door Redactie | jan 17, 2014 |
Hakim Ziyech weet nog niet of hij in de toekomst uit wil gaan komen voor het Nederlands elftal of voor het Marokkaanse nationale elftal. De twintigjarige middenvelder van sc Heerenveen heeft de keuze nog niet gemaakt, vertelde hij aan het Algemeen Dagblad.
“Een keuze tussen Nederland en Marokko heb ik nog niet gemaakt”, legde Ziyech uit. De middenvelder speelde al wel één keer voor Jong Oranje. “Het zou een doel kunnen zijn om daar vaker voor geselecteerd te worden.”
Eerst focust de jongeling zich echter volledig op Heerenveen. “Ik hoop nog beter te presteren en wedstrijden vol te maken. Dat lukt steeds beter, maar ik word nog wel eens gewisseld. Met contracten houd ik me niet zo bezig en met de rest ook niet”, zo besloot Ziyech.
Wedden op Heerenveen? Maak nu een account bij Unibet en krijg 50 euro gratis!
door Redactie | jan 6, 2014 |
Hakim Ziyech weet nog niet of hij in de toekomst uit wil gaan komen voor het Nederlands elftal of voor het Marokkaanse nationale elftal. De twintigjarige middenvelder van sc Heerenveen heeft de keuze nog niet gemaakt, vertelde hij aan het Algemeen Dagblad.
“Een keuze tussen Nederland en Marokko heb ik nog niet gemaakt”, legde Ziyech uit. De middenvelder speelde al wel één keer voor Jong Oranje. “Het zou een doel kunnen zijn om daar vaker voor geselecteerd te worden.”
Eerst focust de jongeling zich echter volledig op Heerenveen. “Ik hoop nog beter te presteren en wedstrijden vol te maken. Dat lukt steeds beter, maar ik word nog wel eens gewisseld. Met contracten houd ik me niet zo bezig en met de rest ook niet”, zo besloot Ziyech.
Wedden op Heerenveen? Maak nu een account bij Unibet en krijg 50 euro gratis!
door Redactie | jan 4, 2014 |
Door: Habib el Kaddouri
Recentelijk lieten radicale salafisten luidruchtig van zich horen. Soms gaven die blijk van provocatie en zelfbewustheid. Dan wel gingen deze uitingen gepaard met wraak, intimidatie en bedreiging. De interne strijd onder de goegemeente salafisten en andere islamisten neemt in ieder geval in hevigheid toe. Daarbij is het conflict in Syrië niet alleen een bron van toenemende aantrekkingskracht op moslimjongeren. Ook is het een katalysator geworden van een openlijke ruzie onder de aanhangers van het salafisme over wel of geen steun aan jihadstrijd.
Ideologische strijd
Grofweg worden er drie stromingen van het salafisme onderscheiden: apolitiek, politiek en jihadistisch salafisme. Alle drie prediken ze dezelfde boodschap: een streng en puriteins leven in navolging van de profeet Mohamed met als einddoel het stichten van een islamitische staat. Echter, de aanpak verschilt. De jihadistische salafisten stellen het voeren van de jihad voorop om dat hogere doel te bereiken. Daarbij legitimeren zij hun interpretatie van het concept jihad met theologische argumenten. In hun ogen is een ware moslim een jihadstrijder.
De oorlog in Syrië is verworden tot een transnationaal conflict. Ook onder de salafisten. Naast de complexe geopolitieke belangen en de verdeeldheid binnen het verzet, valt de laatste tijd vooral de tweestrijd binnen deze groep op. Het grootste kamp wordt gevormd door twee groeperingen: Jaysh Al Islam en Al Jabha Al Islamiya, die gesteund wordt door Saoedi Arabië. Dat land moet niks hebben van Al Qaida invloeden. De Nederlandse salafistische centra volgen doorgaans de lijn van deze mainstream van het Saoedisch salafisme.
Het tweede en zeer gewelddadige kamp, dat gelieerd is aan Al Qaida bestaat uit Jabhat al-Nusra en de Islamitische Staat van Irak en Syrië (ISIS). Respectievelijk zijn Aboe Mohammed al-Joulani en Aboe Bakr al-Baghdadi de leiders van deze strijdgroepen. Veel van hun strijders –emigranten, zoals zij zichzelf noemen- komen uit het Westen. Nederlandse afgereisde jongeren maken hier deel vanuit.
Effect op Nederland
Ook al houden Nederlandse salafisten en moslimactivisten hun conflicten stil omwille van de eenheid van de islamitische gemeenschap, toch komen de openlijke ruzies onder deze groepen naar boven. Syrië is momenteel het belangrijkste strijdtoneel waar ideologische verschillen zich uitkristalliseren. Nederlandse moslims worden hierdoor beïnvloed. Daarnaast maken radicale predikers en jihadistische salafisten handig gebruik van beelden van burgerslachtoffers. Hierbij speelt de Nederlandse context ook een rol, zoals de gevangenneming en de behandeling van enkele jihadistische salafisten in Nederland, België en Marokko. Dit verstekt hun assertiviteit, ondanks de druk van de Nederlandse autoriteiten en de verbanning van sommige predikers uit een aantal moskeeën.
Nederlandse jihadisten in offensief
Eerst was daar de hartenkreet van Ibrahim Wijbenga en Yassin El Forkani over de aanhoudende intimidaties en bedreigingen aan hun adres, omdat zij zich tegen de jihad in Syrië hadden uitgesproken. Daarna volgden snoeiharde commentaren op een mededeling van Suhayb Salam, de voorzitter van de groeiende stichting Al Fitrah in Utrecht, die afstand nam van geruchten over de betrokkenheid van zijn organisatie bij ronselpraktijken voor de strijd in Syrië. Opmerkelijk hierbij is de reactie van Abdul Jabbar van de Ven op de uitspraken van Suhayb Salam.
Kort daarna zagen wij hoe de inzamelingscampagne ‘Help Syrië De Winter Door’ geïnitieerd door o.a. Mohammed Cheppih als hulpactie aan het regime van Assad door Syriëgangers en hun Nederlandse aanhang werd gekwalificeerd. Tot slot lieten videobeelden zien hoe aanhangers van de radicale salafistische stroming tijdens een demonstratie in Den Haag hun trouw hebben gezworen aan Aboe Bakr al-Baghdadi, de leider van ISIS. Eén beeld wilde men uitdragen: wij, de jihadisten, zijn de ware verdedigers van de islam.
Met dit soort acties, gesteund door een aantal propagandasites waaronder www.dewarereligie.nl, ahlussunnahpublicaties.wordpress.com en de publicatie van het pamflet de Banier – geschreven door Nederlandse Syriëstrijders, kan gesteld worden dat Nederland – na de Hofstadgroep- opnieuw kennis maakt met een generatie moslimjongeren die trots is op haar jihadistische overtuiging. Abdul Jabbar van de Ven, met zijn nieuwe connecties in Engeland, zorgt ervoor dat de Nederlandse jihadisten worden voorzien van inspiratie.
De coming out van de nieuwe jihaditische voorhoede is daarmee een vehikel an sich voor gewelddadige radicalisering en rekrutering van nieuwe aanwas onder moslimjongeren voor de (rechtvaardiging van de) jihad in Syrië en in andere conflictlanden. Het is zaak dat moslims, die terecht begaan zijn met het lot van de Syrische burgerbevolking, zich verdiepen in de razendsnelle ontwikkelingen in dat land. Tot slot dienen religieuze leiders alert te reageren op jihadistische invloeden. Voorop staat het counteren van predikers, die geweld op een subtiele manier verheerlijken en (financiële) steun trachten te verwerven.
Habib el Kaddouri is coördinator van het Samenwerkingsverband van Marokkaanse Nederlanders (SMN)
door Redactie | dec 30, 2013 |
Ismaïl Aissati keert in januari weer terug bij Antalyaspor. De 25-jarige Aissati kon het afgelopen half jaar niet overtuigen bij FC Terek Grozny, waardoor de Turkse club de voormalig middenvelder van onder meer PSV en Ajax op huurbasis terughaalt. Dat meldt Voetbal International.
De Marokkaan speelde het afgelopen half jaar slechts acht keer voor de Russische ploeg. Daarin wist Aissati geen een keer het doel te treffen. Daardoor wil Terek Grozny weer af van de middenvelder, die voor drie miljoen euro overkwam van Antalyaspor.
Bij die ploeg groeide hij uit tot een vaste waarde, in tegenstelling tot zijn verblijf bij Terek Grozny. Daar heeft Aissati nog een contract tot medio 2016. Antalyaspor haalt Aissati nu terug op huurbasis voor de rest van het seizoen.
door Redactie | dec 27, 2013 |
In het najaar van 1969 maakte Jaap van Meekren, journalist bij AVRO voor Televizier, een reportage over de rekrutering van gastarbeiders in Marokko. Hij bracht de werkzaamheden van Simon Evert Jongejan in beeld, een gedetacheerde van de Nederlandse overheid en ter plaatse verantwoordelijk voor de selectie. Eerder dat jaar had Nederland met Marokko een migratieakkoord gesloten om de werving van arbeidskrachten te vergemakkelijken. In de uitzending liet Van Meekren zien hoe Jongejan in Oujda, een stad in het noordoosten van Marokko, de afspraken tussen Marokko en Nederland op het terrein operationaliseerde.
Een paar jaar eerder sloot Marokko gelijkaardige verdragen met Duitsland en België. Het initiatief kwam van de Marokkaanse overheid zelf, die in de overeenkomsten vooral een oplossing voor de werkloosheid zag. België sloot dergelijke migratieakkoorden met Zuid-Europese landen en in een tweede fase ook met Marokko en Turkije, in 1964. Slechts een klein aantal migreerde naar West-Europa in het kader van zo’n verdrag. In werkelijkheid moesten de bilaterale akkoorden vooral de bestaande migratiepatronen bestendigen en reguleren. Bij ons kwam bijvoorbeeld een aanzienlijk aantal Marokkanen veel eerder op eigen houtje in de mijnen terecht, na een omweg via Frankrijk, omdat de arbeidsvoorwaarden in België beter waren.
Volgens de journalist Van Meekren lieten de verdragen de gastlanden toe om “de mogelijkheden volop te benutten” en hielpen ze de gastarbeiders om “de moeilijkheden te vermijden”. De gastarbeid was ook tijdelijk en circulair bedoeld: zo veel mogelijk mannen, en in mindere mate ook vrouwen, een kans geven om gedurende korte tijd in West-Europa te labeuren. Over deze eerste Marokkaanse gastarbeiders meldde Van Meekren dat ze werkkrachten waren “die men gastarbeiders noemt maar die aan de ene kant lang niet altijd even gastvrij werden ontvangen en die anderzijds niet steeds uitblonken in die eigenschappen die wij van onze gasten menen te mogen verwachten”.
In de reportage is te zien hoe Jongejan in een kantoortje achter een tafel zat terwijl hij de ene na de andere kandidaat liet aandraven. Aan de muur naast hem hing een grote kaart van Nederland. In minder dan een minuut tijd besliste Jongejan wie naar de volgende selectieronde mocht en wie niet. Wie een positief antwoord kreeg, kon een week later al vertrekken, na een medische controle. Buiten stonden de afgewezenen, als stukgeslagen dromen bijeen, te wachten op de rest. Van Meekren bracht ook hen in beeld en stelde zich zeer kritisch op ten aanzien van Jongejans selectiemethode, wat die laatste merkbaar irriteerde.
Vergeten
De archiefbeelden zag ik voor het eerst tijdens een studiedag over de geschiedenis van de Marokkaanse migratie naar Nederland, in een museum in Den Haag in 2009. In Nederland stonden ze dat jaar uitvoerig stil bij de veertigste verjaardag van het bilaterale akkoord. In Marokko zelf was ik als kind drie keer geweest. Ik had enkel wat vage herinneringen aan een verre tante met een tatoeage op haar kin, voor wie ik bang was, en een pakezeltje aan de haven van Tangier waar ik van mijn ouders met mijn zus mee op de foto mocht, wat me dan weer blij maakte.
Toch zat ik daar die dag in 2009, in collegiaal gezelschap, stilletjes te huilen bij het zien van de beelden. Net als een aantal anderen overigens, migratieachtergrond of niet: het moest jouw vader of moeder maar eens zijn, in de wachtrij aan het wervingskantoor in Oujda in oktober 1969. Het auditorium zat afgeladen vol. Je kon een speld horen vallen.
In België ging ’40 jaar migratie’ in 2004 quasi geruisloos aan de collectieve herinnering voorbij. In 2014 zullen zowel de nazaten van de eerste generatie gastarbeiders als de overheden dit eerdere gebrek aan aandacht compenseren. Afgelopen jaar al schoten de initiatieven als paddenstoelen uit de grond. Na vijftig jaar laten de migratieakkoorden met Marokko en Turkije ons duidelijk niet meer koud. Herinneren doe je niet zomaar, het heeft altijd een functie. Ik kan mij niet van de indruk ontdoen dat de eerste gastarbeiders het als hun recht zagen om hun migratietraject te vergeten, de kinderen en kleinkinderen decennia later als hun plicht om het zich te herinneren.
Aan de officiële werving kwam met de start van de oliecrisis in 1973 een bruusk einde. Wegens gebrek aan perspectieven in de herkomstlanden besloten de meeste gastarbeiders om toch te blijven. De vrouwen en kinderen die in eerste instantie waren achtergebleven, hadden het vaak beter dan gezinnen waar niemand was gemigreerd. Gastarbeiders konden hun kinderen in Marokko en Turkije laten studeren. In de loop van de jaren tachtig en negentig eindigden zij alsnog in onze contreien. Weinig van die kinderen kwamen op de juiste plaats terecht omdat hun diploma’s hier amper of geen waarde hadden. Migratie vanuit armere naar rijke landen confronteert je met talloze onrechtvaardigheden. Voor wie elders op zoek gaat naar een beter leven, wekt migratie soms meer frustratie dan voldoening op.
Kun je leren uit het verleden? Strekt het ons soms tot voorbeeld, en heeft geschiedenis een didactische rol? Herinneren impliceert dat je stilstaat bij een tijd die voorbij is. Dagelijks wagen jonge Noord-Afrikanen illegaal de oversteek naar Europa via de Middellandse Zee. Afgelopen week circuleerden nog beelden in diverse media van Lampedusa. Mannen en kinderen stonden er naakt en weerloos bij terwijl grensautoriteiten hen trachtten te ontsmetten, bij wijze van ‘eerste zorg’. Dichter bij huis bleek de sociale mobiliteit van migrantenkinderen bijzonder beperkt. Daar werden we in 2013 meermaals op attent gemaakt. In tegenstelling tot migranten uit rijke landen wijten we die achterstelling in het onderwijs en op de arbeidsmarkt vaak aan ‘hun cultuur’. De aandacht van overheden voor de herdenking van de migratieakkoorden met Marokko en Turkije krijgt op die manier ook een wrange nasmaak, op het perverse af.
Terugkeren
Migratiedeskundigen waren er lang van overtuigd dat meer ontwikkeling in landen van herkomst migratie een halt zou toeroepen. Het tegendeel bleek waar: ontwikkeling stimuleert menselijke mobiliteit. Hoe beter het gaat, des te meer migratie. Men dacht ook lang dat migratie eenrichtingsverkeer was: wie migreert knipt een band door, vergeet de plek waar hij vandaan komt. Maar hoe meer migranten, des te intenser en complexer hun transnationale banden en mobiliteit.
Hoewel de wereld in ons bewustzijn kleiner werd door migratie, was migreren nooit zo moeilijk als vandaag. Grenzen zijn barrières geworden, maar niet voor iedereen. Over twee maanden woon ik in Rabat. Die emigratie is een eigen keuze, niet ingegeven door noodzaak maar juist door overdaad. Niet gefaciliteerd door een akkoord tussen twee staten die de drang voelen om hun burgers vast te pinnen op één plaats, één identiteit. Staten die hun burgers graag uitzenden, maar de onderdanen van een ander liever niet zien komen. Veel kennissen vragen me wat ik in Marokko te zoeken heb. Werk, onder andere. Maar ook een zekere vrijheid die ik hier niet altijd vind.
De laatste jaren verbleef ik voor mijn werk regelmatig in Marokko, waardoor ik er een sociaal en professioneel netwerk wist op te bouwen waar ik nu op kan terugvallen. Was het een andere plaats geweest, dan was ik evengoed vertrokken. Toch zien velen het als een nostalgische ’terugkeer’, ook al werd ik gewoon in Leuven geboren en groeide ik daar op. Wie je bent kies je nooit volledig zelf, anderen doen dat ook voor jou. Sommige kennissen reageren heel verontwaardigd: “Is het hier dan niet goed genoeg?” Zeven jaar geleden, toen ik in Amsterdam ging wonen, werd die vraag mij niet gesteld.
Ontkennen
Na een jaar wikken en wegen nam ik dan toch het besluit om België weer voor een tijd te verlaten, zonder al te veel zekerheden. Wat komt kijken bij emigratie is vanzelfsprekend noch onoverkomelijk. Ik vraag me af of de jonge mannen, die in de Televizier-reportage uit 1969 onderworpen werden aan een interview met een buitenlandse journalist, dezelfde mening waren toegedaan. Dankbaar, schuchter en bescheiden beantwoordden ze zijn vragen. Het grote verschil tussen de houding van de werver Jongejan en de honderden kandidaten die voor zijn neus passeerden was de journalist niet ontgaan: “Het lijkt alsof je op een slavenmarkt staat.”
Jongejan ontkende dat ten stelligste. Hij vertrouwde naar eigen zeggen op zijn ervaring als acquisiteur in de koloniën, zijn intuïtie en zijn vermogen om het “scherp te spelen”. Dat betekende ingaan op de wensen van de werkgevers en de eigen overheid. Toch hield Jongejan vol dat hij die dag niet de dromen van een paar honderd kandidaten had stukgeslagen, maar in staat was geweest om mensen gelukkig te maken met een nieuwe toekomst. In soms niet meer dan een oogopslag en zonder een woord te wisselen kon Jongejan beslissen wie in aanmerking kwam om als goedkope werkkracht te emigreren. Het is het soort van archiefmateriaal waar we vandaag menen over te mogen zeggen dat het allemaal begrepen moet worden in de geest van die tijd. Maar die tijd is ook nu. Jongejan had op één punt gelijk: kiezen tussen blijven en vertrekken gebeurt nog steeds op het scherp van de snee.
door Redactie | dec 20, 2013 |
Een Marokkaanse middenmoter hoopt zaterdag voor een nieuwe stunt te zorgen door het WK voetbal voor clubteams te winnen. Daarvoor heeft Raja Casablanca, een club waarvan de waarde van de spelersgroep op amper 10 miljoen euro wordt geschat, een wonder nodig. Tegenstander Bayern München won dit seizoen al drie grote prijzen en heeft een spelerswaarde van 500 miljoen euro, vijftig keer meer dan de Marokkkanen.
Dat Bayern München de eindstrijd zou bereiken was voorzien. Raja zorgde woensdag dan weer voor een regelrechte stunt door de Brazilianen van Atletico Mineiro met 3-1 te verslaan. “Mijn spelers zijn zeer gemotiveerd om nog een topprestatie neer te zetten tegen een grootmacht”, zei trainer Faouzi Banzarti. “De druk ligt bij Bayern. Wij hopen dit geweldige avontuur succesvol af te sluiten.”
Vraag is hoe zijn ploeg met de belasting omgaat van vier duels in een tijdsbestek van 11 dagen. De ploeg uit Casablanca mocht als kampioen van het gastland meedoen aan het toernooi waaraan verder de kampioenen van de continenten deelnemen. Na zeges op Auckland City (Oceanië) en het Mexicaanse Monterrey (Noord- en Midden-Amerika) volgde de stunt tegen Mineiro, de club van onder andere Ronaldinho.
Bayern hoefde voorafgaand aan de finale maar één duel te spelen. Daarin versloeg het het Chinese Guangzhou Evergrande met 3-0. De selectie van de Duitse kampioen is volgens schattingen een kleine 500 miljoen waard, het vijftigvoudige van die van de tegenstander. In de Bundesliga heerst de ploeg van coach Josep Guardiola, zoals het dat vorig seizoen onder Jupp Heynckes ook al deed.