door Redactie | feb 19, 2013 |
Er zijn woorden als ‘allochtoon’, maar ook mensen met een verhaal, benadrukt Norah Karrouche. Karrouche is als historica verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, deed onderzoek naar en gaf les over narratieve identiteiten, migratie en culturele globalisering. Ze was tot 2012 actief in de lokale politiek in Leuven.
Afgelopen zomer bezochten mijn ouders tijdens een van hun weekenduitjes een begraafplaats nabij Gembloux. De daaropvolgende zondag tijdens de afwas, toen mijn vader de keuken verliet, fluisterde mijn moeder geëmotioneerd dat hij had gehuild bij een monument voor de Marokkaanse soldaten die er begraven lagen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zette Frankrijk boeren en ander tuig uit de koloniën in als zogenaamde tirailleurs. In België ligt dat kanonnenvlees dus begraven bij Gembloux.
Waarom huilen mensen om leed uit het verleden dat hen niet persoonlijk werd aangedaan? Ook dat vroeg ik me die zondagmiddag af. Historici lijken geobsedeerd door de inhoud van herinneringen maar kijken zelden naar de vorm die ze aannemen. Voor de auteurs ervan zijn de rollen beperkt: ze zijn of de slachtoffers, of de helden van hun eigen levensverhalen. Je laat je dus vermassacreren door een clubje machtsdronken blanke mannen of je gaat er prat op West-Europa mee bevrijd te hebben van het grote juk van die andere dictator.
Nu is mijn vader een bescheiden, eerder verlegen en stille man die nog liever doodvalt dan toe te geven dat iets of iemand hem beweegt. Hij vroeg me nooit veel: een hoger diploma dan het zijne, een beter maandloon dan het zijne én een rijbewijs. Vrijheid. Met die wens stapte hij in 1969 in Tanger op een bus met eindhalte Brussel.
Mijn pa bezit de gave mij op de slechtst mogelijke momenten te vragen naar dat rijbewijs. Nu hij zestig is geworden en ik me realiseer dat we niet langer alle tijd van de wereld hebben, overval ik hem soms met een kruisverhoor over zijn eigen verleden.
Mijn pa vindt dan dat ik zaag en dat zijn verleden niet thuishoort in het heden. Soms, zoals vanavond bij het schrijven van dit stuk, vraag ik me af of hoe dat komt. Erfgoed van migratie wimpel ik doorgaans af als een centrumlinkse dada. Of je vader nu uit Tanger of Oostende komt, maakt dat een ruk verschil uit?
Ondertussen ken ik heel de oorlogsgeschiedenis van moeders kant op mijn duimpje. We hadden slachtoffers, we hadden helden. Maar mijn pa, die kruipt als een angstig kind tijdens onweders op mijn moeders schoot omdat hij bang is dat ook in België de daken dan inzakken, ook al zijn die niet van golfplaten gemaakt. Wanneer ik op zondag thuis ga eten moet het bord leeg voor al die dagen dat er bij pa thuis niets, maar dan ook niets op tafel kwam. Oostende of Tanger.
Mijn pa kwam 44 jaar geleden naar België omdat hij dacht dat zijn kind vrij zou zijn van regimes die dachten dat ze haar plaats in het grote verhaal wel voor haar konden bepalen zonder dat ze daarom vroeg.
Vrijheid.
Excuustruus
Dit is voor al mijn vrienden in de politiek die het niet konden laten op tijd en stond te herhalen dat ik het aan mijn geslacht en achternaam te danken had. Dit is voor iedereen die ooit om die reden op me stemde. Dit is voor alle Marokkanen die me mijden als de pest omdat ze partijpolitiek per definitie verdacht vinden. Voor alle Marokkanen die me afdeden als een landverrader, een collaborateur. Dit is voor alle politici die me feliciteerden met mijn accentloos Nederlands. Dit is voor alle leraren die me bekritiseerden om mijn gebrekkig Nederlands.
Dit is voor alle mannen die me een dom wijf en een excuustruus noemden. Dit is voor mezelf, voor de twee jaar, vijf maanden en negentien dagen dat ik daardoor niets meer schreef. Dit is voor alle feministen en cultuurnationalisten die denken dat ze met mij een argument voor een hoofddoekenverbod hebben. Dit is voor iedereen die denkt dit stuk politiek te kunnen recupereren. Dit is voor de docent die het toch wel jammer vond dat ik als allochtoon onderzoek ging doen naar allochtonen. Dit is voor die andere docent die precies het tegenovergestelde dacht.
Dit is voor alle big shot Belgisch-Marokkaanse mannen die tijdens de veel te korte zomers in dit trieste, trieste land mijn benen complimenteerden, maar nooit vroegen om mijn mening. Dit is voor alle Vlaamse vrouwen die me vragen hoe dat voelt, met een besneden man. (Niet beter, niet slechter.)
Vraag me te schrijven over alle Marokkanen, maar niet over hem. Tot vanavond. Vraag me niet om te schrijven hoe zijn thuisland zijn herinneringen herbergt, maar over hoe onze herinneringen onze thuislanden zijn.
Mijn thuis is mijn pa die in de woonkamer met zijn zesjarige dochter danst op Babylon by Bus, Graceland en Hada Raykoum. Mijn thuis is mijn grootmoeder die anders naar haar kleindochter keek omdat ze op de wereld werd gezet door een Vlaamse. Mijn thuis is mijn grootvader die in 1973 zijn toekomstige schoonzoon liet natrekken bij de lokale politie omdat hij een Marokkaan was. Mijn thuis is mijn ma die vertelt dat haar vader als krijgsgevangene in Frankrijk op een biechtstoel sliep omdat de kerk vol zat met Senegalezen.
Mijn thuis is mijn pa die soms moeite heeft met vasten en mijn ma die daar in ieder geval nooit rekening mee houdt. Mijn thuis is mijn ma die enkel spek bakt wanneer haar man van huis is. Mijn thuis is mijn pa die zes jaar geleden, op de dag dat zijn moeder in Marokko overleed, samen met zijn dochter ’s nachts op het terras in een dorp nabij Leuven van pure miserie een fles rum soldaat maakte.
Zoals genetische ziekten slaan herinneringen soms een generatie over. Je kunt herinneringen kneden, je kunt over ze heen wrijven, je kunt op herinneringen slaan. Geschiedenis herhaalt zich nooit, maar soms bakt ze ons nu eenmaal een poets.
Afgelopen zondag kwam ik na een korte nacht ’s middags bij mijn ouders thuis en riep ik triomfantelijk: “Ma, pa, ik wil migreren!”
“Alleen de benen hebt ge van uw moeder”, antwoordde hij sec, “ik heb dat altijd al geweten”, en we gingen aan tafel.
Geef mij iets nieuws om voor te vechten. Schrijf mij een nieuw verhaal, pa.

door Redactie | feb 19, 2013 |
Samenleven met een Nederlandse vrouw geeft mij inzicht in de onvermijdelijke weg die Marokkanen in Nederland te gaan hebben. Ik ervaar dagelijks de pijnpunten. Ik zie het als een metafoor voor de integratie van Marokkanen in Nederland.
Ik geloof niet dat ik Nederlander ben. Ik ben een Marokkaan in Nederland en dat is heel wat anders. Hoe meer ik dat aanvaard, hoe meer inzicht ik krijg in mijn achtergrond, mijn culturele bagage, mijn anders-zijn. Ik kan er niet voor vluchten.
Veel Marokkanen kunnen de deur achter zich dichttrekken en vergeten dat ze in Nederland wonen, ik kan dat niet. Ik kom niet thuis bij een Marokkaanse vrouw, maar bij een Nederlandse. Míjn Nederlandse. Het confronteert mij met nooit begrepen neigingen en complexen, met mijn ijdele trots en eergevoel, mijn zucht naar hiërarchie, mijn minachting van tederheid en liefde. Het geeft inzicht in mijn bijkans ingebakken hang naar stiekem gedrag, naar het verzwijgen van zaken. Het geeft inzicht in mijn behoefte om te vluchten, te ontkennen of te onderdrukken.
Door al deze inzichten te onderkennen ben ik niet alleen gaan geloven in de grenzeloosheid van liefde, maar ook in een hoopvollere toekomst voor de Marokkaanse gemeenschap in Nederland.
Said El Haji is docent en columnist bij De Volkskrant. Hij debuteerde ín 2000 met het boek ‘Dagen van Sjaitan’. In 2006 en 2011 verschenen ook zijn boeken ‘Goddelijke duivel’ en ‘ De aankondiging’.
door Redactie | feb 15, 2013 |
In een klein Amsterdams café luisteren belangstellenden naar verhalen over de huidige levenssituatie in Marokko. Vakbondsactivisten uit de stad Agadir vertellen wat de Arabische lente het land heeft opgeleverd.
Een koude donderdagavond. Het WG-terrein in Amsterdam Oud-West ligt er verlaten bij, maar vanuit het kleine café Budapest klinken vrolijke kroeggeluiden. Zo’n twintig Nederlandse activisten van verschillende organisaties zijn in huiskamersfeer bijeengekomen. Ze eten wortelsoep op de bank of drinken een biertje aan de met krantenknipsels volgeplakte bar.
In een klein Amsterdams café luisteren belangstellenden naar verhalen over de huidige levenssituatie in Marokko. Vakbondsactivisten uit de stad Agadir vertellen wat de Arabische lente het land heeft opgeleverd.
Cafe Budapest
Elke activistische organisatie kan café Budapest gebruiken voor een debat of andere activiteit. Vanavond is het de beurt aan TIE, een instantie die vakbondsactivisten in binnen- en buitenland helpt zich beter te organiseren en op te komen voor hun rechten. Projectleider Jan Cartier (65) heeft vier leden van de Marokkaanse landarbeidersvakbond FNSA uitgenodigd te komen vertellen over hun leven en werk in Marokko sinds de Arabische lente.
De Nederlands-Marokkaanse Hakima Ouragh (34) vindt dat een goed idee. “Er is in Nederland maar weinig bekend over Marokko, zeker vergeleken met andere Noord-Afrikaanse landen.” Ouragh is aangesloten bij de Internationale Socialisten en komt vaker in Café Budapest. De sociologe volgt de situatie in Marokko op de voet. “Ik ben benieuwd wat de vakbondsactivisten te vertellen hebben.”
De 20-februaribeweging heeft veel bereikt
De ruim zesduizend leden tellende vakbond FNSA is gevestigd in de stad Agadir. Zij ondersteunen de voornamelijk uit studenten bestaande 20-februaribeweging, die meer sociale rechtvaardigheid en democratie in Marokko eist. Vakbondslid Lahouccine Boulberj (40) neemt het woord. Een tolk vertaalt zijn verhaal in het Nederlands:
Sinds de 20-februaribeweging twee jaar geleden voor het eerst in opstand kwam, is er veel veranderd in Marokko. De nieuwe grondwet heeft ervoor gezorgd dat koning Mohammed VI minder regeringsbevoegdheden heeft. Hij kiest de premier niet meer, nu komt die na de verkiezingen uit de grootste partij.
Er klinkt goedkeurend gemompel vanuit de zaal. Boulberj legt uit waarom de Arabische lente in Marokko vreedzamer verloopt dan elders in Noord-Afrika. “Marokkanen waren nooit gericht op het wegjagen van de koning of het regime, zoals in Egypte en Tunesië. Wij streden voor politieke hervormingen. De koning heeft adequaat gereageerd door naar het volk te luisteren en snel na de protesten op 20 februari 2011 met een referendum te komen.”

Marokko een democratie?
Tijdens de korte pauze overdenkt gender blender Vreer Verkerke (‘Zowel mevrouw als meneer, dus ‘mevreer’’) wat er is gezegd. De 63-jarige activist – paars overhemd, kort rood haar, bergschoenen en een oorbelletje – vindt het interessant dat de protesten in Marokko relatief vreedzaam verlopen. “De regering kiest een reformistische strategie en heeft besloten in kleine stapjes te hervormen, in plaats van zich met hand en tand tegen het volk te verzetten. Toch ben ik benieuwd wat hierna gebeurt. De koning is bereid water bij de wijn te doen, maar hoe lang nog?”

Daar zijn meer mensen nieuwsgierig naar. Als Bouberj weer zit, vraagt een man met een baard en het haar in een staart of de regering niet gewoon een bewuste strategie kiest om de boel kalm te houden. Iemand anders wil weten of het leger en de politie nog steeds in handen zijn van de koning.
Boulberj geeft schoorvoetend toe dat er nog heel wat moet gebeuren, voordat Marokko een volledige democratie is. “Het gaat langzaam en we zijn er nog niet, maar er is zeker wat veranderd.” Als voorbeeld noemt hij de positie van vrouwen die dankzij de nieuwe grondwet is versterkt.
Sociale situatie
Hakima Ouragh is geïrriteerd. “Het is allemaal theorie en niks praktijk”, zegt ze als de Marokkaanse activisten hun strijdlied hebben gezongen en Cartier ze heeft bedankt voor hun komst. In sociaal opzicht is Marokko er volgens haar weinig op vooruit gegaan. “Er heerst nog steeds armoede, analfabetisme is een groot probleem. Leuk hoor, die grondwet waardoor vrouwen zich hoger kunnen positioneren in het bedrijfsleven. Maar als die vrouwen niet eens naar school zijn geweest, waar hebben we het dan over, weet je?”
Ook Cartier had niet verwacht dat de vakbondsactivisten vooral positieve ontwikkelingen naar voren zouden brengen, al begrijpt hij het wel. “Naar Europese maatstaven is Marokko geen democratie, maar zij beoordelen het naar de situatie zoals die was. Het glas is voor hen halfvol.”
Volgende week bestaat de 20-februaribeweging twee jaar en gaan de mensen weer de straat op in Marokko. Cartier: “Het is belangrijk dat de Marokkanen blijven demonstreren, want met een democratisch gekozen regering ben je er nog niet. Een land kan niet alleen van bovenaf worden veranderd.”
AmazighTimes: Nina Schuyffel
door Redactie | feb 14, 2013 |
De berichtgeving over de dood van Anass Aouragh is grof gezegd vreemd. Donderdag, de dag dat het lichaam van het 13-jarige jongetje werd gevonden, zaten media er haast bovenop. De volgende dag werd er al gespeculeerd over de mogelijke oorzaak van de dood: zelfdoding of misdrijf. Hij zou een einde aan zijn leven hebben gemaakt, omdat hij gepest werd. Ook over het pesten werd gespeculeerd. Geen moment is er aan de ouders en familie gedacht. Hoe moeilijk zou het zijn om je kind te verliezen en valse berichten over je kind in verschillende media te zien? Zaterdag en zondag was het overigens opvallend stil, er werd geen woord gesproken of geschreven over Anass. Wordt er iets achtergehouden? Wat ik nog vreemder vind, is dat de doodsoorzaak niet bekend is, terwijl er sectie op het lichaam is verricht.
De fiets van Anass werd op een andere plek gevonden dan het lichaam. Het lijkt me overigens ook ondenkbaar dat hij eerst netjes zijn folders heeft bezorgd om vervolgens zelfmoord te plegen. Krassen op het gezicht en blauwe plekken in de hals doen mij denken aan wurging en niet aan zelfdoding.
Vandaag is Anass begraven en volgens media is de doodsoorzaak nog steeds onbekend. HUH? Maar er is toch sectie op het lichaam verricht? Daar moet toch de doodsoorzaak uit blijken? Ook gaat de politie verder met onderzoek. HUH? Maar als het zelfmoord is, gaan ze niet verder met onderzoek, denk ik dan.
De imam die het gebed leidde in de moskee waar er voor Anass is gebeden, gaf aan dat het om moord zou gaan. Ik neem aan dat hij dat niet zomaar zegt, waar de familieleden van het jongetje bij zijn. Wil de familie misschien rust hebben en niet teveel media-aandacht op de zaak hebben? Snap best dat ze in rust willen rouwen.
Berichtgeving van de politie en media is half en bevat naar mijn zeggen onwaarheden. Dat er wat verborgen wordt gehouden is duidelijk, maar de vraag die overblijft is: WAT wordt er verborgen gehouden? En waarom?
door Redactie | feb 6, 2013 |
Vandaag ben ik Ziyaan
Het is vandaag, 6 februari 2013, vijftig jaar geleden dat de grote Riffijnse held Abd el-Kariem al-Khattabi stierf. Wie was hij? Wat bezielde hem? Wat is zijn erfenis? In het onderstaande gedicht van Ahmed Essadki gaat Ziyaan op zoek naar antwoorden op deze vragen. Het is een ode aan een van de grootste 20ste-eeuwse vrijheidsstrijders.
Ziyaan graaft naar zijn wortels
Ziyaan, een jongeling met een scherp verstand,
ging graven naar zijn wortels,
probeerde zijn afstamming te achterhalen
en de gebeurtenissen van de voorbije tijd.
Hij vroeg de imams,
maar hun antwoord begreep hij niet.
Hij vroeg de scholieren en de studenten.
‘De boeken zijn leeg,’ zeiden ze,
‘in de boeken staat de geschiedenis van de Fransen en de Duitsers,
van Engelsen en Amerikanen,
en de geschiedenis van de trollen van deze tijd:
een geschiedenis die van een haan een kiekendief maakt.
O Ziyaan, dit is alles wat er is, deze geschiedschrijving:
ze maakt geen gewag van Abd al-Kariem,
ze wijdt geen woord aan Anoual of Dhar Oubarran.’
Ziyaan begreep niets van al hun gepraat.
Stad en land ging hij af,
geen plaats hield hem vast
alsof hij een doorn in zich droeg!
Hij ging de mensen langs om hen te vragen
Over de gebeurtenissen van de voorbije tijd.
Zijn grootouders waren erbij!
Naar hen ging hij toe met de vraag:
Wie is Abd el-Kariem?
Wat is er gebeurd in Anoual en in Dhar Oubarran?
Zijn grootmoeder sprak, haar lippen trilden.
Tranen als granaatappelkorrels vielen uit haar ogen
en kwamen samen op haar kin.
‘Abd el-Kariem, mijn kleinzoon, was een klaproos
die groeide in de harten van de mensen.
Abd el-Kariem, mijn kleinzoon, was de maan
temidden van de sterren.
Abd el-Kariem, mijn kleinzoon, was een heldere bron
waaruit ouderen, jongeren en kleine kinderen drinken.’
Tranen beletten haar het spreken en grootvader nam het woord:
‘Abd el-Kariem, mijn kleinzoon, was een boom
en wij waren de wortels.
Abdel el-Kariem, mijn kleinzoon, was een imam,
en wij waren zijn leerlingen.
Hij heeft ons de wegen onderwezen die leiden naar het goede leven.
Abd el-Kariem, mijn kleinzoon, is niet een van die hedendaagse imams
die op hun buik kruipen als slangen,
hun aandacht op hun bord gericht,
op datgene waarmee zij hun darmen kunnen vullen.
Abd el-Kariem, mijn kleinzoon, gaf zijn leven
voor het recht van de armen,
op iedere plaats, waar zij zich ook maar bevinden.
Abd el-Kariem, mijn kleinzoon, is niet als die hedendaagse trollen:
met in de ene hand een dolk, in de andere de Koran
hakken ze handen af voor het stelen van een stukje brood.
Zelf roven ze het vloeibare goud.
Hun pelgrimage voert hen naar het Zwarte Huis
dat zich in Amerika bevindt.
Ze melken het bloed van de broederschap en drinken het in glazen.
Ze gaan huwelijksbanden aan met Amerikanen en zionisten.
Abd el-Kariem, mijn kleinzoon, nam het niet
dat ons land werd verdeeld door de vijanden van over zee,
de Spanjaarden, de Fransen en de Italianen.
Ga, mijn kleinzoon, vraag het de sterren!
Ga, mijn kleinzoon, vraag het de bergen, vraag het de dalen!
Zij hebben alles gezien, zij zijn getuige geweest,
Zij hebben het meegemaakt.
Zij hebben Abd el-Kariem gezien op zijn paard
met zijn geweer aan zijn borst.
Zijn kinderen stonden op,
verenigden zich als de vingers aan een hand
en zij kwamen toegesneld. Alom rezen zij op, van jong tot oud.
De een bracht geweren mee, de ander sikkels.
De Spanjaarden werden in het nauw gedreven en omsingeld.
De vrouwen susten de geschrokken kleintjes
en bereidden schalen tarwegries.
Ze repten zich jubelend over de velden
en zongen verzen over de strijders van Dhar Oubarran.
Ga, mijn kleinzoon, vraag het de sterren!
Ga, mijn kleinzoon, vraag het de bergen! Vraag het de dalen!
Zij hebben alles gezien, zij zijn getuige geweest,
zij hebben het meegemaakt, overal.
Vraag de berg van Anoual die zich verheft in Temsaman.
Hij beleefde een grote krijg!
Bij duizenden werden de Spanjaarden
door een handvol mensen ingemaakt.
Daar is het dat Silvestre verbijsterd stond en zijn officieren met hem.
Wie ze te pakken kregen wachtte een graf,
wie vluchtte werd opgeslokt door de ravijnen.
Ga, mijn kleinzoon, vraag het de sterren!
Ga, mijn kleinzoon, vraag het de bergen, vraag het de dalen!
Zij hebben alles gezien, zij zijn getuige geweest,
Zij hebben het meegemaakt!
door Redactie | feb 6, 2013 |
Diverse Marokkaanse media melden vandaag dat bondscoach Rachid Taoussi het helemaal heeft gehad met Montpellier middenvelder Younes Belhanda. De 22-jarige middenvelder zal voorlopig niet meer worden opgeroepen voor de nationale ploeg als hij zijn instelling niet veranderd
Belhanda speelde volgens de technische staf van de nationale ploeg een dramatische Afrika Cup en was met zijn hoofd niet bij de nationale ploeg.
Het is niet de eerste keer dat heren botsen. Belhanda was na zijn wissel tijdens de Afrika Cup 2013 kwalificatiewedstrijd tegen Mozambique (4-0) woedend op de bondscoach, maar kon op tijd in bedwang worden gehouden door assistent-bondscoach Walid Regragui. Belhanda bood achteraf nog wel zijn excuses aan bij de bondscoach.
Belhanda is niet de eerste speler met wie Taoussi problemen heeft. De Marokkaanse bondscoach kan het verder ook niet goed vinden met Adel Taarabt (QPR) en Marouane Chamakh (West Ham United), die allebei nog steeds weigeren om de bondscoach te woord te staan. Verder hebben Mbark Boussoufa (Anzhi) en Michael Basser (Bursaspor) nog geen uitleg gekregen van de bondscoach waarom zij niet werden geselecteerd voor de Afrika Cup 2013.