Gemartelde ex-politieofficier wil aangifte doen tegen de koning van Marokko

Het Spaanse Wetboek van Strafrecht maakt het mogelijk om misdrijven gepleegd door verdachten in het buitenland in Spanje aan te klagen en te berechten. De nieuwe Spaanse minister van Justitie Dolores Delgado maakte in juli dit jaar bekend dat de Spaanse regering van plan is de universele jurisdictie opnieuw in te voeren. De universele jurisdictie werd in Spanje tot 2014 gebruik, in dat jaar werd het toepassen van deze wet ingeperkt tot zaken die betrekking hebben op Spanje.

Met het gepland ruime gebruik van de universele jurisdictie kunnen Spaanse rechters een onderzoek starten naar ernstige misdaden gepleegd buiten het Spaanse grondgebied. Het wordt dan mogelijk voor de Spaanse rechters om onder andere Marokkaanse hoge functionarissen die beschuldigd worden van mensenrechtenschendingen en tegen wie in Spanje aangifte is gedaan, ook in Spanje te vervolgen.

De universele jurisdictie biedt de mogelijkheid om aanklachten bij het Nationaal Gerechtshof in Madrid, de Audiencia Nacional in te dienen tegen beschuldigden uit verschillende landen, het uitvaardigen van een internationaal arrestatiebevel tegen verdachten indien onderzoeken aantonen dat de beschuldigingen tegen hen gegrond zijn en vervolgens hen berechten volgens het Spaanse rechtssysteem.

Noureddine Boufarra, ex-politieofficier van de Marokkaanse Gerechtelijke Politie ‘recherche’, maakt op maandag 18 juni 2018 op zijn Facebook-pagina bekend gebruik te willen maken van de Spaanse universele jurisdictie om de koning van Marokko in Spanje aan te klagen.

Noureddine Boufarra ex-politieofficier

Noureddine Boufarra ex-politieofficier

Moordaanslag in Europa

De 49-jarige Boufarra stelt Mohamed VI verantwoordelijk voor de moordpoging waaraan hij in 2017 in de hoofdstad van Denemarken, Kopenhagen is ontsnapt. Volgens Boufarra hebben vorig jaar vier mannen in Kopenhagen geprobeerd om hem te vermoorden. Drie van hen zouden Marokkaanse agenten zijn van de Marokkaanse geheime dienst DGED Direction Générale d’Etudes et Documentation, en de vierde persoon zou wellicht gaan om een Irakees of Syriër. Zijn zoon die met hem was tijdens deze aanslag leidt nog steeds aan de gevolgen van de moordpoging op zijn vader. Verdere details over deze aanslag kan Boufarra niet bekend maken in verband met het lopend onderzoek. Hij staat nu onder politiebescherming van het land waar hij asiel heeft gekregen.

Boufarra was tot 2012 werkzaam bij de Gerechtelijke Politie in Nador. Hij deed onderzoek naar internationale drugsnetwerken, wapenimport en geldverduistering. Hij en zijn team hebben in totaal 19 kilo aan zware explosieven en 600 ontstekingen voor bombrieven in beslag weten te nemen. De explosieven werden via de Spaanse enclave Melilla in Marokko Nador binnen gesmokkeld en waren volgens hem bedoeld om aanslagen te plegen op een hotel en een winkelcentrum in de stad Nador. De inbeslagname heeft er toe geleid dat een aantal medewerkers van de Marokkaanse geheim dienst werden berispt omdat zij deze explosieven-smokkel niet wisten te ontdekken.

Boufarra heeft uitgebreid verslag gemaakt over deze smokkel-poging, in het verslag noemde hij onder andere namen van betrokkenen en de kentekens van vrachtwagens die voor de smokkel zijn gebruikt. Het verslag heeft hij persoonlijk bij zijn leidinggevenden gedeponeerd, maar is volgens hem niets mee gedaan. Het wapensmokkelnetwerk reikt volgens Boufarra aan tot het koninklijk paleis.

 

Fouad Ali Himma adviseur van Mohamed VI

Fouad Ali Himma adviseur van Mohamed VI

Geldverduistering in de Rif vanuit Rabat

Volgens de ex-politieofficierBoufarra is het Marokkaanse koninklijk paleis betrokken bij de internationale drugshandel via de adviseur van de koning Fouad Ali Himma, het hoofd van de politieke partij PAM Parti Authenticité et Modernité Ilyas el Omari en contacten die zij hebben met leden van de internationale maffia. Boufarra kent deze maffialeden met naam en toenaam, maar wil hun namen liever niet bekend maken, om de Marokkaanse geheime diensten niet de kans te geven hem uit de weg te ruimen en de moord in de schoenen van de maffia te schuiven.

Boufarra stelt het Marokkaanse regime verantwoordelijk voor de geldverduistering in 2003 bij een bank in Nador. Deze geldverduistering begon in 2001, toen ongeveer drie miljard Marokkaanse Dirham verdween van bankrekeningen van Riffijnen uit Europa waaronder, Nederland en België en van drugsbaronnen. Dit zou gaan om rekeningen die bij het filiaal van de Wafa Bank in Nador zijn afgesloten. Boufarra was destijds in deze zaak die zes jaar heeft geduurd belast met het onderzoek, tijdens het onderzoek deed Boufarra verrassende ontdekkingen. Hij kreeg informatie in handen die hij niet mocht weten, informatie over de relatie tussen de geldverduistering en personen binnen het koninklijk paleis. Voor deze zaak werd de bankdirecteur van Nador en zijn adjunct vervolgd. Boufarra informeerde de procureur van de koning Abdelmoumen Boutnach ervan dat de daadwerkelijke verdachten bij de centrale directie van de bank in de hoofdstad Rabat werken. Hierdoor kwam Boufarra in de doodzone terecht.

Politieofficier in de val gelokt

Boufarra werd getipt over een grote operatie drugssmokkel vanuit Bouarg, regio Nador, richting Spanje. Bij nader onderzoek bleek de tip te kloppen. Vervolgens werd er een politieoperatie gepland en een team samengesteld om de drugssmokkelaars op heterdaad te betrappen en te arresteren. Er was onder andere afgesproken om een arrestatieteam dichtbij de smokkelplaats stand-by te houden en de weg te versperren bij de staart van de politieactie.

Op de bewuste dag ging ex-politieofficier Boufarra samen met vier collega’s de smokkelplaats van dichtbij observeren. De drugsmokkel was op dat moment gaande. Boufarra belde zoals afgesproken zijn leidinggevende Driss Rougui, de regiochef van de Gerechtelijk Politie in Nador op om de politieactie in gang te zetten. De telefoon van Driss Rougui stond uit, Boufarra heeft zijn leidinggevende meerdere keren geprobeerd te bellen maar kreeg hem niet te pakken en kon daardoor geen politieversterking krijgen. Boufarra zag op een gegeven moment de drugssmokkelaars op hem en zijn team afkomen en realiseerde zich toen dat hij in de val is gelopen. Hij gaf zijn collega’s de opdracht om de locatie onmiddellijk te verlaten en vluchtte direct zelf ook weg.

Hoofdcommissaris Abdellah Bellahfid

Hoofdcommissaris Abdellah Bellahfid

Hoofdcommissaris Abdellah Bellahfid

Volgens Boufarra heeft zijn chef, Driss Rougui, hem op deze dag bewust in de steek gelaten zodat de drugssmokkelaars hem uit de weg konden ruimen. Driss Rougui heeft hier niet alleen gehandeld maar samen met hoofdcommissaris Abdellah Bellahfid van de algemene veiligheidsdienst DGSN Direction Générale de la Sureté Nationalein Oujda, hoofdcommissaris Mohamed Alaoui van de binnenlandse geheime dienst DGST Direction Générale de la Surveillance du Territoire in Oujda en Mohamed Zah Eddine regiochef van de binnenlandse geheime dienst DGST Direction Générale de la Surveillance du Territoire in Oujda. Volgens Boufarra hebben deze hoge bestuurders van de veiligheidsdiensten opdracht gekregen uit het koninklijk paleis om hem voorgoed te laten verdwijnen.

Moordaanslag op een minderjarige in Marokko

Daaropvolgend werd Boufarra bedreigd door een drugsbaron door wraak te nemen op zijn zoon. In 2012 werd daadwerkelijk een aanslag gepleegd op zijn minderjarige zoon in de stad Oujda. De jongen raakte aan zijn hoofd gewond: een snee van 7 centimeter lang, 3 breed en 4 diep.

Kort daarna werd Boufarra ook bij zijn werk ontslagen met als reden ongeoorloofd verlof, Boufarra werd niet doorverwezen naar de tuchtraad. Hij vocht zijn ontslag aan bij de rechtbank van Oujda en die hem in het gelijk stelde. Zijn werkgever de DGSN, de algemene veiligheidsdienst, ging tegen de uitspraak in door in hoger beroep te gaan. De veiligheidsdienst heeft volgens Boufarra de officiële documenten vervalst, waardoor het vonnis van de rechtbank in Oujda werd vernietigd en de ex-politieofficier eind 2012 werd ontslagen.

Naar eigen zeggen werd Boufarra door Marokkaanse autoriteiten ontvoerd en mishandeld op het geheime detentiecentrum van de geheime dienst DGST Direction Générale de la Surveillance du Territoire in Temara. Gedurende 23 dagen beleefde hij de zwaarste dagen van zijn leven, Boufarra werd onderworpen aan structurele martelingen als elektrische schokken op zijn hoofd; waterboarding; naakt gefilmd; dreiging met verkrachting; het stoppen van plastic en houten stokken in zijn anus; ophangen en onder dwang laten drinken van water gemixt met afwasmiddel en chloor; uit de slaap gehouden enzovoort. Deze ontvoering vond vijf dagen voor zijn verlof plaats, want in het geval dat hij erover had gepraat zou hij vermoord worden en zou er vermeld worden dat hij naar het buitenland op vakantie was gegaan.

In het jaar 2013 vlucht Boufarra naar Europa waar hij asiel heeft aangevraagd en waar hij tot vandaag nog woont.

Hoge functionarissen aanklagen

Abdellatif Hammouchi directeur van DGSN & DGST

Abdellatif Hammouchi directeur van DGSN & DGST

Boufarra geeft aan dat hij over genoeg bewijzen beschikt om naast aangifte tegen de koning van Marokko Mohamed VI ook aangifte te doen tegen:

Mohamed Yassine Mansouri directeur van DGED

Mohamed Yassine Mansouri directeur van DGED

Fouad Ali El Himma raadsman van de koning, Mohamed Mounir El Majidi privésecretaris van de koning, Abdellatif Hammouchi directeur van de algemene veiligheidsdienst DGSN Direction Générale de la Sureté Nationale en de geheime dienst DGST Direction Générale de la Surveillance du Territoire, Mohamed Yassine Mansouri directeur van de geheime dienst DGED Direction Générale d’Etudes et Documentation, Mohammed Dkhissi van het directoraat van Gerechtelijke Politie en hoofd van Interpol Bureau in Marokko, Ilyas El Omari President van de regio Tanger-Tetouan-Al Hoceima en secretaris-generaal van de politieke partij PAM Parti Authenticité et Modernité, Mohamed Zah Eddine regiochef van de binnenlandse geheime dienst DGST Direction Générale de la Surveillance du Territoire in Oujda, Mohamed Alaoui hoofdcommissaris van de binnenlandse geheime dienst DGST Direction Générale de la Surveillance du Territoire en Abdellah Bellahfid hoofdcommissaris van de algemene veiligheidsdienst DGSN Direction Générale de la Sureté Nationale in Oujda.

Boufarra zal ook aangifte doen tegen de drie personen die hem zelf persoonlijk hebben gemarteld.

De koning van Marokko

De kans dat de directeur van de Marokkaanse geheime dienst DGED Direction Générale d’Etudes et Documentation zelfstandig het besluit kan nemen om een persoon in het buitenland om te laten brengen is heel klein. Zulke zaken horen binnen de Nationale Hoge Veiligheidsraad van Marokko te worden besproken en het groene licht voor overgaan tot actie vereiste wel de toestemming van de Nationale Hoge Veiligheidsraad. In artikel 54 van de Marokkaanse grondwet is de oprichting van de Nationale Hoge Veiligheidsraad in 2011 vastgesteld en beschreven als een adviesorgaan voor de binnenlandse en buitenlandse strategieën van Marokko die belast is met crisismanagement en toezicht op de uitvoering van een goede veiligheidspolitiek. De koning van Marokko Mohamed VI is voorzitter van deze raad.

Adra Ghedu

Imzouren: Dialysecentrum voor het einde van het jaar klaar

Het project om een hemodialysecentrum te bouwen in de stad Imzouren (provincie Al Hoceima) ten behoeve van patiënten met chronisch nierfalen, is in de laatste fase aanbeland. Het centrum zal voor het einde van het lopende jaar klaar zijn, meldt het Marokkaanse persbureau MAP.

De bouw van deze medische faciliteit nabij het ziekenhuis van Imzouren is nu voltooid, terwijl de uitrusting van de verschillende afdelingen met dialyse- en waterbehandelingsapparatuur momenteel aan de gang is om de goede werking van dit medisch centrum te verzekeren.

Een budget van ongeveer 9 miljoen dirham werd besteed aan de bouw van dit centrum, gefinancierd in partnerschap tussen de prefectuur van de provincie Al Hoceima middels het fonds van het Nationaal Initiatief voor Menselijke Ontwikkeling (2 miljoen dirham), de gemeente Imzouren (2 miljoen dirham ), de Provinciale Raad (1 miljoen dirham), het Agentschap voor de promotie en ontwikkeling van het Noorden (3 miljoen dirham) en de Imzouren-vereniging voor hulp aan mensen die lijden aan chronisch nierfalen (1 miljoen dirham).

Dit centrum zal onder toezicht staan bij de provinciale gezondheidsdelegatie en de Imzouren-vereniging voor hulp aan mensen die lijden aan chronisch nierfalen. Het centrum biedt diensten aan meer dan 60 mensen met chronisch nierfalen, uit de stad en haar omgeving.

Verspreid over een totale oppervlakte van 500 m2, zal dit centrum zorgen voor gemakkelijke en permanente toegang tot hemodialyse-diensten en tegelijkertijd de zorg- en ondersteuningsvoorwaarden voor mensen met chronisch nierfalen verbeteren.

Het omvat twee dialysezalen met elk 20 bedden, een dialysezaal met 2 bedden voor risicovolle gevallen, een ziekenhuiskamer met 4 bedden voor risicopatiënten, twee sanitaire blokken, een ruimte voor waterbehandeling en kantoren voor artsen en verpleegkundigen.

het was een politiek proces

Mohamed Agnaj, vijftiger, advocaat en lid van het verdedigingscollectief zegt dat het proces tegen de Riffijnse activisten een politiek proces was.

De advocaat zegt dat het proces deze stempel heeft gekregen doordat de regering middels een verklaring de Riffijnse activisten in verband bracht met separatisme, en ook door de speech van de koning die zei dat de ordetroepen enkel hun werk hadden gedaan om de openbare orde te handhaven.

“Dit zijn redenen die het proces een politiek tintje heeft gegeven en zelfs zaken in gang heeft gezet voor het proces van start ging, zoals het afluisteren van telefoongesprekken van activisten en dit 6 maanden voor de arrestatie van #Zafzafi.”

Hij vervolgde:” het proces is dan ook in een ongelooflijk snel tempo afgehandeld. De onderzoeksrechter heeft de procedures en de onderzoeken gedurende 140 zittingen gespreid over 2.5 maand afgewerkt, en daar komt bij dat 85 hoorzittingen in de rechtbank over slechts 9 maanden gehouden werden. Dit zorgde uiteraard voor enorme druk op de activisten en de verdediging, maar ook op de rechtbank.”

Wat betreft het incident rond de vrijdagspreek… Nasser heeft de imam NIET onderbroken. Hij bevond zich namelijk buiten de moskee. Het is na het protest van de moskeegangers, naar aanleiding van de inhoud van de preek van de imam, dat hij naar binnen ging.

Agnaj is er ook van overtuigd dat de autoriteiten de situatie op duizend en één manieren kon oplossen, als ze vond dat er echt sprake was van het verstoren van de openbare orde. Ze kon namelijk de situatie tot rust laten komen en dan de betrokkene dagvaarden in overeenstemming met de geldende juridische procedures, in plaats van hem op die manier te arresteren wat geleid heeft tot escalatie van de situatie en de arrestatie van honderden demonstranten. Zafzafi heeft namelijk geen gedrag vertoond dat zijn arrestatie rechtvaardigt!

Tijdens een persconferentie vorige week benadrukte de advocaat dat een oplossing enkel kan gevonden worden via politieke weg:” Wij zijn voor elke oplossing die een einde kan maken aan deze soap…een soap die nooit dit discours had mogen hebben.”

Als laatste zei hij nog:” de voortdurende spanning in de Rif is in niemands belang. Deze zaak zou geen keerpunt mogen zijn naar de jaren waarvan we dachten die achter ons gelaten te hebben, en daarom is het vinden van een oplossing in het belang van het hele land en niet alleen in het belang van de activisten van de Riffijnse Volksbeweging.”

Noureddine Adherbal

COUP TEGEN HASSAN II MISLUKT

RABAT (Reuter, DPA, UPI) – Een tiental hoge legerofficieren heeft zaterdagmiddag een mislukte staatsgreep in het feodale koninkrijk Marokko gepleegd. Daarbij is koning Hassan II ternauwernood aan de dood ontsnapt. Bij de drie uur durende schietpartij in het koninklijk paleis van Skhirate (ongeveer 16 km buiten Rabat) is de jongere broer van de koning kroonprins Moulay Abdullah gewoond geraakt, terwijl tientallen mensen de dood vonden, waaronder de Belgische ambassadeur in Marokko Marcel Dupret. De koning heeft gisterenavond op een persconferentie meegedeeld, dat de aanstichters van de coup binnen 24 uur geëxecuteerd zullen worden.

Bij de staatsgreep zijn gisterenavond minstens 186 mensen om het leven gekomen, van wie 28 bij de overval op het paleis en ongeveer 158 opstandelingen, die het radiostation en andere gebouwen in de hoofdstad Rabat hadden bezet. Volgens mededelingen van de regering zijn 659 opstandelingen gevangenen genomen. Volgens niet officiële bronnen zijn een aantal muiters na hun gevangenneming zonder vorm van proces neergeschoten.

Koning Hassan II vierde zaterdag zijn 42e verjaardag en gaf ter gelegenheid daarvan een grootse receptie aan de Marokkaanse hoogwaardigheidsbekleders en buitenlandse diplomatieke gasten. Omstreeks twee uur in de middag verschenen na de feestlunch ongeveer 30 legertrucks met zo’n veertienhonderd militairen, die het paleis omsingelden en het vervolgens al schietend binnendrongen, volgens ooggetuigen van verscheidene Westerse ambassadeurs dachten de gasten eerst, dat het geknal vuurwerk was en onderdeel uitmaakte van het koninklijke feestje. Maar al snel bemerken zij hun vergissing, toen militairen – jonge kadetten in parachutistenuniformen, die een officierenopleiding krijgen op de militaire academie van Ahermoumou (210 km van Rabat) – de buitenlandse gasten onder bedreiging van hun vuurwapens in een hoek dreven. Intussen werd van alle kanten met machinegeweren, handgranaten en mortieren geschoten. Koning Hassan werd door een groepje militairen naar een andere vertrek geleid. Sommige gasten proberen door de voordeur te ontsnappen, maar ze werden onmiddellijk neergeschoten.

De Zweedse ambassadeur vertelde: ,,Ikzelf zag tussen dertig en veertig doden. Meer dan 100 mensen waren gewoond, alleen al in het paviljoen, waar ik mij bevond. Mijn Belgische collega was door 15 kogels geraakt, waarvan drie hem in het hart troffen. Vele mensen die ik kende, waren gedood of gewoond,”

Gedurende drie uur lagen de Zweedse ambassadeur en andere gasten met hun gezicht voorover roerloos op de grond. Intussen hoorden zij overal het ratelen van machinegeweren. Daarna vluchten de overvalleiders uit het paleis. Volgens de Zweedse ambassadeur waren sommige delen van het paleis in brand gestoken.

De Britse ambassadeur zei, dat hij samen met anderen naar een legertruck gevoerd was, waarna zij naar Rabat werden overgebracht. Ongeveer tweehonderd gasten werden gevangen genomen. Later werden zij in groepjes van 30 gesplitst en met het geweer in de rug naar vijf vrachtwagens overgebracht. Ze moeten hun handen boven hun hoofd houden. ,,In mijn truck’, aldus de Engels ambassadeur, ,,was één van de mannen in een zeer slechte conditie aangezien hij door kogels in zijn maag getroffen was. Ik zei tegen de soldaten, dat de man onmiddellijk medische zorg nodig had, maar zij weigerden”. Op een gegeven ogenblik moesten ze allemaal uit de auto stappen en ongeveer een uur met hun gezicht voorover op de straat blijven liggen in de gloeiende zon. ,,Maar toen gingen de soldaten plotseling weg en waren wij vrij.

Volgens de Britse ambassadeur was de aanval zeer zorgvuldig voorbereid en ontmoeten de opstandelingen praktisch geen tegenstand.

LEVE DE REPUBLIEK
Terwijl in het paleis de opstandelingen dood en verderf zaaiden, bezetten andere legerofficieren het radiostation van Rabat en dwongen de nieuwslezers voor te lezen, dat het leger de macht had gegrepen en dat Marokko van nu af aan een republiek was. Het eerste communiqué luidde: ,,De koning is dood, leve de republiek”.

In de loop van de middag en de avond kwamen er steeds weer nieuwe communiqué’s zoals: ,,Het leger is tot revolutie overgegaan voor het welzijn van het Marokkaanse volk. Het koninklijke bewind is gevallen. Wij zullen de verraders niet meer de eer van dit volk laten vertrappen. Het leger heeft alle prefecturen en provincies van het land, die voortaan onder zijn bevelen zullen vallen. De macht in handen genomen.

Deze proclamatie gaat uit van het volksleger en de raad van het revolutieleger”. Een andere proclamatie luidde: ,,De nationale strijdkrachten hebben na de vernietiging van het feodale stelsel de macht overgenomen uit naam van het volk.

Marokkanen, weest waakzaam, luister niet naar de antirevolutionaire en tegen het volk gerichte orders”. Tussen deze proclamaties door werd militaire marsmuziek uitgezonden. Maar tegen de middernacht viel de revolutionaire zender opeens uit, nadat koningsgezinde troepen de meer dan honderd opstandelingen van het radiostation hadden overweldigd.

STUDENTEN
Intussen waren echter jeugdige personen, met name studenten, de straat opgegaan, om overal waar zij portretten van Hassan konden vinden deze af te schuren en luidkeels ,,leven de republiek, leve het socialisme” te roepen. Politie-eenheden dreven de jeugdige demonstranten uiteen. Nadat het ,,revolutionair” radiostation weer ,,antirevolutionair geworden was, werd licht amusementsmuziek uitgezonden, waarna de mededeling kwam dat de koning ongedeerd was en zijn volk later zou toespreken.

KADETTEN
In het paleis was intussen de situatie de opstandelingen al lang uit de hand gelopen. Kennelijk was de opstand minder ideologisch goed georganiseerd geweest, want de jonge kadetten, die aan de bestorming hadden deelgenomen, waren door hun officieren vals voorgelicht.

Koning Hassan vertelde het later in de nacht voor de radio als volgt: ,,Het land is aan één van de ergste katastrofes in zijn geschiedenis ontsnapt”. Hij zei, dat de lunch nog aan gang was, toen het schieten begon. Hij vervolgde: ,,Ik kon op bijzonder onverwachte wijze uit deze crisis komen. Ik werd uit de zaal gehaald, waar ik 2½ uurlang was vastgehouden. Zij plaatsen mij bij alle persoonlijkheden, die nog in leven waren, toen de jonge soldaten mij met mijn handen op mijn hoofd voor die groep zagen staan, herkend één van hen mij en vroeg mij met hem mee te gaan. Hij had zijn vinger aan de trekker. Op het ogenblik dat wij alleen waren. Ging hij de houding staan en kuste mij vervolgens de hand. Ik toonde mij verbaasd tegenover hem en merkte op dat hij enerzijds tekenen van gehoorzaamheid en toewijding toonde, maar anderzijds aan een misdadige onderneming medewerkte.”

Maar de soldaat antwoordde mij: ,,Wij zijn de kadetten van de Ahermoumou militaire academie. Gisteren hebben de officieren bekend gemaakt, dat wij vandaag (zaterdag) militaire oefening zouden moeten doen. In de feite werd ons toen wij tegen het middaguur, bij het Skhirate-paleis aankwamen, verteld dat er op dat ogenblik een komplot tegen de persoon van Zijne Majesteit de Koning werd gesmeed, dat het koninklijk paleis werd belegerd en dat als gevolg daarvan het leven van Uwe doorluchtige Majesteit in gevaar was. Opdat u niet in vijandelijke handen zou vallen, hebben wij het paleis aangevallen”.

Deze verklaring werd later door de Britse ambassadeur bevestigd. Hij vertelde, dat de aanvallers zodra zij de koning herkend hadden, luidkeels riepen: ,,Leven de koning”.

De koning zei in zijn toespraak, dat de coup door een zeer kleine groep legerofficieren georganiseerd was en dat de leider van de coup, de 44-jarige generaal Mohammed Medbouh door de muiters was gedood, toen deze ontdekten dat hij hen vals had voorgelicht. Generaal Medbouh, die de koning één van zijn naaste medewerkers noemde en die minister was van de koninklijke huishouding, heeft in 1963 de koning voor een coup gered, waarna hij snel promotie maakte. Een andere opstandelingenleider, kolonel Abadou* zou evenals door de woedende muiters zijn gedood. Kolonel Adabou** was leider van de militaire academie.

Naar verluidt zijn vier andere generaals en twee kolonels door de regeringstrouwe troepen gearresteerd en zouden al minstens zeventig opstandelingen zijn gedood.

Gisteren werden uit Rabat nog sporadische gevechten gemeld, toen gebouwen, die door de opstandelingen bezet waren gehouden door regeringstroepen met behulp van tanks omsingeld werden en vervolgens ingenomen.

Overigens meldden de persbureaus, dat de toestand in het land volkomen rustig was. De bevolking, die zaterdagnacht gewaar werd, dat de staatsgreep mislukt was, kwam daarna onmiddellijk haar genegenheid voor de koning tonen. Auto’s reden claxonerend door de stad, als bewijs van loyaliteit.

Over het precieze aantal doden en gewonden in het koninklijk paleis, lopen de berichten uiteen. De regering heeft bijvoorbeeld geen melding gemaakt van het feit, dat ’s konings jongere broer eveneens gewond is. Vast staat in ieder geval, dat een aantal koningsgezinde generaals en kolonels meteen werden gedood, evenals aantal ministers en twee Franse artsen van de koning.

Onmiddellijk nadat de muiters hun vergissing hadden gemerkt en de koning weer vrijheid van handelen had gekregen, gaf hij zijn minister van binnenlandse zaken, generaal Mohammed Oufkir, alle zijn burgerlijke en militaire volmachten om de toestand weer geheel onder bedwang te kregen.

Deze Oufkir is al geruime tijd één van de naaste medewerkers van de koning en heeft naam gemaakt door zijn meedogenloze vervolging van allerlei linkse of als links gekwalificeerde tegenstanders van het koninklijke regime. Eén van zijn voornaamste tegenstanders, de linkse opposant Ben Barka werd zeer waarschijnlijk door zijn persoonlijke toedoen in 1965 in Parijs gekidnapped en vermoord. Als gevolg verslechterden de betrekkingen tussen Frankrijk en Marokko aanzienlijk, omdat generaal De Gaulle bestraffing van Oufkir eiste en koning Hassan zijn medewerker de hand boven het hoofd bleef houden. Een Franse rechtbank veroordeeld hem in 1967 bij verstek tot levenslang gevangenisstraf. Maar Oufkir schreef de rechtbank een brief met excuses, dat hij niet aanwezig kon zijn en met het verzoek het vonis voor onbepaalde tijd op te schorten. Als hoofd van de veiligheidsdienst heeft hij ook in het leger grote invloed.

Door: Adra Ghedu
*Abadou = Ababou

Kanker bij de Riffijnen gevolg van een niet verjarend misdrijf

Internationale misdrijven & het recht op schadevergoeding voor de slachtoffers. De casus van de Rif-oorlog 1921–1926’ is een Franstalig boek dat in 2014 is gepubliceerd. De oorspronkelijke titel is ‘Crimes Internationaux & Droit Des Victimes à Réparation: Le Cas De La Guerre Du Rif 1921–1926’.

De auteur is de advocaat Mustapha Ben Cherif. Het boek is een bewerking van zijn promotieonderzoek aan de Universiteit van Perpignan in Frankrijk. Dit boek bevat belangrijke informatie waaronder informatie uit het militaire archief van Spanje en Frankrijk die ‘beschermers’ van Marokko waren.

Prostaatkanker, keelkanker en bloedkanker komen in de Rif vaker voor dan in de rest van Marokko, 60% meer volgens het Marokkaanse Oncologisch Instituut. Dit komt door het gebruik van chemische wapens tijdens de Rif-oorlog (1921–1926) en de kernproeven in Algerije in 1960.

Exacte cijfers van het aantal Riffijnse slachtoffers tussen 1921 en 1926 zijn er niet. Wel zijn er schattingen van tussen de 50.000 en de 100.000 doden. De officiële Spaanse en Franse bronnen spreken van 15.000 doden.

Spanje en Frankrijk zijn de directe betrokkenen bij deze wrede genocide. Juridisch zijn ze even verantwoordelijk als de Makhzan, de Marokkaanse regering, die het land officieel bestuurde. Destijds werden de reeds verboden chemische wapens niet tegen het Riffijns verzet ingezet maar tegen gewone burgers. Het hart van de Rif met de wekelijkse markten, waterbronnen en dorpen werden het doelwit. In de dorpen werden de ongewapende kinderen, vrouwen en oude mensen niet gespaard. Ze werden structureel en op zeer grote schaal met chemische wapens gebombardeerd. Ook de natuur werd niet gespaard door deze barbaarse oorlogsmisdaden. Bossen in de Rif waren ook doelwit van chemische aanvallen. Er zijn onderzoeken waaruit blijkt dat de grond onvruchtbaar is geworden als gevolg van het gebruik van chemische wapens. Het hele Rif-gebied is blootgesteld geweest aan giftige gassen en bewoners hadden anders dan de Europeanen geen gasmaskers of andersoortige bescherming. Spanje heeft toentertijd meer dan 60.000 gasmaskers besteld voor de eigen gelederen bij een Duits bedrijf.

Vanwege de gevoeligheid door eigen betrokkenheid zal de Marokkaanse overheid nooit serieus kijken naar dit hoofdpijndossier. De toenmalige Sultan van Marokko Joesoef ibn Hassan stemde immers zelf in met het besluit om de Rif met gifgassen te bestoken.

De Franse staat erkende achteraf dat zij kernproeven in het buurland Algerije uitgevoerde en maakte wetten die schadevergoedingen toekennen aan iedereen die kan bewijzen schade te hebben geleden door deze kernproeven. Frankrijk bezette Ouad Namous, Beni Ounif in het grensgebied bij Figuig in Marokko. Frankrijk gaf in 1934 en 1935 toestemming aan Engeland om in het bovengenoemde dorp de grootste en meest geavanceerde chemische proeven te houden. Door wetenschappers wordt bevestigd dat zowel deze als de Franse kernproeven in Algerije in de jaren vijftig van vorige eeuw zeer ernstige gevolgen hebben voor de bevolking.

Tot op heden hebben zowel Frankrijk als Spanje hun gruwelijke misdaden tegen de Riffijnen niet officieel erkend. Toch zijn er schrijvers en wetenschapper uit deze landen die wel over dit onderwerp schrijven. De Marokkaanse staat heeft nooit dit onderwerp aangesneden en het onderwijs in Marokko besteedt er geen aandacht aan. Er is wel wetenschappelijk onderzoek gedaan door Marokkaanse, Spaanse, Duitse en Engelse wetenschappers.

Voor de slachtoffers en nabestaanden is het wel mogelijk Frankrijk en Spanje juridisch te vervolgen. Dat kan ook in Spanje of Frankrijk zelf. Het vervolgen van de koloniale machten heeft wel nut en kan resulteren in een positieve uitkomst, zoals dat gebeurde bij de holocaustprocessen. Zo gaf de Franse spoorwegmaatschappij SNCF gaf onlangs toe verantwoordelijk te zijn voor het vervoeren van holocaust slachtoffers.

En fin, misdrijven tegen de mensheid verjaren niet en het Protocol van Genève uit 1925, verbiedt het gebruik van chemische en biologische wapens.

Door: Adra Ghedu

Zal de bom ontploffen in Marokko?

Dinsdagavond zijn de kopstukken van de Riffijnse protestbeweging Hirak Al Chaabi (Beweging van het Volk) in Casablanca veroordeeld tot straffen van één tot twintig jaar. Ze zitten ondertussen al één jaar in hechtenis. Veel families waren niet aanwezig omdat het vonnis pas laat in de avond werd uitgesproken. De afstand om van Al Hoceima naar Casablanca te gaan is 700 kilometer. De Antwerpse Riffijnen maken zich zorgen.

In de Oukacha gevangenis in Casablanca zitten maar liefst rond de 50 activisten die zijn opgepakt voor hun deelname aan de volksbeweging in de Rif, de streek in het noorden van Marokko. Die beweging ontstond in oktober 2016 na de dood van visverkoper Mohcine Fikri in de stad Al Hoceima. De dood van Fikri was de druppel die de emmer deed overlopen. Mensen kwamen massaal de straat op en eisten een menswaardig bestaan. Ze willen een toekomst opbouwen in hun eigen land en niet illegaal de oversteek naar Europa maken. De activisten worden veroordeeld voor onder andere het in gevaar brengen van staatsveiligheid.

Opvallende periode

De uitspraak valt op een bizar moment, juist na de goede wedstrijd van Marokko tegen Spanje op het WK voetbal. Een tijd waarin de Marokkanen euforisch zijn. Sommige vragen zich daarom af of dit opzettelijk is gedaan om opstanden te vermijden.

Uit liefde voor het land

Zoals viel te verwachten krijgt protestleider Nasser Zefzafi de zwaarste straf. Hij moet 20 jaar de cel in. Drie anderen, waaronder Nabil Ahamjik, de rechterhand van Zefzafi, krijgen dezelfde straf. De andere activisten krijgen een straf tussen de één en vijftien jaar. Sommigen krijgen er nog een geldboete van een paar honderd euro bovenop. Een aantal activisten hadden al vanaf het begin van de opstand het gevoel dat ze opgepakt gingen worden. De journalist Mohamed El Asrihi – veroordeeld tot vijf jaar – zei op Facebook voor zijn arrestatie: “Wat ik nu doe, zal tot mijn gevangenschap leiden, omdat wij in een land leven waar degenen die liefde voor hun land voelen, gearresteerd worden.”

Meer vluchtelingen?

Boosheid onder de mensen zorgt voor heftige gesprekken en emoties die oplopen. De mensen begeven zich op de straten en het ziet er naar uit dat de protesten opnieuw zullen toenemen. Zowel de diaspora in Europa als de Riffijnen in Marokko zien dit als een aanslag op hun identiteit. Zorgt dit voor alleen meer vluchtelingen, of richt de woede zich naar de staat?

Ook in België zijn de Riffijnen ontevreden: “Ik betreur dat de ingeslagen weg van Marokko naar meer openheid bruusk wordt verstoord door een ongeziene onderdrukking van een legitieme sociale volksbeweging”, vertelt Antwerps opiniemaker Khalid El Jafoufi.

© 2018 – StampMedia – Yassin Akouh