door Redactie | nov 26, 2015 |
De oorlogsretoriek en niets ontziende bombardementen van het westen in reactie op terreur IS, leidt tot verlies.
Al in het oude China, zijn ons inzichten verschaft door Sunzi of Sun Tzu in zijn meesterwerk ‘de kunst van het oorlogvoeren’ (The art of war). Deze inzichten en wijsheden m.b.t. oorlogvoeren lijken te zijn vergeten of in de wind te worden geslagen.
De generaal, schrijver en filosoof Sunzi leefde in de vijfde eeuw voor Christus in China, al wordt zijn bestaan betwist en beweren sommigen dat hij slechts een legende is. Hij heeft of zou het boek ‘kunst van oorlog voeren’ hebben geschreven naar aanleiding van de oorlog tussen Wu en Chu koninkrijken in het oude China. De koning van Wu gaf opdracht aan Sunzi om de dreiging van de grotere en machtiger koninkrijk Chu uit te schakelen. Ondanks het beduidend kleinere leger van Wu, slaagde Sunzi als generaal de in tienvoud grotere leger van Chu te verslaan. In zijn boek ‘Kunst van oorlog voeren’ verschaft hij ons belangrijke inzichten, die op de dag van vandaag stand houden.
Ken je vijand en ken jezelf.
Wie is IS, of beter gezegd, wat is IS en wat zijn hun beweegredenen? Is het religie? Is het de militaire bemoeienis, inmenging en handelen van het westen in het Midden Oosten? Is het misschien een combinatie van deze zaken? Is IS een reactie op het historisch handelen van het Westen? Er zijn vele theorieën over de motivatie van deze terreurgroep. We ontkomen er niet aan, deze vragen eerst helder te beantwoorden. Zolang wij -het westen- deze vragen niet beantwoord krijgen, is een oorlog bij voorbaat een mislukte. Oorlog voeren en winnen door militair ingrijpen is volgens de grootmeester Sunzi niet het ultieme doel. Dit kost teveel slachtoffers en teveel geld en ondermijnt op den duur de moraal om te vechten. De Vietnam oorlog is hier een uitstekend voorbeeld van. Het ultieme doel is om je vijand te bewegen niet te vechten, geen oorlog te voeren.
Vermijd de kracht van de vijand.
Religie is een krachtig instrument gebleken bij mobilisatie voor fysieke strijd. Om je manschappen en achterban te motiveren tot deelname aan een oorlog is deze door de geschiedenis heen een beproefd systeem gebleken. Kruistochten, fysieke islamislam’. Dit is een verloren zaak.
Vermijd zoveel mogelijk onschuldige slachtoffers en handel nooit impulsief en uit wraak. Oorlog voeren is volgens Sunzi een denkgevecht. Dit dient dus rationeel te worden benaderd. Er zijn velen, die nu, na de verschrikkelijke terreuraanslagen in o.a. Parijs, oproepen tot verregaande maatregelen en een enkeling die zelfs oproept tot alles wat Islamitisch getypeerd kan worden aan te vallen. Hetzij verbaal, hetzij fysiek. Ook de nietsontziende bombardementen in Serie zijn een vorm van blinde wraak, waarbij veel onnodige onschuldigen vallen zoals kinderen op scholen. Dat slachtoffers in oorlog vallen is onontkoombaar, maar je zou verwachten dat met de voorhanden zijnde technologie, dit soort slachtoffers voorkomen kunnen worden. Uiteindelijk zullen dit soort acties slechts resulteren in nog meer polariserende verhoudingen en drijven velen in de richting van de vijand. Is dit o.a. niet een reden geweest voor vele Seriëgangers geweest om af te reizen naar ‘het kalifaat’?
Religie is een instrument dat door IS wordt gebruikt om legitimatie te geven aan scharen fans, om daadwerkelijk tot handelen over te gaan. Echter, is dit niet de enige reden en mensen die alles afschuiven op de islam, zijn struisvogels of zijn blind. Er ligt een taak voor ons -het westen- om helder te krijgen wat deze redenen achter de motivatie van IS zijn. Pas als je weet wie of wat IS is, en dan bedoel ik niet wie er achter zit zoals vele complottheorie aanhangers die vraag belangrijk schijnen te vinden, kun je er adequaat en gepast op reageren.
door Redactie | nov 24, 2015 |
“Als ik kom te overlijden wil ik tijdens de uitvaart ‘over 100 jaar zijn jullie allemaal dood’, van Klein Orkest, laten horen”, hoor ik mijzelf nog zeggen tegen een vriend, Nu, jaren later, kom ik tot het besef dat ik nog steeds niets heb geregeld of vastgelegd rondom mijn werelds afscheid. Je staat er niet altijd bij stil, en ook al denk je niet graag na over de dood; iedereen heeft wel ideeën over en wensen voor zijn eigen uitvaart. Nu stond ik er wel bewust bij stil. Niet door het actuele geweld en ellende op de wereld en de daaraan gekoppelde angst, die veel mensen nu voelen. Nee, ik moest aan mijn eigen uitvaart denken omdat ik vorige week aanwezig was bij een symposium over multicultureel afscheid in Nederland, georganiseerd door Yarden Uitvaartorganisatie
De uitvaart- en rouwrituelen zijn anders geworden door de veranderende etnische samenstelling van de Nederlandse bevolking. Elke cultuur heeft zijn eigen manier van omgaan met de dood en eigen uitvaartrituelen. En terwijl ik met veel interesse naar verschillende mensen uit het ‘vakgebied’ luisterde, drong het tot me door dat ik nog een hoop te doen heb om mijn uitvaart in goede banen te lijden. Ik moet niet alleen een ‘draaiboek’ opstellen; ik moet ook nog de discussie aan gaan met mijn familie. Over dat ik wel begraven wil worden, maar dat het niet per se op een Islamitische begraafplaats hoeft. Over dat mensen in Nederland, en natuurlijk in mijn geliefde Rotterdam afscheid van mij kunnen nemen. Nu zou je denken dat dat niet zo moeilijk te regelen is, maar niets is minder waar. Ik heb andere opvattingen over de dood en de daarbij horende afscheidsrituelen dan mijn familie, die bijvoorbeeld over het algemeen zweert bij islamitische rituelen. En daarnaast leeft nog altijd de wens om begraven te worden in land van herkomst. Vooral bij de eerste en tweede generatie. Natuurlijk wil ik dat de nabestaanden goed afscheid kunnen nemen, maar door de verschillen in cultuur, kan dat wel eens mis gaan. Mits ik het nu al bespreekbaar maak.
In Nederland verwachten mensen een persoonlijke uitvaart. Dat is een duidelijk gegeven, maar persoonlijk voor wie? Voor de degene die overleden is of voor de nabestaanden? Het lijkt mij niet makkelijk om als uitvaartondernemer daar tussen te zitten en proberen te voldoen aan alle wensen. Los daarvan is het sowieso een opgave om je in te leven in de diverse afscheidsrituelen. Nederland heeft nu eenmaal een diverse samenleving en dan rijst meteen de vraag of er genoeg rekening gehouden wordt met deze verschillen in afscheid nemen. In de Surinaams/Creoolse cultuur is het heel normaal dat de kist al zingend en dansend gedragen wordt. Of dat er gegild wordt. Dat is geen vrolijkheid of hysterie, het hoort er allemaal bij. Daarnaast is het heel normaal dat er bij sommige bevolkingsgroepen gemiddeld zo een 300 nabestaanden aanwezig zijn. Dat moet gefaciliteerd worden. Er moet wel ruimte zijn. Of dat er binnen culturen vuuroffers gebracht worden. Maar dat is verboden. In crematoria nota bene.
Er bestaan geen kant & klare rituelen maar het is een kwestie van zoeken naar balans tussen cultuur en persoonlijke wensen. We mogen de diversiteit die er is niet verbloemen. Zo bestaat er bijvoorbeeld geen “Islamitische gemeenschap”. Er zijn namelijk heel veel Turkse, Marokkaanse Nederlanders die niet religieus zijn, maar wel tot die ‘gemeenschap’ behoren. En dus andere opvattingen hebben over het eigen afscheid.
Ik denk dat ik het wel weet. Mijn uitvaart zal een combinatie worden van provocerende liedjes van Klein Orkest aan de ene kant. Aan de andere kant zal mijn familie de mogelijkheden krijgen om zich op een gepaste manier te kunnen bezinnen, volgens hun religieuze rituelen. Eigenlijk is het niet zo moeilijk allemaal. Geef je wensen vooraf aan, zorg voor een open communicatie, met zowel je eigen omgeving, als met buitenstaanders, zeker als er verschillende culturen betrokken zijn bij een overlijden, zoals bij gemengde relaties.
Eén ding is zeker: dood gaan we allemaal. Waarom doen we er dan zo moeilijk over?
“De dood komt je halen, de dood raakt je aan. Dus de dood moet in levenden lijve bestaan. We moeten hem vangen, dan zijn we er vanaf, leve het leven! Weg met het graf! ” Uit: De Ballade van de dood – Harrie Jekkers / Koos Meinderts
door Redactie | okt 21, 2015 |
Moeilijk te geloven dat het toevallig is, maar opeens was daar het bericht dat Zweden op het punt staat om het Polisariofront, ook wel de Saharaanse Republiek genoemd, te erkennen. Want exact 40 jaar na de Groene Mars van 1975, durven politieke partijen in Marokko voor het eerst openlijk aan deze heilige boom te schudden. Hele generaties zijn in Marokko opgegroeid met het voorzichtig omgaan met dit onderwerp. 40 jaar lang mocht alleen het Paleis zich met dit zo belangrijke dossier bemoeien en bepalen wat de rest van de natie ervan mocht vinden. Totdat de Marokkaanse politica Nabila Mounib, politiek leider van Verenigd Links, vorige maand na een bezoek aan Zweden meldde dat het land op het punt staat om het Polisariofront te erkennen. Het voorlopige resultaat is een ongekende diplomatieke rel tussen Marokko en Zweden. Is dit een storm in een glas water of is de geest echt uit de fles?
In november 1975 mobiliseerde wijlen Koning Hassan II zo’n 350.000 burgers naar de Sahara om het gebied te claimen dat net door de Spanjaarden was verlaten. De Groene Mars, zoals de mobilisatie in Marokko werd genoemd, staat sindsdien niet alleen bekend als het grootste wapenfeit van de inmiddels overleden Hassan II, het is ook met afstand dé nationale zaak van Marokko. Volkenrechtelijk staat het gebied, dat door Marokko aan de ene kant en door het Polisariofront aan de andere kant wordt geclaimd, te boek als “betwist”. Vele waarnemers van de Verenigde Naties hebben zich sindsdien over het Saharaanse dossier gebogen. Het dossier is voor de Marokkaanse regering zo gevoelig, dat burgers, individuele politici en politieke partijen niet worden geacht private of genuanceerde opvattingen over het dossier te hebben. Met de actie van Mounib lijkt de geest uit de fles.
Niet dat de portée van de boodschap van de politica op zich zo spectaculair is, want zij blijft keurig binnen de lijnen van het protocol en zegt verder aandacht te vragen voor deze belangrijke zaak omdat de Marokkaanse regering het dossier volgens haar heeft verwaarloosd, bijvoorbeeld door geen ambassadeur in Stockholm te hebben, terwijl de tegenstander, de zogenaamde Saharaanse Republiek, wel stappen maakt en inmiddels zover is gekomen dat ze een serieuze gesprekspartner is voor de Zweedse politiek. Mounib pleit naar eigen zeggen voor meer diplomatieke aandacht voor dit dossier.
Niet wát mevrouw Mounib zegt, maar eerder dát zij dit zegt en dát zij dit initiatief neemt, als leider van een inmiddels salonfähige politieke partij, is voor Marokkaanse begrippen nieuw en zorgt voor onrust. Er zijn immers wel meer grote en kleine landen, zoals India, Brazilië en Peru, die de Saharaanse Republiek inmiddels hebben erkend, maar dat leidde niet tot zulke verontwaardigde reacties. De politica moet haar initiatief bekopen met karaktermoord. Zij wordt beschuldigd van het zich ten koste van het vaderland profileren nadat haar eigen lokale verkiezingscampagne in Casablanca jammerlijk was mislukt.
Op de avond dat het nieuws bekend werd, schoven de hoofdredacteuren van nagenoeg alle belangrijke Marokkaanse media aan bij de nationale talkshow op televisie om hun verontwaardiging te tonen, want zo vond men: “Hoe haalt Zweden het in haar hoofd om de Sahara te erkennen?” De Marokkaanse minister van Buitenlandse Zaken, Salaheddine Mezouar, kon zijn opwinding nauwelijks in bedwang houden toen hij verslag deed van een onderhoud met zijn Zweedse ambtgenote die volgens hem “stond te trillen” toen hij haar de Marokkaanse positie uitlegde. In Marokko was zelfs een rechterlijk bevel nodig om de opening van een IKEA-vestiging tegen te houden, want oog om oog, tand om tand. Ook in Zweden zelf is het inmiddels een komen en gaan van demonstraties van Marokkanen die de Zweedse regering op andere gedachten proberen te brengen en haar oproepen om af te blijven van de Marokkaanse zaak. In Marokko wordt inmiddels openlijk getwijfeld aan het diplomatieke offensief van minister Mezouar.
En de Zweden zelf? Zij zijn zich van geen spanning bewust. De voorzitter van de Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken in het Zweedse parlement gaf aan dat het onderwerp helemaal niet speelt. Ook de Zweedse Minister van Buitenlandse Zaken, Margot Wallström, verklaarde dat haar regering niet voornemens is om het Polisariofront als staat te erkennen. Natuurlijk, de Marokkaanse gevoeligheid is voor de Zweden geen reden om niet met anderen, dus ook met het Polisariofront, te praten. Is dit dan een storm in een glas water? Misschien, maar wel een storm die andere deuren openzet. Zo zijn op Facebook tal van reacties te vinden die openlijk aandacht vragen voor zaken, zoals onderwijs en bestrijding van corruptie, die in hun ogen niet onderdoen voor de nationale zaak. Ook Mounib daagt het Paleis zichtbaar uit door te stellen dat dit soort misverstanden in zo’n belangrijk dossier niet hadden plaatsgevonden als Marokko een parlementaire monarchie had gehad. Het was alleen nog sterker geweest als zij dit een maand eerder, toen de verkiezingscampagne in volle gang was, had gezegd. Maar misschien hebben de criticasters van Mounib gelijk en hangt het een met het ander samen.
door Redactie | okt 15, 2015 |
Amazigh bokser Mohammed Rabii heeft de wereldtitel boksen in de klasse tot 69 kilogram veroverd op het WK-boksen in Qatar.
De 22-jarige bokskampioen versloeg Daniyar Yeleussinov uit Kazachstan in slechts drie rondes
Mohamed Rabii is daarmee de eerste Amazigh wereldkampioen boksen in zijn categorie geworden. Hij werd eerder deze week ook door de World Serie Boxing (WBS) tot beste bokser van het jaar in zijn categorie verkozen. De jonge Amazigh verloor dit seizoen geen enkel gevecht.
[images_grid type=”carousel” auto_slide=”no” auto_duration=”1″ cols=”three” lightbox=”no” source=”media: 152,153″][/images_grid]
door Redactie | okt 13, 2015 |
Het leek even te duren voordat jij je had aangepast aan Schalke…
“De trainer wilde me blijkbaar rustig brengen, maar als speler sta je te popelen. De laatste drie duels begon ik in de basis. Ik denk dat ik wel wat kan toevoegen aan het elftal. Volgens mij heb ik dat de laatste wedstrijden wel laten zien.”
Jouw band met coach Huub Stevens lijkt moeizaam…
“In het voetbal heb je niet zoveel vrienden. We zijn goede collega’s, hebben nooit echte problemen gehad. Dat hij me rustig wilde brengen kan ik begrijpen, maar ik ben een liefhebber en wil altijd spelen. Maar volgens mij wil iedere voetballer dat toch?”
Ben je weer op het niveau van voor je blessure?
“Ik voel me goed en ik ben fit. Het was jammer dat toen ik nét weer in mijn ritme begon te komen, de zomervakantie eraan kwam. In de voorbereiding speelde ik ook best wel veel. Ik hoop dat ik die lijn nu bij Schalke en Oranje door kan trekken. Volgens mij ben ik op de goede weg.”
Tegen Turkije en Hongarije werd je niet opgeroepen, dat was wennen zeker?
“Het was vooral een teleurstelling. Maar je moet klaar staan als er een beroep op je wordt gedaan. Ik sta te popelen om me te laten zien.”
Wat viel je op aan Oranje in die duels?
“Dat er een gretig elftal stond waarin iedereen graag wilde. De nieuwe jongens deden het goed.”
Onder Van Marwijk was je belangrijk, maar kwam je eigenlijk ook maar in aanmerking voor één positie: links voorin.
“Maar ik had de vrijheid om naar binnen te trekken en om van positie te wisselen. Ik ben geen klassieke buitenspeler met het krijt aan de lijn.”
Van Gaal zei dat hij bij jou uitkwam omdat Leroy Fer geblesseerd was en dat Adam Maher bij Jong Oranje nodig was. Daaruit kun je concluderen dat je deze spelers voor je hebt staan en dat deze bondscoach je meer ziet als een middenvelder.
“Concurrentie heb je altijd, zeker in het Nederlands elftal. Als je wordt opgeroepen heb je de kwaliteiten om in Oranje te spelen. Ik heb in het verleden op verschillende posities gespeeld. Links, rechts op het middenveld, zelfs met de punt naar achteren. Ik weet wat er van me gevraagd wordt op die posities. Nu is het systeem wat anders en misschien biedt dat wel meer mogelijkheden. Ik ben veelzijdig. Maar dat kan zowel een voordeel als nadeel zijn.”
BRON:.metronieuws
door Redactie | okt 5, 2015 |
Deze dagen herdenken veel Riffijnen de twintigste sterfdag van de leider van de opstand van 58-59, Mohamed Sellam Amezian. De opstand voor waardigheid, zoals deze gaandeweg is gaan heten. Een bruut en massaal neergeslagen opstand die, hoewel voortleeft in de herinneringen en harten van elke Riffijn, jong en oud, volstrekt afwezig is in de Marokkaanse geschiedschrijving. Is dit toeval omdat ook historische gebeurtenissen door de actualiteit worden ingehaald, of bewust beleid van bestuurders? We zetten ter vergelijking enkele historische gebeurtenissen naast elkaar.
In België is afgelopen zomer de beroemdste veldslag uit de geschiedenis herdacht, de Slag bij Waterloo (18 juni 1815). Maar 200 jaar na de veldslag durfde een Franse president het nog steeds niet aan om oog in oog te staan met de verrichtingen van zijn illustere voorganger Napoleon (1769-1821). De Franse president François Hollande was niet aanwezig bij de herdenking. “Het ligt gevoelig om er als verliezende natie bij te staan”, luidde zijn verklaring, maar het taboe ligt veel dieper: Frankrijk heeft Napoleon eigenlijk altijd al doodgezwegen. Hoe komt het dat landen zoveel moeite hebben om hun geschiedenis onder ogen te zien?
In het inleidende hoofdstuk van zijn magistrale boek 1812, over die andere fatale veldtocht van Napoleon door Rusland, maakt schrijver Adam Zamoyski ons deelgenoot van een discrepantie tussen de mythische veldslagen tussen de legers Napoleon en Tsaar Alexander I (1777-1825) enerzijds en het doodzwijgen van deze beide leiders door hun vaderlandse geschiedschrijving gedurende bijna 100 jaar anderzijds. Hoe komt het dat zowel Rusland als Frankrijk zolang nadat één van de meest dramatische episodes uit de Europese geschiedenis had plaatsgevonden, het zo moeilijk vonden om objectief over deze episode te schrijven? Iedereen had er immers wel een beeld bij, een mening over, kende er een anekdote over of kende wel iemand die meegevochten had. We hebben het namelijk over het grootste leger dat de mens ooit zag.
De verklaring voor deze discrepantie was volgens Zamoyski in beide landen censuur. Het bewind dat Napoleon opvolgde eiste dat alle berichtgeving en geschiedschrijving over hem het liefst zo negatief mogelijk moest zijn. De Franse historici die wel schreven stonden volgens de schrijver ofwel vijandig tegenover Napoleon, of wilden in het gevlij komen van zijn opvolgers. Niet alleen vlak na de verloren veldtocht, ook 100 jaar later, als de onderlinge betrekkingen al lang zijn genormaliseerd, bleken de Fransen nog steeds een grote aarzeling te hebben om over de veldslagen van deze krijgsheer te schrijven.
De angst aan Russische kant om objectief over de veldtocht te schrijven, werd ingegeven door de angst om een discussie over de Russische natie op te rakelen die weer ondermijnend was voor de tsaar. Intussen werden duizenden boeken geschreven over de mythe van 1812 waarin vooral de rol van God, als veilige escape, werd benadrukt.
Ruim 100 jaar na Waterloo, in 1925 om precies te zijn, vond een veldslag in de Marokkaanse Rif die zijn weerga ook niet kende. Het stond voor de Spanjaarden en nu ook voor de Fransen vast dat ze die Riffijnse guerrillero’s, na alle eerdere mislukte pogingen daartoe, alleen onder de knie konden dwingen als ze alles, maar dan ook alles wat ze aan manschappen, paarden, propaganda, tanks, schepen, vliegtuigen en zelfs gifgas hadden, inzetten. En zo begon op 28 augustus van dat jaar een beslissende Frans-Spaanse aanval op de Rif. Maarschalk Pétain en zijn circa 160.000 manschappen vanuit het zuiden van de Rif, en Generaal Rivera met zijn circa 75.000 Spaanse soldaten vanuit het noorden. Pas na de inzet van gifgas, was de strijd gestreden en kon het gebied worden bezet.
In de zomer van 2009 slenterde ik door de straten van Melilla toen ik een lokale boekhandel binnenliep. Mijn blik werd gevangen door een kast die speciaal ingeruimd was voor boeken over de oorlog tussen de Rif en de Spanjaarden in de eerste helft van de 20ste eeuw. Wel 100 boeken van dun tot vuistdik en van paperback tot prachtig leer. Over de inhoud van de boeken waren de titels bepaald niet verhullend. Van De Catastrofe van de veldslag bij Anoual, tot De tragedie van generaal Sylvestre tot Valencianos in de Rif Oorlog. Een bibliotheek vol boeken over de Rif Oorlog (1920-1926), maar toch vooral over die ene voor de Spanjaarden zo smadelijk verlopen veldslag bij Anoual. Misschien geschreven uit bitterheid, uit mythevorming rond Anoual en Abdelkrim en het idee dat ze bij die mythe aanwezig waren, of gewoon uit trots omdat de Spanjaarden het Rif-gebied uiteindelijk, zij het met behulp van Frankrijk en het gebruik van gifgas toch kregen.
Ik was vooral onder de indruk omdat het aantal Marokkaanse boeken hierover, nu bijna 100 jaar na de Slag bij Anoual (20 juli 1921), op een hand te tellen is. Hoe kan het dat in Spanje zoveel meer boeken zijn geschreven over een voor hen slecht verlopen veldslag dan in Marokko? Of moeten wij de verklaring zoeken in het verhaal over de mislukte veldtocht van Napoleon naar Rusland waar in Frankrijk ook 100 jaar over gezwegen is.
Volgens onderzoeker en publicist Ali Idrissi moet de verklaring voor het lange zwijgen inderdaad in diezelfde taboesfeer worden gezocht. Zijn boek over het Marokkaanse zwijgen over en na de Marokkaanse Rif Oorlog, heet niet voor niets “geschiedenis onder embargo”. Er worden in Marokko natuurlijk genoeg boeken geschreven, maar niet daarover. Nabij Anoual, zeg maar de Riffijnse evenknie van Waterloo, ligt een nauwelijks als zodanig te herkennen herdenkingsmonument, en dat willen de Marokkaanse autoriteiten, net als hun Franse en Russische collega’s, graag zo houden.
Over de opstand van 58-59, die uiteindelijk maar enkele maanden duurde, is mede door toedoen van de centrale overheid in Rabat, ook maar een handjevol boekjes en films verschenen, terwijl dit een beslissende episode was in de latere verstandhouding tussen de Rif en datzelfde Rabat, dat blijkbaar geen idee heeft hoe levendig de herinnering van de Riffijnen aan die opstand nog steeds is, al kunnen we op basis van deze vergelijking de conclusie trekken dat de houding van Rabat niet uniek is. De herinneringen zijn wel uniek, in elk huis, want om het met de woorden van dichter Abou Faris al Hamdani te zeggen, hun geheimen zijn niet geschikt voor publicatie.