Marokko oefent op 24 mei tegen Burkina Faso

De nationale ploeg zal op 24 mei een oefeninterland spelen tegen de nationale ploeg van Burkina Faso, de nummer 61 op de FIFA-Ranking, aldus de website van de FIFA. De locatie en het tijdstip zullen later bekend worden gemaakt.

De nationale ploeg zal verder op 6 juni in Moskou een oefeninterland spelen tegen de nationale ploeg van Rusland, dat op de FIFA-Ranking de achttiende plaats bezet.

Den Haag heeft geen idee!

Fouad el Haji

Hoezeer ik ook mijn best doe om de zin en onzin van de illegalendiscussie te begrijpen, nemen de vraagtekens eerder toe dan af. Ik heb namelijk nooit begrepen wat een strafbaarstelling van illegaliteit toevoegt aan een praktijk waarin illegalen altijd al werden opgepakt, opgesloten en vervolgens uitgezet. Ik heb deze vraag links en rechts gesteld, maar overtuigend is deze nimmer beantwoord.

Huisnummer 155
De discussie roept evenwel sterke herinneringen bij me op. Herinneringen aan huisnummer 155. Het betreft een eenvoudig pandje ergens in Berkel en Rodenrijs, waar tussen 1970 en 1990 honderden migranten hun eerste jaren in Nederland doorbrachten. Vaak met een groep van zes tot tien man tegelijk, illegaal natuurlijk en nee, het was geen pension. Illegaal stond toen nog gelijk aan rechtenloos en daar hield iedereen rekening mee: De buren, de politie, de baas en natuurlijk de mannen zelf. –

Natuurlijk is er wel eens geklaagd, onderling geruzied, enzovoorts. Maar over een termijn van bijna twintig jaar is het aantal escalaties niet noemenswaardig te noemen. Mijn vader, zelf ook illegaal, was de hoofdbewoner van het pandje. Hij vertelde dat hij regelmatig zijn huisgenoten van het politiebureau redde als hij een goed woordje voor hen had gedaan. Met het beetje Nederlands dat hij sprak, kon hij volgens de politie onmogelijk illegaal zijn. Moeilijke tijd, volgens mijn vader. Mensen hielden rekening met elkaar en vooral met elkaars situatie, maar je wist nooit wanneer je over de grens werd gezet.

Den Haag heeft geen idee!
Natuurlijk is een illegaal strafbaar vanwege het feit dat hij illegaal is. Dat behoeft geen juridische betoog. Maar moet de jacht op illegalen prioriteit zijn in een tijd waarin wij tegen de diepste naoorlogse crisis vechten? Kan wel, maar dan heb je weinig gevoel voor leiderschap en verhoudingen, of zoals de directeur van het Sociaal Cultureel Planbureau het afgelopen maandag tijdens het wetenschapscafé het verwoordde: “Den Haag heeft geen idee!” Hij sprak zelf over de toekomst van de zorg, maar toch.

Ijdele hoop
Ik had daarom gehoopt dat de grootste tegenstander van de strafbaarstelling van illegaliteit, Sander Terphuis, eindelijk kon uitleggen wat illegalen nu opschieten met het niet doorgaan van de strafbaarstelling, maar dat was ijdele hoop: Hij schreef afgelopen week: “Bovendien worden nu al de illegaal verblijvende vreemdelingen soms bij herhaling opgepakt door de politie en in de cel gezet in het kader van vreemdelingenbewaring. Soms maandenlang. Een wijs en moedig besluit van het kabinet om dit wetsvoorstel in te trekken met respect en eerbiediging voor fundamentele mensenrechten”.

U leest het goed: Illegalen waren en zijn nog steeds de gebeten hond. Het zal aan mij liggen, maar ik zie de wijsheid noch de moed hiervan in.

Wie extreem rechts wil fnuiken, moet leren luisteren naar het volk

6466287-9751987Marokkanen zijn racistischer dan Nederlanders. Tijdens een intercultureel debat tussen Marokkaanse, Nederlandse en Belgische studenten dat ik begeleidde in Rabat schrijft een van de jongeren deze stelling op een papiertje. Was het raadzaam die in de groep te gooien? Voor zover de debatgroep van die middag representatief was, hechten Marokkaanse jongeren belang aan heel andere maatschappelijke en culturele kwesties dan de Belgische en Nederlandse. Ze zijn niet benieuwd naar vrouwenrechten en secularisme, wel naar verschillen in onderwijs, onze omgang met het milieu, dierenrechten.

Met gekruiste armen zat een Marokkaans meisje me aan te staren, alsof ik degene was die deze westerlingen uit hun natuurlijke habitat had geplukt, en of ik zo vriendelijk wilde zijn om ze even terug naar de luchthaven te brengen. Met opzet heb ik de stelling over racisme niet behandeld, al bleek ze na afloop enkel schertsend bedoeld, want ik wilde de helft van het klaslokaal niet schofferen. Wanneer weet je met zekerheid: genoeg is genoeg?

Achteraf is het natuurlijk cynisch dat dit tafereel plaatsvond op de dag van de Nederlandse gemeenteraadsverkiezingen en tweedaags voor de Internationale Dag tegen Racisme en Discriminatie. In Marokko werd afgelopen vrijdag de nationale campagne ‘Masmiytich Azzi’ gelanceerd, wat zoveel betekent als ‘Ik heet niet neger’. Hoe groot is het racismeprobleem in Marokko, dat de Sub-Sahara-Afrikanen huist die de oversteek naar Europa niet halen? De campagne is een primeur in Marokko. Ze attendeert op het basismechanisme van racisme: keer op keer gereduceerd worden tot datgene wat je niet kunt verbergen. Je huidskleur, je voorkomen, iets eenvoudigs als de naam die op je identiteitsdocumenten staat, als je die überhaupt al in je bezit hebt.

Ik weet niet of Marokkanen racistischer zijn dan Nederlanders of Belgen en het antwoord op die vraag interesseert me eerlijk gezegd ook niet. Wat lost het op? Het was zondag en we liepen door de oude stad. Een bewoner volgde ons op de voet en raasde door over de superioriteit van Marokkanen over westerlingen. Allicht zag hij ons aan voor toeristen, die er dagelijks in busjes worden gedropt en terwijl ze zich een weg banen tussen de bedelaars, er op de een of andere manier nog in slagen alles aan de plek magnifique en fantastique te vinden. Althans, zo praatten we ’s mans gedrag een beetje goed. Niemand reageerde op hem, dus wachtten we, geblokkeerd tussen twee groentekramen in, tot hij was uitgeraasd. Racistische praat: de passe-temps van een verloren minderheid.

Door racisme daartoe te reduceren, schuif je je betrokkenheid en verantwoordelijkheid als omstander, politicus of journalist makkelijk van je af. Kiezers zijn heus niet racistisch, ze worden enkel door politieke figuren misleid. Dat is de leidende gedachte nu het Vlaams Belang meer flauwe mop dan politieke partij geworden is en Wilders’ PVV leegloopt. Knap lastig heb ik het daarmee. Het racisme is niet verdwenen uit de politiek, journalistiek en dagelijks leven, het is alleen meer omfloerst geworden. Dus noemen we het fatsoenlijk.

Wie extreem rechts wil fnuiken, moet maar weer leren luisteren naar het volk. Vandaag betekent dat de ‘voedingsbodem’ van racisme wegnemen, door gasten een ideaalbeeld van een burger voor te houden waar niemand aan voldoet. Door migranten voor te stellen als personen die per definitie onze schaarse middelen bedreigen, en nauwlettender gemanaged moeten worden, tenzij ze beter Engels spreken dan ons en in de high finance werken.

In tegenstelling tot wat ik de afgelopen dagen in allerlei opinies las, stemt de neergang van extreem rechts me niet meteen gerust. Wat wil het volk? ‘Alleen de slechte Marokkanen moeten eruit’ en ‘Marokkanen zijn óók racistisch’ legitimeren hoegenaamd niet een manier van denken. Hoewel ze anders doen vermoeden, spreken zulke stellingen ook niet van nuance, laat staan van fatsoen. .

Norah Karrouche (1984) is historica door de week en schrijft in haar vrije tijd. Ze woont tijdelijk in Rabat, waar ze als onderwijsassistent werkt voor het Nederlands Instituut. .

Demorgen

Ik ben Marokkaan, aangenaam!

Sinds gister­middag worden Nederlanders met een Marokkaanse achter­grond op de facebookpagina ‘Ik ben Marokkaan, aangenaam!’, uitgenodigd om hun levensverhaal te vertellen. De facebookpagina is een intitiatief van de Hengelose Latifa Zinad. Als Nederlandse van Marokkaanse afkomst is ze klaar met de uitspraken van PVV partijleider Geert Wilders. ‘Via ‘Ik ben Marokkaan, aangenaam!’, wil ik laten zien dat net zoals je Nederlanders uit Steenwijk en Nijmegen hebt, je ook verschillende Marokkanen hebt’, aldus Zinad.

De uitspraken van Wilders hebben Latifa Zinad zo intens geraakt dat ze vindt dat ze in actie moet komen. „En dan niet zozeer tegen Wil­ders zelf, die zal doorgaan met zijn opruiende uitspraken over Marokkanen. Ik wil proberen bij zijn aanhang het besef door te laten dringen dat zijn typering van deze groep Nederlanders niet klopt”, aldus Latifa Zinad. Op haar facebookpagina stelt ze zich natuurlijk zelf ook voor. Hieronder de tekst.

Mijn naam is Latifa Zinad. Ik ben Marokkaan, aangenaam!

Ik ben een dochter van Ahmed Zinad, een Marokkaanse gastarbeider. In 1970 is mijn pa naar Nederland gehaald omdat Nederland toen arbeiders zocht voor de opkomende textielindustrie. Ze zijn uit Marokko gekomen omdat ze daar meer ervaring hadden.Grote groepen jonge, sterke mannen zijn naar textielstad Enschede gebracht.

Twee jaar later kwam ik samen met mijn moeder Naima en broertjes Salah en Youssef naar Nederland in het kader van de gezinshereniging. Mijn nieuwe leven in Nederland was begonnen. De opruiende toespraak van Wilders op woensdag 19 maart 2014 waar hij de zaal vraagt of ze meer of minder Marokkanen in Nederland willen, heeft mij diep geraakt. Het heeft mij aangezet om deze facebookpagina op te zetten. Alle Marokkanen worden op één hoop gegooid. Goede Marokkanen en criminele Marokkanen. Dit pikt dit niet. Ik ben niet crimineel en keur crimineel gedrag af. Goede Marokkanen worden de dupe van het slechte gedrag van anderen. Dit moet anders. Als Marokkaanse Nederlander heb ik te lang gezwegen en hem genegeerd. Wilders heeft te lang een podium gehad om zijn propagandamachine goed te laten draaien en veel aanhangers gekregen. Maar weten zij op wie en wat ze werkelijk gestemd hebben?

De ‘Magna Carta’

Vergelijking van Geert Wilders met Hitler te ver?

‘Je haat niemand zolang je hem nog geringschat, maar pas als je hem gelijk of hoger schat’. Stelde de Duitse dichter en filosoof Friedrich Nietzsche. Om die reden kan ik de heer Wilders ook niet haten. Ik schat hem niet hoger in. Zijn ongenuanceerde uitlatingen over Marokkaanse Nederlanders en het stelselmatig stigmatiseren van deze bevolkingsgroep doen denken aan een vier pagina’s tellende brief, geschreven door Hitler jaren voordat hij aan de macht kwam en naar wordt aangenomen zijn eerste belangrijkste geschrift over Joden. In deze brief, die tentoongesteld is in het ‘Museum of Tolerance’ in Los Angeles, spreekt Hitler zijn minachting uit voor Joden en kondigt hij de “compromisloze verwijdering van alle Joden” aan. Dit doel kan alleen worden volbracht, schrijft hij, “onder een regering van nationale kracht, en nooit onder een regering van nationale onmacht”. Wij weten nu dat wat begon als een persoonlijke brief, een mening van één man, de ‘Magna Carta’ werd van een hele generatie en leidde tot de bijna volledige uitroeiing van het Joodse Volk.

De heer Wilders gaat gelukkig nog niet zo ver, maar de contouren worden wel zichtbaarder. Bij nuancering, dat gek genoeg bijna altijd achteraf gebeurt, stelt Wilders dat het gaat om criminele Marokkaanse Nederlanders. Ondertussen is de toon gezet en zoals wij weten maakt de toon de muziek. Gaat de vergelijking van Wilders met Hitler dan te ver? Niet als je zijn uitspraken extrapoleert, want dan kom je verdomd dicht in de buurt van de strekking van de genoemde brief van Hitler. Deze koers van Wilders zou een les moeten zijn voor onze en toekomstige generaties. Demagogen menen wat ze zeggen en worden in de gelegenheid gesteld uit te voeren wat ze beloven.

Wat men haat, kan men niet begrijpen.

Om een gemeenschap als de Marokkaanse te begrijpen, dien je de moeite te nemen om op een constructieve manier met de groep te praten en niet erover te praten. Maak aanderen deelgenoot van je probleem, zou ik tegen Wilders willen zeggen. Dat criminelen opgepakt en berecht dienen te worden is iedereen mee eens. Niet omdat ze een bepaalde etnische achtergrond hebben, maar omdat ze de wet niet respecteren en overtreden. Zorg er dan voor dat iedereen zich aan de wet houdt, ook Wilders. Domheid, hoogmoed, haat en uitsluiting doen de samenleving wankelen. Een goede politicus weet dit. Is Wilders dan geen goede politicus? Weet ik niet, maar wellicht dat zijn achterban dit niet weet en er daarom er bewust gebruik van maakt. Hij begrijpt wel heel goed hoe hij zieltjes kan winnen. ‘Haat is een politiek programma op zichzelf’, stelde de Belgische dichter  en schrijver Herwig Hensen ooit. Wat dat betreft lijkt Wilders gebruik te maken van dit instrument.

Als we Nederland, ons land, sterker, veiliger en beschaafder willen maken, dan dienen we dat samen en met elkaar te doen. Willen we haat bestrijden, dan dienen wij elkaar te willen begrijpen. Laat de Marokkaanse Gemeenschap in Nederland de uitspraken van Wilders veroordelen maar tegelijkertijd is het een uitdaging voor diezelfde gemeenschap om door die uitspraken heen prikken en doen wat constructief is. Alleen boosheid is niet genoeg. Laten we ook de hand in eigen boezem steken en laten we de kracht van het leven aanwenden. Aanpassingsvermogen is immers een kracht van de gehele mensheid. Daarom zijn de Neanderthalers uitgestorven en wij mensen (nog) niet. Deze kracht is de sleutel. Weet dat een ieder die kracht bezit. Een andere kracht, een instrument, is de wet. We hebben in Nederland een ijzeren en gegrondveste kapstok, de grondwet. Het is in ieders belang deze te kennen en te eerbiedigen. Als je de grenzen van de wet kent, kun je daar binnen onbegrensd te werk gaan. Gebruik het, maar misbruik het niet.

Mourad El Haji (38), geboren in Marokko, emigreerde op 7 jarige leeftijd in het kader van gezinshereniging met zijn moeder, broers en zus naar Nederland . Hij studeerde Bouwkunde aan de Haagse Hogeschool/TH Rijswijk en is eigenaar van ‘MEH vastgoed advies en beheer’. Naast bouwkundige is hij vader van twee kinderen en woont in Berkel en Rodenrijs.

Rifgifgas

De titel allitereert als een huppelend lentekonijn, maar is de toegangsdeur naar een nare geschiedenis, die de toekomst letterlijk verziekt.

Een aantal weken geleden was ik op een studiedag over de Spaanse gifgasaanvallen op het noorden van Marokko (de Rif) in de jaren twintig van de vorige eeuw. In de Rif worden nog altijd baby’tjes worden geboren met fysieke afwijkingen die direct het gevolg zijn van het Duitse mosterdgas. Ook ligt het percentage kankergevallen in de Rif hoger dan in de rest van Marokko. De strijd tussen de Rif en Spanje is voorbij, maar het gifgas heeft zich een weg naar het DNA gebaand waar het zijn oorlogspest verder verspreidt.

De grootste groep Marokkaanse Nederlanders heeft de lichamelijke eigenschappen uit het Rifgebied geërfd. Ik was daarom ook niet verwonderd dat twee vrouwen, die niet op de hoogte waren van de Rifgifgasaanvallen, elkaar plechtig beloofden dat ze zich zo snel mogelijk laten onderwerpen aan een kankeronderzoek. Ik vroeg mij af of de Nederlandse geneeskunde mogelijkheden bezit het mosterdgas in het lijf op te sporen. En als het opgespoord is, kan er dan iets aan gedaan worden? En hoe zit het met de ziel?

De Marokkaans-Nederlandse tweede generatie, waarvan ik deel uitmaak, is de eerste die in een veilige omgeving opgroeit. Onze (voor)ouders komen uit de wereld van de Rifoorlog, hongersnoden, de acties van het bevrijdingsleger, verschillende putschen en volksopstanden, die alle mislukten en iedere keer de toorn van de dictator opwekten. Deze gebeurtenissen veranderden niet net als het gifgas het DNA, maar wel de ziel. En ik geloof dat niet alleen het lichaam verantwoordelijk is voor de erfelijke overdracht. De geest gaat ook over in nieuwgeborenen, beschadigd of niet.

Op diezelfde avond sprak ik een Riffijnse die binnenkort een psychotherapiepraktijk opent. Ik hoop dat ze zich verdiept in de tweedegeneratieziel. Want als dat het geval is, wil ik mij hierbij