door Redactie | okt 5, 2012 |
En zo werd ik gisteren op Joop zomaar beschuldigd van racisme en vrouwenhaat. Door Bart Schut nota bene, die een paar maanden geleden nationale bekendheid verwierf met een racistisch stuk tegen Marokkanen in de Volkskrant.
Zoals gebruikelijk verzon Schut een paar feiten en legde hij me woorden in de mond om zijn beschuldiging ‘hard’ te kunnen maken. Daarom heb ik nooit zin in een discussie met deze meneer. Ik heb me daartoe één keer laten verleiden en toen was ik voornamelijk bezig een reeks beschuldigingen te ontkennen. Te ontkennen dat ik zus gezegd had en te bewijzen dat ik wel degelijk zo geschreven had.
Met Bart Schut discussiëren is als in een hondendrol trappen; daar worden je schoenen heel vies van.
Bovendien wordt Schut voornamelijk gemotiveerd door haat jegens mijn persoontje. Op Twitter is-ie voortdurend bezig ruzie met me uit te lokken, door mij wijselijk genegeerd. Elke strohalm, tot een historische tekening van naakte kinderen aan toe, grijpt-ie aan om tegen me tekeer te gaan. Dus dat is een weinig vruchtbare bodem voor een zuivere discussie.
Maar Schut is niet de enige die meteen begint te schuimbekken over ‘vrouwenhaat’ als je je bezwaren tegen de abortusboot inbrengt. Elke discussie, zelfs als die maar zijdelings met abortus te maken heeft, wordt beheerst door fundamentalisten. Fundamentalisten die mordicus tegen abortus zijn, no matter what, en fundamentalisten die van je eisen dat je voor bent, in elke omstandigheid, no matter what.
Schut beweert dat ik het ‘prima’ vind dat vrouwen niet zelf over hun lichaam mogen beschikken. Ik heb nog nooit iets gezegd of geschreven dat zo’n beschuldiging rechtvaardigt. Integendeel. Op mijn site Frontaal Naakt betoog ik voortdurend dat het lichaam van vrouwen hun domein is, en van niemand anders.
Hier bijvoorbeeld. En daarmee lijken me de woorden van Schut voor de zoveelste keer ontmaskerd als kwaadaardig, hol geblaat.
Nu wil ik wel verklappen – en dit is de eerste keer dat ik dit publiekelijk doe – dat ik er niet van overtuigd ben dat abortus een kwestie is van het recht op totale zeggenschap van vrouwen over hun lichaam. In hen groeit immers een mens – en ik weet dat ik hiermee de virtuele hooivorken- en fakkelbrigade weer tegen me in het harnas jaag – en die mens maakt geen deel uit van het lichaam van zijn moeder, althans niet in de zin waarin een borst deel uitmaakt van die moeder, of haar grote teen. Hij is er wel totaal afhankelijk van en daarom lijkt me een zorgvuldige discussie over abortus op z’n plaats. Waarvoor overigens geen ruimte is in Nederland, vanwege de fundamentalisten.
Bij de abortusboot gaat het me evenwel niet om de abortuskwestie, maar om het feit dat een Nederlands gezelschap zijn eigen dogmatische opvattingen komt opleggen aan een ander land. Het is een vorm van cultureel imperialisme en van stuitende westerse arrogantie.
Het gaat me om het principe, en als ik een vergelijking maak met een fictieve vrouwenbesnijdenisboot uit Somalië (‘Als besnijdenis niet wordt gelegaliseerd, laten vrouwen hun dochters illegaal besnijden, met alle gevaren van dien’), die aanlegt in de haven van Rotterdam, vergelijk ik daarmee niet vrouwenbesnijdenis met abortus, ik stel daarmee de wenselijkheid aan de kaak van een land dat de soevereiniteit van een ander land komt aantasten.
Ik verzon ook een boot uit Texas, de recht-op-het-dragen-van-een-wapen-boot, gesponsord door de Amerikaanse wapenlobby, vastbesloten om Nederlanders aan een wapen te helpen, wat immers een grondrecht is. In de ogen van die Amerikanen.
Bart Schut vindt dat ik niet consequent ben omdat ik wel de opvattingen over Zwarte Piet van een Curaçaose minister steun, terwijl dat toch ook een buitenlandse inmenging is in Nederlandse aangelegenheden. Ik was toch tegen buitenlandse inmenging in anderlands binnenlandse zaken?
Hier toont zich andermaal de stuitende domheid van Schut. Een mening is geen inmenging. Ik zou net zo tegen een anti-Zwarte Pietboot uit Curaçao zijn (dat overigens deel uitmaakt van het Koninkrijk der Nederlanden) als ik tegen een Nederlandse abortusboot in Marokko ben. Maar ik ontzeg die Curaçaose minister het recht op een mening niet, net zomin als ik Bart Schut zijn recht ontzeg op zijn domme geleuter over Marokkanen.
Ik maak dus geen onderscheid tussen Nederlandse en Marokkaanse vrouwen, zoals Schut beweert, ik scheer juist iedereen over dezelfde kam. Ik ben een iedereen-over-dezelfde-kam-scheerder. Marokkaanse vrouwen, Nederlandse vrouwen, Curaçaose ministers, bleke slungels van middelbare leeftijd die ‘mattie’ zeggen, ze zijn één pot nat voor mij.
Mijn principe is helder en ik pas het toe op elke vergelijkbare situatie: het ene land mag het andere land zijn wet niet komen opleggen. We mogen een mening hebben over de Marokkaanse regels ten aanzien van abortus, homoseksualiteit en buitenhuwelijkse seks, maar we mogen de Marokkanen niet dwingen net zo ‘liberaal’ te zijn als wij.
Marokko mag ons niet voorschrijven welke cartoons we mogen tekenen en welke niet, en hoe we onze kinderen mogen noemen.
Veranderingen moeten van binnenuit komen en als ze niet komen, dan hebben we ons daarbij neer te leggen. Net als de vorige keer dat ik op Schut reageerde, is ook nu mijn boodschap: kijk eerst maar eens naar je eige. Nederland heeft zelf namelijk nog een boel werk te doen op het gebied van vrouwvriendelijkheid.
AmazighTimes:Peter Breedveld
door Redactie | okt 2, 2012 |
Nederland is een international minder rijk. Nacer Barazite heeft besloten van nationaliteit te wisselen en voortaan uit te komen voor de nationale ploeg van Marokko.
De 22-jarige aanvaller kwam uit voor Oranje onder Oranje onder 17, onder 19, onder 20 en onder 21 jaar. Maar stelde een definitief besluit over zijn toekomst telkens uit. Spelers mogen tot hun 21e jaar uitkomen voor een nationaal team, zonder dat het gevolgen heeft voor hun toekomst in de nationale A-selectie. Barazite, zoon van een Nederlandse moeder en Marokkaanse vader, heeft nu de knoop doorgehakt.
“Ik ben Nederland dankbaar. Ik heb gespeeld voor de nationale jeugdteams en me ontwikkeld. Mijn kwaliteiten kon ik altijd tonen”, vertelt Barazite op de website van de Marokkaanse voetbalbond. “Nu heb ik mijn keuze gemaakt. Een belangrijke en ook erg moeilijke beslissing, waar ik tijd voor nodig had. Maar nu sta ik er volledig achter.”
De aanvaller van AS Monaco kan al op 12 oktober debuteren, als Marokko in eigen huis Mozambique ontvangt. Een cruciale wedstrijd, omdat Marokko de wedstrijd in Maputo met 2-0 verloor. Dat kostte Eric Gerets zijn baan. Zijn opvolger Rachid Taoussi heeft nog niet laten doorschemeren of hij Barazite, die eerder speelde voor NEC, Vitesse, Arsenal en Austria Wien, oproept.
door Redactie | sep 25, 2012 |
“Het is tijd dat de nederzettingen stoppen. De enige oplossing is: twee staten waar Israëliërs en Palestijnen in vrede en veiligheid kunnen leven. “ Een hoopvolle citaat van Barak Obama, president van de machtigste staat ter wereld, de Verenigde Staten. Helaas wordt deze oplossing van het Israëlisch-Palestijnse conflict niet door de hele internationale gemeenschap gesteund. Waaronder (frappant genoeg) Nederland en de Verenigde Staten zelf. Deze twee staten weigeren de aanvraag van President Abbas betreft de erkenning van Palestina bij de Verenigde Naties bij voorbaat al.
Twintig jaar hebben de Palestijnen met Israël onderhandeld. Twintig jaar zonder enige vooruitgang. Zonder maar met dan ook een stap vooruit. Sterker nog, de vredesonderhandelingen zijn verder bemoeilijkt door de illegale nederzettingen van Israëlische kolonisten. De erkenning van een Palestijnse staat kan de impasse van het vredesproces doorbreken en draagt bij aan een vreedzame en rechtvaardige oplossing van het Israëlisch-Palestijnse conflict, want zonder een volwaardig lid van de VN heeft de Israëlische regering maar weinig stimulans om tot een grechtigd vrede te komen. Door de erkenning zal Palestina een meer evenwichtige politieke verhouding hebben met Israël doordat Palestina zich kan aanschuiven bij de Conventie van Geneve. Dit geeft Palestina rechten én plichten als staat. Israël zal dan genoodzaakt worden om Palestina serieuzer te nemen, en de wil van de Palestijnen niet zomaar af te schilderen als een volk dat geen natie is en dus geen land nodig heeft. Het zijn maar Arabieren betoogt Israël.
De erkenning van een Palestijnse staat en de acceptatie van een volwaardig lid van de VN kan het uitgangspunt van het vredesproces tussen Israël en Palestina versterken. Namelijk het uitgangspunt dat de bestandslijn. De bestandslijn is in 1967 opgesteld en is ingestemd door de EU( waaronder dus ook Nederland) en de VS als een belangrijke doelstelling, die als grens van de twee staten moet gelden. De grens kan worden aangevuld met eventuele wederzijdse ingestemde landruil. Dit kan alleen ooit tot uiting komen wanneer Palestina, net zoals Israël in 1948, erkend wordt als een staat. Anders zal Israël maar weinig beweegredenen hebben om tot een dergelijk besluit te komen.
Wachten op een dergelijk vredesakkoord is zeker geen optie. Terwijl het “ vredesproces” al een jaar niet meer wordt voortgezet, blijven de Israëliërs doorgaan met de illegale kolonisatie op het veroverde Palestijnse gronsgebied in de Westoever die het opnieuw tot leven brengen van het vredesproces alleen maar verder bemoeilijkt. De gekozen president van Palestina Abbas wil namelijk het vredesproces niet hervatten tenzij de kolonisten stoppen met de illegale kolonisatie. Als de Palestijnen dus nog langer wachten zal een twee staten oplossing slechts een vliegende droom blijven die steeds verder achter de horizon verdwijnt. De Palestijnen zijn het zat om onderworpen te worden en alles te moeten accepteren wat voor hen wordt voorgehouden. Vanwege het mislukken van het vredesproces zijn de Palestijnen genoodzaakt zich te richten tot een nieuw mogelijke begin van een rechtvaardig vredesproces, namelijk het richten tot de internationale gemeenschap.
Door de erkenning van Palestina draagt de internationale gemeenschap bij aan een vreedzame en rechtvaardige oplossing van het Palestina-Israël conflict. Door de erkenning wordt er een grotere politieke druk geleverd aan de Israëlische regering, zodat er spoedig een vredesakkoord tot stand komt. Een militair offensief van Israël , zoals de brute afslachting van 1300 Palestijnen in Gaza, zal als Palestina een volwaardig lid is niet meer voorkomen zonder een militaire interventie van de VN troepen. Hierdoor zullen de militaire offensieven van beide kanten dalen en zullen beiden staten inzien dat een vreedzaam akkoord de enige oplossing is. Het zou de VS en Nederland sieren als deze haar zes decennia lang aan beloftes om het vredesproces te ondersteunen zou waarmaken. De erkenning van Palestina zou
daarmee een goed begin zijn en een, na decennia geen verbeterde situatie in het conflict, een stap vooruit zijn.
Het is nu wel duidelijk dat de erkenning van Palestina een stap voortuit is in het vredesproces, maar vele instanties betogen dat Palestina er helemaal niet klaar voor is. Dit is echter niet het geval. Palestina kent een permanente bevolking die bestaat uit Palestijnen, wier zelfbeschikkingsrecht is erkend door de VN en in 2004 door het Internationaal Gerechtshof in Denhaag. Het land kent ook haar grenzen die in 1967 als uitgangspunt is genomen door Nederland, de Eu, de VS en de VN. Ook heeft het Palestina ambassades en consultanten in meer dan honderd landen. Het IMF en de EU hebben aangegeven dat Palestina klaar is voor “Statelijkheid”.
“De Palestijnse staat heeft de intentie een vreedzame natie te zijn en eerbiedigt mensenrechten, democratie, de rechtsstaat en de uitgangspunten van het handvest van de VN. Eenmaal toegelaten tot de VN is onze natie in staat alle belangrijke issues in het conflict met Israël te bespreken.” President Mahmoud Abbas. Een hoopvol citaat van Mahmoud Abbas, president van de onderdrukte Palestijnen.
AmazighTimes: Hicham Jemil
door Redactie | sep 15, 2012 |
Een bezoekje aan het consulaat staat vrijwel gelijk aan trauma en wanordelijkheden. Elke Marokkaan die wil trouwen, zijn koters moet registreren, scheiden, legitimatiebewijzen, erfenis of aktes aanvragen moet er heen. Midden in de Amsterdamse binnenstad staat dit pand op Marokkaans grondgebied en dat is te ruiken ook.
Niet alleen de geur, maar ook het interieur doet erg Marokkaans aan. Het consulaat heeft een paar jaar terug een flinke metamorfose gehad. Geen krappe benauwde ruimtes meer maar een wachtruimte die over genoeg zitruimte beschikt. Geen geschreeuw naar namen maar een ow-zo handig nummersysteem. Als entertainment staan er twee blitse flatscreens waar je kunt genieten van de geluidloze nationale Marokkaanse zenders. Het consulaat staat dus niet stil, maar dan hoor je weleens verhalen over elite-Marokkanen met pasjes of edele achternamen, die van enig voorrang en andere privileges genieten. Nou, doe mij maar ook zo’n pasje.
Schele ogen
Vandaag ging ik mijn La Carte National aanvragen. De Marokkaanse identiteitskaart, een simpele formaliteit zou je denken maar het tegendeel is waar! Ik had hier -terecht- ruim 4 uurtjes voor uitgetrokken. Een lange dag in het vooruitzicht was de belofte. Inmiddels is iedereen bekend met de procedure: een digitale afspraak, aanmelden bij de receptie, die keurt je benodigdheden, geeft een nummer en vanaf dan is het wachten geblazen. De receptionist keurt zonder te kijken mijn foto’s & kopietjes af en verwijst me door naar een winkel om de hoek. “Waarom? De foto’s zien er goed genoeg uit toch?” vraag ik “Nee, je oog zit scheef” zegt de receptionist. “Scheef of scheel?” vraag ik verbijsterd! “Ja, de ene kijkt de andere kant op maar in het echt kijk je normaal, afgekeurd dus”, zegt hij nadrukkelijk al wijzend naar mijn ogen. Met een flinke deuk in mijn zelfvertrouwen kom ik in het kleine krappe winkeltje, waar lotgenoten staan te wachten voor een paar kopietjes.
De wachtruimte
Eenmaal terug in de verrekte wachtruimte, lever ik exact dezelfde foto’s in en de nieuwe kopietjes. De receptionist overhandigt tevreden mijn nummer, nog 36 wachtende voor dat ik aan de beurt ben! Het volk dat hier rondloopt is bij voorbaat al chagrijnig, want de saamhorigheid is hier ver te vinden, maar dat is niet zo gek. Je kunt je hier maar een ding wensen; zo snel mogelijk verdwijnen, weg van het lange wachten en onduidelijkheden. Rechts van de zaal zitten de vaders met hun zonen. Daar lijkt alles normaal te lopen. Bij de vrouwen is het toch altijd weer een andere beleving. Vrijpostige kinderen die je tas doorzoeken of brutaal vragen of ik ook Marokkaans ben? Hoe het komt dat ik dan zo bruin ben? Ben ik geadopteerd of is mijn vader Surinaams? Vaak verwachten de moeders eveneens op een bevredigend antwoord.
De balie
Voor ik het me goed besefte was ik aan de beurt! Na ruim 4 uur en 15 min wachten, was het dan toch eindelijk zo ver! Iedereen moest dit weten! Facebook, Twitter en Wassap- waardig nieuws! Goh, wat was iedereen blij voor mij. Bij de balie hing een briefje: “Wij kunnen u ook te woord staan in het Nederlands en Tamazight” Daar was helaas niets van waar maar gelukkig ging het Arabisch me goed af. De vriendelijke medewerker maakte al mijn papieren voor de aanvraag in orde. Eenmaal bij de kassa viel de medewerker een foutje op, mijn naam. Deze was op een paar foutjes na redelijk goed geschreven: Mena Ai Masaaud. Als je heel snel leest, dan zie je het haast niet. Hij vroeg mij om mijn naam correct op een blaadje te schrijven en dan zou alles absoluut goed komen. Ik bedankte deze held.
Te goed om waar te zijn
Vervolgens werd onder begeleiding een afdruk gemaakt van mijn vingers. Ik kreeg een verklaring mee en voila, na 4 uur 45 min stond ik buiten. De heerlijke smoglucht van Amsterdam heeft nog nooit zo fris geroken. Ruim 2 maanden later keerde in terug met dezelfde ellendige verwachting. Tot mijn grote verbazing kon ik mijn verklaring inleveren met een krabbel en voila! Binnen twee minuten stond ik weer buiten met een La Carte National vol fouten. Twee minuten! Een ultiem record. Ik was tevreden.
We zullen het nooit als een fijne ervaring beschouwen maar bekijk het eens van de zonnige kant, voor heel even waan je je werkelijk in echte Marokkaanse sferen met de warmte en kopzorgen als garantie.
BRON:
door Redactie | sep 14, 2012 |
”De allesoverwinnende Leeuw uit de stam van Juda”. Haile Selassie, keizer van Ethiopië van 1930 tot 1974, tooide zich met deze titel. Officieel heette hij ook ”erfzoon uit het zaad van Salomo”: hij beschouwde zich als een afstammeling van de Bijbelse koning Salomo.

De kleurrijke figuur Haile Selassie (hij had goede contacten met het Nederlandse koningshuis en was ridder in de Militaire Willemsorde) sluit aan bij het thema van ”Joodse invloed in Afrika. Historische en religieuze verkenningen”. De auteur, dr. J. van Slageren, beschrijft de Joodse invloeden in Afrika. Hij wil aantonen dat het reusachtige continent van diverse kanten die inwerking heeft ondergaan en nog steeds ondergaat.
Die invloed is niet steeds zo curieus en wereldwijd bekend als in het geval van Haile Selassie. Hij beweerde dat zijn vorstenhuis ontsproten was uit de verbintenis van Salomo en Makeda, de hem bezoekende „koningin van Sjeba”, keizerin van Aksum. Hun zoon Menelik, werd in Ethiopië geboren, maar ging later terug naar Jeruzalem. Vandaar bracht hij de ark van het verbond naar zijn vaderland. Die ark, zo geloven veel Ethiopische christenen, wordt bewaard in de kathedraal Zion in Aksum.
Men doet er in het algemeen goed aan legenden niet zomaar als verzinsel aan de kant te schuiven. Ze berusten veelal op een historisch betrouwbare kern. Het verhaal van Menelik en de ark schijnt in ieder geval te wijzen op belangrijke Joodse invloeden. Ook diverse andere verhalen en vele tradities van de Ethiopisch-Orthodoxe Kerk duiden daarop. En niet het minst het fenomeen van de Falasha, zwarte Ethiopische Joden van wie velen in de jaren 1984-1991 door de Israëlische luchtmacht onder codenamen als ”Mozes”, ”Sjeba” en ”Salomo” werden overgevlogen naar Tel Aviv.
Missie en zending
Het boek telt niet minder dan vier delen en tien hoofdstukken. Het eerste deel beschrijft Joodse invloeden in Afrika in de eerste eeuwen van onze jaartelling. Na ”Het judaïsme en het heilige land” volgen er hoofdstukken over ”Joden en christenen in Egypte, Nubië en Ethiopië” en ”Het judaïstische Noord-Afrika”.
Deel 2 beschrijft rooms-katholieke missies en protestantse zending in Afrika, met een hoofdstuk over christelijke zending tussen 1400 en 1600, een hoofdstuk over de Moravische zendingsbeweging en een hoofdstuk met de titel ”De missie van pater François Libermann”. Deel 3 is gewijd aan ”Gedachten en uitdagingen. Een zoekproces naar sociologische en theologische gedachtenwisselingen in Afrika”. Deel 4 ten slotte bevat de hoofdstukken ”De zionistische en Ethiopische kerken in Afrika” en ”Gesprekken tussen Joden, moslims en christenen in Afrika”.
De laatste twee hoofdstukken vind ik het geslaagdst. De auteur laat zien hoe overal in Afrika, en in het bijzonder in het zuidelijke deel van het continent, de Joodse invloed springlevend is. Zionistische kerken, volgens schattingen zo’n 7000 of meer en vooral voorkomend in Zuid-Afrika en Congo, volgen bewust Joodse riten.
Zogenoemde Ethiopische kerken (eveneens in Zuid-Afrika en vrijwel uitsluitend onder de zwarte bevolking) leven bewust naar oudtestamentisch-Joods gebruik. In dezelfde traditie staat de Lumpakerk in Zambia. Dan is er nog het Lembavolk, een groepering die beweert van Joodse afkomst te zijn en nu grotendeels christelijk is. Ze leeft in Zimbabwe en Zuid-Afrika, met enkele kleinere groepen in Mozambique en Malawi. In Zuid-Afrika staan ze ook bekend als de Kruger-Joden, omdat voormalig president Paul Kruger ze als van Joodse afstamming beschouwde. Veel van hun ceremonies en rituele handelingen (waaronder besnijdenis) zijn ontleend aan voorschriften uit het Oude Testament of andere Joodse tradities.
Sjalom
Het boek bevat interessante informatie die veelal tot nadenken stemt. Opbouw en uitwerking zijn echter onder de maat. Het werk blijkt vertaald (door wie?) uit het Frans en dat heeft diepe sporen nagelaten. Behalve uit het alom aanwezige woord judaïsme voor Jodendom blijkt dat uit vele onduidelijke zinswendingen. Een systematisch opgezet en uitgewerkt betoog is moeilijk te ontwaren. Veel gegevens worden aangedragen en talloze citaten van anderen, maar de interpretatie is kennelijk aan de lezer.
Gaat het in de vele Afrikaanse ‘Joodse’ gebruiken en denkwijzen inderdaad om echt Jodendom? Is er, met andere woorden, een historisch verband met oorspronkelijke Joden, of zijn het slechts toevallige parallellen tussen Afrikaanse en Joodse riten? Die belangrijke vraag mag bij het doorwerken van dit boek steeds kritisch meeklinken. Het indrukwekkende Afrikaanse concept ”ubuntu” lijkt verregaand op het Joodse sjalom, maar er is niemand (ook dr. Van Slageren niet) die het ene uit het andere zal afleiden. Naar mijn inzicht dienen ook andere opvallende overeenkomsten (en zelfs door sommige Afrikanen als zuiver Joods geclaimde riten zoals besnijdenis, leviraatshuwelijk, reinigingsvoorschriften en spijswetten) met diezelfde kritische nuchterheid te worden bezien.
Onjuistheden
In het eerste deel beschrijft de auteur ”Joodse invloeden in Afrika in de eerste eeuwen van het christelijk tijdperk en de daarop volgende perioden”. Het oorspronkelijke christendom in Egypte, Nubië, Ethiopië, en niet minder in de Romeinse provincie Africa (nu Libië, Tunesië, Algerije en Marokko), was veelal evident Joods beïnvloed. Maar de mooiste studies die dit aantonen zijn de auteur veelal ontgaan, zoals Hirschberg voor geheel Noord-Afrika of Claude Azia en Geoffrey Dunn voor Tertullianus. Ook over de wereldstad Alexandrië met Pantaenus, Clemens en Origenes is veel meer te zeggen.
Nu leest men soms aperte onjuistheden of zuivere speculaties. Was Pantaenus een bekeerde Jood? Origenes de zoon van een Joodse moeder? Ik ken geen bronnen die dit bewijzen. Van de Hexapla, het beroemde werk van Origenes, bestaande uit vijf versies van het Oude Testament in kolommen naast elkaar, waren er niet twee in het Hebreeuws maar slechts de eerste (de tweede kolom bestond uit de Hebreeuwse tekst in Griekse transcriptie). Zeker onjuist is ook om van Augustinus te beweren dat hij in zijn jeugd vaak Joodse samenkomsten bezocht.
door Redactie | sep 12, 2012 |
drs. B. Coster
Het christendom maakt in Algerije een opmerkelijke groei door. Berbers keren terug naar het geloof van hun voorouders meer dan duizend jaar geleden.
De kerk van Noord-Afrika begint in Bijbelse tijden. Simon, afkomstig uit het Libische Cyrene, droeg het kruis van de Heere Jezus. Is hij misschien dezelfde als Niger, die in Handelingen 13 wordt genoemd, de vader van Rufus en Alexander (Markus 15:21)? De belangrijkste westerse kerkvaders, Tertullianus, Cyprianus en Augustinus, waren Noord-Afrikanen. Echter, het Afrikaanse christendom is een voorbeeld van hoe het geloof bijna spoorloos kan verdwijnen. Zal de terugkeer van het christendom in Algerije in onze tijd het begin zijn van de opening van de moslimwereld voor het Evangelie?

De neergang van het Afrikaanse christendom begint met de dood van Augustinus. De Vandalen die in 431 een eind maken aan de Romeinse overheersing in Noord-Afrika zijn weliswaar christenen, maar als aanhangers van het arianisme staan ze vijandig tegenover de belijdenis van de drie-eenheid. In de zesde eeuw verslaat Byzantium de Vandalen, maar een eeuw later wordt Noord-Afrika, hoewel niet zonder tegenstand, onderworpen aan de islam. Arabieren vormen de nieuwe bovenlaag en de autochtone Berbers gaan in meerderheid over tot de islam. Het zijn zelfs Berbers die onder Arabisch bevel in 711 Spanje voor de islam veroveren. Toch verdwijnt het christendom niet aanstonds. Tot in de vijftiende eeuw zullen er nog geïsoleerde christelijke gemeenschappen bestaan hebben in Tunesië, Algerije en Marokko. In het laatste land was er nog tot halverwege de dertiende eeuw een bisschopszetel. Daarna verdwijnt het christendom geheel uit Noord-Afrika.
Er zijn verschillende verklaringen voor de geringe trouw van de Berbers aan het christelijk geloof. De Berbers hadden geen eigen vertaling van de Bijbel en ook was er in Noord-Afrika niet het bloeiende kloosterleven dat in Egypte en Klein-Azië zo belangrijk was voor het voortbestaan van de kerk. Reeds genoemd is het vijandige arianisme van de Vandalen, maar al eerder werd de Noord-Afrikaanse kerk verscheurd door de vraag of christenen die tijdens de vervolgingen afvallig waren geworden weer in de gemeente konden worden opgenomen. De donatisten –vooral Berbers– meenden van niet, de katholieken meenden van wel en ze bestreden elkaar met geweld. Misschien dat arianen en donatisten gezamenlijk de invasie van de islam hebben toegejuicht. In ieder geval, afgesneden van zijn hoofdsteden was het Noord-Afrikaanse christendom niet sterk genoeg om de druk van de islam te weerstaan.

Opoffering
De ontmoeting met de islam militariseerde het middeleeuwse christendom en veranderde de zending in kruistochten. Dat zending ook vrijwel onmogelijk was, bleek toen de franciscaan Ramon Llull, geboren op Mallorca, op zijn tweede zendingsreis naar de kusten van Tunesië en Algerije in 1325 werd vermoord. Het imperialisme van de negentiende eeuw veranderde pas de verhoudingen. Frankrijk koloniseerde Algerije en bevorderde de herstichting van de Rooms-Katholieke Kerk. Deze kerk was vooral een kerk van immigranten, die na de dekolonisatie in 1962 naar Frankrijk terugkeerden. Nog steeds ontmoedigt de Rooms-Katholieke Kerk in Algerije om politieke redenen evangelisatie onder moslims.
De protestantse zendingen begonnen in 1881 gebruik te maken van de mogelijkheden die het imperialisme bood. De resultaten waren zeer gering tot aan het eind van de twintigste eeuw, toen er een krachtige beweging ontstond waarbij talrijke moslims christen werden. Deze beweging is echter wel voorbereid door de grote zelfopoffering van zendelingen die in Algerije gewerkt hebben. Met name moet genoemd worden de familie Lamb-Marsh, die in drie generaties, bijna een eeuw lang, met grote trouw de zending diende.
Daisy Marsh, de laatste zendelinge van deze familie, werkte na het gedwongen vertrek van haar ouders in 1954 als verpleegster en onderwijzeres in het bergland van Kabylië in Noordoost-Algerije. Ze genoot de bescherming van de Berbers ten tijde van de Algerijnse Oorlog, toen het land zich losmaakte van Frankrijk. Toen in 1970 ook zij moest vertrekken, waren de zichtbare resultaten van zo veel jaren werk nog steeds zeer gering. Slechts één jong meisje dat later door haar familie vermoord werd, was tot geloof gekomen.
De zendelinge zette haar bediening voort tot 1990, eerst als evangeliste onder Berberimmigranten in Marseille en later als medewerkster van de christelijke radiozending, Trans World Radio. Ze deed dit werk in de tijd dat het nationalistische regime een actieve arabiseringspolitiek voerde, waarbij zowel het Frans als de Berbertalen uit het publieke leven werden verbannen. Voor de Berbers waren haar programma’s een bevestiging van hun nationale identiteit.
Volksbeweging
Het begin van het nieuwe christendom onder de Berbers is zeer opmerkelijk. Omstreeks 1982 werd er in een van de Kabylische dorpen een voetbalwedstrijd gehouden. Aan de vooravond van de wedstrijd was de club die de thuiswedstrijd zou spelen in het nadeel, want zijn belangrijkste speler was ernstig ziek. Toen bleek dat er onder de tegenstanders enkele christenen waren die aanboden te bidden voor de zieke. Hun gebed werd verhoord en wel zo dat de zieke de volgende dag de wedstrijd kon spelen. Hij en anderen kwamen tot geloof in Christus, hoewel enkelen later onder druk van de omgeving terugkeerden tot de islam. In dezelfde tijd kwamen andere moslims tot bekering door dromen en visioenen.
Sinds de jaren negentig is de christelijke kerk in Algerije onstuimig gegroeid. In Kabylië zijn er in vrijwel alle steden en dorpen kerken en huiskerken, en mensen uit alle lagen van de bevolking zijn christen geworden. De invloed van het Evangelie beperkt zich niet tot de Berbers. Ook Arabieren in andere delen van het land zijn tot bekering gekomen en zelfs strekt de invloed van de beweging zich uit tot de Algerijnse emigranten in Frankrijk en Spanje.
Lange tijd was alle aandacht van de Algerijnse regering gericht op het radicale islamisme, en dit verklaart de unieke vrijheid die de bekeerde Algerijnen genoten. Echter, in 2006 werd er een wet aangenomen die de vrijheid van godsdienst voor niet-moslims beperkt en evangelisatie strafbaar stelt. Als gevolg van de wet worden er rechtszaken aangespannen tegen kerken en gelovigen. Haatcampagnes in de pers, die de christenen ervan beschuldigen zich voor geld te hebben bekeerd, stimuleren vijandschap, discriminatie en geweld.
De tegenstand kan de kracht van de beweging niet onderdrukken. Het christendom in Algerije is een volksbeweging geworden. Getallen van 60.000 tot 80.000 bekeerlingen worden genoemd, met daarboven minderjarigen en vrouwen die geen mogelijkheid hebben om hun geloof en hoop openlijk te belijden
Bemoediging
Wat zichtbaar wordt in Algerije, is een geestelijke vernieuwing van een volk dat in de crises van de twintigste eeuw tot het besef kwam dat het in duisternis dwaalt en dat zijn identiteit in gevaar is. Zelfs is het de herontdekking van een geschiedenis die zo niet vergeten, dan wel ontkend wordt door de islam: ooit waren de Berbers christen. Het kruis dat Berbervrouwen als versiering en als tatoeage dragen, evenals de rijke archeologische resten van kerken en graven krijgen betekenis. In de oude steden Thagaste en Hippo wordt Augustinus door zijn eigen volk herontdekt.
De terugkeer van het christendom in Algerije is een grote bemoediging voor de zending. Bevestigd wordt dat lange jaren van trouwe dienst plotseling overvloedig vrucht kunnen dragen. Bevestigd wordt ook de hoop dat de naam van Christus zal triomferen in landen waar nu nog de islam domineert.
Said, Rachid en Omar
Said, Rachid en Omar zijn drie Algerijnse christenen. Toen Said omstreeks 1990 naar Spanje emigreerde, was hij nog moslim. Hij kwam tot geloof door de uitzendingen van Trans World Radio, die hem leerden dat de ware God Vader is. De islam is voor hem een gevangenis van angst. Said is als coördinator van de Algerijnse christenen in Spanje zich bewust van de behoefte van de jonge kerk aan goed geschoolde voorgangers.
Rachid en Omar zijn jongeren die studeren aan de theologische school IBSTE in Castelldefels, bij Barcelona. Rabah, de voetballer die in 1982 op het gebed van christenen genezen werd (zie hoofdverhaal), is hun oom. Ze vertellen dat hij van beroep leraar Arabisch en islam was op een middelbare school, maar in feite was hij atheïst. Na zijn bekering bracht hij velen van zijn leerlingen tot nadenken over de God over wie hij sprak, een andere dan de God van de Koran.
Rachid en Omar combineren hun studie met evangelisatie onder leden van hun eigen volk in Barcelona. Ze beseffen dat ze door hun werk gevaar lopen, maar ze zijn niet bevreesd. Als ze Europa vergelijken met Noord-Afrika zeggen ze: „Europa is een open wereld, maar de harten van de Europeanen zijn gesloten. Noord-Afrika is een gesloten wereld, maar de harten van de moslims staan open. Er is een diep verlangen naar de waarheid van Christus onder de moslims, maar ze moeten van de vrees voor deze waarheid bevrijd worden.”