Faysal begint aan laatste kunstje

VOETBAL – Hoe vaak heeft hij het moeten vertellen? Supporters die hem aanklampten: ‘Zeg Faysal, wat horen we nu?’ Faysal el Ahrami weet het niet. “Iemand brengt een verhaal in de wereld en binnen de kortste keren gaat dat een heel eigen leven leiden.

Het is onzin, ik stop niet omdat ik 6 juli in Marokko (El Hoceima) ga trouwen. Sterker nog; mijn toekomstige vrouw heeft me zelfs aangemoedigd om door te gaan. Ik heb die beslissing genomen omdat ik mijn job als jongerenwerker en mijn studie sportmanagement niet langer kan combineren met trainen op dinsdag en donderdag. En al wilden ze daar bij Dosko best een oplossing voor bedenken; ik wilde en wil dat niet. Geen uitzonderingspositie voor mij, dat zou oneerlijk zijn ten opzichte van de jongens op de bank die wel twee keer per week trainen. Bovendien heeft Dosko goede vervangers, er zijn enkele verdedigers gescout bij FC Bergen.”

El Ahrami (27) legt in zijn verhaal grote stelligheid. “Ik heb er een seizoen lang over nagedacht. Toen ik mijn beslissing genomen had, heb ik die nog voor het behalen van de titel in de derde klasse aan het bestuur en de elftalleiding medegedeeld. ‘Het zou wel goed komen’, zeiden ze toen. ‘Daar vinden we wel een oplossing voor’. Aan het begin van dit seizoen, heb ik het nog een keer gezegd. En nu roept de trainer tegen me dat ik er wel moet zijn op de introductieavond van het seizoen 20012-2013. Het is allemaal goed bedoeld, dat weet ik best. Er ligt ook best wat humor in, maar het is zondag toch echt mijn laatste wedstrijd.”

Auteur: door Karel Pleunis karel.pleunis@bndestem.nl

De nieuwe vrijheidsliefhebbers

Bij de recente oprichting van haar politieke partij, na tachtig jaar van uitsluiting en verbod, heeft de Moslimbroederschap in Egypte de naam ‘Partij voor Rechtvaardigheid en Vrijheid’ aan haar partij gegeven. Toen de PDJ’ers in Marokko de regeringsverantwoordelijkheid namen, noemden zij de hoofdverantwoordelijke bij Justitie: ‘Minister van Justitie en Vrijheden’. Opmerkelijk hoe zeer de Islamisten op vrijheid zijn gesteld, wat weer bewijst dat zij tot de club der mensheid behoren. Want de essentie van mens zijn is in wezen hunkeren naar vrijheid.

Het verschil echter is dat de Moslimbroederschap, zodra zij hun partij hebben opgericht met de naam vrijheid erin, zij niet al te beste bedoelingen begonnen te openbaren richting andere partijen met wie zij van opvatting, smaak en manier van leven verschillen. Dit delen ze met hun Salafistische broeders die hier zelfs als eerste bij waren en kenden op hun beurt hun partij een ‘stralende’ naam toe; ‘Partij van het Licht’. Hoe stugger en duisterder de opvattingen des te mooier en glanzender de partijnamen.

De Marokkaanse minister van Justitie en Vrijheden heeft ook een mooie standpunt ingenomen om de naam van zijn ministerie te bevestigen en zijn om moedigheid kracht bij te zetten. Bij zijn aantrede als minister verklaarde hij dat de regering waar hij toe behoort geen nieuwe alcoholvergunningen zal verstrekken. Dit draagt dus duidelijk bij aan de veruiming van de individuele vrijheden en de respect hiervoor. In het bijzijn van de geachte Salafistische Cheikh El Maghraoui, op wiens naam de fatwa van het mogen huwen van een meisje van negen, is de minister niet vergeten te wijzen richting de toeristen in Marrakesh. Hij beschouwde hen allemaal mensen die naar de Rode Stad komen om zich van God te verwijderen. We weten niet of hij daarmee doelt op de Wahabistisch broeders van El Maghraoui uit het land van Al-Saoed (Saoedie Arabië) of andere Oliestammen. Of hij alleen de blonde toeristen bedoelde die van heinde en ver zijn gekomen. De meerderheid van hen is in de eerste plaats voor culturele doeleinden naar de stad getrokken. Deze mensen hebben geen tweede gezicht; ze zeggen wat ze doen en ze doen wat ze zeggen.

Maar de heer Ramid heeft snel al de mouwen opgestroopt om de naam van zijn ministerie een werkelijke betekenis te geven, toen hij een groot deel van de Salafisten trachtte vrij te laten omdat zij oprechte berouw toonden op het altaar van de macht. Daarentegen, in zijn relatieve definitie voor vrijheden bij zijn ministerie, vernamen de mensen dat een ander deel van de Salafisten niet in aanmerking komt voor vrijlating omdat zij, volgens de uitlatingen van de minister, ‘hun meningen nog niet hebben veranderd’. Ook veel andere politieke gevangenen, demonstranten en gevangenen van het vrije woord zijn de aandacht van de minister ontgaan, omdat hun positie niet in overeenstemming is met de nieuwe definitie van vrijheid waar de Islamisten mee kwamen en de ministerie aanhoudt. Tegelijkertijd werd duidelijk in welke mate de volgers van de partij van de heer Ramid van vrijheid in de samenleving genieten. Zij die zich hier en daar vermaken en verzamelen, niet omdat ze voor een recht opkomen dat onderdrukt is, maar om de anderen hun eigen waarden op te leggen door middel van ‘wetten’ uit hun losse pols in afwezigheid van enig autoriteit. Vrijheid is dus werkelijk in te delen in verschillende categorieën, kleuren en kent ook veel definities.

Uit de nieuwe definitie van vrijheid die de Islamisten aanhouden, is op te maken dat deze alleen voor hen geldt. Een duidelijke koers is gezet richting het uitwissen van de universele betekenis van het begrip ‘vrijheid’. Vrijheid die iedereen verdient. De tragedie van het volk houdt niet op bij een opstand, maar een moeilijker weg zal nog bewandeld worden. Deze weg zal door religieuze extremisten zwart worden bevlekt en de gewenste democratie zal pas na zware offers worden bereikt.

Ahmed Assid is denker en publicist, verbonden aan IRCAM

Vertaald door Rani el Kaddouri

‘Wel of geen hoofddoek, wel of geen maagd zijn – het is al vermoeiend als je dit zo leest, toch?’

‘Wij’ Marokkaanse vrouwen moeten al zo veel, schrijft Raja Felgata. Netjes trouwen, maagd blijven tot aan een huwelijk, de ouders een plezant gevoel geven tot aan de dood inclusief een halal begrafenis, de autochtone Nederlander laten zien en horen dat we vooral geïntegreerd, nee geassimileerd zijn. Been there, done it.

Nora Kasmi besluit om de Marokkaanse cultuur onder een vergrootglas te leggen en de Marokkaanse vrouw uit te dagen door haar op te dragen zich uit een [‘Marokkaanse sociale wurggreep te wrikken’]url:http://www.volkskrant.nl/vk/nl/3184/opinie/article/detail/3261071/2012/05/25/Marokkaanse-vrouw-wrik-je-los-uit-de-beklemmende-sociale-wurggreep.dhtml . Oh nee, hier gaan we weer. ‘Wij’ Marokkaanse vrouwen, hebben vaak genoeg thema’s binnen de gemeenschap aangekaart en besproken, maar verandering gaat niet over 1 nacht ijs. Mensen verwachten snel grote aardverschuivingen, terwijl onze ouders net bezig zijn met herstellen van onze vrijgevochtenheid, emancipatiestrijd, grote mond, eigen wil en dat allemaal binnen de kaders van onze religie, culturele normen en waarden en die sociale wurggreep waar mevrouw Kasmi het over heeft. Ik snap Nora wel.

Maar wie wordt tegenwoordig niet gewurgd? Demissionair minister-president Rutte kan je alles vertellen over een wurggreep, katholieken die de trauma’s van een piemelpriester nog proberen te verwerken zijn ook aan het stikken en veel (ik heb geen cijfers) donkere mensen voelen zich ook nog steeds gekaapt door 5 december  (per definitie een gevoelige maand voor een Surinaamse gemeenschap). Of  een Tofik Dibi die door zijn eigen partij wordt gewurgd waar hij bij staat. En waar ligt de nadruk? Op  een individueel geval, waarbij de focus wederom ligt op het verstikkende, onderdrukte sociale gemeenschapsgoed van de Marokkanen in ons land. Zelfs niet-Marokkanen die ik ken zijn het zat. Ik wil Nora’s verhaal niet bagatelliseren, het is haar strijd en ik respecteer dat. Maar projecties van haar persoonlijke verhaal mogen niet als norm worden gesteld voor ‘de Marokkaanse gemeenschap’.

Om het heel plat te zeggen: ik word hier moe van. ‘Wij’ Marokkaanse vrouwen moeten al zo veel. Netjes trouwen, maagd blijven tot aan een huwelijk, de ouders een plezant gevoel geven tot aan de dood inclusief een halal begrafenis, de autochtone Nederlander laten zien en horen dat we vooral geïntegreerd, nee geassimileerd zijn. Dat we met een rollende rrrr spreken, ons niet meer laten uithuwelijken en onze eigen keuzes maken. Al die verschillende werelden. Heeft iemand weleens stilgestaan hoe sterk diezelfde Marokkaanse vrouw is waar iedereen maar een mening over heeft? Hoezeer ze moet schipperen tussen al die verschillende werelden, elke vrouw met een eigen verhaal? Net zoals die van Nora Kasmi, persoonlijk, met vallen en opstaan, bloed zweet en tranen.

Inderdaad, de Marokkaanse gemeenschap is niet altijd even makkelijk en het is aan ons, 2e en 3e generatie Marokkaanse Nederlanders om verandering te brengen daar waar mensen zoals Nora Kasmi en velen met haar, tegen strijden. Natuurlijk zullen er nog altijd thema’s zijn die de gemeenschap van binnenuit zelf bespreekbaar moet maken, maar ‘we’  kaarten het aan en we lullen als Brugman vanuit de  gemeenschap om niet het verwijt te krijgen, niets te doen. Kan men ons wat tijd geven? Alsof de vrouw in Nederland iets te zeggen had voor 1917. Het blad Opzij was en is toch nog steeds nodig? In welke wurggreep zit die vrouw? Iemand?

Als Marokkaans-Nederlandse vrouw geboren en getogen in Amsterdam, vind ik dat wij Marokkaanse vrouwen veel verder zijn dan deze discussie. We doen mee in deze samenleving waarin we collectief niet weten waar we staan op politiek en maatschappelijk vlak en proberen onze identiteit te bewaken te midden van links en rechts meningenland die De Marokkaanse vrouw proberen te definiëren. Krijgt zij tijd om adem te halen? Tijd om na te denken over wie zij is in de molen van bonte meningen en interpretaties over identiteit en religie?

Waarom bemoeit iedereen zich met ‘ons’ ? Waarom is het zo belangrijk om die Marokkaanse vrouw in dat ene hokje te plaatsen, waar ze niet altijd hoort, maar wel volgens de norm behoort te zijn? Welke norm is dat? Kan iemand mij dat uitleggen? Kan iemand mij vertellen, wie. Ik. ben? Aangezien we met z’n allen toch bezig zijn om elkaar te vertellen wie de ander is?

Als journalist ontmoet ik genoeg vrouwen: studerende, hard lerende en werkende jonge vrouwen die continue uit moeten leggen waarom ze wel of geen hoofddoek dragen. Waarom ze wel of niet getrouwd zijn, waarom ze wel of geen maagd zijn, waarom ze zo goed Nederlands spreken, zo zonder accent. ‘Wat knap’. Het is al vermoeiend als je dit zo leest, toch?

De Marokkaanse vrouw heeft klappen gehad, ja.  Maar niet altijd van haar vreselijke echtgenoot. Haar omgeving maakt het haar ook niet makkelijk –  en ik zeg dit zonder te vervallen in slachtoffergedrag. Ik weet uit eigen persoonlijke ervaring dat vrijheid van meningsuiting in Nederland niet absoluut is. Ik ben door diezelfde Marokkaanse vrouwen die het hardst roepen genaaid te worden in het publieke domein, zelf publiekelijk aan de schandpaal genageld om een mening. Dus JA. Er is een wurggreep, maar niet per definitie door ons ouderlijk huis of door partners. Bij vrouwen onderling is er ook een slag te slaan. Laten we het hebben over hoe men met elkaar omgaat in het publieke domein en hoe Marokkaanse vrouwen worden neergezet door derden en door elkaar. We hebben te hard gevochten om gereduceerd te worden tot gewurgd en getergd lijdend voorwerp.

Ik wil die sterke vrouwen niet opnoemen, jullie weten zelf!  We hebben geen (Marokkaanse) mannen nodig om Nederland te vertellen wie wij zijn en wat we doen. Laten wij dat vooral zelf doen. Laten wij – ‘De Marokkaanse vrouw’- voor die verandering zorgen waar men zo hard om schreeuwt. Niet over praten, maar gewoon doen. Samen. Zonder krabbenmand taferelen, zonder bitchfights of frame-acties waarbij je iemand kapot belastert omdat iemands mening je niet zint. We leven tenslotte in een democratie, niet in het absolutisme.

En áls we dan toch willen praten, laten wij het dan hebben over de dikke dossiers met keiharde cijfers over schizofrenie bij 1e en 2e generatie Marokkaanse mannen. Ik zie dagelijks Marokkaanse jongens in Amsterdam-West die gillend over straat lopen omdat ze stemmen horen. Laten we het hebben over de criminaliteitscijfers die zouden dalen, als wij deze groep jongens in kaart zouden brengen. En daarmee een hardnekkig psychisch probleem bespreekbaar maken, zodat de zorg, politie en justitie klaar staan als er een tsunami van schizofrene Marokkaanse jongens op ze afkomt over een paar jaar. Laten wij het dáár over hebben, in plaats van de ‘verstikkende sociale controle’ waar de Marokkaanse gemeenschap zelf al jaren keihard mee bezig is. Been there, done it.

Ik – en samen met mij een hoop andere Marokkaanse vrouwen – zijn het zat om door die ander gedefinieerd te worden. Kappen Nou!!

Raja Felgata is journaliste en bedenker van de 101 Kleurrijke Vrouwenlijst

Marokkaanse fans eisen ontslag Gerets

Erik Gerets werd de voorbije weken al meermaals aan de Rode Duivels gelinkt, maar de Belgische toptrainer ligt nog onder contract bij de Marokkaanse voetbalbond. Daar kan echter sneller dan verwacht verandering in komen.

Marokko ging vrijdagavond namelijk onderuit tegen Senegal. Het werd 0-1 in het voordeel van de bezoekers. Het ging om een oefenwedstrijd, maar desalniettemin viel de nederlaag niet in goede aarde. De thuisaanhang eiste tijdens de wedstrijd zelfs het ontslag van Gerets.

Begin volgende maand staan er voor Marokko twee WK-kwalificatiewedstrijden op het programma. Als de Leeuwen van de Atlas tegen Gambia of Ivoorkust punten laten liggen, wordt de situatie stilaan onhoudbaar voor Gerets. Vooral omdat Marokko eerder ook op de Afrika Cup ver beneden de verwachtingen presteerde.

Meer dictatuur graag, en snel!

Door: Said el Haji

Om heel eerlijk te zijn, ik snap de ballen van financieel-economische zaken. Ja, dat geef ik heel eerlijk toe. De crisis waarin we nu al geruime tijd zitten, ik snap er weinig van. Er is gesjoemeld, volop geprofiteerd en evenzoveel door de vingers gezien. Niet te vergeten is het feit dat we decennialang op te grote voet hebben geleefd. Zolang we verblind waren door het glanzende goud van de alsmaar toenemende welvaart, was er niemand die echt stennis schopte. Nu zich steeds meer welvaart verplaatst naar opkomende landen die veel gretiger en bescheidener zijn, en niet neerkijken op eentonig werk, zoeken we wanhopig naar een zondebok. Tot hier reikt mijn algemene kennis wat de huidige crisis betreft.

Terwijl ik op de middelbare school wél Economie in mijn pakket had. Ik was er niet slecht in. En ook niet echt goed. Nooit scoorde ik hoger dan een zeven, maar meestal wel een magere zes. Mijn redding had ik te danken aan mijn leesgedrag. Deze zorgde op het juiste moment voor een tijdelijke opleving, een trendbreuk in de lijn van magere zessen, zodat ik met een redelijk gemiddelde slaagde.

Ik las dus graag en toen mij tijdens het mondelinge tentamen werd gevraagd om de term ‘economische conjunctuur’ uit te leggen, dacht ik onmiddellijk aan het boek Being There van Jerzy Kozinski. Over de onnozele tuinier Chance die door een samenloop van omstandigheden razendsnel de maatschappelijke ladder opklimt, tot aan mogelijke kandidaat voor het Amerikaanse presidentschap toe. Iedereen ziet hem voor een genie aan, terwijl hij de onnozelheid zelve is. De kans dat zoiets in het echte leven gebeurt, is natuurlijk gering; maar hij heet niet voor niets Chance. Wanneer hem wordt gevraagd naar zijn mening over de economie, dan antwoordt hij in termen van tuinieren. Snoeien om te groeien, als het ware. Zo verdeelt hij de economie in verschillende seizoenen en iedereen roemt hem erom. Hij wordt aangezien voor een origineel denker, een integer en wijs mens, onaangeraakt door de tijd van carrièrejagers en betweters. Het concept van de onnozelaar die de wereld verbaast is later vermakelijk uitgewerkt door filmmaker Robert Zemeckis in Forrest Gump.

Terug naar mijn mondelinge tentamen Economie. Om de term ‘economische conjunctuur’ uit te leggen, dacht ik dus aan de tuinmetafoor van Chance – en antwoordde dat het zoiets was als de seizoenen binnen het economische leven gedurende een gegeven periode, of zoiets. De docent, die nog nooit van het boek van Kozinski gehoord had, omdat niet schrijvers maar economen zijn afgoden waren, wipte enthousiast op. Eindelijk zat er een leerling tegenover hem die niet droog gestampte definities opdreunde, maar zowaar blijk gaf van eigen inzicht. Hij vroeg of ik deze seizoenen, gesteld dat het er vier waren, kon noemen. Ik zei dat ik dat kon en liet wat begrippen vallen die ik in het Algemeen Dagblad had gelezen. Ik was destijds bezorger van deze krant. De begrippen die ik opdreunde waren ‘opleving’, ‘hoogconjunctuur’, ‘recessie’ en ‘depressie’. Waarna de docent oordeelde dat ik mij de materie prima had eigen gemaakt. Beloning: een acht.

En nu willen allerlei economisch niet bijster doorgeleerd hebbende kiezers op instigatie van enkele politieke partijen die hen om het hardst naar de mond proberen te praten, dat we met z’n allen gaan stemmen over het Europees Stabiliteitsmechanisme. Ik pas. Als we zo nodig willen stemmen over iedere kwestie waar de meesten van ons de ballen van snappen, dan kunnen we de hele parlementaire democratie wel opdoeken. De Nederlandse burger die het zó goed weet, dat hij de Staten-Generaal overbodig maakt? Het is de utopische onzin van een verwend smaldeel dat zich de navel van de wereld waant omdat ze nooit iets anders heeft gezien, als je het mij vraagt. Intussen worden we aan alle kanten ingehaald door landen die allang hebben ingezien dat democratie verre van ideaal is, vooral wanneer je te maken hebt met een hopeloos verdeeld en verwend kiezersvolk dat het wijzen naar de ander tot kunst verheft heeft om maar niet minder te hoeven consumeren. Als alle wereldburgers hetzelfde zouden verbruiken als Nederlanders, dan zijn 3,5 aardbollen nodig, concludeerde het Wereld Natuur Fonds 15 mei jl. in zijn Living Planet-rapport.

Democratie is de slechtste bestuursvorm, op alle andere bestuursvormen na. Wie deze woorden van Winston Churchill goed leest en realistisch genoeg is om ze te begrijpen, zal het niet zo gauw in zijn hoofd halen om te doen alsof democratie een ideaal is. En al helemaal geen ideaal dat in zijn absolute vorm gerealiseerd moet worden. In de handen van politieke partijen die volksraadplegingen eisen, verwordt democratie tot een middel van zuiver conservatieve neigingen. Zoals de paus die in de strijd tegen AIDS en overbevolking maar blijft hameren op meer christendom, terwijl de wereld niet meer christendom nodig heeft, maar meer condooms. Zo hebben we in Europa ook niet meer democratie nodig, maar meer dictatuur. Dus hevel een paar van onze nationale bevoegdheden, samen met die paar miljard euro voor het ESM, maar lekker naar Brussel, voordat we als Calimero het verongelijkte nakijken hebben.

Said El Haji (1976) studeerde Nederlandse taal- en letterkunde in Leiden en won in 2000 de El Hizjra-aanmoedigingsprijs voor zijn verhaal ‘De kleine Hamid’. Dit verhaal werkte hij uit tot zijn debuutroman De dagen van Sjaitan (2000), dat een ware hausse aan media-aandacht beleefde en die inmiddels ook in het Frans is verschenen. Van zijn hand verscheen verder nog Goddelijke duivel (2006) en De aankondiging (2011).

Ben geen allochtoon. Ben een Marokkaanse Nederlander

Al jaren erger ik mij aan de term ‘allochtoon’. Een woord dat door ambtenaren ergens op zestien hoog achter in Den Haag is bedacht. Ik kan mij dan ook niet voorstellen dat de ambtenaar die het woord bedacht heeft zelf van buitenlandse afkomst is geweest. Een weldenkend mens zou zichzelf niet de term allochtoon aanmeten, des te schrijnender is het woord ‘autochtoon’ als synoniem voor Nederlander. Dat krijg je als je de burgers zelf niet laat meepraten over hoe ze zichzelf zien of willen noemen.

De Nederlandse overheid heeft zonder inspraak van de samenleving etnische categorieën gemaakt om er vervolgens gericht beleid op te kunnen voeren. De resultaten ervan ervaren we dagelijks.
Veel allochtonen zien de term allochtoon als een sociaal-maatschappelijke knuppel die gebruikt wordt om de achterstand waaraan ze proberen te ontsnappen er weer in te slaan. Allochtoon heeft een connotatie gekregen van een minder geëmancipeerde, minder wetende, niet helemaal aangepaste, net-niet Nederlander. Bovendien is het een term die ze aangemeten hebben gekregen van een ambtenaar. Erger wordt het als ook nog het onderscheid tussen ‘westers’ en ‘niet-westers’ wordt gemaakt. Als niet-westers allochtoon ben je helemaal de sjaak omdat je meer plichten, en minder rechten hebt dan de westerse allochtoon. De term autochtoon is nog vreemder. Met de term allochtoon probeert de overheid tenminste een verzamelnaam te verkrijgen om verschillende etniciteiten in onder brengen omdat het makkelijker praat. Maar autochtoon? Dat is bedoeld voor maar één etniciteit, voor de Nederlander. Waarom dan niet gewoon Nederlander noemen? Ik kan geen kunstmatiger manier bedenken om maatschappelijke realiteiten te vervormen ten faveure van beleid en onderzoek
Het voelt soms meer als een brandmerk waaraan je de rest van je leven herkend zult worden. Dit staat in schril contrast met de opdracht die de Nederlandse overheid uitdraagt richting allochtonen om aan te passen, te integreren, en sinds de VVD en PVV samenwerken, zelfs te assimileren. Dit zou toch moeten resulteren in het verlies van de titel allochtoon als je erin slaagt te integreren of zelfs te assimileren? Maar niets is minder waar.

Nederland is erin geslaagd om heel veel allochtone burgers te faciliteren om hun potentie en talenten te ontwikkelen. Het CBS en SCP leren ons dat Marokkaans Nederlandse meisjes het inmiddels voor elkaar hebben om hun onderwijsachterstand in één generatie tijd te dichten. De hogescholen en universiteiten ontvangen elk jaar meer allochtone studenten. Het aantal Marokkaans Nederlandse professionals neemt toe. In de politiek is het aandeel Marokkaans Nederlandse politici stijgende, zo ook in kunst en cultuur, zorg en overheid. Er zijn dus niet alleen negatieve ontwikkelingen waar de meeste critici hun rechtse vingers lekker bij aflikken. Nee, er is ook een zeer positieve ontwikkeling gaande die bewijst dat de integratie van deze Nederlandse burgers prima is gelukt. Dus, hoeven ze geen allochtoon meer te heten, althans… dat zou je denken.

Volgens het RMO hoeft het niet meer. De term allochtoon kan voorgoed de kast in, en sleutel kunnen we weggooien. Het argument daarvoor is dat door het blijven monitoren en meten van de ontwikkelingen van allochtonen, per definitie dus de term allochtoon moet blijven. Heel begrijpelijk en mee eens. Eindelijk van die term af zou je denken. Minister Leers reageerde de dag erop meteen met de boodschap dat die term te belangrijk is om weg te doen. De minister meent te moeten blijven meten om de ontwikkelingen, en dus ook de problemen, in verschillende migrantengemeenschappen te monitoren. Dit is belangrijk om gericht beleid te kunnen voeren om diegenen die achterblijven mee te krijgen. Daar heeft de minister ook een goed punt.
Dat zet mij in een tweespalt. Enerzijds wil ik van die verdomde term allochtoon af omdat ik mezelf er niet in herken en de connotatie die het heeft gekregen verre van mij wil werpen. De positie van mijn ouders in deze samenleving was een hele andere dan de mijne. En ik hoop met elk bot in mijn lichaam dat mijn kinderen het beter zullen doen dan ik en zich onvoorwaardelijk thuis voelen in Nederland omdat ze overtuigd zijn dat ze hier horen en niet apart genoemd of behandeld worden. Anderzijds begrijp ik goed dat er een onderzoeks- en beleidsterm moet zijn om de ontwikkeling in de migrantengemeenschappen in Nederland te monitoren en om gericht te kunnen interveniëren en faciliteren. Immers, het in ieders belang is dat achterstanden worden weggewerkt.

Als wij nu eens stoppen met te doen alsof de samenleving maakbaar is door iemand een identiteit op te dringen, dan kan het wel eens zomaar zijn dat die iemand Nederlander wil zijn om de juiste redenen. Omdat hij de vrijheid heeft om zelf te bepalen wie hij wil zijn en aangesproken wordt. Laten we met elkaar, overheid en samenleving, in gesprek gaan over hoe we elkaar aanspreken en noemen. Laat de burgers zichzelf identificeren, en zoek als overheid een onderzoeksmodus die daarop aansluit. In het belang van het samenleven, onderzoek en beleid. Ik zal dan de aftrap doen door mijzelf alvast voor te stellen. Ik ben Hasib Moukaddim, Marokkaanse Nederlander.

Hasib Moukaddim is directeur van het Samenwerkingsverband van Marokkaanse Nederlanders (SMN)

Bron: Wereldjournalisten