Hoe Mohamed 6 van Marokko een paradijs maakte … voor pedofielen

OPINIEdoor Yassine Channouf

Het gebeurt niet vaak dat woorden me tekort schieten om een nieuwsfeit te beschrijven. Maar in het magische Marokko hoort niets je meer te verbazen.

Even kort de feiten: De Spaanse koning Juan Carlos bezocht onlangs zijn Marokkaanse evenknie. Als teken van goodwill besloot die laatste om 47 Spaanse gevangenen gratie te verlenen op de nationale feestdag. Onder hen bevinden zich een tiental internationale drugstraficanten, en nog erger, een pedofiel die 11 Marokkaanse kinderen heeft misbruikt. De jongste van zijn slachtoffers was amper 4 jaar oud. De dader was veroordeeld tot 30 jaar gevangenis, maar mocht dus zijn cel na nog geen twee jaar verlaten. Bovendien verliet deze laatste het land met een vervallen reispas, met medeweten van de autoriteiten. De minister van Justitie van de islamistische regeringspartij PJD, Mustafa Rmeid, schuift de verantwoordelijkheid door naar het Paleis, naar de koning dus.

De nationale organisatie die beweert actief pedofilie te bestrijden, Matqissh Wladi/Touche Pas à Mes Enfants (Blijf van mijn kinderen af) zei in een flauw statement dat ‘gratie verlenen het voorrecht is van de koning, en dat ze daardoor geen commentaar kunnen leveren op deze hele zaak’.

Marokko, land zonder nationale trots

Tot zover de feiten. Nu de context. Enkele maanden geleden dook er een video op van een Marokkaanse leerling die door zijn Spaanse leraar werd mishandeld
. De locatie van die schandelijke mishandeling was Melilla, een stad op Marokkaans grondgebied die door de Spanjaarden wordt bezet.

Spanje bezet nog een andere stad, Ceuta, en nog vele eilandjes die zich op een steenworp van de Marokkaanse kust bevinden. Geen Marokkaans woord, zelfs niet van de laagste functionaris in rang, van protest of verontwaardiging over die mishandeling.

Ook heeft de ex-kolonisator die zijn koloniale praktijken nog steeds voortzet – met de goedkeuring van Marokko – nooit formele excuses aangeboden voor het gebruik van chemische wapens tegen de Marokkaanse burgers in het noorden van het land. Bijna honderd jaar na die laffe aanvallen is de kankerratio in Noord-Marokko nog altijd de hoogste in heel Noord-Afrika.

De Marokkaanse regering doet er alles aan om dat ‘kankerdossier’ (twee interpretaties voor deze uitdrukking) niet op het internationale arena te verdedigen, opdat de Spaanse kolonisator niet in diskrediet zou worden gebracht. En daardoor zijn de compensaties er nog steeds niet gekomen.

De prostitusering van Marokko

Toen de huidige koning het roer overnam van zijn vader koesterden heel wat Marokkanen veel hoop voor het land. Ze hoopten op meer persvrijheid, sociale rechtvaardigheid, individuele vrijheden en op een verregaande democratisering van het land. Ze kwamen bedrogen uit.

Mohamed 6 had wel een eigen visie op Marokko, één die hij met glans ten uitvoer heeft gebracht. Hij stond aan het roer van de grootschalige pedofilisering en prostitusering van Marokko.

Onder zijn beleid is een stad als Marrakech uitgegroeid tot dé prostitutie-hotspot van Afrika. Verschillende rapporten plaatsen Marokko op nummer twee wat betreft sekstoerisme. Marokko moet enkel Thailand voor laten gaan. En uiteraard heeft kinderprostitutie heeft een belangrijk aandeel in dat soort toerisme.

In zijn boek ‘Paris-Marrakech: Luxe Pouvoir et Reseaux’ legt Ali Ammar goed uit hoe de banden tussen Frankrijk en Marokko er niet alleen voor zorgen dat (kinder)prostitutie van bovenaf gedoogd wordt, maar zelfs georganiseerd wordt.

Een jaar geleden verscheen er een nieuwsbericht dat een Franse ex-minister betrokken was bij kinderprostitutie, maar uiteraard werd de zaak in de doofpot gestopt. Wat wil je in een land waarin de voormalige president Nicalos Sarkozy nu de persoonlijke raadgever van de koning is geworden?

Wat na de Blokkendoos?

Na de Blokkendoos-affaire valt het me op dat er weinigen zijn die deze slachtoffers een warm hart toedragen, al was het maar virtuele solidariteit. Ook de Marokkaans-islamitische middenveldorganisaties die toen actief het voortouw namen zijn nu muisstil over deze zaak.

Ook is er een oorverdovende stilte bij diezelfde middenveldorganisaties over de zaak Ali Arras, die nu al een tijdje bezig is met een hongerstaking, en wiens gezonheidstoestand zienderoge verslechtert. Ali is een Belg met Marokkaanse roots die nota bene door Spanje uitgeleverd werd aan de Marokkaanse folterdictatuur, zonder dat België daar enig bezwaar tegen had.

Het is in de ogen van die middenveldorganisaties waarschijnlijk niet in hun voordeel om de Marokkaanse consul-generaal, de vertegenwoordiger van de Marokkaanse dictatuur, tegen de schenen te schoppen. Gelukkig ontbreekt het in Marokko niet aan moedige activisten en die nemen het voortouw tegen de schandelijke beslissing van de Marokkaanse koning.

In België is de Marokkaanse mensenrechtenorganisatie, de AMDH, die sinds kort ook actief in Brussel is, de (waarschijnlijk) enige organisatie die een initiatief zal nemen. Sinds 1979, de verschrikkelijke jaren van lood onder de bloeddorstige dictator Hassan II, strijdt de organisatie actief en principieel voor de rechten van de Marokkanen, en talloze actisten hebben daarvoor een dure prijs betaald.

De AMDH heeft in Brussel een aanvraag ingediend om te betogen tegen de beslissing van de Marokkaanse koning Mohamed 6 om een veroordeelde pedofiel vrij te laten. Waarschijnlijk zal de betoging op 10 of 11 augustus plaatsvinden. En ik ben werkelijk benieuwd hoeveel Marokkanen er zullen deelnemen aan die protestactie. Hoeveel zullen hun stem verheffen tegen wat de moeder van de jongste slachtoffer noemde: ‘de tweede verkrachting van mijn kind’.

 

‘Fraude Ibn Ghaldoun school vindt oorsprong in salafisme’

Het salafisme biedt jonge moslims in Nederland geen adequaat normatief kader en moreel besef, betoogt Farid Aouled-lahcen, coördinator netwerk Rechtsstaat & Burger.

Fraude lijkt tegenwoordig een soort Zeitgeist te zijn. Ze komt overal voor: binnen de overheid, economische en maatschappelijke sectoren en uiteraard ook binnen levensbeschouwelijke organisaties. De examenfraude op de Ibn Ghaldounschool in Rotterdam is echter opmerkelijk. Het is het hoogtepunt in een reeks misstanden, zoals financiële malversaties, slecht onderwijs, wanbestuur, mismanagement en sjoemelcultuur binnen een instituut dat geloofsorthodoxie preekt.

Menig moslim of andere burger vraagt zich af hoe fraude te rijmen is met islamitische normen en waarden. ‘Spreek en handel oprecht’, en ‘niet liegen, bedriegen, vervalsen, manipuleren’ staan immers centraal in de islamitische ethiek. Ook de islam is een ethisch georiënteerd geloof. Ze omvat evenals het jodendom en het christendom een basisethos van elementaire (mede)menselijkheid, dat gefundeerd is in Gods woord en wil. Zowel in de Koran (soera 22-38) en de Hadith, als in de islamitische theologie en filosofie zijn principes van ethiek en moraal verankerd.

De Ibn Ghaldoun school rust op een islamitisch-orthodoxe grondslag en staat een rechtlijnige variant van de islam voor, namelijk het salafisme. Uit de schoolgids van 2012-2013 (pagina 6) blijkt dat de school zich richt op de Koran en de woorden van de Profeet. Godsdienstlessen zijn vooral gericht op het reciteren van de Koran.

Verder wordt veel aandacht besteed aan islamitische rituelen, zoals het gebed, de ramadan en de feesten. In de praktijk vertaalt de orthodoxie zich in gescheiden bidruimtes, gymlessen en biologielessen en het verbod op de evolutieleer. Zo’n school zou zich door haar grondslagen moeten laten inspireren en laakbare praktijken moeten weren.

Naleving van ethische rechtsregels
Het salafisme is op dit moment de toonaangevende, meest hecht georganiseerde en wijdvertakte geloofsstroming binnen de Nederlandse moslimgemeenschappen. Deze stroming legt veel nadruk op de dogmatiek en de rituelen en weinig op de naleving van ethische rechtsregels. Aandacht voor geloof in theologische en dogmatische leerstellingen – zoals de uniciteit van God en afwijzing van verschillende vormen van ongeloof – gaat boven regels voor de omgang met de medemens, goede manieren, normen en waarden. In de praktijk geven de salafisten de voorkeur aan de strikte naleving van rituelen, zoals het gebed en kledingvoorschriften en het dragen van een baard. Dit past binnen de toepassing van de sharia waar de salafisten veel waarde aan hechten. Morele integriteit en oprechtheid vallen dus niet binnen de scope van het salafisme.

Voor zover er sprake is van omgangsregels binnen het salafisme beroept deze stroming zich op twee leerstukken, namelijk de leer van ‘loyaliteit en afstand’ (al-Walaa wa al-Baraa) en de leer van de ‘rekenschap’ (al-Hisba). Volgens het eerste leerstuk zouden moslims loyaliteit aan elkaar moeten betuigen, en afstand – zo niet afkeer – moeten tonen ten aanzien van niet-moslims. Moslims zijn broeders en solidair met elkaar tegen ongelovigen. Het leerstuk van ‘rekenschap’ houdt in dat het collectief erop moet toezien dat individuele moslims zich houden aan het islamitisch geloof en de rituelen. In de praktijk betekent ‘al-Hisba’ een aanscherping van de sociale controle en de instelling van een religieuze politie, die erop toeziet dat mannen en vrouwen gescheiden blijven en dat de moslimvrouw de voorgeschreven islamitische kleding draagt.

Het gedrag van frauderende leerlingen op Ibn Ghaldoun-school lijkt in veel opzichten een gevolg te zijn van de principes van ‘al-Walaa wa al-Baraa’ en ‘al-Hisba’. De leer van ‘loyaliteit en afstand’ graaft een kloof tussen moslimleerlingen en hun sociaal-culturele omgeving. Ze schakelt het moreel besef jegens de medemens en de samenleving uit. De ruimte voor oprechtheid, eerlijkheid en integriteit is minder belangrijk.

Dubbele moraal
Daarom scheppen de ‘onderlinge solidariteit en broederschap omwille van het geloof’ de ruimte voor taboeisering van misstanden binnen de eigen gemeenschap. Op individueel niveau biedt het salafisme de moslim geen moreel houvast en besef. Het biedt hem rigide heilige teksten en woorden, maar verbiedt hem zijn verstand te gebruiken. Het kweekt juist een dubbele moraal: als de individuele moslim maar gelooft in de islam, dagelijks bidt en zich houdt aan de rituelen dan is hij moslim. Ethisch en verantwoord handelen jegens anderen is van ondergeschikt belang.

De fraude binnen de Ibn Ghaldoun school lijkt daarom eerder een voortvloeisel te zijn van de levensbeschouwelijke grondslag van de school dan van falend toezicht door management en bestuur. Het salafisme is niet in staat de misstanden binnen de eigen gemeenschap ter discussie te stellen. Het creëert een kloof tussen de leerstellingen en voorschriften van de islam en het dagelijks leven van moslimleerlingen in de Nederlandse samenleving. Het biedt de jonge Nederlandse moslims geen adequaat normatief kader en moreel besef om goed te kunnen functioneren in een seculiere omgeving, gebaseerd op meritocratie en sociale rechtvaardigheid.

Waar de Nederlandse moslims op dit ogenblik behoefte aan hebben, is niet zozeer een geloofsorthodoxie (in de zin van ‘juiste leer en aanbidding’) die onthecht is van de samenleving waarin zij leven. Maar een orthonomie (in de zin van juiste normen, regels en omgangsvormen) die het mogelijk maakt hun ‘orthodoxe geloof’ te combineren met een moreel besef om als verantwoordelijke burgers in een vrije democratische samenleving te functioneren.

Farid Aouled-lahcen is coördinator netwerk Rechtsstaat & Burger.

Manu Chao en de Amazigh-connectie

 “En? Weet je al wat?” De radioverslaggeefster kijkt me hoopvol aan en we richten onze blikken op die ene tent. Want daar zitten ze: de bandleden van Manu Chao. “De manager zou zo terug komen”, antwoord ik nog hoopvoller. Het is zaterdagmiddag en over een klein uurtje maakt de legendarische Manu Chao (bekend van hits als Clandestino en Me gustas tú ) zijn opwachting op het Rotterdam Unlimited festival. Wekenlang keek ik uit naar het optreden van mijn helden. En al die tijd had ik maar één doel: de mannen van de meest populaire wereldmuziekband op aarde ontmoeten. En als het even kon, ook de frontman mogen interviewen. Manu Chao’s teksten zijn gebaseerd op verscheidene kwesties als wereldpolitiek, liefde en armoede en hebben vaak een politieke, linkse, tot zelfs anarchistische inslag. En daar hou ik van. Salvador, mijn 16 maanden oude zoon, kan ook nooit stil blijven zitten als ik, voor de zoveelste keer op een dag, hun muziek op zet. Een paar weken eerder las ik hét bericht dat mijn wereld op zijn grondvesten deed schudden: Manu Chao zou naar Rotterdam komen. Ik heb ze wel vaker live zien spelen, maar nooit in mijn eigen mooie Rotterdam! Diezelfde dag regelde ik via de organisatie van het festival een perskaart. Mijn droom werd echter meteen al de grond ingeboord; Manu Chao deed niet aan interviews; ze werden goed afgeschermd van de pers en ook fans konden niet in de buurt komen. Aldus de organisatie én het management van de band. Hoe moest ik dit aanpakken? Wekenlang heb ik mijn hersenen gemarteld, waar menig bewaker van Guantanamo Bay jaloers van kan worden. Uiteindelijk liet ik het idee varen en ging voor een goed concert. Tot mijn partner de onvergetelijke woorden sprak: “Als je het niet probeert, zul je de rest van je leven spijt houden!”

“De manager zou zo terug komen.” Mijn eigen woorden dringen niet echt tot mij door. De zenuwen gieren als rollercoasters door mijn lijf maar ik kan maar aan één ding denken: stel dat het lukt, wat ga ik hem dan vragen? Een half uur eerder gebeurde iets wat mij weer hoop gaf. Dat was een vluchtige ontmoeting, backstage, met de gitarist van de band: Madjid Fahem. Madjid is een Amazigh en heeft zijn wortels in Algerije. Wie Manu Chao wel eens live heeft gezien, of beelden ervan, weet dat op Madjid’s grote gitaarversterker Tiffinagh letters staan, die zijn naam vormen. Elke keer als ik de band zie spelen voor honderdduizenden mensen, focus ik mij op die versterker. Een gevoel van onbeschrijflijke trots neemt dan de overhand en dwingt me het hele concert weer opnieuw af te spelen. Omdat niemand, en ook geen pers, in de buurt van de band mocht komen, wilde ik het via Madjid proberen en wat we gemeenschappelijk hebben: onze Amazigh Roots. En het lukte. Hij kwam speciaal voor mij naar buiten omdat hij had gehoord dat één of andere kale Amazigh hem graag wilde spreken. Allereerst vroeg ik hem naar die ene versterker. Helaas had hij ‘m vandaag niet bij zich, wat mij enigszins een beetje teleurstelde. Toen hij aanstalten maakte om het podium op te gaan, vroeg ik hem of Manu Chao himself ook tijd voor mij had. Hij beloofde niks, maar ging kijken wat hij voor me kon doen.

En daar staan we dan, Mooike (de radioverslaggeefster) en ik, backstage, net voor het optreden. Plotseling zie ik Madjid en de manager naar ons wijzen en dat Madjid iets tegen de manager zegt. Mooike geeft me een elleboog zoals je die alleen in Zuid-Amerikaanse voetbalcompetities ziet en schreeuwt: “Rachid, ze wijzen naar ons! Ik zie de Franse manager in slow motion op ons afstappen en zegt: “Ben jij Rachid en klopt het dat je net met Madjid hebt gesproken?”In huis-tuin-en-keuken-Frans antwoord ik bevestigend en we raken in gesprek. We spreken af dat Mooike en ik na afloop van het concert nog even backstage komen en voor de zoveelste keer die dag: “en dan zal ik kijken wat ik voor je kan doen.” Mooike en ik spreken, in vergaande euforie, af dat we samen Manu Chao gaan interviewen en dat er uiteraard de nodige foto’s gemaakt zullen worden van hét moment.

En zo geschiedde; na afloop van het concert, die ik maar half bewust heb meegemaakt door de zenuwen, heb ik de Grote Manu Chao ontmoet. Toen ik die tent binnen wandelde, kwam ik in een warm bad terecht. Wat zijn die gasten aardig en gewoon gebleven! Na het interview  en een paar drankjes met de bandleden en entourage, was het tijd voor afscheid en de daarbij horende omhelzingen. Manu Chao zelf is heel klein en ik moest ‘naar beneden’ knuffelen. Maar de bassist is een boom van een kerel en bij hem kwam ik slechts tot zijn middel. Niets kon mijn avond verpesten, ook de lengte van de bassist niet. Diep in de nacht kwam ik, hevig nastuiterend, thuis en moest mijn gezin alles in geuren en kleuren aanhoren. Maar wat die nacht vooral bleef hangen, was de moraal van het verhaal: Dat het gelukt is om mijn superhelden te mogen ontmoeten en interviewen. En dat allemaal dankzij de Amazigh-connectie. Wie had dat ooit gedacht? De volgende dag kwam de zon gewoon weer op en, tussen de huiselijke taferelen door, schreef ik het interview uit en stuurde het naar de krant.

Rachid Benhammou is directeur van Ext-Ra organisatiebureau, theaterprogrammeur en cultureel ondernemer.

 

Rotterdam, stad van m’n dromen

“Geboren en gedogen in Rotterdam,” draag ik trots op een T-shirt dat ik ooit van een Rotterdams tekstbureau heb gekregen. Ik hou van deze stad, maar de laatste tijd lijkt het of mijn stad langzaam aan in tweeën wordt gedeeld, met aan de ene kant de gewone nietsvermoedende Rotterdammer en aan de andere kant de ‘ons kent ons’ maatschappij. Deze week hebben we te maken gehad met de commotie rond het dubieuze Stadsinitiatief. En alsof dat niet genoeg is, lees ik met verbazing dat Museum Boijmans van Beuningen het jaar 2012 met een verlies van een miljoen euro heeft afgesloten. Het college was er als de kippen bij om deze elite hobby een toezegging te doen van 575.000 euro aan extra hulp. Zijn ze nou van lotje getikt daar op het stadhuis? Museum van Boijmans krijgt jaarlijks een slordige 10 miljoen aan gemeentesubsidie. Daarnaast kan het museum rekenen op veel financiële steun van particulieren en andere suikerooms. In een tijd waar speeltuinen en buurthuizen gesloten worden en culturele instellingen, die wel een breed publiek bereiken, zonder pardon zijn wegbezuinigd, durft het college extra geld te pompen in een instelling die slechts het imago van de Rotterdamse elite dient. Excuses, maar ik ga het beestje gewoon bij de naam noemen: vriendjespolitiek. Ik had nooit gedacht dat dit een issue zou zijn in dé werkstad, de stad van mijn dromen. Oh ja, nog een woord dat bestuurders, ambtenaren en hun vriendjes liever niet willen horen: prestigeprojecten. Ik vraag me daadwerkelijk af wat de ‘gewone Rotterdammert’ aan prestigeprojecten als de Tour de France of een nieuwe Kuip heeft (gehad). De stad kampt met gigantische begrotingstekorten en balanceert op de rand van de afgrond. En als dit relaas van een ‘gewone Rotterdammert’ uw nekharen nog steeds niet recht overeind doen staan, heb ik nog een boosmakertje voor u: het college heeft de afgelopen periode maar liefst 20 (van de 23 gestelde) doelen NIET behaald, waaronder het terugdringen van het aantal mensen in de bijstand. Maar gelukkig krijgen we binnenkort een schaatsbaan die drie maanden open is…in Kralingen. Zitten de Rotterdammers nu echt te wachten op, door overheid en co, opgedrongen bezighoudertjes? Want ja, dat is precies wat er gaande is: we worden, net zoals de Romeinen vroeger, met brood en spelen beziggehouden en afgeleid van zaken die er echt toe doen. En waar het niet goed mee gaat.

Rachid Benhammou is directeur van Ext-Ra organisatiebureau en cultureel ondernemer. In het verleden was Rachid lange tijd werkzaam als jeugdwerker in Rotterdam – Zuid.

lees ook:
De Berlijns Muur op de Marokkaanse bruiloft
H et andere marokkanenprobleem

Begeerde Marokkaan richt pijlen op Premier League

Younes Belhanda wordt volgend seizoen mogelijk ploeggenoot van Ron Vlaar. De Marokkaanse middenvelder van Montpellier wil zijn loopbaan vervolgen in Engeland en Aston Villa is één van de geïnteresseerde clubs. Naast de Engelse formatie zouden ook Internazionale, AC Milan, Atlético Madrid en Galatasaray belangstelling hebben voor Belhanda.

“Ik heb iedereen verteld dat mijn voorkeur uitgaat naar de Engelse competitie”, zegt de 23-jarige Belhanda in gesprek met Sky Sports. “Aston Villa is een geweldige club met een fantastische historie. Ze spelen in de beste competitie ter wereld. We zullen zien wat er gaat gebeuren.”

Belhanda is al jaren een vaste waarde bij Montpellier. In het seizoen 2011/2012 had de twintiger met twaalf treffers een belangrijk aandeel in de landstitel van de Franse club. Afgelopen seizoen was Belhanda tien keer trefzeker in dertig competitieduels.

“Heterovrienden en echte mannen wandelen hand in hand in Marokko”

Ik zit hier samen met een neef op een terras, onder de brandende zon, in Marokko, wat voor mij uit te staren. Hand in hand wandelen twee mannen voorbij. Bij nader zicht wandelen ze wijsvinger aan wijsvinger voorbij. Ze discussiëren over de nieuwste transfer van FC Barcelona. Vroeger dacht ik van mannen die hand in hand lopen of wijsvinger aan wijsvinger: homo’s.

Totdat ik enkele jaren geleden met mijn neef langs het strand wandelde. Plots greep hij mij bij de hand. Ik deinsde drie meter achteruit en riep: “Wow, wat doe je? We zijn toch geen homo’s?” Met verbaasde blik antwoordde hij: “Doe eens normaal, heterovrienden en echte mannen wandelen hand in hand. Dat is de code hier. Homo’s lopen niet hand in hand. Die doen juist alles stiekem, en geloof mij, we zitten met een land vol homo’s. Ik heb al eens twee mannen gezien die…”

“Stop, teveel informatie”, zei ik toen.

Ik dacht dat ik de codes begreep, maar ik zag de wandelende mannen iets heel vreemds doen. Hun linkerpinken nestelden zich in elkaar.

“Kijk, dat is toch niet hetero?”, vraag ik.

“Ik begrijp niet waarom jij dat zo raar moet vinden? Hier is het heet en pink aan pink is lekker nonchalant en luchtig. Heb je in België nooit mannen hand in hand zien wandelen?”

Ik moest even nadenken, maar ik denk niet dat ik in België al twee mannen hand in hand heb zien wandelen. Of wijsvinger aan wijsvinger. Of pink aan pink.

Zelfs geen Elio Di Rupo’s, geen Pascal Smets die het goede voorbeeld willen geven. Zou er in België een neutraliteitscode zijn? Bestaat er een brochure om een goede Vlaamse homoseksueel te zijn? Of bestaan daar ook GAS-boetes voor?

Misschien is het omdat ze bang zijn getrakteerd te worden op een knietje? Of enkele goedgeplaatste vrije trappen op hun hoofd, tot ze het bewustzijn verliezen, om opnieuw gewekt te worden door dezelfde agressievelingen die ook wildplassers zijn. Achteraf moeten die arme hand-in-handwandelaars nog eens terugkomen om hun verloren tanden te zoeken.

Misschien zijn homo’s wel de nieuwe allochtonen? Of waren wij hen al die tijd gewoon vergeten? Ze hebben in ieder geval veel gemeen met de oude allochtonen, vooral dan met die patserige straatschoffies. Allebei kleuren ze buiten de lijntjes en worden ze stereotiep afgebeeld. Allebei volgen ze de laatste mode en hebben ze een ruim netwerk van vriendinnen. Allebei zijn ze vrij expressief en elk op hun eigen manier een beetje intimiderend. Het grote bewijs is Tom Lanoye, die geniale relnicht is eigenlijk een halve allochtoon, halve homo en halve Vlaming. Oké, er klopt iets niet in mijn berekening. Schrap anders die halve Vlaming maar.

De voorbije weken hebben de nieuwe allochtonen ervan langs gekregen. In Frankrijk waren er massale betogingen tegen het homohuwelijk. Hier en daar wat rellen, hier en daar wat happy-gayslapping en uiteindelijk werd het eerste homohuwelijk onder zware beveiliging gesloten. In Nigeria is het homohuwelijk officieel verboden. In sommige landen word je vervolgd als je het maar durft uit te spreken. In andere landen moet je onzichtbaar zijn. In Amerika zijn jonge homo’s pas nu welkom bij de scouts, de hand-in-handplaats bij uitstek, maar scoutsleiding blijft taboe. Ondanks alle vooroordelen is de plaats waar je zorgeloos hand in hand kunt rondlopen, of wijsvinger aan wijsvinger, of pink aan pink… Marokko

 

Door: Fikry El Azzouzi

demorgen5580285-8322155