Algerije wil meer nieuwsberichten in de verschillende Amazigh talen opnemen

Volgens El Bilad, hoofd communicatie van het Hogerhuis van het Parlement heeft algemeen directeur van de Algerijnse televisie, Salim Rabahi, besloten om de talen in het nieuws uit te breiden. Eén kanaal maakte bekend dagelijks drie nieuwsberichten uit te gaan zenden om vier uur ’s middags, gevolgd door één om zes uur ’s middags en ander middernacht, als oplossing voor het tekort aan diversiteit aan talen bij de publieke omroepen.

‘Tamazight’, de pluralistische Amazigh talengroep werd officieel onder de Grondwet van 2016 en sindsdien ontwikkeld de Staat de nodige maatregelen om deze talen te onderwijzen. De standaardisering tot een enkele Amazigh taal leidde tot veel discussie. Algerije kent meer dan vier Amazigh sprekende groepen en niet alleen het Taqbaylit, die de voorhoede vormde van vele initiatieven.

Daika Dridi schreef hierover in de HuffPost Algérie, “Wat niemand zegt noch Benghabrit noch Ouyahia is dat de studenten die ‘Tamazight’ onderwijs krijgen deze cursussen in heel Algerije ontvluchten waaronder de Kabylia omdat zij niet begrijpen wat er wordt onderwezen en omdat zij de taal niet herkennen wat verondersteld wordt hun moedertaal te zijn. ‘Het zijn niet de werkelijke Berber talen zoals die gesproken wordt door hun gemeenschappen die de schoolkinderen van de Kabylia, Mzab, the Shawi or Targui regio’s leren als zij naar de ‘Tamazight’ lessen gaan maar iets anders’.

Abderrezak Dourari, die een staats centrum voor onderzoek en evaluatie met betrekking het Tamazightonderwijs leidt (National Pedagogical and Linguistic Center for Teaching Tamazight), spreekt over deze pedagogische mislukking die, zoals hij zegt, dezelfde is als die in Marokko, en legt uit dat deze fouten gemaakt zijn met de Arabisering en herhaald bij het Tamazight onderwijs, dat inmiddels een ReBerbersering’ operatie is geworden.

‘Wat is het nut van deze kunstmatige taal behalve dat het onze ego streelt? Het heeft geen overlevingskans maar het wordt wel gegeven op school’ aldus Abderrezak Dourari.
Wat begon als een schitterende politieke overwinning met de verankering van de Amazigh taal in de Algerijnse grondwet is verworden tot een taal die niemand begrijpt, zelf door degene die hem hebben gecreëerd. Dourari legt uit dat het de politieke autoriteiten waren als de the High Commission for Amazighity (HCA) en niet de taalkundigen die deze taal uitvonden. Teksten in ‘Tamazight’ (officiële documenten, reclame posters, etc.) hebben nooit bestaan als originele ‘teksten in een Amazigh taal, ‘het zijn vertalingen uit het Frans of het Arabisch, op acrobatische tot stand gebrachte vertalingen met gebruik making van de Mammeri lexicon’. Abderrezak Dourari betreurt het dat het meervoudige aspect van de Amazigh taal groep compleet verwikkeld is geraakt in een proces van eenmaking en dat fragmentarisch is aangepakt zonder enige vorm van reflectie. De enige taalkundige veelvormigheid, die ontsnapt is uit de mixer van eenmaking is de keuze van het schrift. Deze werd niet voorgeschreven door het Ministerie van Onderwijs die garandeert dat de tekstboeken in drie alfabetten (Arabisch, Tifinagh/neo-Tifinagh and Latijn) zullen worden uitgebracht en dat het aan de onderwijzers is om te beslissen welke ze gebruiken. Dit is niet het geval in Marokko waar IRCAM, een ondemocratische instelling, het alleen gebruik van neo-Tifinagh heeft opgelegd. Het eerste belangrijke netwerk voor het onderwijs in de Amazigh taal in Marokko is op 10 november 1966 opgericht in Rabat door een groep uit de Souss. De acties van deze groep AMREC waren vooral gericht op de mondelinge cultuur en alfabetisering gezien de repressieve omstandigheden in die tijd.

Het is de taak van een Academie voor de Amazigh taal om de veelvormigheid van de Amazigh talen in Algerije te behouden door deze over te nemen van degenen die hem spreken en te starten met het verzamelen van voorbeelden van elke variëteit, zodat deze op effectieve en aantrekkelijke manier kunnen worden onderwezen. Dit is tot op heden niet gebeurd, maar de taalkundigen hopen dat de Amazigh taal wordt hersteld door wetenschappers.
Voor degenen die geïnteresseerd zijn in voortreffelijk taalkundig werk op het terrein van de verschillede variëteiten in het Amazigh bekijk; Salem Chaker, Lameen Souag, Amina Mettouchi, Marijn van Putten.

Amnesty International: Oordeel tegen Raissouni klap voor vrouwenrechten Marokko

De rechtbank van eerste aanleg in Rabat oordeelde dat Raissouni verantwoordelijk moest worden gehouden voor de illegale abortus en de buitenechtelijke seks. Haar verloofde ontving dezelfde gevangenisstraf, eveneens voor seks voor het huwelijk en zijn deelname aan de abortus.

In antwoord op het vonnis stemde Heba Morayef, regionaal directeur voor de regio Midden-Oosten en Noord Afrika (MENA) van Amnesty International, in met die sombere beoordeling van de mensenrechten in Marokko. Ze beschreef het vonnis als een stap terug voor vrouwenrechten in Marokko. “Hajar Raissouni, haar verloofde en de medische staf die bij de zaak betrokken waren, hadden nooit gearresteerd mogen worden”, zei Morayef.

“De Marokkaanse autoriteiten moeten de veroordeling van Raissouni “intrekken” en haar en alle andere betrokkenen onmiddellijk vrij laten”, voegde ze toe. Ze beschreef de arrestatie en het proces als laster en een inbreuk op de privacy. “Onder het internationaal recht hebben vrouwen het recht op hun seksuele en reproductieve leven, en om eigen beslissingen te nemen”. Marokko criminaliseert echter zowel abortus als seks buiten het huwelijk en dat is volgens Amnesty een vorm van vrouwendiscriminatie.

De Imazighen (Berbers)

Uit de “THE LIVING RACES OF MAN” by Carleton S. Coon, 1965

De Berbers

Het derde onopvallende raciale element in Afrika is het kaukasische, dat zoals eerder vermeld, voor het eerst het continent bereikte via enorme invasies zo’n 15.000 jaar geleden, vanuit West Azië en mogelijk vanuit Europa. De afstammelingen van deze indringers die nog steeds voor een deel kaukasisch zijn, zijn de Berbers. .

Al vanaf het begin hebben de Berbers relaties onderhouden met andere Afrikaanse volken. Zoals de overblijfselen van hun skeletten als suggereert, mengden de Mouiians zich met de eerdere Ateriaanse ( stenen tijdperk) bevolking. Volgens J.H. Greenberg, hebben de Berber talen, net als het oud Egyptisch, die van oorsprong van Afrikaanse afkomst waren alles wat west Europees of west Aziatisch was vervangen, wat de Kaukasische indringers mogelijk eest hebben gesproken..

Alle in leven zijnde Berbers hebben een of andere vorm of vormen van symbiotische relatie met inheemse Afrikanen. In elk Riffijns dorp van enige omvang wordt het smeedwerk gedaan door een negroïde ijzersmid.Andere negroïde inwoners werken als slagers en stadsomroepers op de wekelijkse markt. Weer anderen zijn muzikanten die van stam naar stam trekken en andere festiviteiten te verlevendigen
De negroïde man is over het algemeen een knecht in dienst bij de agrarische Berbers en is dat waarschijnlijk al sinds de introductie van het ijzer in Noord Afrika in het vroeg christelijke tijdperk. .

Onder de gedeeltelijke en voltijdse Nomaden is de interraciale relatie wat ingewikkelder. De Ait Atta bijvoorbeeld, die hun schapen in de Midden Atlas in de zomer en in de winter in de Vallei van de dadels in het zuiden weiden, hebben hun kastelen en tuinen in de vallei van de Dadels. Zij delegeren hun werk in de landbouw aan de kaste van Negroïde knechten, de Haratin. Andere Haratin werden aangetroffen in oases langs de noordelijke grens van de Sahara en inderdaad in de gehele Sahara woestijn.

De kameel houdende nomaden, vooral de beroemde Tuareg, ofwel het volk van Vel zijn onderverdeeld in kasten van edelen, de imghad, of daar kameel fokkende afstammelingen van,zij hebben ook hun Haratin, en houden slaven.De handels gemeenschappen in de grote oases, zoals de Mzabites of Ghardaia, trouwen binnen de eigen stam en zij behoren tot een zich afgescheiden sekte van de Islam, die van de Khawarij, of Kharijites. Zij laten hun landerijen bewerken door Haratin.

Op welke wijze de Berbers zich ook weigerden te mengen met de Negroïde lagere klassen, de menselijke natuur laat zich niet sturen, en dus is er sprake van een bepaalde mate van menging. In Marokko zijn de meeste Kaukasische stammen te vinden in de Rif en in de Midden Atlas, in Algerije zijn het de Kabyles and the Shawia; en in Libië is de Jebel Nefusa de sedentaire stam. In sommige regio’s is het weinige aan menging met Afrikanen in evenwicht gebracht door de opname van Arabieren, niet zo zeer stam voor stam maar door de vestiging van vrome families achtergebleven na de twee belangrijke Arabische invasies. Deze Arabieren komen vooral van al-Hijaz and Jemen, en zijn geen Bedoeïenen..

De gemiddelde lichaamsbouw, hoofd en gezichtsafmetingen van de verschillende type Berbers stamt af van de West Aziatische bergbevolking en de Zuid Westerse Europese en Arabische bevolking. .De gemiddelde lichaamslengte varieert van ongeveer 165 cm tot 172cm(5 feet 4 inches to 5 feet 7 inches). De variatie in lichaamsbouw is van mager tot gezet, met een gemiddelde zithoogte van meestal 51 cm, maar dit neemt bij de woestijnstammen af tot 49 cm. De meeste Berbers, waarvan geen van allen bakerden zijn langschedelig. De meeste hebben een recht of bol neusprofiel. Hun gezichten en kaken zijn over het algemeen smal maar soms komt een breed gezicht en een stompe neus ook voor.

De Rifijnen hebben de lichtste huidskleur, zij zijn de meest Europees uitziende Berbers. .In 65% van de gevallen is er sprake van rose-witte en een niet blootgestelde huidskleur ( van Luschan Nummers 1-3 and 6-9). Bij sommige stammen loopt de incidentie op tot 86%.Drie en twintig procent hebben sproeten. Tien procent heeft licht bruin of blond haar; in sommige stammen wel 25%.De kleur van de baard is bij 45% van de Riffijnen rossig, licht bruin of blond. Bij sommige stammen stijgt het tot 57% waarvan 24% een compleet blonde baard hebben. Vier procent van de Riffijnen hebben rood haar, net als in Schotland en Ierland. Zeventien procent een rossige baard en in sommige stammen hebben 28% er een. Het lichte haar bij de Riffijnen is meestal goudkleurig of roodachtig, asblond is zeldzaam.

43% van de mannen in de Rif hebben donkere ogen, gemengde 35% en lichte ogen 2% en gemengde ogen hebben eerder groene of blauwe elementen dan grijze. De stam met in het algemeen de lichtste pigmentatie is de Beni Amart, die een incidentie kent van 18 %, 73%, 9% in elke van deze categorieën. Deze bergstamleden en sommige van hun buren aan de kust zijn een weinig blonder dan de Zuid Europese bevolking.

Hun blondheid is te vergelijken met het blonde van West Europa en West Azië, niet met dat van Noord of Oost Europa. Zij komen eerder overeen met West Europeanen dan met West Aziaten wat betreft in het ontwikkelen van lichaamshaar, wat licht en gematigd is. Maar 5% van de Rifffijnen hebben de veel voorkomende borstelige wenkbrauwen onder West Aziatische bergbevolking. Het haar van de meeste Riffinen is krullend, dat wil zeggen in de vorm van lokken bij 50% van de mannen. Er werden geen individuen gezien met sterk krullend of kroeshaar. Dit Afrikaanse type haar is echter wel gevonden onder de Shiuh berbers van het Atlasgebergte in de Sous vallei. 12% van de Shiuh kennen ook de epicantale oogplooi.

Afrikaanse kenmerken manifesteren zich onder de diverse Berber bevolkingsgroepen op verschillende wijze en komen in meer of mindere mate voor. Bij de Riffijnen en de Kabyles komt dat het meest tot uiting in de brede gezichten, brede kaken en stompe neuzen. Deze gelaatstrekken gaan soms samen met rood haar, groenige ogen en sproeten. Onder de e Soussis zien we ook deze brede gezichten en sommige mensen zien er Mongoloïde uit. De Soussi hebben afgezet op de Schaal 109c een genetische recombinatie van kenmerken van de Bosjesman; plat gezicht, laag neusprofiel, brede lippen en oren van de Bosjesman. .

Langs de grenzen van de Sahara blijven legendes bestaan over de aanwezigheid van een eerder en niet Kaukasisch volk. Volgens de belangrijkste chief van de Ait Atta kwamen hun voorvaderen voor het eerst vanuit de bergen naar hun huidige winterverblijven in de Vallei van de Dadels en troffen een door geel huidige bevolking bewoonde regio aan, die zij op hen veroverden en zij verlaagde hen tot de status van landbouw knechten. Later mengde deze gele bevolking zich met de neger slaven, waaruit de hendaagse bedienden, de zogeheten Haratin voortkwamen. Veel van de Haratin lijken op het Hottentots,

In Fezzan in het zuiden van Libië leeft een volk dat Duwwud of Daawada heet (wormvolk)-dat Arabisch spreekt, op springmuizen jaagt en wat dadels kweekt verder oogsten zij artemesia uit de zoutmeren waar zij aan wonen , een bruine garnaal die zich vermeerderd in wonderbaarlijke aantallen . Die de Duwwud verhandelt aan de Arabische karavanen. De Duwwud zien er ook als Hottentotten uit. Ook andere Bosjesmannen aan andere gedeeltelijk Neger bevolking kan men vinden in de Sahara.

De Egyptenaren

Toen de Arabische veroveraars de Nijl vallei bereikten, bleven sommige van hen in de steden, maar het merendeel trok verder omdat het land dicht bevolkt was en met meer dan één type bevolking. Sinds de tijd nog van voor de dynastieën, hadden verschillende veroveraars zich gevestigd in de Delta en op de oevers van de Nijl. Nadat de Arabieren waren gekomen en gegaan, namen de Turken het over, en met hen kwamen de Kaukasiérs, Albanezen en andere mede Moslims.

Het zijn de Fellahin and de Kopten die het meest getrouw de fysieke gewaarwording van al gemengde voorouders representeren, de oude Egyptenaren. Zij waren een volk van een gemiddelde lichaamsgrootte en bouw met bruine huidskleur en de meeste van hen hadden krullend haar en bruine ogen, met uitzondering van 10% die gemengde en of licht kleurige ogen hadden. Zij hebben een recht neusprofiel, neuspunten van gemiddelde grootte en de dikte van hun lippen is gemiddeld en zij hebben een gematigde baardgroei. Zij lijken op wat zij zijn een product van een oud mengsel van Kaukasische en elementen van de oorspronkelijke bevolking van Afrika, versterkt door de tijd met Kaukasische elementen van Europa en West Azië en Afrikaanse elementen uit de Soedan.

De Arabieren

Sinds de opkomst van de Islam, of sinds de laatste twaalf eeuwen, zijn de Arabieren Afrika binnengevallen en zijn Afrika via land en via de zee geïnfiltreerd. De eerste golf bereikte Noord Afrika voornamelijk vanuit al Hiaz of Jemen. Een aantal van hen vielen ook Spanje binnen gezamenlijk met vele Berbers, beiden werden in 1492 verbannen gezamenlijk met de Sefardische Joden. Deze Arabieren stichtten steden, bekeerden de Berbers tot de Islam, dreven handel en richten centra op voor studie en religieuze doeleinden.

In de twaalfde eeuw kwam de tweede golf die totaal uit Bedoein stammen bestond met hun schapen, kamelen en paarden, afkomstig uit de Syrische woestijn Zij doorkruisten de lage landen van Nood Afrika en de hoogvlakte en een aantal van hen trokken verder tot in de Sahara, waar hun nakomelingen nog steeds leven. Na de tweede invasie warden de meeste Berbers van de lage landen gearabiseerd of zij trokken zich terug in de bergen. Uiteindelijk keerden in 1492 veel van de zogeheten Moren van Spanje en Portugal terug naar Noord Afrika, waar zij zich in de steden vestigden als kooplieden en geschoolde vaklieden.

Het is makkelijker een Berber van een Arabier te onderscheiden via de kleding en gedrag dan door middel van uiterlijke en fysieke kenmerken, maar er zijn statistische verschillen, vooral tussen Arabische stammen en die van Bedoeien afkomst en die van de Berbers uit de bergen. De mensen van de Arabische stammen zijn donkerder van huidskleur, hebben minder vaak licht kleurige ogen en zijn bij hoge uitzondering blond. Vergeleken met de Berbers hebben minder van hen brede gezichten en hebben meer bolle neusprofielen.

De aristocratische stedelijke Arabieren die eeuwenlang de leiding hadden over Noord Afrika stammen van de eerste golf van veroveraars, zij waren vooral stedelingen en handelaren in Arabië. Veel van deze families stammen deels af van bekeerde Joden. Deze stedelijke Arabieren hebben niet de havik achtige trekken zoals de afstammelingen van de Bedoeïenen en de velen van hen die wiens voorouders leefde in de schaduwrijke straten en blond zijn. De afstammelingen van de Andalusische Moren leefden vijf eeuwen in Spanje en zijn qua lichaamskenmerken niet te onderscheiden van Spanjaarden. De meesten van hen zijn bekeerd tot de Islam.

De volken van de Hoorn van Afrika

Aan de andere kant van de Rode Zee van Suez, was de Bab Rl mandeb een belangrijke doorgang tussen West Azië en Afrika. Zoals zijn naam de Poort van de Tranen, al aangeeft ging het verkeer in beide richtingen bewoog, de Arabieren die richting het westen trokken en de slaven oostwaarts. Ten weste van de Bab el Mandeb verreist de stijle helling van de Ethiopische hoog landen een toevluchtsoord van vroeg historisch, belang. Tussen de hooglanden en de Rode Zee strekt zich de Damkali woestijn uit, waarvan delen liggen onder zeespiegel. Het is een van de heetste plekken op aarde.

De bevolking van deze regio zijn allen of bijna allen een product in verschillende mate en vormen van een mengeling tussen Kaukasisiers en Negroïden. Behalve de slaven die geïmporteerd zijn van de stomende moerassen van de lage Soedan. De meeste Negroïde bevolking zijn Wattas, nijlpaard jagers langs de rivieren van Somalieland en Zuid Ethiopië. Zij zijn een kaste die gevreesd wordt als magiërs en veracht omdat zij nijlpaardvlees eten. Zover als wij weten zijn zij nooit gemeten of ingedeeld op bloedgroepen.

De daaropvolgende meest negroïde bevolking is het sedentaire volk van West Ethiopië die Central Cushiticsche talen spreken het Kafacitos, Soddo Galla, Sidamos, Agaus, en Falasha( zwart joods). Deze bevolking heeft sterk krullend of kroeshaar en heeft een donker bruine huidskleur en zijn relatief kort qua lichaamlengte. Zij zijn 164cm(5 feet 4 1/2 inches) groot. Hun gelaatstrekken zijn deels negroïde.

De laatste negroïde bevolking van de hooglanden zijn de eigen Ethiopiërs, die Amharic spreken, Tigre, en Tigrinya—en de Gallas. De laatste zijn afstammelingen van de Zuidelijke Arabieren die Ethiopië veroverden tijdens de eerste duizend jaar voor christus. En de laatste stammen af van veehouders die de hooglanden bereikten in het westen in de 16e eeuw.

Beide zijn voornamelijk Kaukasisch qua lichaamsbouw en gelaatstrekken. Beide variëren in huidskleur van licht gelig bruin en in sommige gevallen zelfs geel tot verschillende tinten bruin waar zij zelf zich zeer bewust van zijn. Geen van hen is zwart. De meerderheid heef sterk krullend haar. Daarna volgt krullend haar zoals dat van de Berbers en Egyptenaren. Zowel golvend als kroeshaar is zeldzaam, stijl haar is niet waargenomen. Al het haar is zwart. De ogen zijn eerder donker bruin als licht bruin of zijn een mix van die twee. Zwarte ogen zijn niet gevonden en hele lichte gemengde ogen zijn slecht bij een paar individuen gevonden. .

Deze gelaatstrekken zijn algemeen bekend zijn door de publicaties van de Keizer Halle Selassies foto waar veel aandacht voor was. De neusprofielen zijn eerder recht dan bol onder de Amharas and Gallas, en zij hebben bij uitzondering wijde neusgaten, van de zij kant gezien is het hoog gebogen, zij hebben geen brede neus en de lippen zijn gemiddeld van dikte. Zij hebben geen lichaamshaar de baarden zijn karakteristiek bescheiden ontwikkeld. In dit opzicht variëren de Amharas meer dan de Gallas.

Zijn beiden een lang volk met een gemiddelde lengte van ongeveer169-170cm(5 feet 7 inches ca.) een gemiddelde zithoogte van ongeveer t 51 voor de Amharas and 50 voor de Gallas. Dit plaatst hun lichaamsbouw in de categorie van Mediterrane blanken en vele Negers. In andere opzichten zijn zij qua lichaamskenmerken Kaukasisch en zo beschouwen zij zichzelf ook met name de Amharas en de hogere klasse van de Gallas, zie zichzelf Ormoma noemen. De Gallas onderscheiden twee andere groepen, de Tumtu, waarvan enkele ijzersmeden zijn en de Faki, of leerlooiers. De laatste twee zijn niet gemeten. Beide stammen van een volk dat leefde in Zuid Ethiopië voor de Galla het veroverde.

De Somaliérs en de Dankalis zijn nauw verbonden met elkaaar en kunnen als een eenheid worden gezien. Hun lichaamsgrootte en de verhoudingen van hun ledematen zijn dezelfde als dat van de Amharas en de Gallas, maar zij hebben veel lichter gebouwde lichamen, hoofden en gezichten Het meeste van hen zouden gecategoriseerd kunnen worden als ectomorphs. Bijna zonder uitzondering is hun huid van een rijke chocolade bruine kleur. Hun haar is zwart en hun ogen zijn donker bruin of zwart. Meer dan een derde heeft golvend haar een enkeling heeft stijl haar. Krullend haar dat in meerdere mate voorkomt onder de Amharas and the Gallas, komt slechts in 6 % van de gevallen voor onder de Somaliérs. .Dit volk opvallend gelijksoortig, zelfs in zo’n mate dat Hiernaux hen als een afzonderlijk ras beschouwde.Men moet hierbij wel in overweging nemen dat de Somaliërs en de Dankalis in woestijn gebied leven onder de zeespiegel, waar de hitte heel intens is en het zonlicht hel, and se luchtvochtigheid heel hoog, terwijl de Amharas en de Gallasop op hoge hoogte leven in koel en bewolkt gebied. Omgevingsfactoren kunnen niet ontkend worden in een vergelijking van deze twee volkeren. Beide zijn hoofdzakelijk kaukasisch maar op een verschillende manier.

Een Federale Republiek in Marokko is de enige oplossing.

De Imazighen moeten hun eigen geschiedenis leren kennen. Zo gaan ze weer beseffen wie ze zijn en kunnen ze eindelijk de-islamiseren. Een signaal dat de Imazighen hun geschiedenis terug vullen, is dat ze sinds de jaren zestig van de vorige eeuw zijn begonnen met hun eigen jaartelling en hun eigen Nieuwjaar. Ze laten de geschiedenis van de Imazighen beginnen in 950 voor Christus. Dit is het jaar waarop Sjosjenq I, een Berber uit Libië, een machtige Farao in Egypte werd, stichter van de 22e dynastie. Daarmee schreven de Berbers voor het eerst geschiedenis. Er is wat oneigheid over wanneer Yennayer, het Amazigh Nieuwjaar wordt gevierd; op 12, 13 of 14 januari. In Algerije is het een officiële feestdag op 14 januari. Eigenlijk het gaat niet alleen over een officiële feestdag te vieren of de Amazigh naam aan de geboorte kinderen te geven of da amazigh cultuur en tradities te uitoefenen. Het gaat over de bevrijding van het land uit de handen van de Arabier moslims als koloniaal.
De laatste eeuw kent Marokko vier politieke generaties. De eerste generatie was die van 1912 tot 1959. De generatie van een gewapende opstand tegen het Franse protectoraat en tegen de Alawitische sultan, die de Fransen had gevraagd zijn troon te verdedigen.

De tweede politieke generatie begon met de regering van Abdullah Ibrahim. Dat was de vierde regering in de eerste drie jaar na de onafhankelijkheid in 1955. Deze regering van Abdullah Ibrahim kwam tot stand door de benoeming van sultan Mohammed V op 24 december 1958 en bleef in werking tot 21 mei 1960. Deze tweede politieke generatie had de wapens neergelegd en sloot een compromis met Mohammed V, en zijn opvolger, Hassan II. Maar de sultan en zijn zoon hadden de wapens niet neergelegd. Ze lieten liquidaties uitvoeren en strijders arresteren. Ook vervalsten ze de verkiezingen. Hierdoor werd de invloed van de voormalige strijders steeds kleiner, en kregen de sultan en zijn zoon steeds meer macht in handen.
De derde politieke generatie was die van 1958 tot 2002. Deze generatie bleef hopen op veranderingen in de richting van democratie en mensenrechten. Ooit hoopten ze de vrijheid te kunnen krijgen om de dictatuur af te schaffen. De laatste van deze generatie was Abderrahman El Youssoufi, de minister president van Marokko van de 26e regering, die duurde van 14 maart 1998 tot 6 november 2002. Dit was de zogeheten ‘regering van de afwisseling.’
De vierde politieke generatie is nu aan het bewind. Deze begon in 2002 en is een generatie van arrivisten, egoïsten, fraudeurs, moordenaars, misbruikers, en slaven van de koning. Daarom is het nu tijd voor echte veranderingen. De dictator heeft alle slechte dingen gedaan om het volk in Marokko onder de duim te houden. Hij blijft de westers over drugs, terrorisme en immigratie te chanteren. Hij doet of hij echt op de weg naar een democratische land is. Terwijl hij de nep politieke partijen creëert, waarin alle politieke partijen in Marokko zijn niet meer dan creaties van het regime. Marokko is een schijndemocratie.

De Imazighen moeten zorgen dat de dictator “de koning “ zo snel mogelijk moet weg verdwijnen. Er is op allerlei manieren geprobeerd om met de koning samen te werken. Het is niet genoeg als de koning alleen maar een rituele rol krijgt, zoals in Nederland. Hij moet echt weg, en ook de kring om hem heen, de Alawieten die de Marokkanen tot slaaf hebben gemaakt. Dat kan alleen maar gebeuren door een revolutie. Uit zichzelf zal hij nooit opstappen. Genoeg mensen moeten ervan overtuigd zijn dat het koningschap slecht is voor Marokko. Pas dan zullen de mensen massaal de straat op gaan, en zal er een opstand komen. Als de koning is afgezet, zal hij voor de rechter moeten komen om zich te verantwoorden voor alles wat hij heeft aangericht tegen het Marokkaanse volk.

Er moet een Federale Republiek in Marokko komen. Elke deelstaat daarbinnen zal een mate van zelfbestuur moeten krijgen. Marokko kent verschillende regio met verschillende dialecten en verschillende ambities. Een nationale president zal vanuit de federaties gekozen moeten worden. Voor vier of acht jaar, en niet langer, net als in landen als de VS. Elke deelstaat zal zijn eigen parlement moeten hebben, en daarnaast moet er ook een centraal parlement komen.

Het is heel eenvoudig uit te voeren. Je kunt gewoon het wetsysteem van een democratisch land als Zwitserland nemen. Mensenrechten, respect voor iedereen, dergelijke waarden zijn overal allang vast gelegd. Mensen doen vaak alsof het heel ingewikkeld is om zo’n wettelijke vernieuwing in te voeren in Marokko. Maar dat wordt alleen maar gezegd om het niet te laten gebeuren. In het nieuwe wetsysteem moeten er bijvoorbeeld hoge straffen komen voor corruptie en verkrachting. Daar wordt nu nauwelijks op bestraft.

In de nieuwe grondwet moet niet alleen vrijheid van godsdienst worden uitgeroepen, maar ook de vrijheid om godsdienst te kunnen bekritiseren. He is niet om de islam te verbieden. Dan ontstaat er weer een nieuwe dictatuur. Maar de Arabische taal moet je wel verbieden. Het is een koloniale taal en de oorzaak van onze achterlijkheid. Onze moedertaal is Berbers. Het is uitstekend als er mensen daarnaast ook Engels, of Frans of Duits leren, want je moet de wereld kennen. Of stel dat ze in het Rif gebied besluiten om Nederlands als tweede taal aan te houden. Prima. De Berbers in het zuiden van Marokko hebben meer verbinding met de Franse cultuur. Als ze Frans willen als tweede taal, prima. Elke deelstaat binnen Marokko zal dat zelf moeten kunnen beslissen.

Er moeten uiteraard vrije media komen, waar iedereen zonder angst moet kunnen zeggen wat hij of zij vindt als echt vrijheid van meningsuiting . Ook moet iedereen vrij kunnen laten zien hoe hij of zij leeft. In het huidige Marokko worden mensen die op straat eten tijdens ramadan in de gevangenis gezet. Maar in de Federale Republiek zullen mensen gewoon op tv moeten kunnen eten en drinken tijdens ramadan. Sommige etnische groepen zijn op de Marokkaanse tv onder de leiding van de dictator Alaouit Mohammed 6 onzichtbaar, zoals de zwarten, de nakomelingen van de slaven. Die kunnen in Marokko tot nu toe ook geen hogere functies krijgen. Daar moet een einde aan komen. En moet er ook onderwijs komen in het slavenverleden van Marokko.

Tunesië gaat de goede richting uit. Maar er zijn veel obstakels waardoor het niet snel genoeg gaat. De moslims, de corruptie, de invloed van de Fransen. Ook in Algerije zijn er Berbers die geen moslim willen zijn, zoals in Kabylië. Het is een mooie droom dat Noord Afrika verenigd wordt als één grote Berberstaat. Maar dan alleen als dit op een democratische wijze kan gebeuren. Zodat er een geheel van verenigde federale staten kan groeien. The United States of North Africa. Maar zover zijn we nog lang niet. En het moet ook niet opgelegd worden. Het kan alleen op democratische wijze.

De muur van Berlijn die Europa moet beschermen is het Berbergebied van Noord Afrika. Maar de Berbers moeten eerst de ballast van de islam van zich af wassen. Landen als Bulgarije of Hongarije of Polen hebben zich bevrijd van het communisme, en zo moet Noord Afrika zich ook kunnen bevrijden van de islam. Nu zijn we nog lang niet van dat niveau. Onderzoekers zeggen dat Noord Afrika vijftig jaar achter loopt op Europa, maar ik denk eerder meer dan 200 jaar.

Westerse bedrijven moeten ook vrije toegang krijgen in de Marokkaanse Federale Republiek. Maar dan moet er wel sprake zijn van een echt vrije markt. Nu heeft Frankrijk deals gesloten met de dictator koning van Marokko waardoor sommige Franse bedrijven een monopolie in Marokko hebben. Als Nederlandse bedrijven iets willen opzetten met bijvoorbeeld melkproductie, kan dat niet. Ook China heeft erover geklaagd dat er geen vrije markt in Marokko bestaat.

Ali Lahrouchi
Amsterdam

Ibn Battuta: De grootste Amazigh ontdekkingsreiziger van de oude wereld

Ibn Battuta, geboren in 1304, was een Marokkaanse ontdekkingsreiziger en wetenschapper. In dertig jaar tijd, reisde hij 125,000 kilometer, door 40 hedendaagse landen, dit is de langste afstand afgelegd door een individu tot aan de 19e eeuw.

Ibn Battuta behoorde tot de Amazigh (Berber), een etnische groep afkomstig uit Noordwest Afrika, en hij leerde al heel jong voor jurist en rechter. Op 21 jarige leeftijd verliet hij alleen en op een ezel zijn geboorteplaats Tanger, Marokko om op pelgrimstocht naar Mekka in Saoedie Arabië te vertrekken. Gefascineerd door wat hij zag en leerde zette hij zijn ontdekkingstocht voort en bezocht en leefde in ondermeer hedendaags Iran, Yemen, Tanzania, Oezbekistan, India, Indonesië, China, Turkije, Mali, and Spanje.

Hij had belangstelling voor alle aspecten van deze landen, van de geschiedenis, de samenleving, de economie en politiek en het dagelijks leven en gebruiken van de bevolking, van uitvindingen, architectuur en kunst tot aan bomen, dieren en natuurlijke bronnen. Hij deed verslag van de noord-zuid stroming van de Nijl rivier, de strikte wetgeving tegen diefstal in Turkije, de hoge kwaliteit van het textiel en de florerende economie van Mogadishu in Somalië. Hij vertelde over de schoonheid van de parels in Sri Lanka, de rechtvaardigheid en objectiviteit van de rechtbanken en de zoutwinning in Mali, en de enorme omvang van de kippen en schepen en de precisie van de portretkunst in China. Ook deed hij verslag van een paleis opgetrokken uit koraalsteen en het stromend water binnenshuis en de nauwkeurige stadsplanning van Kilwa in Tanzania, de wrede kou in de Hindu Kush bergen van Afghanistan/Pakistan, en de edelmoedigheid van de bevolking van Damaskus in Syrië.

Ibn Battuta’s persoonlijke ervaringen waren al even uiteenlopend en buitengewoon als de plekken die hij bezocht. Hij ontmoette bijna 60 heersers en honderden andere hoogwaardigheidsbekleders, studeerde met Soefi heiligen en rechtsgeleerden, trouwde meerdere vrouwen en verwekte vele kinderen. Hij werd aangevallen en van alles bestolen door rovers, bijna onthoofd door een koning en overleefde oorlogen en opstanden en verdronk bijna in een zinkend schip. Een gedetailleerd verslag van zijn avonturen heeft de titel “Rihla”, of “Reizen”.