door Redactie | mei 26, 2013 |
MOSKOU Badr Hari is knock out gegaan tijdens het Legend gala in Moskou. De Rus Zabit Samedov was duidelijk de sterkste.
Badr Hari stelde teleur in Rusland. Al in de eerste ronde kreeg hij acht tellen. Ook in de tweede ronde kreeg hij een aantal flinke klappen en ging hij neer. Daarna bleef hij te lang op zijn knieën en verloor hij de partij.
De Amsterdammer maakte twee maanden geleden zijn rentree in Zagreb. Ook toen ging het niet zoals gepland. Hij raakte toen geblesseerd aan zijn enkel en kon het toernooi niet afmaken.
Badr Hari belandde afgelopen zomer in de gevangenis op verdenking van ernstige mishandeling van zakenman Koen Everink op 8 juli tijdens het dancefeest Sensation in de Amsterdam ArenA. Justitie verdenkt hem van doodslag en inmiddels ook van een aantal andere mishandelingen. De kickbokser met een Nederlands en Marokkaans paspoort is sinds een aantal maanden vrij.
door Redactie | mei 22, 2013 |
Marokko. De Marokkaanse stad Casablanca is een mix tussen het oosten en het westen. De metropool is ook het beginpunt van velen die door het land willen reizen.
Casablanca, wereldberoemd door de gelijknamige film en de Hassan II Moskee, is een mix tussen het authentieke oosten en het moderne westen. Voor velen is de metropool met bijna vier miljoen inwoners ook het beginpunt van een reis door Marokko.
De stad, gesticht rond het jaar 1770, werd door sultan Sidi Mohammed Ben Abdallah wederopgebouwd, nadat deze door een aardbeving was vernietigd en door de Portugezen werd verlaten. De herbouwde stad werd door de sultan Dar El Beida genoemd, naar de Arabische vertaling van de Portugese naam “Het Witte Huis” . De Spanjaarden kregen vervolgens het recht er een commercieel centrum te stichten en vertaalden op hun beurt de naam naar het huidige Casablanca.
Een (commercieel) centrum is Casablanca nog steeds en met een belangrijke lucht- en zeehaven is het de grootste stad van Marokko. Nachtclubs, ‘high end’ galeries en een shopping mall, hebben hun intrede gedaan in deze Islamitische stad met veel westerste tinten. Voor wat meer traditioneel winkelen is het Quartier Habous een aanrader. Deze wijk met leuke winkeltjes heeft nog het meeste weg van een Marokkaanse souk met de gebruikelijke souvenirs, zoals tajines, lederen tassen en sieraden. Ook de centrale markt ten zuidoosten van de oude medina is een leuke markt waar het Marokkaanse marktleven volop te ervaren is.
Onmisbaar is een bezoek aan de Hassan II Moskee. In 1986 gaf de toenmalige koning opdracht tot de bouw van dit indrukwekkende bouwwerk. Kosten nog moeite werden gespaard tijdens de vijf jaar durende bouw van de op twee na grootste moskee ter wereld. Alleen de Al Masjid al-Haram in Mekka en de Masjib an-Nabawi in Medina zijn groter. De marmeren vloer biedt ruimte aan 25.000 gelovigen en buiten is nog eens plaats voor 85.000 mensen extra. Met de hoogste minaret ter wereld, twee schitterende hammams en zelfs een dak dat open en dicht kan schuiven is het een imposant bouwwerk dat je gezien moet hebben.
De romantische dramafilm ‘Casablanca’ uit 1942 met Humphrey Bogart en Ingrid Bergman heeft de stad wereldwijd bekend gemaakt. In Rick’s Café kun je nog altijd de sfeer proeven van de film, zodra je er binnenstapt. Het restaurant is door de Amerikaanse diplomaat Kathy Kriger opgezet. Het is een van de nagebouwde filmlocaties waar delen uit de film terug te vinden zijn. De roulettetafel, de fiches op nummer 21, de sfeer en de pianomuziek zijn hier allemaal tot in detail terug te vinden. Saillant detail is dat de film niet opgenomen is in Casablanca, maar bijna helemaal in een studio in Los Angeles.
Uitkijken over de zee of naar voorbijgangers kan vanaf de Boulevard de la Corniche. Dit is een leuke boulevard aan zee met clubs en bars. Bij goed weer is de boulevard vol met zonaanbidders en jonge mensen die er komen om te zien en gezien te worden. Ook enkele goede visrestaurants zijn hier te vinden.
door Redactie | mei 21, 2013 |
Ik heb een probleem. En nu is de vraag: is dit mijn probleem of ook die van u? Ik zal het proberen uit te leggen: Een groepje Marokkaanse Nederlanders, die zichzelf het Marokkanencollectief noemt, denkt mij én 350.000 andere Marokkanen te kunnen en te mogen vertegenwoordigen. Ze hebben namelijk een nummer uitgebracht waarin ze de draak proberen te steken met het Marokkanendebat en -probleem. Naar eigen zeggen. In de clip zien we vrolijke, hippe Marokkanen een liedje zingen met daarin teksten als “Kom uit de kast, ik heb je zusje niet betast”. Hiermee willen ze de massa doen geloven dat de vooroordelen over Marokkanen echt niet kloppen. Smaken verschillen, dus ik wil het hier niet over de tekst of de clip zelf hebben, maar meer over het hoe en waarom. Ik vraag me af of dit soort initiatieven niet meer kwaad doen dan goed en of het überhaupt het gewenste effect krijgt. Als je iets aan de negatieve beeldvorming rondom Marokkanen wilt doen, moet je dat vooral als individu en met daden doen. En niet gebruikmakend van het ‘wij-gevoel’. Wij. Ik heb het niet zo op dat woord. Ook niet op het woord jullie. Dit initiatief is ontstaan als reactie op iets wat door de PVV is begonnen; het Marokkanendebat. Hiermee bevestig je dus eigenlijk datgene wat je wilt bestrijden en belachelijk wilt maken: dat er een probleem is. Maar wat mij mateloos stoort is dat anderen menen uit mijn naam te kunnen spreken. Ik voel me niet aangesproken als men het over probleem-Marokkanen heeft. En ik wil ook niet door anderen vertegenwoordigd worden. Ik ben ik. Hou mij er lekker buiten. En de volgende boodschap is voor zowel Wilders, als voor het Marokkanencollectief: De ene Marokkaan is de andere niet.
Wat mij verbaasde was het bijhorend persbericht, Alleen de titel alleen al; “We zijn geen probleem – Marokkanen zien het probleem niet”. Om dan later in het stuk vrolijk te gaan lopen vertellen dat ‘wij’ het probleem niet ontkennen maar dat ‘wij’ Marokkanen het gewoon helemaal zat zijn en ‘wij’ daarom pertinent weigeren nog deel te nemen aan elke discussie of publiekelijk debat hierover. Marokkanencollectief: Heeft u mij iets gevraagd? Nee. Mensen als u, die ben ik zat. Stop met het net doen alsof alle 350.000 Marokkanen in Nederland hetzelfde denken als u. Want dat is één grote natte fantasie die nooit waargemaakt kan worden. Maar stop vooral ook met die achterlijke slachtofferrol!
Sorry, maar ik wil niet dat anderen mij vertegenwoordigen. Net zo min wil ik door politici of de media aangesproken worden op het gedrag van anderen. Ja, ik ben Marokkaan en nee, ik vorm geen probleem.
Wat mij ook verbaasde is dat de reactiemogelijkheid van deze clip op YouTube is uitgeschakeld. Angst voor negatieve reacties? Gelukkig hebben we Facebook nog. De reacties (van Marokkanen) zijn namelijk niet mals en men was er de afgelopen dagen als de plofkippen bij om te reageren op kritische noten. Ik dacht dat ze met deze clip juist reacties wilden ontlokken? Maar blijkbaar mochten die reacties vooral niet kritisch zijn.
Maar goed, ik kan het niet laten en ga dan toch op de tekst van het liedje reageren. Ja, ik weet dat het een parodie is en dat het grappig schijnt te moeten zijn. Maar ik vraag me af of slachtoffers, jong én oud, van geweld door Marokkaanse jongeren de volgende zin uit het liedje zouden kunnen waarderen: “Ik trap liever je fokking vooroordelen helemaal aan gort”. Je eist en schreeuwt om respect, maar hoe zit het dan met respect tonen?
Weet u wat overigens wél grappig is? De parodie op de parodie!
Rachid Benhammou is directeur van Ext-Ra organisatiebureau en cultureel ondernemer. In het verleden was Rachid lange tijd werkzaam als jeugdwerker in Rotterdam – Zuid.
lees ook:
De Berlijnse Muur op de Marokkaanse bruiloft
door Redactie | mei 10, 2013 |
Onlangs is het tweede boek van Ali Amazigh verschenen onder de naam “Tudunin war itizghen” (druppels die niet opdrogen). In het boek vertelt de auteur over zijn jeugdjaren in Marokko. Hij schrijft over uiteenlopende gebeurtenissen in zijn leven, bijvoorbeeld over de periodieke thuiskomst van zijn vader uit Nederland, zijn besnijdenis, zijn favoriete hond ‘bisi’ en zijn ervaringen op school. De onderhoudende verhalen laten een beeld zien van de Rif in de jaren ’60 en ’70 waarin de positieve maar ook de negatieve kanten belicht worden vanuit het perspectief van een opgroeiende jongen.
Het boek bevat 22 korte verhalen (136 pagina’s) en is volledig in het Riffijns-Berber (Tmazight) geschreven met gebruikmaking van Latijnse letters. Het boek bevat een uitleg over de uitspraak van het Berber (in het Berber). De tekst is getranscribeerd door K. Mourigh. Het boek bevat een aantal tekeningen van de kunstenaar M.Abettoy. De cover is gemaakt door H. el Sekalle.
U kunt het boek voor 7 euro (exl. verzendkosten) bestellen door een e-mail met uw adresgegevens te sturen naar: khmourits@gmail.com
Ali Amazigh (pseudoniem van Ali Oulad Saddik) is geboren in 1960 in het dorpje Isebbanen vlakbij de stad Nador in Noord-Marokko. Op 14-jarige leeftijd is hij in het kader van de gezinshereniging naar Gorinchem verhuisd, waar hij nog steeds woont en werkt. Ali heeft drie kinderen. Van zijn hand verscheen in 2009 de tweetalige Riffijns-Berberse dichtbundel ‘Anqar’ ‘Opkomst’. 
Hieronder treft u een fragment aan uit het boek met een Nederlandse vertaling.
Imextan
Ruḥen wussan usin dd, mammec qqaṛen aṭṭas n yewdan ɛeqřeɣ am řextu řami baba d yemma xsen ad ayi ggen imextan. Mammec ɛeqřeɣ am řextu tuɣa taddart nneɣ axminni dayes urar niɣ d ca n ficṭa, maca necc war ssineɣ belli urar nni i necc umi itwagg, maca necc ɛeqřeɣ am řextu řami tuɣa tirareɣ ak iqrinen inu ɣar tewwuṛt n taddart degg wazzay. Uca a dd iřeḥḥeg ijj n waryaz x umuṭar zegg yinni i ɣa dja zzaj n plastik isřeqqan aṣemmiḍ. Гars nnwaḍar d imeqqranen ɣar bumuṭar nni, anict n ɣaffat nni i zi ɣeṭṭṣen di tisi n řebḥar. Aryaz a wa mɣar ẓriɣ t uca ggwdeɣ aṭṭas. Inn ayi ijjen zegg iḥenjiren nni i ked ttirareɣ: ‘Tessned aryaz a, bumuṭur a min yeɛna d min ɣar dd yusa da?’ Necc nniɣ as: ‘Lla, necc war ssineɣ ca min ɣar dd yusa.’ Inn ayi uḥenjir nni: ‘Aqa aryaz a yus dd ɣark ḥima ad ac iqarṭu.’ Uca ggwdeɣ aṭṭas uca arwřeɣ s tazzřa ɣar ijj uṛaq qqaṛn as “Ařimam”.
Ijj n waryaz yareddef ayi dd maca war xas ɛqiřeɣ min yeɛna waryaz a. War ssineɣ d baba uřa d ɛzizi maca ɛeqřeɣ řami i dayi dd yareddef amenni s tazzřa, uca yeṭṭf ayi, yeysi y ayi dd, yegg ayi dd degg ijj n tezyawt uca yeysi ayi dd, yus dd iggur itirar akidi ař mani i dd niweḍ ɣar taddart nneɣ. Yessidf ayi ɣar wexxam mani qqimen aṭṭas n inewjiwen, issɣim ayi x ca n tsuntawin jar asen, uca ssentan teggen ayi tiqedduḥin. Sseřhan ayi, tiraren akidi, necc uciɣ aked ca, ggwdeɣ aṭṭas. War dayi yeysi wexxam nneɣ, uřa d taddart nneɣ. Ssɣimen ayi x tsuntawin tiqarqacin jar yiryazen. Uca teggen ayi tiqedduḥin, tiraren akidi. Mkuř twařa iqqaṛ ayi uḥejjam nni: ‘Ta xzar degg wjenna, ayeqq ac jtiti, ayeqq ac jtiti degg wjenna.’ ḥima ad xzareɣ degg wjenna. Necc lla walu ugiɣ ad xzareɣ degg wjenna. Idweř uḥejjam nni isscan ayi s ufus nnes ɣar tzeɣwin niɣ ɣar tḥenya iqqaṛ ayi ‘Ayeqq ac jṭiṭi, ayeqq ac jṭiṭi degg wjenna.’
Waxxa y amenni, amcum nni uḥejjam icemt ayi. Tuɣa yenɣ ayi di ṣṣeḥḥet inu. War ssineɣ mecḥař d wussan necc kkiɣ heřceɣ. War zemmareɣ ad kkareɣ uřa ad beddeɣ uřa ma ad nhezzeɣ. War ssineɣ mecḥař n wussan i kkiɣ necc war ggenfiɣ, aqa ayi ɛad řextu řextu necc zi manawya heřceɣ, xmi dayes i txaṛseɣ degg uḥejjam nni i dd yusin x umuṭar, ɣars nnwaḍar d imeqqṛanen anict n ɣaffat nni i zi ɣeṭṭṣen di tisi n řebḥar. Ẓṛiɣ ɣars timecraḍ anict n tinni i zi řessan řebhayem. Tuɣa meřmi mma i xafi dd yufu wass necc tneɛdameɣ, war zemmareɣ ad nhezzeɣ ammu uřa yammu. D mammec war zemmareɣ ad kkareɣ zi tassut laxaṭar tuɣa ɣarneɣ ijj n teɛrawt neddař zzayes. Xenni taɛrawt nni n taḍuft, xmi zzayes neddař uca iři teřseq xafi x uyezzim nni imextan. Uca iři ssendfeɣ, tazzřeɣ s idammen. War qqaṛeɣ ad kkareɣ zi tassut ḥima ad raḥeɣ ad ffɣeɣ ɣar weqwar niɣ awarn i taddart nneɣ. D mamec tuɣa yemma meskina, tuɣa mkuř ass ttraddaf ayi uřa d nettat, teysi kidi ijj n wemnus d ameqqṛan war idji d ameẓẓyan. Uca yemma mkuř ass teḥḍ ayi, mkuř ass ttřaddaf ayi, txezzar ma zemmareɣ ad ffɣeɣ niɣ war zemmareɣ. Uca meřmi mma i dd yufu wass, necc aqqa ayi tneɛdameɣ aqqa ayi degg ijj n ttamara d tameqqṛant war tedji d tameẓẓyant.
Řextu řextu aqqa ayi ɛad heřceɣ zi manawya i dayi yemsaren. Řextu řextu ɛeqřeɣ x wemcum nni uḥejjam i dd yusin x umuṭur ɣari. D wenni i xafi yeffɣen x tudart inu, d wenni i tuɣa dayi yenɣin di ṣṣeḥt inu war ssineɣ cḥař n wussan. Necc ɛad heřceɣ řextu řextu. Necc zi manaya aqqa ayi ɛad heřceɣ war qqimeɣ ca texseɣ iḥejjamen, war qqimeɣ ca texseɣ iḍbiben uřa d spiṭarat. Necc mři ɣa yafeɣ iři war xasen tesřiɣ. Suya necc aqqa ayi ɛad řextu řextu war zemmareɣ ad ttuɣ ticti ya, war zemmareɣ ad ttuɣ asendef a i dayi yemsaren di tudart d wussan n temẓi inu.

Besnijdenis
De dagen gingen voorbij. Ik herinner me als de dag van vandaag dat mijn ouders mij wilden laten besnijden. Ik herinner me hoe ons huis gevuld was met mensen alsof er een feest of een bruiloft aan de gang was. En ik had niet door dat het feest voor mij georganiseerd was. Ik was gewoon met mijn vriendjes aan het spelen voor de deur. Op een gegeven moment arriveerde er een man op een motor. De motor had een groot windscherm voorop. De man had een enorme plastic bril op die even groot was als een duikbril. Hij joeg me gelijk enorme angst aan. Eén van de kinderen met wie ik speelde zei: ‘Ken je deze man? Weet je waarvoor hij hierheen is gekomen?’ Ik zei: ‘Nee, waarvoor is hij gekomen?’ De jongen zei: ‘Deze man komt je besnijden!’ Ik werd meteen ontzettend bang en vluchtte snel naar een plek die “Arimam” heet. Mijn vader kwam achter me aan.
Hij pakte me beet, stopte me in een mand en nam me mee. We gingen al spelend terug naar huis. Hij bracht me naar de kamer waar hij me tussen de gasten op veelkleurige kussens neer zette. De gasten moesten mij bezig houden. Ze speelden met me, maar ik voelde dat er iets aan zat te komen. Ik was erg bang. Ondertussen zei die man elke keer: ‘Kijk eens naar boven, kijk een vogeltje, kijk wat een mooi vogeltje daar boven.’ Maar ik weigerde naar boven te kijken. De man bleef maar aandringen. Hij wees opzichtig naar de daken en balken boven me en zei: ‘Kijk eens wat een mooi vogeltje daar.’
Uiteindelijk heeft die man me dus flink te grazen genomen. Mijn gezondheid was eraan. Ik heb echt een hele lange periode moeten genezen. Ik kon niet opstaan en niet bewegen. Ik ben een hele tijd ziek geweest en ik ben er eigenlijk nog steeds niet van genezen. Als ik terugdenk aan die besnijder met zijn grote duikbril voel ik me nog steeds niet lekker. Hij had een schaar die even groot was al die waarmee ze schapen scheren. ‘S ochtends had ik nog het meest last, ik kon me totaal niet bewegen. Ik kon ook niet uit bed komen. Wij hadden toen schapenwollen dekens die bleven plakken aan de wond na de besnijdenis. Als ik de deken afdeed begon de wond te bloeden. Daardoor kon ik niet buitenspelen, wat ik natuurlijk heel graag wilde. Mijn arme moeder vond het ook allemaal erg voor me. Ze liep de hele tijd achter me aan. Ze hield me de hele tijd in de gaten. Ze keek of ik wel naar buiten kon of niet.
Ik ben er nog steeds ziek van. Ik kan me die verschrikkelijke besnijder op z’n motor nog goed herinneren. Hij heeft me heel veel dagen werkelijk laten lijden. Ik kan besnijders tot op de dag van vandaag nog steeds niet uitstaan. Ik kan door deze gebeurtenis ook niet tegen artsen en niet tegen ziekenhuizen. Ik zou er het liefst niets vanaf weten. Dit voorval uit mijn jeugd zal ik nooit vergeten.
door Redactie | mei 9, 2013 |
Soufiane Bidaoui speelt de komende vijf seizoenen bij Parma, het huidige nummer tien uit de Italiaanse Serie A.
Bidaoui was de voorbije twee seizoenen aan de slag bij Lierse, dat hem eerder had weggeplukt in Westerlo. De Marokkaan kende een degelijk eerste seizoen op het Lisp, maar was de voorbije maanden in de B-kern bij de Pallieters beland.
Hij was einde contract en zag zijn verbintenis niet verlengd worden in Lier, maar dat weerhield de 23-jarige flankspeler er niet van om een lucratieve transfer te versieren. Parma heeft een contract voor vijf seizoenen klaarliggen voor Bidaoui, die de voorbije week al op bezoek was bij zijn nieuwe club.
“Ik heb bij Lierse nooit een eerlijke kans gekregen”, zegt Bidaoui. “Met een contract van vijf jaar lijkt Parma wel bereid om in mij te investeren.”
Bidaoui is nu al de tweede opmerkelijke tweede opmerkelijke transfer van Lierse naar een Italiaanse club, nadat eerder ook de verbannen Dolly Menga tijdens de winterstop onderdak had gevonden bij Torino.
Like Amazightimes op Facebook
door Redactie | mei 2, 2013 |
Nadat Marokko eerder al 4 keer op een rij niet is verkozen als organisator van het wereldkampioenschap voetbal meldt de Marokkaanse voetbalkrant Muntakhab dat het land zich kandidaat stelt voor het organiseren van de kampioenschappen van 2026.
Indien marokko gekozen wordt tot organiserend land zou dit het tweede Afrikaans land dat het WK organiseert. In 2010 werd het WK door Zuid-Afrika georganiseerd na een spannende tweestrijd met Marokko.
De komende wk’s van 2014, 2018 zullen 2022 zullen in Brazilië, Rusland en Katar worden gehouden.