar dat hindert niet onder deze omstandigheden. Ik doe nog even mijn ogen dicht en droom weg.
Mijn gedachten dwalen af naar een bruiloftsfeest waar ik afgelopen nacht samen met vriend Imam Ali ben geweest. Imam Ali slaat nooit een feestje over, ook al moet hij uren in het donker erheen lopen en dat is precies wat we deden. Hij heeft me overgehaald om mee te gaan omdat er volgens hem iets stond te gebeuren, al wist hij zelf ook niet precies wat. Halverwege onze tocht door berg en dal kregen we gezelschap van een groepje jongens dat ook onderweg was naar hetzelfde feest. Een van de jongens vertelde kapot te zijn door deze bruiloft omdat de bruid juist hem eeuwige trouw had beloofd.
Bij het feest aangekomen, bleek het geroddel al in volle gang. De zadelmaker heeft zijn dochter inderdaad uitgehuwelijkt aan een andere jongen dan de jongen met wie zijn dochter liever had willen trouwen omdat die andere jongen ouders had met betere komaf, terwijl de liefde van zijn dochter arme ouders van eenvoudige komaf had en zelf ook geen vak beheerste, hetgeen wel vaker gebeurt en eigenlijk een privézaak is tussen de beide families. Ons ging het enkel om het feest, de dans, de liederen, de sfeer en natuurlijk, om de mooie meisjes die op het opzwepende Riffijnse ritme dansten alsof hun laatste avond was geslagen.
Al snel kwam een kwartet meisjes zingend de vloer op. De bruid stond er ook tussen. Aan haar stem te horen had ze er duidelijk zin in. Ze zong teksten als: `Hij heeft me gekregen. Hij is het waard. Als dit mijn lot is, dan is het lot het ware feest voor deze bruid.’
De teksten waren evenwel tegen het zere been van haar liefde met wie ze al twee jaar trouwplannen maakte. Hij zat vlak achter mij, zuigend aan zijn hasjpijp en treurend achter de capuchon van zijn djellab. Hij durfde niets te zeggen. Je merkte wel dat het onrustig werd in de groep van zijn kamp. Zij vonden de woorden van de bruid volkomen respectloos. De jongen deed nu zijn capuchon af. De bruid zag hem nu wel duidelijk in het publiek zitten. Even leek het of ze van haar stuk was gebracht. De tranen die over zijn wangen vloeiden waren nu voor iedereen zichtbaar. De bruid verliet nu met haar kwartet de vloer. Het tumult bij de feestgangers duurde voort.
Even later verscheen de bruid met haar gezelschap weer op de vloer en begon te zingen: `Zeg dat mijn liefje, is dit nu ons lot? Zeg tegen mijn liefje, met jou had ik ook op water en brood willen leven. Zeg tegen mijn liefje, zoals hij daar zit, alles is draaglijker dan een moment als dit.’
De jongen was nu naast mij komen zitten. Hij had het duidelijk te kwaad. Hij wilde niets drinken, niets eten, maar wilde duidelijk iets tegen het publiek zeggen. Hij zei:
`Jongens, wat heb ik misdaan? Ik hou van haar. Ik werk voor de kost, al verdien ik niet veel. Ik ben een arme jongen, maar dat weet zij al langer. Ik kan mijn geliefde heel goed onderhouden. Wat die ander kan, kan ik ook en misschien wel meer dan dat.’ Hij huilde nu hard en iedereen om hem heen liet nu de tranen de vrije loop.
Intussen zong de bruid: , Zeg tegen mijn liefje, het spijt me wel. Zeg tegen mijn liefje, zul je mij ooit vergeven, jij bent de liefde van mijn leven.’ Zij barstte weer in tranen uit en rende naar binnen.
Nu werd het kamp van de bruidegom nijdig en riep het de vader van de bruid ter verantwoording. De bruid moet haar loyaliteit aan de familie van de bruidegom tonen en anders gebeuren er ongelukken. De vader beloofde dat hij de rust op het feest zou herstellen en dat hij zou zorgen dat de bruid de schoonfamilie met meer respect zou toezingen.
Niet veel langer daarna stond de bruid met haar kwartet weer op de vloer te zingen. Nu met het door haar vader beloofde respect aan de schoonfamilie. Daarmee had ze het nu bij beide kampen verbruid. Eerst werd er met stukken houtskool heen en weer gegooid. Daarna werden tamboerijnen naar de dansvloer gegooid, maar al gauw werden emmers en zelfs hele stukken cactus naar elkaar gegooid. Wij maakten dat we wegkwamen en een bitterzoete ervaring was ons deel.