De zaak zorgt al dagen voor controverse in Marokko. Op Facebook werd onder meer een groep opgericht genaamd “We zijn allen Oumaima” om het tienermeisje te steunen. Via de pagina kunnen de administrators onder meer een ontmoeting regelen met Oumaima, die nog steeds in het Ibn Rushd ziekenhuis in Casablanca ligt.
Oumaima werd in december nabij haar woning in de wijk Moulay Rachid ontvoerd. Ze werd door jaar beulen naar een huisje in de wijk Chichane gebracht en daar 24 dagen vastgehouden door een twintigtal mannen. Ze werd misbruikt, verminkt en gedwongen om toxische producten te slikken.
Le360 bericht dat één van de daders uiteindelijk medelijden kreeg en haar hielp ontsnappen. Het meisje werd door enkele wijkbewoners gevonden en opgevangen tot de komst van de politie.
Oumaima heeft ook de steun gekregen van de vereniging Sayidati die een advocaat heeft aangeworven om haar te helpen. Haar beulen werden aangeklaagd voor mensenhandel, verkrachting, gijzeling, samenzwering en het niet aangeven van een misdaad. Allen riskeren tot 30 jaar gevangenisstraf.
Dichter en protestzanger Lounès Matoub is midden in de Algerijnse onafhankelijkheidsoorlog geboren. Op 24 januari 1956 zag hij het levenslicht in Taourirt Moussa, een dorp in Kabylië in het noorden van Algerije. Op 9 jarige leeftijd maakte hij zijn eerste ‘gitaar’ met behulp van een leeg blik. Op school werd hij als Amazigh geconfronteerd met het gearabiseerde Algerijnse onderwijs en verliet de school tijdens de middelbare school.
In 1975 werd hij opgeroepen voor de dienstplicht in het Algerijnse leger. Na de schermutselingen tussen Algerije en Marokko in Amgala, (een oase in de Westelijke Sahara), besefte Lounès Matoub dat hij Imazighen (Marokkanen) aan het bestrijden was. Dat was voor hem de reden om het leger te verlaten en de echte tegenstander te bestrijden, namelijk de Algerijnse dictatuur.
Hij zette zich in voor een Algerije voor iedereen en voor een democratische land met verschillende culturen waar de godsdienst en staat gescheiden zijn. De Amazigh zaak was het speerpunt in zijn strijd. Matoub was de pilaar van de Berbers Culturele Beweging (Mouvement Culturel Berbère MCB). Zijn muziek en krachtige songteksten die hij zelf schreef, waren zijn wapens. Matoub ging nooit naar een muziekschool en heeft ook geen muziekles gehad. Hij ontwikkelde zijn talent door het luisteren naar andere muzikanten en door zelf te oefenen. Zijn eerste album getiteld A Yizem anda tellid ? (Oh leeuw, waar ben je?), verscheen in 1978 in Frankrijk waarnaar hij in dat jaar emigreerde.
Zijn repertoire bestaat uit 36 albums met verschillende onderwerpen: de Amazigh zaak, democratische vrijheden, extremisme, liefde, ballingschap, historie, vrede, mensenrechten, eindigheid en de problemen in het leven. Hij was een kind van zijn tijd. Behalve in zijn eigen land gaf hij ook concerten in Frankrijk waar een grote Amazigh gemeenschap woont.
Door zijn scherpe tong en openlijke kritiek op het Algerijnse regime werd Matoub door de Algerijnse media genegeerd, maar desondanks werd hij bekend en populair bij het volk. Daardoor werd hij een ongewenst persoon van het Algerijnse regime.
Bij een demonstratie in 1988 in Kabylië werd hij door een gendarme met een aanvalsgeweer (Kalasjnikov) neergeschoten en kreeg 5 kogels in zijn lichaam. Matoub raakte zwaar gewond en moest 2 jaar lang revalideren. Hij werd door zijn dijbeen geschoten en daarom werd zijn been 5 cm korter gemaakt. Dit werd zijn handicap voor het leven. Hij vertelt over zijn lange herstelperiode in het album L’Ironie du sort (De ironie van het lot) dat in 1989 uitkwam.
Algerije werd de laatste decennia van de vorige eeuw geteisterd door gewapende en bloedige strijd tussen de regering en militante (islamistische) groeperingen. Veel Algerijnen zijn uit hun land gevlucht voor het geweld. Kunstenaars werden doelwit van moordaanslagen. In 1993 werd de Algerijnse dichter en journalist Tahar Djaout vermoord en in 1994 werd de Rai-zanger Cheb Hasni vermoord. In 1995 verklaarde Lounès Matoub aan de Franse pers in Parijs dat hij terug zal gaan naar zijn geboorteland en licht zijn besluit toe: ,,Ik sterf liever voor mijn idealen dan dat ik dood ga door de uitputting of ouderdom in mijn bed!”. Matoub keerde terug naar Algerije ondanks dat hij bewust was van het feit dat hij op ieder moment slachtoffer van een moordaanslag kon zijn.
Op 25 september 1994 werd hij ontvoerd door een gewapende groep. Toen de ontvoering van Lounès Matoub bekend werd in Kabylië vond er een grootschalige demonstratie plaats om zijn vrijlating te eisen. Hij werd na 15 dagen gevangenschap vrijgelaten. Zijn bevrijding, op 10 oktober 1994, heeft een explosie van vreugde in heel Kabylië veroorzaakt.
In hetzelfde jaar kreeg hij van de Franse mensenrechtenorganisatie Fondation Danielle-Mitterrand — France Libertés de prijs Prix de la Mémoire toegereikt.
Ook publiceerde hij in 1994 zijn autobiografisch boek Le Rebelle.
Een jaar later liep Lounès Matoub in Italië mee in een mars tegen de doodstraf. In dat jaar kreeg hij de prijs voor de vrijheid van meningsuiting van de Canadese journalisten organisatie SCJI.
In het jaar 1997 ontmoet hij Nadia, de vrouw met wie hij later zal trouwen. Het echtpaar Matoub kreeg geen kinderen.
Op 25 juni 1998 ging Matoub met zijn vrouw Nadia en twee schoonzussen uit eten in een restaurant in Tizi-Ouazou in Kabylië. Op de terugweg naar huis werd zijn auto bij een scherpe bocht 150 meter van het dorp Thala Bounane in een hinderlaag gelokt. Gewapende mannen aan beide kanten van de weg openden het vuur op zijn auto. Lounès Matoub werd door twee kogels dodelijk geraakt, zijn vrouw raakte gewond maar overleefde de aanslag.
Lounès Matoub is 42 jaar oud geworden. Het staat niet vast wie achter deze moord zit, aangenomen wordt dat dit het werk is van de islamistische gewapende groep GIA (Groupe Islamique Armé). Er wordt ook gesuggereerd dat dit het werk is van de Algerijnse geheim-diensten. Beide partijen hadden belang bij zijn dood.
De auto waarin Lounès Matoub is doodgeschoten staat in zijn huis dat tot een museum is omgebouwd. Zijn muziek wordt nog steeds in de buurlanden van Algerije, Marokko en Libië beluisterd. Ook in Nederland is Lounès Matoub populair bij de Amazigh-activisten. Hij staat symbool voor het verzet, de vrijheid en de onafhankelijkheid.
Is de huidige Marokkaanse vlag de staatsvlag van het land of de vlag van de regerende dynastie, de Alawieten? Hoe is deze vlag tot stand gekomen en wie heeft hem ontworpen?
Door de tijd heen heersen verschillende dynastieën over Marokko, soms tegelijkertijd. Iedere dynastie had de macht over zijn eigen gebied en waren verwikkeld in oorlogen onderling. De Idrisiden-, Almohaden- en Saadi-dynastie zijn voorbeelden van dynastieën die over Marokko heersten en allemaal een eigen vlag hadden.
De vlag van de Alawieten-dynastie was vanaf 1666 tot en met 1915 in zijn geheel rood. De Sultan Youssef Alaoui bracht een decreet uit op 17 november 1915 om die vlag aan te passen. Hoewel dit decreet aangeeft dat de beslissing om de vlag te veranderen wordt beschouwd als een beslissing van de Sultan, is het de resident-generaal van Frankrijk in Marokko — onder het Franse protectoraat (1912–1956) — generaal Hubert Lyautey, die had gevraagd om de vlag met een wettekst te veranderen.
Lyautey hield vergaderingen met Kaddour Benghabrit (ofwel Abdelkader Ben Ghabrit), deze laatste wordt beschouwd als de eerste die tijd aan de decreten van de Sultan wijdde en degene die nieuw leven heeft geblazen in verschillende tradities van het protocol en de Makhzen-kanselarij.
Tweede van rechts (op de stoel) generaal Hubert Lyautey, achter hem (staand) Kaddour Benghabrit
Kaddour Benghabrit is in 1868 te Sidi Bel Abbès in Algerije geboren en stierf in 1954 in Parijs. Hij was een Algerijnse ambtenaar aan de Quai d’Orsay. Hij bekleedde verschillende functies in het kabinet van Sultan Abdelafid Alaoui (1876–1937). De Sultan Youssef Alaoui (1881–1927) benoemde hem tot president van het protocol van het koninklijk paleis. Benghabrit werkte voor in totaal drie koningen, van 1907 tot het midden van de jaren 50. Hij bleef trouw aan de instructies van de Franse “beschermer”, namelijk het handhaven van de tradities van de Makhzen en het weven van een meer rigoureus en modern bestuur, meer georganiseerd met een modernistisch karakter dat voorouderlijke tradities bewaart
Benghabrit speelde een belangrijke rol bij de vaststelling van de Marokkaanse vlag
Oorspronkelijk volledig rood werd in 1915 aan dit historische embleem van de Alaoui-dynastie -sinds de 17e eeuw aan de macht- een groen pentagram toegevoegd, om het te onderscheiden van de kleuren die gebruikt worden door de Franse marine. Er wordt gezegd dat het Benghabrit was die de kleurkeuze maakte, hij werd geïnspireerd door het woord Marokko en zijn oorsprong Marrakech. Hij had dus gekozen voor de rode kleur. Van de ster wordt er ook gezegd dat hij de groene kleur heeft gekozen die verwijst naar de groene palmbomen van Marrakech. En de vijf punten van de ster die volgens sommigen de vijf pijlers van de islam vertegenwoordigen.
Een Franse militair maakte de muziek van het Marokkaanse volkslied
De muziek van het Marokkaanse volkslied was het idee van de Franse generaal Lyautey en hij riep kapitein Léo Morgan, het hoofd van het militair muziekensemble van de erewacht tijdens de Franse protectoraat in Marokko, naar zijn kantoor en vroeg hem om na te denken over een volkslied dat gebruikt zal worden bij nationale evenementen en tijdens het ontvangen van politieke en militaire personen. De volgende dag kwam Léo met zijn band optreden en ze begonnen een muziekstuk te spelen dat een nationale melodie zal worden.
De muziek van het Marokkaanse volkslied werd uitgebracht tijdens het bewind van Youssef Alaoui. Het was een melodie zonder tekst. Het werd slechts een eerbetoon aan de koninklijke sultan, een melodie zonder woorden die bekend was als de Sharif hymne. De componist van de hymne, Léo Morgan, werd uitgenodigd voor een gesprek met de Sultan
Morgan werd ontvangen door koning Mohammed V na het einde van zijn functie als hoofd van de erewacht en tijdens deze ontmoeting prees de koning Morgan die naar Frankrijk terugkeerde en Marokko bleef bezoeken als toerist tot aan zijn dood in 1984 in Frankrijk.
Het muziekstukje van Morgan bleef men gebruiken zonder tekst, het werd door het paleis aangenomen als een volkslied dat afgespeeld wordt op nationale evenementen en koninklijke bezoeken.
Er werden veel pogingen gedaan om het muziekstuk van Morgan te vervangen door een Marokkaans, maar Hassan II weigerde voortdurend. Hij stuurde Morgan felicitaties voordat hij besloot in 1969 om een tekst aan het muziekstukje toe te voegen.
In 1969 kondigde het Marokkaanse ministerie van cultuur een wedstrijd voor dichters aan voor de tekst van het volkslied. Koning Hassan II besloot om persoonlijk toezicht te houden op de resultaten van de wedstrijd en hij heeft gekozen als tekst voor het volkslied voor een Arabisch gedicht geschreven door Ali Squalli Houssaini (1932–2018). De directe aanleiding voor het toevoegen van de tekst aan het volkslied is de kwalificatie van Marokko voor het wereldkampioenschap voetbal in Mexico in 1970.
De tekst en de muziekpartituur zijn in 2005 officieel vastgesteld tijdens het bewind van koning Mohammed VI met een wetsartikel.
De internationale ngo Amnesty International heeft woensdag de Spaanse minister van Buitenlandse Zaken Arancha Gonzalez, die vrijdag naar Marokko reist, gevraagd om met Rabat de mensenrechtensituatie in de Westelijke Sahara en de Rif te bespreken.
In een notitie riep Amnesty International Marokko op “een einde te maken aan de intimidatie van mensenrechtenverdedigers, verdedigers en journalisten”. Ze vroeg het Koninkrijk ook om “vervolging te stoppen om voor de hand liggende politieke redenen.”
Het persbericht herinnert eraan dat in 2019 ten minste vijf mensen zijn veroordeeld tot gevangenisstraf voor beledigende ambtenaren en 43 mensen zijn veroordeeld tot maximaal 20 jaar gevangenisstraf voor deelname aan protesten in de Rif in 2017.
Het hoofd van Amnesty International in Spanje, Olatz Cacho, zei in dezelfde opmerking dat Marokko “de mensenrechten schendt, met name wat betreft de vrijheid van meningsuiting, de rechten van vrouwen en de LGBT-gemeenschap, migranten en vluchtelingen”. De NGO vroeg beide partijen om prikkeldraadhekken aan de grens van Ceuta en Melilla te verwijderen.
Volgens Franse nieuwsberichten zal de aankoop tijdens het aankomend bezoek van Emmanuel Macron op 12 en 13 februari worden aangekondigd.
Na fikse investeringen in de luchtmacht richt het Marokkaanse leger zich nu op een betere infanterie-uitrusting. Volgens Franse media hebben wapenhandelaren onlangs nieuwe verkoopcontracten in Marokko afgesloten.
Volgens de Franse zakenkrant La Tribune heeft Nexter onlangs een contract getekend ten waarde van € 200 miljoen voor de verkoop van Caesar-vrachtwagenartillerie-systemen (€170 miljoen) en munitie (€30 miljoen). Daarnaast is in 2019 voor €200 aan raketten verkocht door de Fransen.
Begin 2019 had koning Mohammed VI opgeroepen om het stadium van militaire industrialisatie, wetenschappelijk onderzoek en de zelfontwikkeling van de defensie-industrie te prioriteren.