26 organisaties roepen op tot de vrijlating van de Riffijnse gevangen

26 organisaties roepen op tot “de vrijlating van de gevangen activisten van de Riffijnse Volksbeweging die in gevangenissen zitten verspreid over het hele land alsook , de politieke gevangenen van Zagora, Tinghir en alle andere gedetineerden die gearresteerd zijn met een politiek motief. Deze organisaties vragen ook de stopzetting van alle rechtsvervolgingen die hiermee te maken hebben.

Hiermee trekken ze aan de alarmbel en om iedereen op te roepen tot waakzaamheid wat betreft “schending van het recht op protest en vreedzame vergadering” zodat verworven rechten waarvoor de burger vele offers heeft gedaan tijdens de jaren van lood niet verloren gaan.”

Dit collectief eist van de autoriteiten dat zij “zich houden aan het Verdrag inzake de rechten van het kind en bijbehorende protocollen, die ook ondertekend zijn door Marokko.”
“Hoe kunnen de autoriteiten toestaan dat kinderen onder de 10 jaar worden gestraft en vervolgd voor het bijwonen van een niet-vergunde demonstratie, evenals het verplicht ondertekenen van verklaringen terwijl dit een schending is van het recht op de vrije meningsuiting gegarandeerd door de Grondwet sinds de herziening van 2011.”

“ De Rif heeft sinds kort een ongekende golf van arrestaties gekend van minderjarige kinderen, waarvan sommigen voorwaardelijk vrijgelaten zijn (11 minderjarigen), anderen zijn niet vrijgelaten en leven momenteel in gevangenschap (12 minderjarigen) waarvan sommigen al veroordeeld zijn!”
De oproep legt uit dat “meer dan acht maanden na de lancering van een campagne van massale arrestaties in de gelederen van de activisten van de Riffijnse Volksbeweging, wat een gewelddadige reactie van de Marokkaanse autoriteiten betekende. Meer dan 450 militanten gearresteerd en verspreid over meer dan tien gevangenissen. Onder de arrestanten zijn minderjarigen, jongeren en bejaarden van beide geslachten betrokken en zware straffen werden uitgesproken tegen degenen die veroordeeld waren, sommigen werden veroordeeld tot 20 jaar celstraf. De omstandigheden waarin de gearresteerde activisten moeten leven is schandelijk en lijden hier terwijl hun gezinnen buiten lijden, vanwege het ongemak om wekelijks naar gevangenissen te reizen om hun familieleden te bezoeken.”

“Deze politieke gevangenen, waarvan het proces nog gaande is, waaronder degene die gedeporteerd zijn naar Casablanca, worden geconfronteerd met ernstige beschuldigingen die kunnen resulteren in lange gevangenisstraffen, maar ook op executie. Ze gaan vaak in hongerstaking omdat het gevangenisbestuur hen beperkt in al hun individuele vrijheden, in die mate dat hun gezondheid en persoonlijke veiligheid bedreigd is.” aldus het collectief.

Noureddine Adherbal

Koerden en Imazighen samen tegen onderdrukking

Koerden en Imazighen zien veel overeenkomsten in de strijd die ze voeren tegen onderdrukking in Turkije en Marokko.

Een groep Belgische en Nederlandse activisten heeft onlangs een solidariteitsmanifest naar buiten gebracht waarin een oproep wordt gedaan voor samenwerking tussen Koerden en Imazighen (Berbers). In het manifest wordt steun geuit voor de demonstraties van Imazighen voor meer rechten en benadrukt dat er veel overeenkomsten zijn tussen de onderdrukking van de twee bevolkingsgroepen. De Kanttekening sprak daarover een Koerdische een Imazigische Nederlander die het manifest hebben ondertekend, Bedel Bayrak en Mo Achahbar.

‘Er is een verschil in context, maar er zijn heel wat parallellen tussen de manieren waarop Koerden en Imazighen onderdrukt zijn’, staat in het manifest. ‘Wat de Imazighen in Marokko betreft, is er een parallel in het neerkijken op de eigen taal en cultuur. De Imazighen worden bijvoorbeeld net als de Koerden weggezet als ‘mensen van de bergen’, om te insinueren dat ze onderontwikkeld zouden zijn. Deze omschrijving is ook een middel om te doen alsof het om een minderheid in een afgelegen gebied gaat, terwijl Imazighen en Koerden in alle steden van Marokko en Turkije te vinden zijn.’

Volgens Bayrak is de Rif net als het zuidoosten van Turkije een achtergesteld gebied. Ook daar zijn veel problemen rond werkgelegenheid en gezondheidszorg. Hij vond het zijn plicht om zich solidair te tonen met de Imazighen, die al maanden aan het demonstreren zijn voor een betere gezondheidszorg, beter onderwijs en verbetering van de leefomstandigheden. ‘Ik weet als onderdeel van een minderheidsgroep dat mensen niet snel solidair zijn met jou. Je wordt heel snel gezien als een verrader, als iemand die het land schade wil aanbrengen. Je bent in de ogen van de machthebbers een onrustzaaier die aangepakt moet worden. Ik kan me dankzij mijn Koerdische identiteit en alles wat daarmee gepaard gaat precies inleven in de situatie van mensen in de Rif.’

Bayrak, antropologiestudent en één van de initiatiefnemers van een dialoogproject waarbij Koerdische Nederlanders aan tafel zitten en in dialoog gaan met Turkse Nederlanders, zegt dat de Imazighen net als de Koerden een minderheid zijn in hun eigen land. ‘Ze zijn nog geen slachtoffer van hetzelfde geweld dat tegen Koerden in Turkije werd en wordt gebruikt, maar voor de rest zitten ze ongeveer in hetzelfde schuitje. Ik herken heel veel onrecht. De manier waarop mensen worden aangepakt wanneer ze opkomen voor hun rechten is ook bijna identiek.’

De Koerdische strijd voor meer rechten en tegen onderdrukking in Turkije evolueerde in de jaren zeventig deels tot een gewapende strijd door terreurgroep PKK (Koerdische Arbeiderspartij). Daarbij zijn aan beide kanten tienduizenden doden gevallen. De in 2006 begonnen vredesonderhandelingen tussen de Turkse regering en de PKK liep in 2015 uit tot een fiasco, met als resultaat dat het geweld na een relatief rustige periode weer oplaaide. Inmiddels zit ook een belangrijk deel van de democratisch gekozen parlementariërs van de pro-Koerdische HDP (Democratische Partij van Volkeren) in de gevangenis, onder meer op beschuldiging van het hebben van banden met de PKK.

‘Ik zou de Imazighen aanraden om de beweging vooral geweldloos te houden’, zegt Bayrak. ‘Ze worden uitgedaagd om de wapens op te pakken, maar ik geloof dat het daarmee alleen maar moeilijker wordt om je doel te bereiken. Geweld is altijd onwenselijk, het brengt meer geweld met zich mee. Je verliest tevens de kracht van vredig demonstreren.’ Toch denkt hij dat het niet altijd de schuld is van de ‘onderdrukten’, wanneer zelfverdediging uitmondt in geweld. ‘Als je mensen opsluit, martelt of vermoordt, radicaliseren grote groepen. Het is een realiteit dat mensenrechtenschendingen en vernederingen van Koerden in de jaren zeventig en tachtig de gewapende strijd hebben doen ontstaan.’  De martelingen van Koerdische activisten in de gevangenis van Diyarbakir na de coup van 1980 wordt door velen gezien als een breekpunt in het militariseren van het Koerdisch verzet. Honderden Koerden sloten zich na vrijlating aan bij de PKK.

In het manifest wordt er daarom ook niet expliciet afstand genomen van geweld, omdat het de mensen ter plekke zouden zijn die als eerste de gevolgen van de onderdrukking en het geweld voelen en dus ook het eerste recht hebben om te bepalen hoe ze een menswaardig bestaan kunnen afdwingen. ‘We spreken als de Imazighen en Koerden uit Nederland en België daarom ook onze steun en solidariteit uit voor het verzet van de Imazighen in Marokko en Koerden in Turkije, zonder te eisen of te verwachten dat verzet tegen staatsgeweld geweldloos zou moeten zijn.’

Mo Achahbar haalt de laatste woorden van protestleider Nasser Zafzafi voordat hij werd opgepakt in Marokko aan: ‘Ik hoop van harte dat de demonstraties vredig verlopen, maar op het moment dat het regime deze harde lijn voortzet zullen mensen toch mogelijk afwijken naar geweld. Dat is soms onvermijdelijk.’ Over de situatie van Koerden zegt Achahbar dat hij al jaren solidair is met zijn ‘lotgenoten in Turkije’. ‘Al voordat er protesten uitbraken in Marokko, was ik in Nederland heel lang actief en betrokken met de acties voor de rechten van Koerden in Turkije. Het is onmenselijk om je stil te houden terwijl een groep zoveel onrecht wordt aangedaan.’ Dat er aan beide kanten toch heel veel stilte is over elkaars leed, denkt Achahbar, heeft te maken met de propaganda die de Marokkaanse en Turkse overheid voeren. ‘Als Marokkaan lees je in de kranten of schoolboeken niets over de onderdrukking van Koerden, andersom lees je in Turkije niets over de Riffijnse kwestie. Dat is bewust beleid zodat men de eigen situatie niet gaat vergelijken met andere groepen die worden onderdrukt.’

In het manifest wordt die onwetendheid ook gehekeld. ‘We merken dat de geschiedenis van het verzet van de Koerdische beweging voor veel Imazighen onbekend is. Daardoor zijn er Imazighen die geen contradictie zien in hun steun voor de Turkse president Recep Tayyip Erdogan en zijn anti-Koerdische politiek en hun eigen strijd. Ik heb daar gewoon geen woorden voor’, zegt Achahbar, die heel veel jongeren uit de Rif betrapt op sympathie en steun voor Erdogan. ‘Dan vraag ik me af: jouw volk maakt hetzelfde mee in Marokko als de Koerden in Turkije, hoe kan je dan nog iemand als Erdogan steunen en als een held zien? Hypocrisie ten top.’

Bron: dekanttekening.nl

Hüseyin Atasever

Journalist gespecialiseerd in Turkije, het Midden-Oosten en integratievraagstukken. Redacteur van de Kanttekening.

Een stukje Rabat in Antwerpen

Gisteren ben ik dus binnengeraakt bij de bijeenkomst waarbij de vertegenwoordiger van het Marokkaans Ministerie van Buitenlandse Zaken zijn opwachting maakte. Dit was normaal gezien enkel bedoeld voor een select groepje mensen op vertoon van een uitnodiging. De hele zaak was pas kenbaar gemaakt de avond voor het evenement zodat het regime in alle sereniteit haar propaganda kan spuien in aanwezigheid van haar handlangers, fans en consorten. Ondanks deze strategie hebben enkele activisten opgeroepen tot een protestdemo voor de ingang van Antwerp Expo waar dit hele gebeuren heeft plaatsgevonden.

Enkele activisten hebben geprobeerd om binnen te geraken maar zijn niet voorbij de security geraakt. Met misleiding is mij dat wel gelukt. Op de vraag of ik een uitnodiging heb, heb ik positief geantwoord en heb hierop de aankondiging/uitnodiging laten zien die op sociale media rondging. Op mijn weg naar de zaal ben ik verschillende keren gevraagd geweest of ik een uitnodiging heb en ook met een scanner gecontroleerd geweest. Uiteindelijk heb ik kunnen plaatsnemen in de zaal.
Het viel me op dat er verschillende bekende gezichten aanwezig waren. Van medewerkers van consulaten tot moskeegangers en imams en andere prominenten van lokale wijken en buurten.

Met veel show en allure kwam de afgevaardigde van het Marokkaanse regime binnen en nam plaats op het spreekgestoelte. Zijn hoofddoel was om de mensen warm te maken om te investeren in Marokko want “ook onze kinderen zijn Marokkanen en keren elk jaar terug naar het land van herkomst”. Hij benadrukte ook dat “onze” investeringen veilig zijn en de administratieve rompslomp vereenvoudigd zal worden.

Het ontging mij niet dat hij ook de nadruk legde op het Arabisch als spreektaal, taal van de Koran en taal van het gezin. Wat dit betreft legde hij een grote verantwoordelijkheid bij de imams van de moskeen en uiteindelijk bij elk gezinshoofd “ want jaarlijks keren Marokkanen terug van meer dan 21 verschillende nationaliteiten en spreken hoe langer hoe minder de Arabische taal.”

Op geen enkel moment is het Tamazight gepromoot geweest, genoemd geweest als officiële landstaal of het belang hiervan om dit te onderwijzen. Op geen enkel moment is gesproken geweest over de Rif, terwijl dit gebied investeringen broodnodig heeft. Men deed alsof hun neus bloedde en er niks aan de hand is.

Ik schrijf dit niet alleen om het regime te ontmaskeren maar ook om te wijzen op de enorme rol die imams en moskeen spelen in de Riffijnse gemeenschappen als lange arm van Rabat en de arabiseringpolitiek die er mee gepaard gaat. Dit valt niet meer te ontkennen ook al was dit langer bekend.

Geld en het brainwashen van de Riffijnen als oude strategie van een regime die zich blijkbaar genoodzaakt voelt om nog MEER geld uit het buitenland te halen. Zitten ze in geldnood?Hebben de acties van activisten van de Riffijnse Volksbeweging toch effect gehad op de Marokkaanse schatkist?

Een ding is klaar en duidelijk: de Rif en de Riffijnen worden nog steeds gezien als “domme melkkoe” terwijl de regio een economische woestenij is geworden, de regio achtergesteld is en gemarginaliseerd wordt, corruptie hoogtij viert, de cultuur en taal weggeveegd wordt… en dit allemaal onder het alziend oog van de Riffijnen.

Noureddine Adherbal

REGERING VAN DE RIFFIJNSE REPUBLIEK

Noureddine Adherbal

REGERING VAN DE RIFFIJNSE REPUBLIEK
Verklaring van Staat en proclamatie aan alle Naties

De regering van de Riffijnse Republiek opgericht sinds 10 Juni 1920 richt volgende verklaring aan alle Naties:




1) De Rif voor het Verdrag van Algeciras -voor 1906- grensde in het Noorden aan de Middellandse Zee, in het Westen aan de Atlantische Oceaan en in het Zuiden en Oosten aan de Frans-Marokkaanse zone, met een totaalopp. van 50.000 km2 en een populatie van 2 miljoen inwoners gevormd uit de unie van de verschillende stammen dankzij hun affiniteit op linguïstisch vlak en goede onderlinge verstandhouding. Deze stammen leidden een onafhankelijk leven en streden zij aan zij om een indringer te bestrijden ongeacht vanwaar hij kwam. Het was zelfs zo dat na een 7 jaar durende militaire campagne (1888-1905) de strijdkrachten van de Sultan van Marokko werden afgeslagen en teruggedrongen. De sultan van Marokko werd in de Rif enkel gezien als een religieuze autoriteit, en dus was zijn religieuze invloed een deel van zijn gezag. Wat betreft de Rif voor 1906, was het onafhankelijk van deze monarch.

2) Na het Verdrag van Algeciras; Het Verdrag van Algeciras proclameert de integriteit van Marokko in zijn gehele omvang. De Riffijnse regering heeft het recht om te zeggen dat dit internationaal akkoord al een lange tijd nietig is , want in het kader van latere internationale akkoorden is Marokko verdeeld in twee zones: het deel onder Frans protectoraat, en het andere, tegen elk recht en de gezamenlijke wil van de Riffijnen, het deel onder Spaanse invloed. De Rif was altijd onafhankelijk geweest en heeft sinds 10 Juni 1920 een moderne regering met republiek als staatsvorm, waarbij Spanje ons als gelijke beschouwde(zie de zaak van oorlogsgevangenen,1921) en heeft lange tijd met ons vredesonderhandelingen gevoerd. De Rif meldt plechtig aan alle Machten dat het de intentie heeft om haar politieke onafhankelijkheid te bewaren en het zal blijven strijden voor officiële erkenning zo volhardend als nodig is.

Langs de andere kant, om de enorme rijkdommen van het land te exploiteren zetten wij de deuren open voor alle buitenlandse industriëlen en handelaars , zelfs die van de Spaanse nationaliteit als zij willen werken zonder oorlogszuchtige intentie.

De Rif wilt in goede verstandhouding leven met alle naties, groot of klein. Het heeft de Proclamatie van de Republiek al aangekondigd in 1921 aan de ambassades van Engeland , Frankrijk, Amerika en Italië in Tanger, en herhaalt dit nu aan de Ministers van Buitenlandse Zaken van alle Naties. Het roept iedereen op om hun respectievelijke diplomatieke en consulaire diensten te vestigen in Ajdir, hoofdstad van de Rif-republiek, waar de vertegenwoordigers alle faciliteiten voorhanden zullen vinden.

FB IMG 1512249461168

Onze eerste generaties vaders

Sara SN

Onze eerste generaties vaders werkten dag en nacht ploegendiensten tegen een laag loon. De moeders zorgden voor de kinderen en we hadden grote gezinnen, meeste minimaal 4 tot zelfs 8 of meer kinderen.




Iedereen was gevoed en verzorgd, de kinderen gekleed en met El Eid had iedereen zijn schaapje. Naast dat onze vaders voor hun gezinnen zorgden, kwam er nog veel meer bij kijken. Ouders, zussen en broers in Marokko. Ook zij werden voorzien en nooit vergeten.

Families kwamen bij elkaar, er was altijd tijd daarvoor ook al had men een druk bestaan. Koekjes met el eid werden niet gekocht maar de moeders maakten ze met elkaar.

Bruiloften werd zelf voor gekookt en muziek bestond uit een stereotoren en de nichten en tantes die zorgden voor de sfeer. De sfeer, de saamhorigheid en de familiebanden waren niet te evenaren. Het inkomen was klein maar de rizq groot.Nu hebben 2 ouders, allebei werkend het al moeilijk om een gezin met 2 kinderen te onderhouden laat staan om kijken naar een tante of oom in Marokko. El Eid is slechts een naam, het schaapje slaat men vaak over. Is er geen geld voor het schaapje of waren de nieuwe natuurstenen tegels voor de keuken of de ipad gewoon iets belangrijker? Tijd inplannen voor familie dat heeft men niet. Druk, druk. Zelfs de ouders ziet men een keertje in de week op de zondag. Als het al niet 1 keer in de 2 weken is dat de opa’s en oma’s hun kleinkinderen even kunnen knuffelen. Communicatie met gebarentaal want de kinderen spreken vaak geen woord Arabisch of berbers.

Neefjes en nichtjes die elkaar pas leren kennen op social media omdat de achternamen hetzelfde zijn. Bruiloften met alle diensten mogelijk en het eten smaakt nog naar bagger en een sfeer van zie mij even paraderen in mijn 800 euro takshita.Hoe zal de generatie van onze kinderen gaan worden?

De Riffijnse voetballer twijfelt tussen Marokko en Nederland

Abdenasser El Khayati mag volgend jaar gaan kiezen of hij voor Marokko of Nederland wil uitkomen. Een moeilijke beslissing voor de 28-jarige Riffijn.




“Ik ben iemand van gevoel. Als een bondscoach mij selecteert, welke van de twee het ook is, dan neig ik daarnaar. Maar ik sta pas voor die keuze als ik door 1 van de 2 landen word geselecteerd.”, verklaarde El Khayati enkele dagen geleden aan Fox Sports.

El Khayati had een tijdje geleden al een gesprek met Badou Zaki toen die nog bondscoach van Marokko was. Daarna hoorde hij echter niets meer. Voor het Nederlands elftal werd hij nooit gecontacteerd.