De sociale mobiliteit van Marokkanen blijft in Marokko bijzonder beperkt

column Norah Karrouche (1984) is historica door de week en schrijft in haar vrije tijd. .6466287-9751987

Ik schrijf dit stukje op het terras van café Balima langs de Avenue Mohamed V in hartje Rabat. In 1928 richtte de Franse avonturier en ondernemer Louis Mathias samen met twee landgenoten een gelijknamige vastgoedmaatschappij op in Marokko. Met Balima drukten ze een stempel op de architectuur van de hoofdstad. De bouw van dit hotel en café startte in 1930, in wat achteraf een cruciaal jaar in de protectoraatspolitiek van Frankrijk bleek te zijn.

In 1930 voerde Frankrijk de zogeheten dahir berbère door, een wet die onder meer toestond dat de Berberse bevolking op het platteland haar gewoonterecht toepaste, wat in de steden bij de lokale elites dan weer de nodige weerstand opriep. Ook in steden als Rabat, maar met name in Fès, resulteerde de onvrede met de Franse verdeel-en-heerstactiek in een toevlucht naar een Arabisch en antikoloniaal nationalisme. Na de onafhankelijkheid kreeg Marokko een uitgesproken Arabisch karakter maar behield het desondanks een innige band met Frankrijk.

In hotel Balima bood de Marokkaanse elite niet alleen tijdelijk onderdak aan Franse politici, vermaarde actrices en chansonniers maar ook aan sultans uit het Midden-Oosten. Che Guevara verbleef hier in de zomer van 1959, voor een dag of twee, maar dat betrof eerder een soort van vriendelijk gevangenschap onder wijlen Mohamed V. Tenminste, dat heb ik van horen zeggen. Onder Hassan II werd die grens tussen ontvangst en detentie flinterdun. In café Balima, en bij uitbreiding heel Marokko, luisteren de muren sindsdien altijd mee.

Elke inwoner van Rabat, iedere toerist of passant weet precies waar hotel Balima ligt. Recht tegenover het parlement, overigens ook opgetrokken onder de auspiciën van Louis Mathias en compagnie, en op wandelafstand van het treinstation. Pal in het centrum van de ‘ville nouvelle’, waar het groen op de talrijke pleintjes met zorg onderhouden wordt en de fonteinen het hele jaar door werken, de bankjes eromheen druk bezet, de Rbati’s die er zitten welbespraakt. Nergens in Marokko is het straatbeeld voor een Europeaan zo herkenbaar, zo geordend, en liggen de trottoirs er zo netjes bij. Van inwoners en buitenstaanders zal je horen dat je, om Marokko te beleven, niet in Rabat moet zijn: te ernstig, te statig, nep. Wie het Marokko uit de brochures wil zien, is eraan voor de moeite en voor een Marokkaan is Rabat slechts de plaats waar over staatszaken wordt beslist, wetten en richtlijnen die op hun beurt elders in het land niet altijd worden gevolgd. Frivool noch dwingend, dat is Rabat.

Rabat is geen farce, ze is wel façade. Marokko wordt door politieke commentatoren graag een uitzondering in de regio genoemd: een land met een open en internationale blik, lonkend naar buitenlandse investeerders, bondgenoot voor wie religieus of etnisch fanatisme indijken wil, maar diep van binnen zelf zo conservatief als de pest. De koning houdt de boel bij elkaar. Menig historicus zal instemmen dat de koloniale politiek van Frankrijk het land vandaag nog tot op het bot tekent: een kunstmatige tweedeling tussen stad en platteland, Arabisch en Berbers, modern en traditioneel. Criticasters van de Marokkaanse politieke elite noemen hun land om die reden graag schizofreen.

In 2011 zat ik hier op dezelfde plek toen de 20 februari-beweging voor het paleis en parlement protestacties hield. Ze dwongen het parlement tot een significante verbetering van hun vrijheden, maar dat lag in het verlengde van de democratisering en modernisering die de huidige koning al sinds zijn troonsbestijging voor ogen had. Drie jaar later is het opvallend stil, is de sociale mobiliteit van Marokkanen vooralsnog bijzonder beperkt, de verworven rechten precair, ook de persvrijheid.

Kranten koop je in de Avenue Mohamed V gewoon in een van de talrijke kraampjes langs de weg. De inhoud van de dagbladen die kramers verkopen neemt elke Marokkaan die ik in deze stad ken nog steeds met een ferme korrel zout. Het is de prijs die elke inwoner voor zijn machthebber in het paleis hier om de hoek betaalt. Tezelfdertijd heb ik over mijn Marokkaanse kennissen hier wel eens gedacht: zij zijn tenminste nog alert. Het is het Rabat van achter de façade: rumoerig, rommelig en altijd achterdochtig. Zelfs in de schaduw van het parlement voelt het te warm aan voor de tijd van het jaar. .

column Norah Karrouche (1984) is historica door de week en schrijft in haar vrije tijd. .

Khadija Riyadi gelooft in verandering voor Marokko

Sinds 20 december 2013 behoort ze tot de groten der aarde of toch de laureaten van de prestigieuze VN-mensenrechtenprijs. Maar dat is haar niet aan te zien. In al haar bescheidenheid vertelt Khadija Riyadi hoe ze als lid van de mensenrechtenorganisatie AMDH al jaren strijd levert tegen de corruptie en onderdrukking van het Marokkaanse regime. Ondanks de dreiging voor haar leven en dat van anderen blijft Riyadi zich inzetten voor de rechten van alle Marokkanen, ongeacht hun ideologie of achtergrond. En dit om een simpele doch krachtige reden: het geloof dat verandering in Marokko mogelijk is.

Op haar rondreis in Europa houdt Khadija Riyadi halt in België, met name in Brussel en – hoe kan het ook anders – in Borgerhout. Deze laatste bijeenkomst vindt plaats in een lokaal buurthuis waar Riyadi in een intieme kring van activisten en andere geïnteresseerden vertelt over het ontstaan, de visie en werking van AMDH (l’Association Marocaine des Droits Humains), en over de huidige sociaalpolitieke ontwikkelingen in Marokko. Een onderwerp dat erg relevant is op het moment dat nakomelingen van de eerste Marokkaanse gastarbeiders stilstaan bij het migratieverhaal van hun ouders en grootouders.

Hoewel ze in Marokko onder de activisten een echt icoon is, zijn Riyadi en de organisatie die ze voorzat weinig bekend bij de Marokkaanse diaspora. Daar is de mensenrechtenactiviste zich goed van bewust. Alsof het een van ’s levens banaliteiten is, vertelt ze dat ze een aantal tussenstops maakt in Europa na de prijsuitreiking van de VN te hebben bijgewoond in New York. En voor het goed en wel bij de aanwezigen is doorgedrongen wie hier precies voor ons zit, heeft de gepassioneerde mensenrechtenactiviste ons al meegenomen in het verhaal van de moeizame maar voortdurende strijd voor rechtvaardigheid in Marokko.

Jaren van lood 

Riyadi start haar toelichting met de ontstaansgeschiedenis van de organisatie die haar heeft uitgezonden. AMDH is opgericht in 1979, tijdens de beruchte ‘Jaren van Lood’, toen ene Hassan II nog de plak zwaaide in Marokko. Met afdelingen over heel het land telt de ngo vandaag om en bij de 14.000 leden. Dit lijkt weinig voor een bevolking van 32 miljoen, maar in een land dat nog niet geheel hersteld is van de ‘Jaren van Lood’ en waar de politie in samenwerking met het gerecht vandaag nog steeds elke kritische mond snoert, is dat behoorlijk wat.

Volgens Riyadi is er zowel bij de eigen bevolking als in het buitenland nog veel onwetendheid over de situatie in Marokko. Zo slaagt het regime erin om de schijn te wekken van goodwill door allerlei teksten en conventies te ondertekenen waarin het belooft iets te doen aan de corruptie en mensenrechtenschendingen, maar ziet in de praktijk het volk daar weinig van. In het dagelijkse leven zijn buitensporige en gewelddadige schendingen van mensenrechten nog steeds schering en inslag. AMDH volgt deze gevallen op de voet en brengt ze aan het licht.

De lijst van aanklachten is lang. Riyadi noemt er enkele. Gevangenen worden geregeld gemarteld en mishandeld, en daar vallen ook wel eens doden bij. Daarbij kunnen politieke dissidenten, kritische journalisten of eender wie het regime als een bedreiging ziet op ieder moment gevangen worden genomen zonder (eerlijk) proces. De schending van persvrijheid vindt Riyadi een ernstig probleem omdat de pers net het instrument bij uitstek is om het publiek op de hoogte te brengen en te betrekken.

Pedofiel vrij, journalist achter tralies

De intimidaties maken dat weinig journalisten nog durven rapporteren over wat er gebeurt in Marokko. Onafhankelijke journalistiek is zo een bedreigd beroep geworden. In combinatie met een corrupte rechtssysteem leidt dit tot verhalen zoals die van Ali Anouzla. Anouzla leidt het populaire online-nieuwsmedium lakome.com en bracht in de zomer aan het licht dat Daniel Galvan koninklijke gratie werd verleend. Galvan is een pedofiel die tot 30 jaar cel was veroordeeld nadat hij 11 kinderen had misbruikt (waarvan de jongste amper 2 jaar oud), maar die dankzij een koninklijk pardon na nog geen 2 jaar vrijkwam.

Dit leidde tot een golf van protest en verontwaardiging waardoor zelfs de koning op zijn beslissing moest terugkomen; een unieke gebeurtenis in de geschiedenis van Marokko. Inmiddels was Galvan natuurlijk al in Spanje, terwijl Anouzla werd gearresteerd. Officieel luidde de aanklacht: gewillig steun verlenen aan terrorisme. Anouzla had namelijk een link gepost naar de Spaanse krant El Pais die op haar website een videolink had staan waarin leden van al-Qaeda dreigden een aanslag te plegen in Marokko.

Uiteraard twijfelde niemand eraan dat Anouzla werd gearresteerd omwille van zijn kritische journalistiek en de rol die hij speelde in het naar buiten brengen van het pedofilieschandaal. In een land waar verschillende regio’s geteisterd worden door armoede, en waar mensen via kinderprostitutie en sekstoerisme aan geld proberen te geraken, legt deze gebeurtenis de nalatigheid van het regime pijnlijk bloot. Daarnaast, zo vertelt Riyadi, is de kwaliteit van het onderwijs erg achteruit gegaan en neemt die van de gezondheidszorg toe met de diepte van je zakken.

Een fundamentele verandering

Werknemers wordt het onmogelijk gemaakt om zich te organiseren in vakbonden en te ijveren voor betere werkomstandigheden. De sloppenwijken vormen nog steeds het toonbeeld van extreme armoede die hand in hand gaat met corruptie in de huizenmarkt. Ten slotte zijn voor vrouwenrechten met de hervorming van het familierecht in 2004 in theorie kleine stappen vooruit gezet, maar daar is het helaas bij gebleven…theorie.

Er is wel iets fundamenteels veranderd in Marokko, volgens Riyadi. Wat ook de prijs, mensen zijn hoe langer hoe meer bereid op straat te komen om hun rechten op te eisen. De eerste hindernis is genomen en dat is het overwinnen van de angst die Marokkanen ervan weerhield om zelfs te verlangen naar een betere toekomst.

Het verbaast waarnemers dat er in tegenstelling tot de andere Arabische -en vooral Noord-Afrikaanse- landen, in Marokko met zijn even erbarmelijke leefomstandigheden geen revolutie is ontketend. Nochtans hebben de gebeurtenissen in de omringende landen de Marokkaanse bevolking niet onberoerd gelaten. De meest diverse burgers hebben zich verenigd in de 20 februari beweging die tot op heden blijft ijveren voor politieke en constitutionele hervormingen, met de steun van een breed platform van organisaties waaronder AMDH.

Riyadi geeft wel toe en betreurt dat het vertrek van de islamisten van al-Adl Wal Ihsan de groep heeft verzwakt (al-Adl wal Ihsan trok zich terug in december 2011), dat de spontaniteit van de beweging voor interne fricties zorgt en dat het uitblijven van verbetering in onder andere Egypte en Syrië twijfel zaait bij veel Marokkanen die anders de beweging zouden vervoegd hebben.

Oogluikend toegelaten

En toch blijft ze samen met duizenden andere Marokkanen geloven dat grondige hervormingen mogelijk zijn. Het zal misschien niet voor morgen zijn, maar geleidelijk aan worden deze en volgende generaties gevormd en klaargestoomd voor een ander en beter Marokko.

Zoals overal ter wereld waar mensen diepgaande veranderingen proberen te bewerkstelligen, voert AMDH een strijd op verschillende fronten. De organisatie zet zich niet alleen in voor de bescherming maar ook de bevordering van mensenrechten in Marokko. Zo organiseren ze sensibiliseringscampagnes waarmee ze naar dorpen, scholen en universiteiten trekken om in alle lagen van de bevolking de mentaliteiten te veranderen en een cultuur te ontwikkelen die doordrongen is van respect voor mensenrechten.

Om de dreiging van gedachtegoed dat aanzet tot terrorisme tegen te gaan, staat het regime deze acties oogluikend toe als de minste van alle kwaden, legt Riyadi uit. AMDH werkt zelf ook honderden wetsvoorstellen uit die de organisatie indient bij het parlement, met af en toe het geluk dat een wordt geïmplementeerd. In feite neemt ze hier de taken over van een Staat die tekortschiet, stelt Riyadi, omdat die er alle belang bij heeft om de bevolking niet te informeren over haar rechten.

Internationale betrokkenheid

Naast het moeilijke werk dat ze verrichten op basisniveau, probeert AMDH ook oog te hebben voor de rol die verschillende staten spelen in de interne politiek van Marokko. Riyadi benadrukt dat geopolitieke belangen, of het ontbreken daarvan, hebben gemaakt dat in sommige Arabische landen de revolutie tot positieve ontwikkelingen heeft geleid en in andere de hel is losgebarsten. Ook in Marokko zijn er partijen die er baat bij hebben om de status quo te behouden zoals de VS en sommige Europese landen, met name Frankrijk. Dit bemoeilijkt de zaak maar via dochterorganisaties van AMDH en steun van de Marokkaanse diaspora in diezelfde landen probeert men de betrokken regeringen ervan te overtuigen de kant van de Marokkaanse bevolking en de mensenrechten te kiezen, en niet die van het politieke of economische eigenbelang.

Hier kwam het gesprek dat zowel in het Frans, Nederlands als Arabisch verliep -zonder dat iemand daar aanstoot aan nam want de uitwisseling was belangrijker- tot een (open) einde. Impliciet rees de vraag of er wel een solidariteit mogelijk is tussen de diaspora en de lokale bevolking die werkelijk een verschil zou kunnen maken in Marokko? En zo ja, welke vorm zou die kunnen aannemen? Verschillende mensen van Marokkaanse origine zetten in het land van herkomst ontwikkelingsprojecten op of zamelen geld in ter ondersteuning van lokale weeshuizen, scholen, ziekenhuizen, enzovoort, maar houden zich voor de rest afzijdig van politiek.

Niemand ontkent dat zulke initiatieven nuttig zijn, en een verschil maken in het leven van vele Marokkanen. Tegelijkertijd kan niemand ontkennen dat er meer nood is aan fundamentele politieke en constitutionele hervormingen die sporadische hulpacties overbodig maken en de Marokkaanse overheid dwingen verantwoordelijkheid te nemen voor het maatschappelijk welzijn. Er zijn Marokkanen in het buitenland die wel het nut inzien van een democratische politieke beweging, maar toch terughoudend zijn in hun steun omdat ze niet zeker zijn of ze wel dezelfde toekomst willen voor Marokko als de lokale bevolking.

Het idee leeft dat Marokko zich nooit echt heeft kunnen bevrijden van de Franse koloniale invloed, en dat de geesten daar nog steeds doordrongen zijn van de gedachte dat de Franse cultuur en levensstijl in alle opzichten superieur is aan de Marokkaanse. Vele Marokkaanse Europeanen herkennen in dit overblijfsel van de koloniale geschiedenis, een minderwaardigheidscomplex waar ze zelf nog last van hebben na jaren blootgesteld te zijn aan racisme. Alleen is het voor hen iets om te bestrijden eerder dan gebruiken als raadgever.

Riyadi benadrukte nochtans dat Marokko nood heeft aan hervormingen die de eigenheid van haar bevolking en cultuur respecteren zonder de universaliteit van de mensenrechten in het gedrang te brengen. Dat is waarvoor zij en de leden van AMDH overal ter wereld zich blijven inzetten.

Marokko: Radicale islamieten mobiliseren tegen Israëlische kunstenares

door Reiner Wandler (in een vertaling van E.J.)

In Marokko dient volgens een wetsontwerp iedereen bestraft te worden die de normalisering met Israël begunstigt. Bij het plaatje hierboven: Locaal antisemitisch volksvermaak in Rabat, Marokko, 25 maart 2012. Een Marokkaan gekleed als een Jood zit bovenop een andere die een ezelskop draagt en zich gedraagt als een ezel om de Arabische regimes uit beelden die zich zouden laten gijzelen door Israël, als deel van een protest tegen de deelname van een Israëlische delegatie aan de 8ste sessie van de parlementaire vergadering van de Mediterraneese Unie. (Aida/AFP/Getty Images)

De videokunstenares Keren Cytter komt in Marokko in het nieuws. Niet vanwege haar werk, dat zij samen met 42 andere kunstenaars uit de hele wereld op de 5e Biënnale van Marrakech wil voorstellen, maar vanwege haar afkomst. De 37-jarige is Joodse, geboren en opgegroeid in Tel Aviv, voordat ze naar Europa verhuisde.

Voor Marokko´s radicale islamieten en panarabisten is de deelname van Cytter aan de Biënnale een provocatie. “Ze is afkomstig uit de Israëlisch-zionistische bezettingsconstructie. Haar uitnodigen maakt van de misdaad van de bezetting iets normaals”, verklaarde Aziz Henawi, secretaris-generaal van het Marokkaanse “Observatorium tegen de normalisering”, een in Londen verschijnende pan-Arabische krant.

Daarmee wordt een manifestatie, die van 26 februari tot 31 maar “bruggen tussen de culturen” wil slaan, iets politieks. De beweging tegen de normalisering roept de voor de Biënnale uitgenodigde Marokkaanse kunstenaars op om zich eveneens uit te spreken tegen de deelname van Cytter.

Henawi en zijn Observatorium vallen ook de erevoorzitter van de Biënnale, André Azoulay, aan. De economisch adviseur van de Marokkaanse koning Mohamed VI. (en daarvoor al van diens vader Hassan II.) zou achter de bedoeling zitten de betrekkingen met Israël te normaliseren. Azoulay is de radicale islamieten en Arabische nationalisten al lange tijd een doorn in het oog. Want hij komt uit een joodse familie uit Essaouira, een Marokkaanse badplaats.

In 2013 zou de handel tussen Marokko en de “zionistische constructie” met 130% zijn toegenomen, aldus Observatorium. Marokko is daarmee wat betreft buitenlandse handel met Israël de nummer zeven van Afrika en, na Egypte en Jordanië, zelfs de nummer drie van de Arabische wereld. Nog onlangs werd bekend dat het leger drie drones in Tel Aviv had besteld om deze bij de bewaking van de grenzen – en van de migratiestroom – in te zetten.

Het “Observatorium tegen normalisering” is geen kleine, radicale organisatie, maar zit al lang in het parlement van Marokko en heeft daar een ongebruikelijk bondgenootschap tot stand gebracht. De regerende Partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling (PJD) heeft samen met de Onafhankelijkheidspartij l´Istiqlal (PI) en de socialisten (UFMP) en postcommunisten (PPS) een wetsontwerp uitgewerkt, volgens welk iedereen bestraft dient te worden die de normalisering met Israël begunstigt: de straf bedraagt twee tot vijf jaar gevangenisstraf evenals geldboetes tot omgerekend € 10.000.

Bovendien dienen van de beschuldigden het staatspensioen en een deel van hun burgerrechten afgepakt te worden. Men wil beslag laten leggen op het tegoed van ondernemingen. Economische betrekkingen en sportieve en culturele uitwisselingen dienen bestraft te worden, dus ook uitnodigingen van Israëli´s voor manifestaties zoals de Biënnale.

Nog is dit slechts een wetsontwerp. Mocht de wet echter door het parlement worden aangenomen – waar het vermoedelijk niet aan een ruime meerderheid ontbreekt – kan men zich afvragen wat er met mensen zoals de Koninklijke adviseur André Azoulay gebeurt. In totaal hebben 5000 Marokkanen het joodse geloof. In het gehate Israël zelf wonen – volgens schattingen – nog eens 900.000 Joden van Marokkaanse afkomst. Velen van hen bezitten tot op de dag van vandaag het dubbele staatsburgerschap en bezoeken regelmatig hun oude vaderlan

Video: Gezocht: Arabische Schindler

Ik voel me evenveel Belg als Marokkaan’

ELINE BERGMANS, FOTO’S LEO DE BOCK:

‘Ik voel me evenveel Belg als Marokkaan’, zegt Abdelkader Belrharrasse (83), in 1963 een van de eerste gastarbeiders in ons land. ‘Mijn wortels liggen in Marokko, maar we wonen ondertussen al veel langer in België. Als we in de zomer op familiebezoek gaan, heb ik na een maand al heimwee.’

Abdelkader groeit op in Meknes, een van de vier koningssteden in Marokko, vlak bij Fez. Op zijn zestiende vindt hij werk in een spaghettifabriek. Via zijn schoonzus leert hij de tien jaar jongere Saaida kennen. Ze trouwen in 1956. Saaida is zestien, maar in Marokko is dat geen uitzondering.

Met hun vier kinderen wonen ze in bij de grootouders. Abdelkader verdient weinig en ze hebben geen perspectief op een eigen woning. Op een dag krijgt hij de folder ¬Vivre et travailler en Belgique in de handen gestopt. ‘Die kans wou ik niet laten liggen. Het was onze poort naar een betere toekomst.’

Belgische bedrijven hebben tenten opgezet aan de rand van de stad. Omdat hij een mondje Frans spreekt, kan Abdelkader vrij snel vertrekken. Maar eerst moet hij een grondige medische check-up ondergaan. ‘Ik begreep dat wel’, zegt Abdelkader. ‘België was op zoek naar gezonde werkkrachten. Niet naar zieke mensen.’

Met een koffer vol kleren komt hij op 11 oktober 1963 aan in België. De bedoeling is om een paar jaar in ons land te werken, te sparen en terug naar Marokko te gaan. Saaida en hun vier kinderen blijven in Meknes. Eén keer per week belt Abdelkader hen vanuit een postkantoor in Borgerhout.

50 jaar Marokkaanse migratie lijdt aan schizofrenie

Mohamed El Khalfioui / dewereldmorgen:

Op 17 februari 2014 zal het precies 50 jaar geleden zijn dat België en Marokko een akkoord ondertekenden om werknemers vanuit Marokko naar België te halen. Overal in België zie je dat er snel activiteiten worden opgezet, zowel vanuit de Marokkaanse gemeenschap als de overheid. Maar iedereen ontwijkt de fundamentele vraag: Waarom zijn er zoveel Marokkanen gaan immigreren naar België en wat zijn de gevolgen ervan?

Ken u geschiedenis

We kennen bepaalde persoonlijke verhalen zeer goed. Marokkaanse vaders die naar Europa zijn gaan immigreren voor een beter leven. En Europese landen die een arbeidstekort hadden. Maar dit is slechts een klein deel van het verhaal. En ook was dit de laatste stap van een immigratie die al in het begin van de 20[ste] eeuw begon.

De eerste immigratie betrof mannen die zijn gaan werken in Algerije bij Franse wijnboeren. Met het begin van de Algerijnse onafhankelijkheidsstrijd in 1956 werd de grens tussen Marokko en Algerije gesloten. Het is ook in die periode dat de eerste immigratie naar Europa op gang kwam. De politieke, sociale en economische situatie in Marokko speelt hier een belangrijke rol. Marokko werd in 1955 onafhankelijk van Spanje en Frankrijk. Algauw vonden er in Marokko (gewapende) opstanden plaats tegen het Marokkaanse regime. Over deze verhalen wordt door de eerste generatie en de rest van de Marokkaanse gemeenschap gezwegen. Het is tegen deze veranderende achtergrond dat het wereldbeeld van de eerste Marokkaanse generatie werd vorm gegeven.

Deze context heeft het voor de eerste generatie Marokkaanse mannen een klein beetje gemakkelijker om te gaan immigreren. Het is een grote leegte en gemis dat deze periode in de Marokkaanse geschiedenis hier in België niet aan bod komt. De Marokkaanse politieke context van 1955 tot 1985 is zeer cruciaal om 50 jaar Marokkaanse migratie te begrijpen. In Vlaanderen is er ook geen enkel onderzoekstraditie die de Marokkaanse politieke context bestudeerd. De onderzoekers aan universiteiten die (kritisch) met Marokko bezig zijn kan ik op één hand tellen. Vanuit de verschillende overheden wordt er gewoonweg geen geld vrijgemaakt voor onderzoek naar de verschillende aspecten van de Marokkaanse migratie en haar politieke context in Marokko.

Sociale drama’s

Voor de situatie in Europa na de jaren ’50 moeten we niet verder kijken dan het economische systeem. Het kapitalisme en haar economieën hadden arbeidstekorten. Veel van de eerste generatie Marokkaanse migranten werden ingeschakeld in olieraffinaderijen, koolmijnen en andere sectoren. Ook staan de vele evenementen hier niet bij stil en doen ze niet aan een systeemkritiek. Je moet eens binnen de Marokkaanse families tellen hoeveel mannen van de eerste generaties al op vroegtijdige leeftijd overleden zijn. Ik durf hier zelfs te opperen dat de sterftecijfers bij eerste generatie Marokkaanse mannen veel hoger is dan bij de zelfde generatiecohorte bij de autochtone Belgen.

En het verhaal van de Marokkaanse vrouwen die hun man vervoegde en hun vertrouwde omgeving verlieten om zo in een vreemde omgeving terecht te komen met niet veel sociaal contact is ondergesneeuwd in het verhaal van 50 jaar Marokkaanse migratie. De eerste Marokkaanse generatie kwam ook in laag betaalde jobs en deze sociale ongelijkheid blijft tot op de dag vandaag doorwerken. Deze sociale drama’s zijn niet beperkt tot de eerste generatie.

In 2006 leefde bijna 60% van de Marokkaanse gemeenschap in België onder de armoedegrens en dit zal veel hoger zijn te wijten aan de economische crisis. Onderzoek in 2007 heeft uitgewezen dat één op drie Marokkanen te kampen heeft met een psychiche onrust en dat één op vier een mentale stoornis heeft. Maar we durven niet of willen niet aan een systeemkritiek doen. Veel van de Marokkaanse jongeren vandaag de dag voelen zich ook in de steek gelaten. De kinderen en kleinkinderen van de eerste generatie hebben het niet beter dan de eerste generatie. Het neoliberaal systeem gecombineerd met sociale uitsluiting gebaseerd op een rabiaat racisme wordt meestal niet betrokken in het verhaal van 50 jaar Marokkaanse migratie.

50 jaar Marokkaanse migratie als vintage

De verschillende overheden hebben 50 jaar Marokkaanse migratie aan zich voorbij laten gaan en vooral in Vlaanderen. Vijftig jaar Marokkaanse migratie was nochtans een goed moment voor de politieke partijen om een coherente visie te ontwikkelen op migratie en burgerschap. Want migratie zal de komende decennia het politiek issue worden. Dit getuigt van desinteresse en van een nonchalante houding tegenover 50 jaar Marokkaanse migratie. Sommige instellingen proberen snel iets in elkaar te flansen om te kunnen zeggen dat ze meedoen aan de viering van 50 jaar Marokkaanse migratie.

De activiteiten van de verschillende Marokkaanse organisaties lijken last minute en zonder coherente visie. Versnippering van activiteiten en geen duidelijk doel. Er is geen analyse gemaakt van het verleden, heden en over de toekomst. Sommige activiteiten gaan zelfs zo ver dat ze de Marokkaanse ambassadeur uitnodigen zonder enige kritische bemerking.

Het jaar 2014 had het jaar van de Marokkaanse gemeenschap kunnen zijn waarbij debat, kritiek en hoop de boventoon moest zijn. Een intern debat dat we extern konden aangaan met verschillende perspectieven. In de plaats daarvan is 50 jaar Marokkaanse migratie een soort vintage: oude foto’s van de zolder halen en er iets meedoen en er een goed gevoel aan overhouden.

Respect of dominantie?

“De vrijheid van geloofsuiting eindigt waar de geloofsuiting van de ander begint.”

De WZB Berlin Social Science Center, een van de grootste sociale wetenschappelijke onderzoeksinstituten in Europa, heeft op 11 december j.l. een vijfjarige studie over Marokkaanse en Turkse immigranten in Oostenrijk, België, Frankrijk, Duitsland, Holland en Zweden gepubliceerd.

Volgens de studie, die werd gefinancierd door de Duitse regering, zegt tweederde (65%) van de geïnterviewde moslims dat de islamitische Sharia-wetgeving belangrijker voor hen is dan de wetten van het land waarin zij wonen. Ook als deze botsen.

De tendens van intolerantie is ook merkbaar in de eigen moslimkringen. Zo stelden het Eindhovense CDA-raadslid en jongerenwerker Ibrahim Wijbenga en de Amsterdamse jongerenimam Yassinn Elforkani in december 2013, dat er in de Nederlandse moslimgemeenschappen ‘een gevaarlijke polarisatie’aan de gang is. Niet alleen felle islamcritici zoals PVV-leider Geert Wilders worden in Nederland bedreigd, maar ook moslims die bijvoorbeeld jihadreizen naar Serie openlijk afkeuren.

Het openen van een wijnbar door een Marokkaanse vrouw in Rotterdam, spant echter de kroon. Bedreigingen en beledigingen aan het adres van de onderneemster, zijn instrumenten van deze intolerante en dominante gelovigen om hun frustratie te uiten. Ook in de social media zijn er figuren die de dominante, dogmatische en intolerante kant van de islam hoog in het vaandel dragen. Dit soort figuren komt er bijvoorbeeld openlijk voor uit andere religies niet te respecteren. Ze voelen zich vaak ‘beter’ omdat ze menen dat ze in de ogen van God/Allah beter zijn.

Bij radicalen gaat het dan ook niet om respect voor hun overtuiging, maar om de dominantie van hun overtuiging over andere overtuigingen. En de dominantie om hun gelijk af te dwingen, desnoods met geweld en intimidatie. Zo had ik een discussie met een dergelijk radicale moslim die beweerde dat ik de islam niet begreep toen ik stelde dat respect een tweerichtingsverkeer is. ‘Je bent een hypocriet, door niet alle wetten van Allah na te komen’, zei hij. ‘Het is een plicht voor iedere moslim om de waarheid te verkondigen wat geopenbaard is in Zijn laatste heilige boek, de koran. Als moslim kun je geen respect hebben voor een andere religie omdat het dwaalleren zijn. Je kiest het aardse leven boven het eeuwige. Je kiest het pad van de verliezers in de ogen van Allah. Alleen wie het juiste pad volgt, zal slagen in dit leven en het volgende.’ Ik antwoordde dat moslims in het algemeen al sinds de middeleeuwen achtergesteld zijn en voor menselijke begrippen en bezien vanuit onze tijd, in dit leven dus de verliezers zijn. ‘Of het nu gaat om wetenschappelijke vooruitgang, de sociaal-economische of anders, ze lopen hopeloos achter. Ze maken gebruik van de westerse technologieën en maken deel uit van de westerse beschaving. Zijn deze mensen en in het bijzonder jij, ook hypocriet door zich te vestigen in een ‘kafir’land?’ Een pijnlijke stilte volgde. Als wanhoopsdaad speelde hij vervolgens op de persoon en intimidaties en scheldtirades volgden. Ik sloot de discussie af met: ‘als je gelijk had, dan hadden we deze discussie in het Arabisch en in een islamitisch land gevoerd. Echter, het tegendeel is waar.’ Laat Hem, de Alwijze en Almachtige in ieders hart een kaars van begrip ontsteken die de strekking hiervan niet begrijpt.

Nederland is een land met verschillende bevolkingsgroepen met verschillende meningen en geloofsovertuigingen. Voor een dominante houding als dat van de radicalen en van welke overtuiging dan ook, is geen ruimte.

Respect is een tweerichtingsverkeer en betekent dat als je gerespecteerd wil worden in wat je gelooft, je het respect moet kunnen opbrengen om andersgelovigen te accepteren. De vrijheid van geloofsuiting eindigt waar de geloofsuiting van de ander begint. Je hoeft het niet eens te zijn met wat de ander gelooft, noch hoeft de ander het eens te zijn met wat jij gelooft. Wat maatgevend is in een samenleving als die van ons, is waar we het allemaal over eens zijn. Namelijk de grondwet. Deze grondwet geldt voor iedereen en net als de natuurwetten voor iedereen geldend. Het is het bindende element voor iedereen. De wet voorziet in de vrijheid om je zelf te zijn en stelt je in staat om te geloven wat je maar wilt, zolang dit binnen de contouren van de wet is.

Voor een ieder staat het vrij naar een land te emigreren waar ze de wetten hanteren die het meest overeenkomen met diens wensen. De wet in Nederland komt overeen met mijn wensen en wens geen andere wet. Als het leven ons iets heeft bijgebracht, is het wel het vermogen tot aanpassing. Onze wet, de Nederlandse grondwet, voorziet ook hierin.

Mourad El Haji (38), geboren in Marokko, emigreerde op 7 jarige leeftijd in het kader van gezinshereniging met zijn moeder, broers en zus naar Nederland . Hij studeerde Bouwkunde aan de Haagse Hogeschool/TH Rijswijk en is eigenaar van ‘MEH vastgoed advies en beheer’. Naast bouwkundige is hij vader van twee kinderen en woont in Berkel en Rodenrijs.