door Redactie | jan 23, 2020 |
Het besluit van Guinee en Gabon om consulaten in Dakhla en Laayoune in het zuiden van Marokko te openen, valt zeer slecht bij Algerije. Het buurland beschuldigt Marokko ervan “de bezetting van de Sahara te willen legitimeren”.
“Algerije heeft kennis genomen van de unilaterale besluiten van de regeringen van de Republiek Guinee en Gabon om consulaten te openen in Dakhla en Laayoune, twee bezette steden in de Westelijke Sahara.”, leest men in een persbericht van het Algerijnse ministerie van Buitenlandse Zaken.
Voor Algiers vormen “deze besluiten een flagrante schending en kunnen in geen enkel geval de kolonisatie van deze gronden legitimeren, noch het recht van het Sahrawi volk op zelfbeschikking in twijfel brengen”.
De afdeling vervolgt dat de opening van de twee consulaten “het lopend proces van dekolonisatie kunnen hinderen”. Algerije hekelt tevens het feit dat beide landen hun besluit hebben genomen zonder daar de landen van de Afrikaanse Unie van op de hoogte te brengen.
door Redactie | jan 23, 2020 |
Woensdag keurde het Marokkaanse parlement twee wetsvoorstellen goed waarmee het land zijn territoriale wateren uitbreidt. De maritieme zeegrenzen worden hiermee verlegd waarbinnen dan ook wateren van de Canarische Eilanden en de Westelijke Sahara vallen.
‘Niemand komt aan de Canarische wateren’, zo reageerde deze week de president van de Canarische Eilanden, Ángel Víctor Torres, op de pretenties van Marokko om met de nieuwe afbakening van de grenzen op zee water voor de kust van de Spaanse eilanden te annexeren.
‘In strijd met internationaal recht’
Torres wees op het feit dat de twee aangenomen wetten in strijd zijn met het internationaal recht en direct Spanje raken omdat de nieuwe zeegrenzen een deel van de Atlantische Oceaan overlappen dat ook door Spanje wordt opgeëist. Het conflict gaat over de bronnen onder dat water.
EEZ en continentaal plat
‘Geen van beide landen heeft op officiële wijze zijn maritieme grenzen beperkt’, zo legt Nicolás Navarro, professor Internationaal Recht aan de universiteit van Las Palmas uit in de krant 20Minutos. Er is namelijk een gebied van circa 22 kilometer waarvan de soevereiniteit aan beide landen toebehoort. Het probleem ligt echter niet hier maar in de exclusieve economische zone (EEZ) of ook het continentaal plat, het gedeelte van een continent dat onder water staat.
Elk land kan een EEZ vestigen. Dat is een gebied dat zich tot 200 zeemijl (370,4 km) buiten de kust van een staat uitstrekt. Binnen deze zone heeft deze staat een aantal rechten, zoals het recht op exploitatie van de aanwezige grondstoffen, het recht op visserij en recht op wetenschappelijk onderzoek. Elk land kan bovendien zijn continentaal plat – de bodem en zeebodem – uitbreiden tot 350 mijl als daar ruimte voor is.
Volgens Navarro is het probleem dat er niet zo veel continentaal plat voor elk land is, dus hebben de internationale autoriteiten het laatste woord, na onderhandelingen tussen de betreffende landen.
Geen definitieve mediaan
Spanje en Marokko hebben tussen de Canarische eilanden en Marokko een mediaan vastgesteld die beide gebieden op zee voorlopig beperkt, maar deze is niet definitief vastgesteld. Navarro legt uit dat er een ‘voorlopige regel uit 2003 is waarbij een mediaan is vastgesteld van de Westelijke Sahara tot het noorden, maar deze heeft geen definitief karakter en loopt niet vooruit op wat er in de toekomst gebeurt’.
‘Principe van billijkheid’
Nu blijkt Marokko het niet eens te zijn met de definitie van de huidige mediaan. Minister Nasser Bourita van Buitenlandse zaken, Afrikaanse samenwerking en Marokkanen in het buitenland stelt dat ‘als een 750 kilometer kust heeft en de ander 10 kilometer, dan kan die mediaan niet worden toegepast. Hier ontstaat het principe van billijkheid.’ Eerder gaf de Marokkaanse minister aan dat de wijzigingen gerechtvaardigd worden door politieke, juridische, economische en technische factoren. ‘Het is in de eerste plaats een strategische en soevereine keuze, gebaseerd op de legitieme rechten van Marokko en op basis van relevante rechtsgrondslagen.’, aldus Nasser Bourita.
Unilateraal besluit
In 2014 vroeg Spanje al aan de VN om in het zuiden en westen zijn continentaal plat tot 350 mijl uit te breiden. Het land ontving geen antwoord, mogelijk vanwege de complexiteit van het vraagstuk dat behandeld moet worden door een speciale commissie van de Verenigde Naties. Nu heeft Marokko unilateraal besloten tot een uitbreiding en dit doet in Spanje en met name op de Canarische eilanden de alarmbellen rinkelen.
Spanje zal zich verzetten
Nadat Marokko de twee wetten in december al goedkeurde, nam de Spaanse waarnemend minister van Defensie, Margarita Robles contact op met de Marokkaanse regering om te waarschuwen dat Spanje zich zal verzetten tegen de wijziging van de zeegrenzen waarover tussen beide landen geen overeenstemming is.
‘Spanje moet deze door Marokko goedgekeurde afbakening krachtig afwijzen’, zegt Navarro in 20Minutos. ‘Niet alleen vanwege de Canarische wateren maar ook vanwege de inmenging in de Westelijke Sahara, waarmee de Marokkaanse regering haar bezetting daar wil verstevigen terwijl dit gebied valt onder internationale bevoegdheden, zodat het de Verenigde Naties zijn die over het vraagstuk hier moeten oordelen.
Op dit moment heeft het initiatief van Marokko geen internationale steun zolang er geen akkoord is met de landen die het ook betreft. Mocht er in de nabije toekomst geen overeenstemming komen tussen Spanje en Marokko, dan kan Spanje zich wenden tot het Internationaal Gerechtshof in Den Haag.
door Redactie | jan 20, 2020 |
Eurojet heeft de opening aangekondigd van twee nieuwe zeeverbindingen vanuit Malaga in het zuiden van Spanje naar Al Hoceima en Nador in de Rif.
De rederij legt in een verklaring uit dat het besluit om twee nieuwe routes te openen, een gevolg is van de aanhoudende toename van de vraag in de haven van Malaga sinds 2016.
In 2019 boekte Eurojet een record met ruim 400.000 passagiers en 70.000 voertuigen van en naar de Rif.
Volgens het bedrijf vertegenwoordigen deze cijfers een stijging van 12 procent vergeleken met 2018 en van 49 procent vergeleken met 2016, toen de groep toestemming kreeg van de autoriteiten om vanuit Malaga naar Nador en Al Hoceima te varen.
De nieuwe zeeroutes zullen in de loop van 2020 worden geopend.
door Redactie | jan 19, 2020 |
De opstand van Nador, Rif in 1984. Vandaag precies 36 jaar geleden. Het is een cliché, maar daarom nog niet minder waar: de actualiteit van een volk of een samenleving valt alleen te begrijpen en te doorgronden als je de geschiedenis ervan kent of wilt kennen!
Elk jaar rond deze tijd is Nador en de rest van Rif in rouw. Op school leert men niets over deze opstand en haar misdaden, maar via familie hoort men de vele verschrikkelijke verhalen.
Een dag waar Riffijnen op klaarlichte dag verdwenen en vele uit eigenbelang de andere kant op keken! Een verdrietige dag. Een dag zoals elk jaar vol emotie. Is een van de vele zware bladzijdes uit de Riffijnse geschiednis. De herinneringen aan deze gebeurtenissen zijn voor vele Riffijnen nog uiterst levendig, maar voor de huidige generatie nagenoeg vrij onbekend. Het zijn deze en vele ander gebeurtenissen die het politiek leven en geheugen van de vrije- Riffijn vorm geven.
Op deze donderdag liepen studentenprotesten uit de hand. Daarvoor heerste er al dagen lang in Marokko een gespannen sfeer, nadat de toenmalige minister van Educatie had afgekondigd dat: studenten voortaan 50 dirham moesten betalen om deel te kunnen nemen aan de examens voor het baccalaureat, de middelbare school en ook nog eens 100 dirham om zich in te kunnen schrijven aan de universiteit. In het hele land organiseerden studenten en scholieren vreedzame protesten tegen dit besluit.
Op 19 januari 1984 ontving de politie in Nador orders enkele scholen te ontruimen en de bezettende scholieren de straat op te jagen. Dat wakkerde de protesten alleen maar aan, want op straat voegende het volk, werklozen en arbeiders zich bij de scholieren. Het liep uit op een waar volksoproer.
‘Het protest was heel breed,’ vertelde journalist C. El Khayari uit Nador later.‘ Niet alleen waren deze maatregelen voor de scholieren en studenten afgekondigd, ook de prijzen van eerste levensmiddelen waren verhoogd. En bovendien had de regering een paar maanden eerder een soort tol afgekondigd voor de inwoners van Nador, die naar Spaanse enclave Melilla wilden. Voorheen kosteloos en vrij. Maar plots moest men als voetganger 100 dirham betalen. Een autobezitter moest 500 dirham betalen. Wetende dat een groot deel van Nador en Rif leefde van de smokkel tussen deze twee steden, was de beslissing tot deze heffingen een wars sociale tijdbom’ aldus el Khayari.
Demonstranten kwamen uit alle hoeken en gaten van Nador. Steeds meer volk sloten zich aan en men trok naar de Avenue des Forces Armees Royales, de belangrijkste doorgaande weg van Nador. De autoriteiten waren in eerste instantie volledig verrast door het spontane volksoproer, maar de reactie liet niet lang op zich wachten: er werd met scherp geschoten op de menigte. Zelfs vanuit een helikopter werd werd er met een mitrailleur in het wilde weg op de demonstranten geschoten. In El Telegramma de Melilla van 24 januari van dat jaar, bestaat er een foto van deze helikopter.
Onder de demonstranten vielen er zodoende tientallen doden. De overheid houd het zoals men niet anders gewend is op zestien doden en zevenendertig gewonden. Onder wie vijf leden van de repressie roepen. Maar vele getuigen spreken van veel meer doden en gewonden. ‘ Deze cijfers zijn belachelijk’ zeggen zij. De doden zouden in allerijl in massagraven verborgen zijn, onder meer bij de kazerne van Taouima.
Aan het einde van deze zwarte dag maakte de premier bekend dat er zeven auto’s in brand waren gestoken, evenals een politiewagen en elf winkels, en dat twintig auto’s en zes scholen schade hadden opgelopen. In de dagen die volgden, werden honderden mensen gearresteerd. Volgens niet-overheid instanties gaat het echter om ongeveer 500 arrestanten, van wie er vele niets van doen hadden met de demonstraties en vernielingen. De arrestanten werden in overvolle cellen gestopt en tot zware straffen veroordeeld.
Getuige: Lachen Ouchlikh ontkwam bij toeval aan de dood. Zijn getuigenis: ‘Ik was 20 jaar, op 19 januari 1984, de dag waarop ik op het verkeerde moment op de verkeerde plaats was. Die ochtend nam ik een taxi van Taouima naar huis. Vanwege wegversperring slaagde de taxi er niet in Nador te bereiken, en ik ging te voet verder. Ik bereikte de Avenue des F.A.R., waar de demonstranten huishield. Ik verschool me lange tijd, maar besloot op zeker moment de Avenue over te steken om mijn weg naar huis te vervolgen. Terwijl ik de overstak, werd ik getroffen door maar liefst vijf kogels. Ik verloor het bewustzijn. Tot mijn grote afgrijzen werd ik weer wakker in het mortuaria van het ziekenhuis Sidi Hassani. Ik was als dode geborgen! Plotseling opende een functionaris de ruimte waarin ik opgebaard lag, en die schrok ook enorm: ik bewoog mijn hand en raakte de zijne aan. Hij alarmeerde een collega, om te zeggen dat iemand die al opgebaard lag, nog leefde! Die collega echter sommeerde zijn ondergeschikte mij te laten waar ik lag en er het zwijgen toe te doen. Er stond enorme ruzie, die eindigde in het compromis dat mijn lichaam op een tafel werd gelegd, om het daar te laten in afwachting van de dood. Maar de volgende ochtend leefde ik nog. Ik herinner me dat er mannen het mortuarium binnen kwamen, die de lijken meenamen. Ook ik werd meegenomen, met een doek voor mijn ogen. Ik bleef bij bewustzijn en realiseerde me dat ik bij de kazerne bevond. Ondanks mijn blinddoek, zag ik dat ik mij in een massagraf bevond waar tientallen mensen opgestapeld lagen- het waren er tussen de zeventig en de tachtig en ze waren niet allemaal dood! De gewonden kermenden luid, maar tevergeefs. Hoge laarzen trapten trapten tegen de lichamen die nog bewogen en schopten ze veder het massagraf in. Ik slaagde erin mij tussen de lichamen uit te werken, en totaal in shock wierp ik mij aan de gelaarsde voeten, die ik zelfs kuste. Ik smeekte voor mij leven. Na een moment, dat eeuwigheid leek, schopte de aanbeden man mij weg, terwijl hij schreeuwde: ‘Haal deze hond hier weg!’. Ik werd terug gebracht naar het ziekenhuis. Deze keer werd ik in een ziekenzaal gebracht waar mijn wonden verzorgt werden. De rechtbank van eerste aanleg in Nador veroordeelde mij daarna tot 5 jaar gevangenis.
Getuige: Belghiane Benaissa Belghiane was een van hen. Hij werd op 20 januari 1984 gearresteerd, ook al had hij die dag daarvoor zijn werkplek niet verlaten. Hij werd twee weken lang gemarteld op het politiebureaus, vervolgens wed hij tot 10 jaar gevangenisstraf veroordeeld. Zijn zwager, op bezoek in Nador had minder geluk. Die werd dodelijk getroffen door een kogel, afgeschoten door de militairen.
Getuige: el Ouard Mohamed el Ouard, was net als Benaissa ook gewoon op z’n werk die dag. Maar ook hij werd gearresteerd. Vonnis 10 jaar celstraf. Een van de arrestanten die tegelijk met hem voor de rechter verscheen probeerde de rechter er nog van te overtuigen dat hij op 19 januari in Melilla was, en daar een inbraak pleegde in een winkel. De rechter bleek niet geïnteresseerd: het vonnis bleef 10 jaar’ reglementair’.
Het oproer van Nador sloeg over naar Al-Hoceima en omgeving. Waar de rellen ook bloederig werden onderdrukt. Ook in andere steden van het land vonden demonstraties en protesten plaats, tegen de verhoging van de eerste levensmiddelen zoals suiker, olie en brood. Het intrekken van een deel van deze subsidie, mede door
opgelegde besparingen van het IMF, leidde tot deze broodopstand.
Decennia later worden er nog onbekende (massa)graven gevonden. Weten honderden families nog steeds niet waar hun geliefden zijn gebleven. Bijna vier decennia later hebben vele nog steeds niet de mogelijkheid gehad hun kinderen een fatsoenlijke begrafenis te geven.
Het is belangrijk om slachtoffers eer te bewijzen en te herdenken, omdat in hun sterven hun recht is geschonden. Hun vrijheid is ontnomen, en de families vandaag de dag nog steeds getraumatiseerd zijn! We herdenken deze Riffijnen, omdat zij vermoord zijn en vele onterecht jaren (20 tot 15 jaar) vast gezeten hebben. Dit leed moet men niet vergeten. Een blijvend bericht aan de volgende generaties over deze verschrikkingen van het Marokkaanse regiem op de Riffijnen. De Riffijn is in de verbeelding van de Marokkanen iemand die zich niet laat ontdoen en opkomt voor zijn vrijheid en rechten.
Kamal Amjoud
door Redactie | jan 19, 2020 |
Een jongeman die in bewaring was gesteld is in een politiebureau in Nador overleden na onwel te zijn geworden.
De 27-jarige arrestant, een recidivist die in het verleden al werd veroordeeld voor meerdere geweldsdelicten, was op bevel van het parket in bewaring gesteld.
Volgens een verklaring van de nationale veiligheidsdienst DGSN klaagde de jongeman rond 9:30 uur van pijn in de borst. Hij werd naar het provinciaal ziekenhuis van Nador afgevoerd waar hij enkele uren later overleed.
Een onderzoek werd gestart. Het parket heeft een autopsie bevolen op het lichaam om de doodsoorzaak te bepalen.