Niets menselijks is mij vreemd

AmazighTimes: Asis Aynan

Niets menselijks is mij vreemd. En zelfhaat al helemaal niet. Volgens de Van Dale komt het fenomeen veel voor bij bevolkingsgroepen die te maken hebben discriminatie. ‘Ze gaan geloven dat ze niet voor niets minachtend behandeld worden.’ In het verleden werd ik regelmatig bezocht door schaamte en weerzin jegens mijn leven. Onze familie was anders dan andere gezinnen. We waren vreemd, apart.

Denkend aan mijn jeugd zie ik veel afkeurende, vragende en afkerende blikken. Expressies die reageerden op het aantal kinderen van mijn ouders, de gezichtstattoos van mijn moeder, de dertig dagen ramadan, het geslachte schaap dat naar binnen werd gedragen, de bruiloftsmuziek, de Noord-Afrikaanse klederdracht en ga zo maar verder. De gelaatsuitdrukkingen die verrieden hoe er werkelijk over ons werd gedacht, deden mij door de grond zakken. Op die momenten wilde ik vluchten. Weg van waar ik mij bevond, weg van wie ik was. Ergens aan het eind van mijn pubertijd kreeg ik beter vat op die vorm van schaamte. Wel ben ik nog altijd gevoelig voor gelaatsuitdrukkingen. Ze zijn in staat om mijn denken te ontregelen.

Enkele weken geleden verstoorde een groep fanatieke moslims een discussie in debatcentrum De Balie. De beweging noemt zich Sharia4Belgium. Ze verzetten zich tegen de westerse normen en waarden en zien zich graag leven in een islamitische maatschappij. Ik heb weinig op met hun islam, maar als ik naar hun gezichten kijk, zie ik iets wat ik herken: de zelfhaat uit mijn jeugd. Helaas heeft geen een van hen de migratie van hun ouders en de gevolgen daarvan een plek kunnen geven. De desillusie die volgde werd een vlot dat richting de strenge islam dreef. Deze ideologie wordt slechts om één reden gepraktiseerd: wraak nemen op hun ouders en de blikken van hun buren. De enige manier om de afkeer jegens jezelf niet onder ogen hoeven te komen. ||| Asis Aynan

BRON

Lesbiennes: Allah heeft ze zo gemaakt

In een dun, klein, maar heel fijn boekje belicht de Nederlandse volksvertegenwoordiger Khadija Arib hoe het is om lesbienne te zijn in een islamitische omgeving. Zij doet dat aan de hand van vier levenslopen van vrouwen: één uit Egypte, één uit Irak en twee uit Marokko, waar zij zelf vandaan komt.

Zij theoretiseert niet, maar vertelt over de zelfontdekking, de ervaringen, de druk van de omgeving, de strategieën om zich daaraan te ontworstelen, het veroveren van de vrijheid.

Ze zijn gek

In een inleiding vertelt de schrijfster hoe ze zelf met het probleem in aanraking kwam; ze spreekt ook over een oplossing. Zij is zeventien als zij twee vrouwen elkaar ziet zoenen in het Centraal Station van Rotterdam en ze staat perplex. Ik bleef schaamteloos naar de vrouwen staren totdat ik mijn grootmoeder mijn naam hoorde roepen. Ik draaide me om, naar haar toe. “Oma, kijk; twee vrouwen staan elkaar te zoenen!”

Mijn oma keek me met een ongeïnteresseerde blik aan en zei: “En?” “Het zijn twee vrouwen die met elkaar zoenen; ze zijn gek,” zei ik en liep naar haar terug. Mijn grootmoeder bleef me aankijken alsof ik degene was die gek was. Haar blik was heel streng. Ik voelde dat zij niet blij was met mijn opmerking. Toen zei ze: “Allah heeft ze zo gemaakt.” Daarna zweeg zij en ik ook.

Hoe komt de oma die in Marokko woont aan opvattingen die zoveel liberaler zijn dan die van haar kleindochter? In de trein legt ze het uit: “Je moet mensen niet veroordelen”, zei mijn oma. “In Marokko komt van alles voor, maar er wordt niet over gesproken. Ik weet het omdat ik een vrouw kende die van vrouwen hield, in het dorp waar ik woonde. Zij was even oud als ik, was getrouwd en had kinderen.”

Er is geen man

En de oma vertelt over haar buurvrouw Yemna, een goede vriendin, met wie ze vroeger één keer per maand naar Casablanca ging. De buurvrouw ging daar dan een nicht bezoeken. Maar na een tijd werd de oma wantrouwig: was dat geen façade voor een buitenechtelijke relatie, die ook haar in opspraak kon brengen?

Ze ging onaangekondigd op bezoek en verwachtte een overspelige te betrappen. Naïef als ze was trok mijn oma de beddensprei omhoog en keek onder het bed, in de veronderstelling dat er een man onder het bed zou liggen. Yemna keek haar medelijdend aan en zei: “Er is geen man.” “Wat,” zei mijn oma. De andere vrouw stond nu ook in de slaapkamer, met haar haar los. “Nee, er is geen man; wij zijn het. Dit is wat Allah heeft gewild. Wij houden van elkaar en wij hebben al jaren een relatie. Zo heeft Allah ons gemaakt.”

Dit is één van de patronen die vrouwen kunnen volgen om een lesbisch leven op te bouwen: binnen een leven met een man en kinderen, zoals de maatschappij dat opdringt, een bescheiden eigen ruimte creëren voor een verborgen erotisch leven, volgens hun diepere behoeften. Maar er zijn er andere en Khadija Arib verkent die via de vier levenslopen die ze voorstelt.

Geen dubbelleven

Het Egyptische meisje Yasmin volgt het klassieke levensscenario voor een meisje: haar ouders plannen voor haar een huwelijk met haar neef, die heel wat ouder is; ze stemt toe. Ze is dan zestien. Maar hoewel ze hem heel sympathiek vindt en veel van hem geleerd heeft, is ze afkerig van fysiek contact en wijst hem af. Het huwelijk gaat niet door, mee door toedoen van een begrijpende oma.

Als Yasmin gaat werken, krijgt ze een relatie met een oudere vrouw, die ze voor haar werk en tijdens haar werkuren kan bezoeken, zodat alles onopvallend blijft. Dit gaat verder tot haar vader toevallig ontdekt wat er gaande is; hij gaat zijn dochter controleren. Hij weigert ook nog met haar aan tafel te zitten of met haar te praten.

Dit soort toestanden drijft haar tot emigratie. Via vrienden hoorde Yasmin dat Nederland bekend staat als een land waar je jezelf kan zijn. Met een visum kwam zij uiteindelijk naar Nederland en is sindsdien niet meer weggegaan. Zij leidt geen dubbelleven en heeft verschillende relaties gehad met andere Arabische vrouwen. Via Facebook heeft zij een netwerk met andere Arabische vrouwen opgezet. Egypte bezoekt zij één keer per twee jaar, en dan steeds voor een korte periode. De druk van de familie kan zij niet verdragen.

Levend roosteren

Het levensverhaal van Nadia is veel somberder van toon. Terugdenken aan Marokko is voor Nadia terugdenken aan een gevangenis, een gevangenis waar alleen haar moeder de sleutel van had. Alleen zij kon immers bepalen wat Nadia wel en niet mocht doen. Met een alleenstaande moeder die overmatig controle uitoefent, groeit Nadia op in grote eenzaamheid en ook verdriet, zeker als zij eenmaal ontdekt dat zij anders is en voelt hoe verschrikkelijk dat is.

Op een dag hoort zij lawaai in een kantoor naast haar woning en verwittigt de buren dat er dieven aan het werk zijn. Maar ze betrappen geen dieven, wel twee mannen die aan het vrijen zijn en die worden half bloot door de politie afgevoerd. De hele buurt sprak er schande van. Twee mannen die met elkaar de liefde bedrijven, gaan naar de hel, zeiden ze. Daar zouden ze levend worden geroosterd en de buren die ze op aarde hadden gezien, zouden in de hel toekijken hoe Allah deze twee martelde.

Geen moeder meer

Tot haar twintigste leidt Nadia een uitzichtloos leven: haar dag bestaat uit ontbijten, warm eten ’s middags, en ’s avonds weer eten en tussendoor het huis schoonmaken en bidden. Maar als zij met een toeristenvisum op vakantie kan naar haar familie in Nederland, besluit ze meteen niet meer terug te keren naar Marokko. Ook hier wordt het klassieke scenario opgestart: de familie probeert een man voor haar te vinden. Ze probeert een date, maar het is duidelijk dat dit niets voor haar is. Ze wordt depressief en zoekt hulp. Bij een imam krijgt ze te horen: “Wie van dezelfde soort houdt, is door de Satan bewoond en laat zich in met de Satan. Noch de Koran, noch de profeet, noch de tradities keuren homoseksualiteit goed.”

Nadia gaat alleen wonen. Haar moeder komt naar Nederland om haar te bezoeken en benadrukt haar dat een vrouw zonder man geen waarde heeft. Als Nadia niet zou trouwen en kinderloos zou blijven, dan zou zij als een eenzame hond sterven. Mocht Nadia rare ideeën hebben, zei haar moeder, zonder deze te benoemen en zonder dat Nadia ernaar durfde te vragen, dan zou zij haar moeder niet meer zijn. Met deze woorden vertrok zij uit Nederland.

Nadia leidt wel een dubbelleven in Nederland: binnen de Marokkaanse gemeenschap is zij een gelovige jonge vrouw die niet afwijkt van de regels, maar daarnaast heeft zij een Nederlandse vriendenkring waarin zij zichzelf kan zijn en waar iedereen weet dat zij lesbisch is. Zij hoopt als de eerste moslima in Nederland een huwelijk aan te gaan met een andere moslima: het einde van haar dubbelleven?

De halve familie homoseksueel

Het verhaal van de Iraakse Louisa brengt weer een andere kant van de zaak aan het licht. Louisa hield ervan haar haar kort te dragen en in een jeans rond te lopen, maar na haar achttiende werd van haar verwacht dat zij vrouwelijker zou worden en dat ze haar haar weer lang zou laten groeien. Ze kreeg zelfs looplessen om wat vrouwelijker te leren bewegen.

Louisa emigreert naar Nederland, maar raakt emotioneel geblokkeerd: ze onderdrukt haar gevoelens voor vrouwen. Pas als ze 29 is, kan ze voor zichzelf toegeven dat ze lesbisch is.

Ook in haar leven begint de druk van de familie te wegen, zelfs al woont die niet in Nederland. Ze begrepen niet waarom Louiza nog niet was getrouwd en vonden dat zij, als ze toch niet getrouwd was, zich wel bij de familie kon voegen. Want een vrouw die jarenlang alleen blijft wonen, dat hoort niet. Moeder kondigde aan naar Nederland te komen om een huis voor Louiza te kopen, zodat zij daar samen met andere familieleden zou kunnen wonen.

Louisa kiest voor de confrontatie. Toen haar moeder kwam, vertelde ze haar dat zij alleen wilde blijven wonen. Ze zei dat ze lang rekening had gehouden met haar moeder en de rest van de familie, maar dat ze nu had besloten dat niet meer te doen. Zij vertelde dat zij niet zou trouwen, niet met een man tenminste, en dat zij van vrouwen hield. Het gesprek liep uit op een heftige ruzie. Moeder schrok van het verhaal van haar dochter en wilde er niets van weten.

Toch blijkt het gesprek uiteindelijk positieve gevolgen te hebben. Louiza hoefde eindelijk niet meer te doen alsof en kon zichzelf zijn. Moeder legde zich daarbij neer en accepteerde haar zoals zij is. Louiza besloot haar moeder overal mee te nemen, zoals naar een feest van lesbische vrouwen. Moeder vermaakte zich prima en is sindsdien erg oplettend voor wie wel en wie niet lesbisch of homo is. Na haar vertrek uit Nederland belde ze Louiza op om haar te vertellen dat bijna de helft van hun familie homoseksueel is.

Afzweren op de Koran

Souad is de enige vrouw in het boekje die in Nederland geboren is, uit Marokkaanse ouders die vrij ruimdenkend zijn. Zij zet zelf het klassieke scenario in gang: op vakantie in Marokko ontmoet ze haar neef en begint tegen haar ouders over trouwen te praten. Het verlovingsfeest volgt nog tijdens dezelfde vakantie.

Maar weer in Nederland wordt het haar geleidelijk duidelijk dat haar gevoelens zich op vrouwen richten. Het hele gezin raakt in crisis wanneer dat bekend raakt en zij moet op de Koran zweren dat ze niet met vrouwen gaat verkeren.

De verloving wordt wel afgeblazen en Souad blijft met vriendinnen thuiskomen. Zelf piekert ze over haar geaardheid. Het zou een opluchting zijn als zij ergens in de Koran kon vinden dat het niet haram is, van iemand van hetzelfde geslacht te houden. Dan kon zij ook haar ouders overtuigen dat er niets mis mee was. Zij was er inmiddels heilig van overtuigd dat Allah het haar nooit kwalijk zou nemen dat zij van vrouwen hield, ook al zeiden al die zogenaamde Koran-geleerden van wel.

Zelfs de imam, die zij goed kende en die in Nederland was opgegroeid, stond afwijzend tegenover homoseksualiteit. Zij had zo graag gehad dat iemand die bekend was en aanzien genoot binnen de gemeenschap, zou opstaan en aan de Marokkanen zou uitleggen dat er geen verschil is tussen hetero’s en lesbiennes. Zij vond haar verklaring in het feit dat liefde tussen vrouwen nergens in de Koran expliciet wordt genoemd en men zich daarom niet op de Koran kan beroepen om het af te wijzen.

Met de jaren leren haar ouders de geaardheid van hun dochter te accepteren. Samen met haar vriendin gingen ze naar haar ouders, want intussen hadden ze besloten te gaan samenwonen. Haar ouders waren, tot grote verbazing van Souad en haar vriendin, hartelijk. Voor het eerst wilde haar moeder met hen op de foto. Toen de foto was gemaakt, zei haar moeder: “Zo, ik sta met mijn dochters nu op de foto.”

Souad doet niet geheimzinnig over haar seksuele voorkeur en verschijnt met haar vriendin in het openbaar en op feestjes. Voor haar is er geen dubbelleven.

Perspectief

Door vier levensverhalen te vertellen (of vijf, met dat van de inleiding erbij) is Khadija Arib erin geslaagd een waaier van emoties, ervaringen en problemen van lesbische moslima’s weer te geven. De twee grote constanten daarbij zijn, naast het ontdekken van de eigen identiteit, de druk -die door de ouders en de ruimere familie wordt uitgeoefend- om te trouwen en druk door een islamitische moraal die homoseksualiteit sterk afkeurt. Voor lesbische meisjes en vrouwen is het heel moeilijk aan die dubbele druk te weerstaan, maar Aribs boekje toont dat het kan, en hoe.

Eric Hulsens

Khadija Arib, Allah heeft ons zo gemaakt, Liefde tussen vrouwen, Balans, Amsterdam 2011, 71 blz., 6,95 euro.

Marokkaanse Fashionisten Deel III

3937459-5940992

In mijn vorige column hebben we het uitgebreid gehad over de modebewuste Marokkanen. Dit keer gaan we weer een stapje verder aangezien ik allemaal leuke reacties van jullie heb ontvangen.
Als eerst gaan we het hebben over H&M en Marokko en wat deze twee gemeen hebben met elkaar. Ik zal niet teveel weggeven, aangezien Marokkanen niet bekend staan om hun geduld. Dus mensen lees vooral verder en reacties zijn welkom.




H&M kiest voor Marokko:
Jullie zullen Sofia Coppola vast niet kennen, maar ze is een Amerikaanse actrice en filmregisseur. Voor de nieuwe collectie heeft Sophie Marokko gekozen om daar de nieuwe reclamespot van H&M op te nemen. De Britse actrice Imogen Poots heeft de hoofdrol in het filmpje die gedraaid is in Marrakech.
Ze presenteert er de nieuwe kledinglijn van Hennes & Mauritz, die vanaf 8 maart beschikbaar zal zijn in 260 winkels wereldwijd. Dus Marokko en vooral Marrakech liggen erg in trek in de fashionscene.

3937459-5940996Hoofdoekkies:
Wat ook erg is toegenomen zijn de hoofddoekjes. Zes op de tien moslima’s die in Nederland wonen in de leeftijdscategorie van 15 tot 40 jaar dragen tegenwoordig een hoofddoek, we hebben het dan over 85.000 vrouwen. Uit een landelijk onderzoek dat is gedaan door ‘Motivaction’ waar ruim 1500 jongen vrouwen aan hebben deelgenomen is gebleken dat deze vrouwen de hoofddoek dragen als onderdeel van hun identiteit. Jullie zullen ‘Het Hoofdboek’ ook wel kennen, dit was bedoeld om de Nederlanders een kijkje in de wereld te laten nemen van de hoofddoekdraagsters. Hieruit is ook gebleken dat de hoofddoek een toenemend mode-item wordt. Je ziet dat de hoofddoek de outfit bepaald. Maar dames let op!! de zomer komt er weer aan, maar laat die gekleurde hoofddoeken achterwegen, carnaval is immers al geweest.

 

 

Jeugd van tegenwoordig: 3937459-5941004
Marokkaanse jongeren tussen 15 en 19 jaar krijgen steeds meer van hun omgeving mee, hoe zij zich moeten kleden. De jongeren in deze leeftijdscategorie geven per jaar gemiddeld 1.780 euro uit aan schoenen en kleding. Het blijft niet meer bij de H&M en Zara. Nee, deze jongeren willen ook vaak merkkleding zoals Lanvin, Gucci en Prada. Bij 15 tot 19 jarige jongeren van alle nationaliteiten, ligt het gemiddelde bedrag op 768 euro. Hoe komen deze jongeren aan dat geld?

We zijn er vast allemaal bewust van dat vooral Marokkaanse meisjes houden van winkelen. Eén op de drie dames koopt minstens 1 keer per maand nieuwe schoenen. De schoenen lijken een echte trend te worden. Het is grappig om te zien dat de jongeren steeds vaker Vans en Air Jordans dragen met een strakke skinny ripped jeans. Iets wat ik zelf oerlelijk vindt. Als je zo’n paar schoenen koopt ben je al gauw € 60,- kwijt. Vooral in de Amsterdamse scene lijkt het erop dat veel Marokkanen zich meer zorgen maken om de mode die er zich nu afspeelt dan het heilige vrijdags gebed! Een paar jaar geleden hoorde je er alleen bij met een grote opvallende bontjas van Moncler. En nu ben je dat met een simpele paar Vansjes.

Terugkomend op Amsterdam, ik merk toch wel dat daar de Marokkaanse jongeren het snelst met de nieuwe mode mee gaan. Zij lopen soms wel een jaar voor op Marokkanen die elders in Nederland wonen. Reden voor het koopgedrag is voor de jongens het feit dat ze er ‘stoer’ en ‘sexy’ uit willen zien. Meisjes kopen veel kleding om er ‘gewaagd’ en ‘origineel’ uit te zien. Zo merk je maar hoe de denkwijze in elkaar zit.

Handbags: 3937459-5941006
Een gewaagd hot-item wat je ook steeds vaker ziet, zijn de stoere herentassen. Ik vind de heren die het lef hebben om zo’n tas te dragen, zich zelf de ‘echte mannen’ mogen noemen. Let er wel op dat je het goed combineert met je outfit en houdt er ook rekening mee dat het stoer moet blijven. Dit item zal hoogstwaarschijnlijk toenemen in de toekomst. Het zal blijken wie de echte Fashionisten zijn onder ons.

Tenslotte wie van jullie is het met me eens dat nektasjes gewoon handig zijn? En je ze leuk kunt combineren met een leuk outfit. En heren mooie nektasjes bestaan echt! Alleen zie ik ze niet vaak bij ons. Ik zie namelijk al die Marokkaanse jongens met nektasjes lopen van Gucci, Burberry en Louis Vuitton. De meeste zijn nep en geïmporteerd uit Marokko. Want jongens laat ik jullie maar uit jullie dromen helpen, de zogenaamde waardevolle, stoere nektasjes van Gucci en Burberry bestaan niet buiten Marokko. En voor de dames die de nektasjes van deze jongens lelijk vinden: Komen jullie dan eens met wat goede alternatieven zodat ze hun sleutels, Blackberry’s en pakje sigaretten nooit meer hoeven te verliezen.

Dat zit wel snor

Daar stonden ze. Tientallen, wat zeg ik, honderden illegalen: jaren zestig-pakken, schoenen met versleten hakken, vermoeide ogen, goedkope eau de cologne en vooral veel hangende snorren.
Ook ik stond er tussen. Een van mijn ooms had mij meegenomen. Hij had geen papieren en ik wel, maar hij had een snor en ik niet. Wat keek ik op tegen die snor. Als ik later groot zou zijn, dan heb ik ook een knevel. Ik was twaalf jaar en was nog niet besmet met het idee, dat in dit land over het algemeen snorren als vies worden beschouwd.

We stonden niet in de rij voor een of andere snorren contest. De reden was een vliegtuig, deze luchtbus donderde op de flatgebouwen Groeneveen en Kruitberg in Amsterdam. Het werkelijke aantal slachtoffers was onbekend, omdat er onder andere illegalen in de flats woonde. Daarom riep iemand, dat iedereen die zich in de gebouwen bevond tijdens de ramp een legale status kon ontvangen als hij maar kwam vertellen wie er nog meer aanwezig waren op de plaats des onheils. Mijn ome snorremans liet zich dat geen twee keer zeggen.

Ik had geen snor, maar sprak wel Nederlands dus werd ik meegenomen om als tolk te fungeren. Vanuit Deventer zocht mijn oom zijn gelukspapieren in Amsterdam en met hem heel besnord illegaal Europa. Ze kwamen overal vandaan. Uit alle hoeken van het rijke continent waren ze toegestroomd voor gratis papieren.

Toen ik mijn oom in de trein vroeg hoe hij de papierverstrekkers kon overtuigen dat hij wel degelijk bij de ramp aanwezig was, terwijl hij er niet was bij geweest. Hij stond op het moment van de ramp in de vaathoek van restaurant Snabbels. En restaurant Snabbels staat ongeveer honderd kilometer van de Bijlmer in het centrum van Deventer. Hij trok zijn bovenlip omhoog en zijn onderlip plakte mee. Trok zachtjes met wijsvinger en duim aan zijn snor en zei, dat hij nog elke dag last heeft van zijn hasjspeedboot trauma. Het trauma als geheimwapen.

Hij stapte in Afrika op een hasjspeedboot en deze bracht hem naar Europa, en hoe. Hij had nog nooit in een boot gezeten. Ook niet in een speedboot dus al helemaal niet in een hasjspeedboot.

De reis was een ramp. Een ritje dat normaal niet langer zou duren dan een paar uur werd door Miami Vice achtervolgingen al gauw anderhalve dag. De hasjspeedboot werd zes keer achterna gezeten door de Spaanse waterpolitie. Hij scheet alle bestaande en niet bestaande kleuren in zijn broek. Bij elke golf vloog hij en de jutezakken met de hasj waar hij op zat en zich aan vasthield de lucht in. En iedere keer dacht hij, het is nu afgelopen met me en dat anderhalve dag lang. Toen hij het zand van de Costa bereikte, werd hij eerst in elkaar geramd door de kapitein van de hasjspeedboot. Hij had in zijn broek gepoept en het was diaree. De hasjbalen waren bezaaid met zijn uitwerpselen. Klappen opvangen was het Afrikaanse resultaat van zijn verwarde darmen. Vervolgens moest hij de onder gescheten, dertig kilo per stuk wegende, hasjzakken op zijn rug dragen. Het ging het strand over, de boulevard op, de weg oversteken en dan alles in een Amerikaanse bak dumpen. Dit tachtig keer heen en weer. Toen hij klaar en meer dood dan levend was, werd hij op het strand achtergelaten.

Als hij voor de ambtenaren met volle magen, maar met lege bovenlippen zou staan, dan dacht hij aan de hasjspeedboot. Vanzelf zou hij gaan flippen en schuimbekken. De ambtenaren kregen dan ongetwijfeld het gevoel, dat hij de Boeing 747 van El Al weer op zich af zag komen.

Mijn oom ging inderdaad flippen, schuimbekken, scheet zichzelf onder en kwam zelfs een paar keer wel een meter van zijn stoel. Maar de ambtenaren waren gewiekste lui. En zagen dat hij een hasjspeedboot trauma had en geen ik – zie – een – Boeing – op – mij – afkomen trauma.

We stapten het gebouw uit en liepen langs de besnorde rij die ondertussen nog langer was geworden. Ik keek op naar mijn oom en zag de teleurstelling op zijn gezicht: nog steeds illegaal. Hij sloeg zijn snor fier in de wind en legde een hand op mijn schouder. Later zou ik ook zo een snor hebben en hij papieren.

Asis Aynan, verschenen bij De Balie

Ik ben die Marokkaan niet

27 februari 2012 – HO-specialist Tanja Jadnanansing (PvdA) wilde er zelf bij zijn. Bij de promotie over het lot en de inzet van de Marokkaanse HBO-student. “De observatie van de onderzoeker dat de studenten zich echt continu moeten bewijzen herken ik vanuit mijn eigen gesprekken met Marokkaans-Nederlandse studenten.”
Ik las op ScienceGuide dat docente Machteld de Jong op donderdag 23 februari haar proefschrift ‘Ik ben die Marokkaan niet’ zou verdedigen aan de VU en schreef het meteen in mijn toch al propvolle agenda. Hier wilde ik tijd voor maken. Omdat ik het oprecht belangrijk vind dat ook dat andere verhaal wordt verteld. Dat verhaal van de ambitieuze Marokkaanse student. De student die ervoor wil gaan, die beseft dat onderwijs kan bijdragen aan een betere toekomst.

Het was jammer te moeten constateren dat tijdens de verdediging door deze gedreven Inholland-docente de zaal niet tot de nok gevuld was. Ik kon de akelige gedachte niet verdringen dat het wel anders zou zijn geweest als daar een onderzoeker had gestaan die het over crimineel gedrag zou hebben gehad. Is dat te cynisch van mij? Ik hoop het van harte.

Continu bewijzen

Ik dacht ook weer aan het onlangs gepresenteerde rapport van het SCP waaruit blijkt dat steeds meer allochtone jongeren een inhaalslag maken als het gaat om onderwijs. Daarover hoor en zie je vervolgens niets in de media.

Uit de presentatie van De Jong meende ik diezelfde irritatie daarover te proeven dat altijd de negatieve kant de volle aandacht krijgt. De observatie van de onderzoeker dat de studenten zich echt continu moeten bewijzen herken ik vanuit mijn eigen gesprekken met Marokkaans-Nederlandse studenten. En overigens ook uit zulke gesprekken met andere studenten met een multiculturele achtergrond.

De toegewijde manier waarop De Jong haar respondenten heeft benaderd draagt bij aan een realistische inkijk in de gedachten van de studenten. De worsteling is steeds voelbaar: enerzijds graag erbij willen horen. anderzijds loyaal willen zijn aan waar je vandaan komt. De wens om tot netwerken te worden toegelaten, maar de vaardigheden missen om echt geaccepteerd te worden. De ongeschreven sociale codes niet snappen, maar niemand in de buurt hebben die het dan kan uitleggen.

Hoe bouw je aan vertrouwen?

De zoektocht naar insluiting in plaats van uitsluiting is groot, maar vooral ook het onvermogen komt goed naar voren. Het woord vertrouwen valt vaak, of beter gezegd het gebrek daaraan. Zoals ik heb begrepen is het voor studenten niet vanzelfsprekend om de ander te vertrouwen en dat terwijl vertrouwen juist de basis is om tot verbinding te komen. Vertrouwen kan pas worden opgebouwd als je elkaar kent en veelvuldig ontmoet. Uit het onderzoek blijkt echter dat die ontmoeting vanaf de lagere school uitblijft. Interessant is dat deze studenten juist snakken naar die ontmoeting met de ander.

Als woordvoerder Hoger Onderwijs heb ik – ook terug denkend aan mijn eigen jaren als multiculturele student – met heel veel dankbaarheid geluisterd naar De Jong. Zij maakt een begin om het gesprek open en eerlijk met elkaar te voeren. Zij wijst in haar onderzoekswerk op de roep van de student om gewoon onderdeel te willen zijn van de academische, de hbo-gemeenschap. Om gezien te worden als hard studerend, vol ambitie en met de wil om er iets van te maken. Om te ervaren dat het om meer gaat dan alleen je afkomst.

49 jaar na het overlijden van amir of Rif

Als eert willen we Forum voor Mensenrechten Noord-Marokko en 3889321-5849142
Europa, afdeling Nederland bedanken voor het organiseren van deze dag en ons de ruimte geeft om een woordje te doen op deze dag die georganiseerd word ter nagedachtenis van Abdelkrim El Khattabi.

we leven nu 49 jaar na zijn overlijden in een wereld die gelukkig zijn menselijke gezicht niet verloren heeft. De revoluties die om ons heen gaande zijn, Hebben alleen gemeen dat zij vrijheid, democratie en waardigheid nastreven. Een wereld, waar deze waarden ontbreken is niets waard. Het is het hoogste goed voor een mens en het is de moeite waard om voor te strijden en het leven ervoor te geven.

Abdelkarim heeft niet alleen gestreden om de kolonisator te verdrijven, maar juist voor deze waarden gestreden. Daarom is hij in
korte tijd uitgegroeid van een lokale leider tot een leider van wereldformaat. Hij werd hierom geroemd door vriend en vijand.
Abdelkarim gaf ons een droom en houvast.
Het is niet voor niets dat zijn leven en de geschiedenis waar hij deel van uitmaakt uit de scholenboeken van de Makhzen werd weggelaten. Hij had een rechtvaardige zaak waarvoor hij vocht en vele generatie,s na hem zullen zijn droom nog verder najagen. Hij heefd voor de wereld en voor de Rif veel betekend. De geschiedenis van het noorden van Marokko met hem als centrale actor, heeft veel invloed op ons het onze ontwikkeling. Hij is een soort vaste stee bij het vormen van onze identiteit. Hij is een referentiekader met menselijke waarden die niet samen kan leven met een onderdrukkend totalitair systeem. Als we naar deze geschiedenis kijken, dan vinden we dat er misdaden zijn gepleegd tegen de mensheid in het Rifgebied. Zijn republikeinse manier van het leven en denken is uitgegroeid, Hij is verstoten van zijn symbolen en het recht over zijn eigen lot te buigen en te beslissen. 3889321-5849159

Wij als KMM vinden het niet tolereerbaar dat er nog steeds en boycot is op de geschiedenis van de rif. Elk volk heeft recht op zijn geschiedenis en erfgoed. Een staat of een overheid hoort deze te beschermen, te behoeden voor vervalsingen en over te dragen aan het volk en hem te integreren in de schoolboeken. Deze kennis over de geschiedenis is van levensbelang voor een gezonde ontwikkeling van een volk. Een volk wat zijn geschiedenislijn is afgeknipt, is een volk dat gedoemd is tot een chronisch stilstaan in zijn ontwikkeling. De misdaden die zijn begaan moeten erkend worden als een eerste stap in het proces van verzoening met de regio. Hierin vinden wij dat de Marokkaanse waarheidscommissie tekort heeft geschoten.
De Rif heeft te veel geleden. Het is de hoogste tijd dat wij hem recht doen en zijn waardigheid terug eisen.
Daarom heffen wij onze stem samen met andere krachten uit de samenleving voor:

Het erkennen van instituut Abdelkrim El Khattabi te Ajdir
Het integreren van de geschiedenis van Abdelkrim El Khattabi in het officiële onderwijs van Marokko
Het bevorderen van sociale en economische ontwikkeling van de rifregio
Het gunnen van het recht op eigenbestuur voor de regio
Restauratie en onderhoud van panden die plaats en betekenis hebben in deze geschiedenis
Stoppen met de militarisering van de regio en deze slechts benaderen uit een veiligheidsoogpunt.