door Redactie | aug 5, 2015 |
In zijn troonrede van afgelopen week besteedde de Marokkaanse koning Mohamed VI dit jaar bijzonder veel aandacht aan Marokkanen in het buitenland. Hun burger- en politieke rechten hadden een prominente rol in zijn toespraak. In het bijzonder gaf hij aan dat de aanpak van disfunctionerende consulaten en de politieke vertegenwoordiging van Marokkanen in het buitenland prioriteit moeten krijgen. In zijn toespraak benadrukte Mohamed VI vooral, nog meer dan ooit, de heilige fundamenten van de Makhzen (Allah, het Vaderland en de Koning). Deze loyaliteitsboodschap is ook gericht aan de vijf miljoen ingezetenen in het buitenland. Geen enkel woord gewijd aan de schendingen van mensenrechten en de inperking van de persvrijheid.
De staatsmedia waren eensluidend over de opmerkelijke toonzetting van de Marokkaanse koning. Het is ongebruikelijk voor hem om openlijk als dissident op te treden jegens zijn eigen overheidsapparaat. Furieus was hij vooral op sommige consulaten, die nog steeds een slechte dienst bewijzen aan burgers vanwege hun bureaucratie en denigrerende bejegening. Aan deze praktijken moet volgens de monarch een einde komen.
Kort na deze uitspraak, was de minister van Buitenlandse Zaken er als de kippen bij om gevolg te geven aan deze koninklijke aanklacht. Dit slaafse gedrag vertoonde het CCME kort erop ook. Een voorspelbare reactie werd de wereld ingestuurd door dit omstreden en corrupte adviesorgaan dat voor Marokkanen in het buitenland in het leven is geroepen. Er werd zelfs een speciale persconferentie belegd.
Een andere en niet onbelangrijke oproep van de Marokkaanse vorst, betrof de politieke participatie van Marokkanen in het buitenland. Politici worden gemaand haast te maken met de invoering van het actieve kiesrecht conform de nieuwe grondwet uit 2011. Ook hier zal het niet lang duren voordat de regering met een voorstel op de proppen komt voor de volgende parlementaire verkiezingen. Dat wordt dringen in de diaspora om de stem van dit electoraat te winnen. In de voorbije jaren heeft een aantal politieke partijen in diverse Westerse landen (waaronder Nederland) afdelingen opgericht. De verwachting is dat zij hun politieke activiteiten gaan uitbreiden.
Met deze populistische toespraak zet Mohamed VI zijn koers voort om de banden met ‘zijn onderdanen’ in het buitenland te onderhouden. Marokko is economisch en strategisch afhankelijk van deze belangrijke en omvangrijke gemeenschap. De snel veranderende situatie in de regio draagt bij aan de noodzaak van Marokko om controle over die gemeenschappen in stand te houden. Bovendien wil Marokko zijn positie als veiligheidsagent in Afrika en met betrekking tot terrorisme in Europa versterken.
Dus, van een ‘zwak’ Europa dat aan het worstelen is met de groeiende migratie en terreurdreiging, profiteert de Makhzen. Het is daarom niet verbazingwekkend dat Mohamed VI zich wereldwijd openlijk profileert als de hoeder van zijn natie en als helpende hand van het Westen om zijn macht te consolideren
door Redactie | jul 21, 2015 |
Asis Aynan
In 2011 verscheen Het bloed in onze aderen van Miquel Bulnes, een vuistdikke roman over de totstandkoming van het moderne Spanje. Wie het hedendaagse Spanje wil begrijpen, moet in de Rif (Noord-Marokko) zijn – maar hier kom ik later op terug.In Het bloed in onze aderen wordt overigens het verkeerde lidwoord gebruikt. Een vaak gemaakte, maar begrijpelijke fout. Het is de Rif en het Rifgebergte, ‘het’ slaat op gebergte, en niet op Rif. Ook wordt vaak gedacht dat de Rif en het Rifgebergte hetzelfde zijn, wat niet klopt. Het Rifgebergte, maakt deel uit van de Rif. Nog een misvatting: Berbers (Imazighen) wonen alleen in de Rif. Fout. In heel Noord-Afrika. Wat ook vaak wordt gedacht, is dat in die bergen de Berberaap leeft, maar voor die aapjes moet je in Groot-Brittannië zijn, namelijk: Gibraltar.
De eerste zeventig pagina’s van Het bloed in onze aderen spelen zich af in Noord-Marokko. Op die pagina’s wordt de Rifoorlog (1920-1926) tussen bevrijder en bezetter beschreven. En die oorlog werd door de Spaanse bezetter gewonnen. De aanvoerder van de bevrijdende strijdkrachten Abdelkarim Khattabi kon niet anders dan zich overgeven – de Spanjaarden gooiden op een gegeven moment Duits mosterdgas op de Riffijnse bevolking. Maar de morele winnaar van de oorlog was de Riffijn, omdat ze keer op keer in man-tot-man gevechten de vijand in de pan hakten. Zonder de vernederingen van toen, is het Spanje van nu niet te begrijpen; de Rifoorlog betekende het einde van de Spaanse monarchie en min of meer het begin van de dictator Franco. Maar ook het wezen van Marokko kan niet zonder de Rifoorlog begrepen worden: de Rifoorlog legde het verraad van de Marokkaanse koninklijke familie bloot en het wantrouwen van die trouweloze familie jegens de Rif, dat nog altijd springlevend is.
Ik zou Het bloed in onze aderen kunnen aanraden, en dat doe ik ook, maar wie de gekte van het front wil ervaren, leest het bijzondere Iman, strijd om Marokko (1930) van Ramon J. Sender, voor een paar euro’s antiquarisch aan te schaffen. De Nederlandse vertaling van de roman verscheen in 1933 bij uitgeverij de Arbeiderspers. Ramon J. Sender heeft zelf meegevochten in de Rifoorlog. Hij kwam terug en schreef zijn debuut, het werd een roman waar op iedere pagina de verschrikkingen van die vieze oorlog te lezen zijn.
In de inleiding schrijft Sender: “Dit boek maakt er geen aanspraak op een kunstwerk te willen zijn of literaire waarde te bezitten.” Het is duidelijk dat hier een onzekere debutant spreekt, want het is een prachtig, heftig boek, met mooie zinnen: “Stilte en duisternis, die ons omringen, wekken stemmen en licht in onze zielen.”
Ook lezen we cynische humor die op de oorlog spuugt om haar te bezweren, zoals de priester die bij dode militairen het dodengebed opzegt en tot de ontdekking komt dat een soldaat tussen de lijken ligt te slapen. “Met een knie op den grond leest de geestelijke zijn latijnsch sermoen en zalft den eerste. De gewaande doode trekt zijnen voet op, schuurt er mee tegen het andere been en richt zich overeind. De man met de kaars zet verschrikte oogen en roep uit: “Alle donders.” De soldaat loopt slaapdronken weg, den schoudermantel achter zich aanslepend. Zonder te begrijpen wat er eigenlijk gebeurt, bromt hij: “Zoo kan je toch niet slapen?”’
In 1934 noemde het Bataviaasch Nieuwsblad (een dagblad in Nederlands-Indië) Iman, strijd om Marokko “rauwe kunst”. En doet de roman volgens de recensent aan Flaubert denken. ‘Een schittering van wreede schoonheid flikkert op in dat beeld van onzegbare ellendigheid: het Marokkaansche soldatenleven.” De recensent vindt de roman daarmee een nare droom. Hij eindigt zijn bespreking met. “Booze dromen hebben hun nut.” En zo is het.
Asis Aynan is schrijver. Zijn laatste boek is Gebed zonder eind.
door Redactie | jul 2, 2015 |
Spelen met een vrijwel naakt lijf – dat is beachvolleybal. Marokkaanse speelsters bedekken de pikante plekken.
Wat te doen als islamitische vrouw in de sport die bekendstaat om z’n sexy imago? De Marokkaanse debutanten Ikram Ettayfi en Mahassine Siad vallen op tijdens het WK beachvolleybal in het Nederlandse Rotterdam. Niet om hun spel, maar om hun kleding. Zwarte hemdjes onder een bikinitopje en een broekje verbergen buik, billen en decolleté.
Voor publiek spelen met een vrijwel naakt lijf, het hoort bij het imago van de sport, maar Ettayfi en Siad zien het springen in de kleine kledingstukken niet zitten. Na elk punt hanteren ze dinsdagmiddag een vast ritme: ze geven een high five of omhelzen elkaar en sjorren vervolgens vlug hun zwarte broekspijpjes naar beneden. Pas als het broekje laag genoeg zit wordt er weer gespeeld.
Versoepelde kledingvoorschriften
Een paar jaar geleden waren broekjes met pijpjes verboden in het beachvolleybal, de stof van bikinibroekjes mocht op de heup niet breder zijn dan twee centimeter. Alles voor het sexy imago, vond de internationale volleybalbond FIVB. Met als gevolg dat kledingstukken bij vrouwen steeds kleiner werden. Totdat de FIVB het beachvolleybal wilde promoten bij Arabische landen en de kledingvoorschriften versoepelde.
Als die regels niet waren veranderd, hadden Ettayfi en Siad dit jaar niet meegedaan. Ze zijn het enige Marokkaanse team op dit WK. Hun kleding wordt niet door de Marokkaanse bond bepaald, het is een eigen initiatief. Dat hun concurrenten er in niet meer dan een bikini bij lopen is aan hun. “Maar ik schaam me ervoor om zelf zo in het veld te staan met al die mensen op de tribune. Dat ben ik niet gewend en wij zijn hier ook voor het eerst”, zegt Ettayfi.
Ramadan
Bovendien is het ramadan, het past niet om tijdens die periode te veel naakt te tonen, vinden zij. Hun Canadese concurrenten proppen na hun eerste setwinst op de Marokkaanse vrouwen snel een stukje banaan in hun mond, Siad moet het doen met water, dat ze voornamelijk over haar gezicht giet. “De combinatie van ramadan en het WK was misschien wel wat makkelijker geweest als het kouder was in Nederland. Maar het niet eten overdag zijn we wel gewend.”
Sporters kunnen tijdens de ramadan dispensatie krijgen, maar Ettayfi en Siad kiezen ervoor zich aan de regels te houden. Daarom is het buffet op het cruiseschip de SS Rotterdam, dat dient als sportershotel, ’s avonds langer open en wordt ook om drie uur ’s nachts nog een keer eten geserveerd.
Het valt op als concurrenten afwijken. “Iedereen keek in eerste instantie en dacht: huh? Wat hebben zij aan”, zegt de Nederlandse Michelle Stiekema. Maar tegelijkertijd begrijpt ze hun bezwaar voor het tonen van hun lijf. Elk jaar, als het nieuwe seizoen begint en ze de winterperiode uitkomt, denkt Stiekema: oh, ja. We moeten die bikini weer aan. “Het is toch een drempel die ik even over moet, maar daar ben je vervolgens zo aan gewend.”
De drempel is voor haar geen reden zich te kleden als de Marokkaanse vrouwen. Het hoort erbij, vindt Stiekema. “Het imago van deze sport is nou eenmaal die van lekkere wijven die staan te ballen. Maar ondertussen laten we wel zien dat het topsport is.”
door Redactie | jul 2, 2015 |
Bij Stoke City zijn ze trots en blij dat Ibrahim Afellay voor de Premier League-club heeft gekozen. Hij vergroot in het Britannia Stadium het contingent ex-spelers van Barcelona.
‘Nog even’ geen PSV
Op de website van de club reageert algemeen directeur Tony Scholes verheugd op de komst van Afellay. ‘Het mag geen geheim heten dat Ibrahim meerdere opties had’, weet ook hij. Zo was er onder meer de interesse van PSV. ‘Iedereen zal begrijpen dat wij dolblij zijn met het feit dat hij gekozen heeft om bij ons te tekenen.’
Oude bekenden
De aanwezigheid van veel oude bekenden van Afellay heeft volgens Scholes meegeholpen. ‘Hij heeft zin om in de Premier League aan de slag te gaan en kent al heel veel spelers van ons. Ik twijfel er niet aan dat zij Ibrahim zullen helpen om zich snel thuis te laten voelen hier.’ Afellay treft in Stoke-on-Trent onder anderen landgenoten Marco van Ginkel (gehuurd van Chelsea) en Erik Pieters.
Mmslag bij de club
Met de komst van Afellay zet manager Mark Hughes zijn hervormingen bij Stoke door. De Welshman speelde zelf bij Barcelona. In een poging Stoke wat verzorgder voetbal te laten spelen, haalde hij de laatste jaren al heel wat spelers met een verleden bij de Catalanen naar zijn club. Zo spelen verdediger Marc Muniesa en aanvaller Bojan Krkic al langer bij Stoke. Naast de komst van Afellay – wiens contract in Camp Nou afliep – werd jongeling Mohamed El Ouriachi weggeplukt bij de Spaanse grootmacht.
bron: VI

door Redactie | jun 27, 2015 |
Hakim Ziyech mocht zich in mei voor de eerste keer melden bij het Nederlands elftal. De Marokkaanse Nederlander besloot tijdens zijn verblijf in het trainingskamp van Oranje de knoop door te hakken en definitief te kiezen voor een interlandloopbaan bij het Nederlands elftal. Het zorgde voor de nodige commotie in de Marokkaanse gemeenschap, en daar is Ziyech behoorlijk van geschrokken.
De middenvelder van FC Twente werd in november 2014 benaderd door de Marokkaanse voetbalbond om uit te komen voor dat land. Ziyech beschikt immers ook over de Marokkaanse nationaliteit. Tot een uitnodiging voor het Marokkaanse elftal kwam het niet, maar de bond zag een grote rol weggelegd voor Ziyech in het nationale elftal. Toen de 22-jarige Drontenaar voor Nederland koos, viel dat dan ook rauw op het dak bij iedereen die sympathie heeft voor het Marokkaanse voetbal.
Negatieve reacties binnen eigen vriendenkring
Het leidde tot een lading aan negatieve reacties op de sociale media. ‘Wat daar op staat is soms best heftig om te lezen’, zegt Ziyech in gesprek met ELF Voetbal Magazine. Maar daar bleef het niet bij voor de oud-speler van sc Heerenveen. ‘Zelfs binnen mijn eigen vrienden- en kennissenkring waren er negatieve geluiden.’
‘Maar het belangrijkste is dat mijn familie achter mijn besluit staat’, benadrukt Ziyech, die als jeugdinternational ook altijd al deel uitmaakte van de Nederlandse selecties. ‘Nadat de bondscoach van Marokko mij dit seizoen op zijn tour door Europa bezocht, heb ik uitgebreid met mijn broers en moeder zijn plan om me te selecteren gesproken. Toen mijn vader op mijn tiende plots overleed hebben zij zich over mij ontfermd. Ik wilde hun steun hoe dan ook voelen.’
Ziyech benadrukt nog maar eens dat hij meer profijt heeft van een interlandloopbaan bij Oranje. ‘Ik kan meer uit mijn carrière halen als speler van het Nederlands elftal. De kansen op eindtoernooien zijn groter en wie wordt er nou geen betere speler van trainen en spelen met jongens als Wesley Sneijder, Arjen Robben en Robin van Persie’, vraagt de offensief ingestelde speler zich af.
door Redactie | jun 25, 2015 |
Column: Harry Lensink
Samen met Marokko voert Nederland de internationale strijd tegen terrorisme aan. En dat land martelt, erkennen nu ook de Amerikanen.
We hebben ons in 2014 weer ‘excellent’ gedragen in de mondiale strijd tegen terrorisme. Althans, dat vind het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. John Kerry en zijn ambtenaren strooiden gul met complimentjes in de afgelopen vrijdag gepubliceerde Country Reports on Terrorism. Vooral op het punt van internationale samenwerking doet Nederland het goed volgens het State Department. Als voorbeeld geven ze het Global Counter Terrorism Forum (GCTF) waarbinnen Nederland sinds december 2014 voorzitter is van de Foreign Terrorist Fighters werkgroep.
Die leidersrol delen we met Marokko, ook zo’n betrouwbare partner voor de VS. Maar het Noord-Afrikaanse land krijgt tegelijkertijd flink op z’n donder. ‘De Marokkanen martelen,’ zeggen de Amerikanen onverholen. Het State Department citeert onder meer een VN-rapport waarin Marokko wordt beschuldigd van ‘een patroon van marteling en slechte behandeling door politiemensen’.
Dat het niet pluis is in gevangenissen van koning Mohammed VI, is geen nieuws. Nog onlangs kwam Amnesty International met een verontrustend rapport met daarin 173 gevallen van marteling en mishandeling door overheidsambtenaren. Daarin staan expliciete beschrijvingen van gebruikte methoden, zoals de ‘gebraden kip’-behandeling die ene Mohamed Ali Saidi onderging. Ook Nederlandse terreurverdachten zeggen in Marokko te zijn gemarteld.
In Den Haag lijkt niemand zich daar echt zorgen over te maken. Marokko is op het punt van jihadbestrijding voor Nederland een voor de hand liggende gesprekspartner, aldus een terrorismedeskundige onlangs in Trouw. ‘Het land kampt met een nog veel grotere uitstroom van jihadreizigers dan wij. Veel radicaliserende jongeren in Nederland zijn bovendien van Marokkaanse origine, dus is het logisch dat je met het land van herkomst de handen ineen slaat.’
Deze week stuurde minister Plasterk een brief naar de Tweede Kamer waarin hij de huidige koers van de inlichtingendienst nog eens uit de doeken deed. De AIVD krijgt miljoenen extra voor jihadbestrijding, benadrukt de bewindsman, maar hij rept met geen woord over de een-tweetjes met Marokko. Verder dan: ‘ook vindt er internationale samenwerking plaats met buitenlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten,’ komt Plasterk niet. De AIVD spreekt zich nooit uit over de concrete samenwerking met zusterdiensten, zegt een woordvoerder. Om er retorisch aan toe te voegen: ‘Als je een aanslag kan voorkomen, moet je dan informatie weigeren van een land dat mensenrechten schendt?’
Blijkbaar een geval van ‘wie een omelet wil bakken moet eieren breken’. Toch was AIVD-baas Rob Bertholee er vorig jaar heel stellig over in een interview met Vrij Nederland. ‘Er is geen sprake van dat landen met wie wij veel samenwerken voortdurend mensen martelen en ondersteboven ophangen.’