Haagse moslimvrouwen bang dat kinderen naar Syrië gaan

DEN HAAG – Moslimvrouwen in de Haagse Schilderswijk zijn erg bang dat hun kinderen geronseld worden voor de strijd in Syrië. Dat bleek woensdagochtend tijdens een bijeenkomst in buurthuis de Mussen. Op dit moment zijn vier kinderen uit de wijk in Syrië. Afgelopen zomer is een vijfde omgekomen. De vrouwen hopen door met elkaar te praten erachter te komen waarom sommige kinderen vatbaar zijn om overgehaald te worden naar Syrië af te reizen.

‘Hij pakte ’s morgens zijn rugzak om naar school te gaan en kwam niet meer terug,’ zei een moeder volgens Omroep West. ‘Er waren geen aanwijzingen, het was een jongen die gewoon naar school ging en betrokken was bij zijn familie.’

Een andere moeder liet weten dat de hele familie dag en nacht bang is: ‘Het liefst zou ik mijn andere zoon van 21 aan de hand naar zijn werk brengen.’ Een derde moeder, wiens zoon deze zomer in Syrië omkwam, zei dat ze het paspoort van haar andere zoon verstopt heeft om te voorkomen dat ook hij afreist.

Vertrouwde sfeer
Farid Aouled-lahcen van de Stichting moeder en dochter laat aan AD.nl weten dat de bijeenkomst vanmorgen een groot succes was. ‘Het gaat om een moeilijk te bereiken doelgroep. We hebben de moeders een platform binnen een vertrouwde sfeer geboden zodat zij hun kant van het verhaal kunnen doen. Het is belangrijk dat er een tegengeluid naar buiten wordt gebracht van binnenuit.’

‘Doe wat in Nederland’

Verschillende oplossingen worden aangedragen zoals: houd je kinderen in de gaten als ze op internet zitten, organiseer bijeenkomsten voor kinderen waar ze vrij kunnen praten, houd nauw contact met je kinderen en vertel ze dat zij het verschil niet kunnen maken in Syrië. ‘Als je wat voor Syrië wilt doen, doe dat dan hier in Nederland,’ bepleit een bezoekster.

Opvallend is het verhaal van een jong meisje dat contact heeft met jongeren in Syrië. ‘Ze hebben het daar beter dan dat ze het hier hadden. Ze zijn gelukkig daar.’ Zij wijst erop dat lang niet alle jongeren gedwongen naar Syrië gegaan zijn.

“De Koran is gewoon menselijke taal en geen taalkundig mirakel”

De Marokkaanse theoloog en onderzoeker Mustapha Bouhandi liet in een interview met een Marokkaanse krant afgelopen woensdag weten dat “de Korantaal een gewoon menselijke taal is.” Hij voegde eraan toe dat de zogenaamde “taalkundige mirakel in de Koran een product is van fanatisme voor de Arabische taal.

Heilige interpretaties
Deze woorden hebben een spoor van verontwaardiging en woede teweeg gebracht bij de Islamisten in de Marokko en de islamitische wereld. Mustapha Bouhandi, theoloog aan de universiteit van Casablanca, zorgde eerder in zijn boek ‘Wij en de Koran’ voor opschudding. Hij liet zich heel kritisch uit over Islamitische geleerden. Zij lieten volgens hem de Koran zodanig uitleggen dat deze geleerden alleen konden begrijpen wat ermee bedoeld wordt. “Deze interpretaties in al hun regels, concepten, bronnen, verspreiding en verering zijn op zich heilige teksten geworden van het niveau ‘koranische verzen’. Niemand is in staat deze te begrijpen dan de opsteller ervan.”

Abu Hureira
In een ander boek van de Mustapha Bouhandi genaamd ‘Meer van Abu Huraira’, liet hij geen spaan heel van de bekendste overleveraar in de islamitische geschiedenis. Bouhandi zegt in dit boek dat de overleveraar Abu Huraira geen metgezel was van de profeet. Abu Huraira is pas na de dood van de profeet moslim geworden. De theoloog Bouhandi vraag zich af hoe iemand die de profeet Mohamed nauwelijks heeft gekend de meeste overleveringen over hem op zijn naam heeft staan. Deze overleveringen zijn deels de basis voor de Sharia (Islamitische wetgeving).

Methodiek
Over sommige geleerden heeft hij duidelijke kritiek geuit. Hij verwijt hen gemakzucht en klakkeloze overname van gewoontes en tradities uit andere culturen waarop ze het predicaat islamitisch plakten. “Ondanks machtige pogingen van Islamitische geleerden, zijn veel van verklaringen en interpretaties overgenomen tradities van Joden, Christenen en andere culturen.” Voorts is hij heel kritisch over de vorm van rechtsgeleerdheid zelf. “De verklaringswetenschap, zoals deze bekend staat in de islamitische wereld, vindt hij een discipline dat tekortschiet in zijn concepten, mechanismen, methodieken en fundamenten”.

Schone Namen
In het interview durfde de theoloog ook te schoppen tegen heilige huisjes van de Islamitische cultuur. De vanzelfsprekendheid van de heiligheid van de Schone Namen van Allah, noemt hij “betekenisloos zonder de mens zelf”. De theoloog Bouhandi roept op om korte metten te maken met overtuigingen en heiligdommen die het product zijn van spiritualiteit en menselijk ijver.

Politie trok portemonnee voor uitvaart doodgeschoten Rishi

De politie Haaglanden heeft betaald voor de uitvaart van de 17-jarige Rishi Chandrikasing die een jaar geleden door een agent in burger werd doodgeschoten op station Hollands Spoor. Een woordvoerder bevestigt een bericht hierover in het AD.

Het is een uitzonderlijk gebaar, stelt politiewetenschapper Jaap Timmer in de krant. “Het is een gebaar naar de familie voor wie het overlijden zeer tragisch is geweest”, aldus de woordvoerder. “Het maakt voor de perceptie toch uit dat in deze situatie geen sprake was van noodweer.”

Uit beelden van een beveiligingscamera is gebleken dat de agent ‘met versnelde pas’ liep toen hij op 24 november 2012 een kogel afvuurde. Volgens justitie was dat onverantwoord en had de agent moeten stilstaan. De betaling van de uitvaartkosten staat volgens de politie los van de uitkomst van de rechtszaak tegen de agent. Die vindt over enkele weken plaats.

Verklaring van de Marokkaanse Vrouwen Vereniging Nederland

De Marokkaanse Vrouwen Vereniging Nederland (MVVN) ziet zich in haar ondersteuningswerk voor Marokkaanse vrouwen met en zonder verblijfsrecht geconfronteerd met het probleem van in Nederland wonende vrouwen en meisjes die door hun echtgenoot en vader worden achtergelaten in Marokko. De MVVN beschouwt dit dumpen van vrouwen en meisjes als gedrag dat voorkomt uit de structuur van patriarchale overheersing. Met klem wijst de MVVN af om het probleem te koppelen aan de islam en de kwetsbare positie van vrouwen instrumenteel te misbruiken door er het zoveelste oeverloze debat over “de islamitische cultuur” van te maken. Wij pleiten er daarentegen voor om op te komen voor de belangen van de betrokken vrouwen en hen te ondersteunen in hun streven om weer naar Nederland te komen en hier een zelfstandig en onafhankelijk bestaan op te bouwen.

Wij roepen zoveel mogelijk organisaties en personen op om zich te scharen achter de volgende uitgangspunten:

1. De regelgeving van de Marokkaanse staat is in de kern patriarchaal en bevordert de superieure positie van mannen ten opzichte van de inferieure positie van vrouwen. Dat wijzen wij af.

2. Het systeem van patriarchale overheersing is geen uitvinding van de islam, maar komt in alle delen van de wereld voor, ook in Nederland. Het is daarom zinloos, foutief en contraproductief om in het kader van de problematiek van achtergelaten vrouwen en meisjes te verwijzen naar “de Marokkaanse cultuur” of varianten daarop.

3. Seksueel en ander lichamelijk en geestelijk geweld moet altijd en overal worden bestreden, of dat nu in Marokko of in Nederland plaatsvindt.

4. De Nederlandse staat collaboreert met de Marokkaanse staat door geen stelling te nemen tegen de patriarchale druk en dwang waaraan de achtergelaten vrouwen in Marokko blootstaan. De Nederlandse staat verleent niet alleen geen steun aan achtergelaten vrouwen bij hun pogingen om naar Nederland terug te keren, maar werkt die terugkeer en het streven van de vrouwen om hier een zelfstandig bestaan op te bouwen zelfs maar al te vaak tegen.

5. In het kader van de problematiek van achtergelaten vrouwen en meisjes moet de prioriteit van steunorganisaties en anderen niet liggen bij het bespreekbaar maken van veronderstelde taboes via publieke debatten en andere projecten, maar bij het concreet ondersteunen van de betrokken vrouwen en meisjes in hun streven om een zelfstandig bestaan op te bouwen. Ook moet de druk op de Nederlandse staat worden vergroot om de regelgeving en de bureaucratie aan te klagen die voor de betrokken vrouwen en meisjes enorme hindernissen opwerpen.

De volgende twee situatieschetsen onderstrepen het belang van de zaak.

Situatieschets 1

Een Marokkaanse “importbruid” wordt binnen drie jaar verblijf in Nederland – dus gedurende de periode van het afhankelijk verblijfsrecht – in Marokko achtergelaten door haar echtgenoot. De echtgenoot pakt haar verblijfsdocument en paspoort af en laat haar achter in het huis van zijn ouders. In Nederland schrijft hij haar uit de gemeentelijke basisadministratie. Hij geeft aan de IND door dat het huwelijk is beëindigd en dat zijn ex-vrouw nu in Marokko verblijft.

De vrouw kan naar de Nederlandse ambassade in Marokko gaan en daar aangeven dat ze is achtergelaten. De ambassade kan op grond van informatie van de IND beslissen om haar een tijdelijk reisdocument te geven. Met dat document keert ze terug naar Nederland en belandt ze uiteindelijk bij de politie die de GGD inschakelt om haar opvangmogelijkheden te onderzoeken. De GGD gaat regelmatig op de stoel van de IND zitten en stelt vragen als “Waarom bent u niet in uw land gebleven?”. De vrouw raakt daardoor in de war en kan niet uitleggen dat Nederland een rechtsstaat is waarin alleen de rechter bevoegdheid heeft over het vervallen of toekennen van verblijfsrecht. Ze beseft onvoldoende dat ze in Nederland recht heeft op rechtsbescherming en rechtshulp om in het kader van wederhoor haar verhaal te doen bij de rechter over de wijze waarop haar verblijfsdocument is afgepakt. Haar verblijfspasje is weg, maar haar recht op verblijf op grond van de Vreemdelingenwet en de Algemene wet bestuursrecht is niet definitief vervallen.

In alle gevallen zijn in Marokko achtergelaten vrouwen het slachtoffer van huiselijk geweld en andere vormen van uitbuiting en mishandeling door hun echtgenoot, en in veel gevallen door hun schoonfamilie. In veel gevallen besluiten de GGD en andere instellingen om de vrouw geen crisisopvang aan te bieden, omdat het geweld niet recentelijk heeft plaatsgevonden. Het feit dat zij gedwongen is achtergelaten, wordt niet beschouwd en erkend als een vorm van (machts)misbruik. Het is voor de MVVN-medewerkers frustrerend om deze praktijken mee te maken. Tijdens kantooruren verblijven deze vrouwen in het gebouw van onze organisatie. Voor de medewerkers ontstaan er duivelse dilemma’s. Moeten we de vrouw na kantoortijd op straat zetten of onderbrengen bij sociaal netwerk dat zwaar is overbelast?

Situatieschets 2

Een Marokkaans-Nederlandse vrouw en haar Marokkaans-Nederlandse kind worden door hun echtgenoot en vader in Marokko achtergelaten. De vrouw kan naar Nederland terugkeren, waarna ze terecht kan komen in omstandigheden die in situatieschets 1 zijn beschreven. Als ze naar Nederland terugkeert, kan ze haar kind niet meenemen omdat het Marokkaanse recht van toepassing is dat bepaalt dat de echtgenoot en vader te allen tijde het juridische gezag (“wilaya”) over het kind heeft. Zowel jonge kinderen als tienermeisjes worden op deze wijze achtergelaten. In veel gevallen wordt de moeder zo gestraft omdat ze haar kinderen niet goed zou opvoeden. De Nederlandse staat laat deze kinderen aan hun lot over, ook al hebben ze de Nederlandse nationaliteit.

Conclusie

De Nederlandse staat is op de hoogte van deze toestanden. De staat laat dit gebeuren, blijft passief en toont zich niet bereid om hierover in het belang van de achtergelaten vrouwen en meisjes bindende afspraken met de Marokkaanse staat te maken. De problematiek heeft in de ogen van beleidsmakers en bestuurders geen prioriteit, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het verdrag over strafzaken dat minister Ernst Hirsch Ballin een paar jaar geleden heeft afgesloten met de Marokkaanse staat.

Dat leidt ertoe dat Marokkaanse en Marokkaans-Nederlandse vrouwen dankzij medeplichtigheid van de Nederlandse staat worden onderworpen aan religieus-patriarchale regelgeving die in strijd is met internationale mensenrechtenverdragen. Het burgerschap en de rechten van de betrokken vrouwen en hun kinderen houden bij de grens van Nederland blijkbaar op te bestaan. Maar diezelfde Nederlandse staat eist van deze vrouwen wel dat ze integreren en zich “de Nederlandse normen en waarden” eigen maken. “Daarom moeten migranten niet alleen kennisnemen van de kernwaarden van de Nederlandse samenleving, maar deze ook verinnerlijken”, meldde minister Lodewijk Asscher onlangs nog.

Over de MVVN

De MVVN heeft als missie om de maatschappelijke positie van Marokkaanse vrouwen te versterken, in Nederland en in Marokko. Door directe opvang, hulpverlening, juridische adviezen en doorverwijzingen in dialoog met achtergestelde en mishandelde vrouwen zijn wij in staat om telkens aan te tonen op welke punten de geldende regels en heersende praktijk ten koste gaan van een gelijkwaardige behandeling van Marokkaanse vrouwen. De concrete ervaringen en de vertaling daarvan naar de media en naar de diverse ambtelijke instellingen zijn integraal onderdeel van ons werk. Veelal zijn deze instellingen zich onvoldoende bewust van de problematiek waar – bijvoorbeeld – in Marokko gedumpte vrouwen of in Nederland uitgebuite en mishandelde vrouwen verstrikt in zijn geraakt. Naast pleitbezorging en belangenbehartiging spant de MVVN zich in om de doelgroep toe te rusten met expressiemiddelen, zodat de vrouwen op hun eigen wijze en op hun eigen kracht vorm kunnen geven aan hun ervaringen en verhalen. Zo werkt de MVVN steeds vanuit de concrete levenservaring van de vrouwen aan het opbouwen van kennis en informatie en aan het signaleren van knelpunten en rechtsongelijkheid. Zo hopen we ruimte te kunnen scheppen voor hun emancipatie en participatie in Nederland en in Marokko. De sturende waarden daarbij zijn steeds het recht op zelfbeschikking en solidariteit.

Doordat veel problemen in Nederland ontstaan als afgeleide van de situatie in Marokko, zoals de patriarchale familiewetgeving en het gebrek aan democratische ruimte, met name voor de Amazigh (Berbers), richt de MVVN zich ook op de situatie in het land van herkomst. De opstand van jongeren en anderen die onder de noemer van “de Arabische lente” de afgelopen tijd ook in Marokko de aandacht trokken, heeft ons werk een bijzonder accent verleend. De MVVN liep voorop bij het agenderen en manifesteren van de eisen die de demonstranten in Marokko richtten tot de koning en zijn paladijnen.

De bevordering van rechtsgelijkheid en emancipatie door middel van zelforganisatie en empowerment vormt de kern van onze methode die zich uitstrekt van individuele steun tot en met politieke vertalingen van de noden en verlangens van onze vrouwen.

Organisaties en personen die zich willen scharen achter de vijf genoemde uitgangspunten en achter de geest van deze verklaring, kunnen dat doorgeven aan de MVVN. Hoe meer organisaties en personen het met de MVVN eens zijn, hoe breder de steun kan worden die achtergelaten vrouwen en meisjes nodig hebben.

mvvn.nl

Mano Bouzamour – Marokkaan in Zuid

Metronieuws: MARLIES DINJENS

Schrijver Mano Bouzamour schreef een roman over zijn jeugd in Amsterdam Zuid, als enige Marokkaan op een lyceum. “Ik leg het nog één keer uit.”

Al op jonge leeftijd liet de broer van Mano Bouzamour (22) hem zien dat er meer was dan het leven in de straten van de Diamantbuurt. Ook op het Hervorm Lyceum ontdekte hij een nieuwe wereld. Over zijn jeugd in Zuid schreef hij ‘De belofte van Pisa’, dat sinds vorige week in de winkel ligt. “Ik krijg altijd dezelfde vragen, daarom leg ik het één keer uit.”

Waarom kwam jij eigenlijk wel op een lyceum in Amsterdam Zuid terecht en veel van jouw Marokkaanse leeftijdsgenoten niet?
Mijn broer, die tien jaar ouder was, speelde daar een grote rol in. Hij nam mij van jongs af aan bij de hand; we gingen naar musea, de bioscoop. Ook verzamelde hij bijvoorbeeld fossielen en daarvoor reden we dan naar een beurs in Zeeland. De andere jongens uit de buurt hingen alleen maar op het pleintje rond. Ze kwamen die wereld nooit uit. Op een dag nam ik een vriendje mee naar de bioscoop. ‘Wat een groot televisiescherm’, zei hij. Een van mijn broers vele vriendinnetjes zat op het Hervormd Lyceum Zuid. Daar ben ik toen gaan kijken en werd op slag verliefd op die school.

Dus het feit dat jij wel een voorbeeld had, maakte een belangrijk verschil?
Deels. Het hangt ook met toevalligheden en andere factoren zoals wilskracht en nieuwsgierigheid samen. Als ik mijn broer niet had gehad, zou ik misschien nog steeds rondhangen op een straathoek. Mijn broer behoedde mij voor de wereld waarin hij zelf zat. Hij wilde niet dat ik naar het buurthuis ging. Dat deed ik pas toen hij een paar jaar in de gevangenis zat. Ik groeide op met mijn broer en zijn oudere vrienden. Ik leerde van hun verhalen. Als ik een bijbaantje zocht, ging ik langs bij de manager en vroeg of ze werk hadden. Negen van de tien keer lukte mij dat dan. Zelf ben ik dus nooit afgewezen op mijn achternaam. Ik kan mij voorstellen dat dat enorm frustrerend is.

Door dit boek ben je een spreekbuis geworden, expert op het gebied van het ‘Marokkanenprobleem’.
Daarom heb ik dit boek ook geschreven. Bij alle vrienden en vriendinnen in Zuid waar ik over de vloer kwam, was het een kwestie van afwachten tot het op tafel kwam. Daar werd ik op een gegeven moment een beetje moe van.

Waar ligt volgens jou het probleem?
De opvoeding en de communicatie tussen ouders en kinderen. Mijn ouders begrijpen geen snars van hoe mijn wereld eruit ziet. Ik kan daar om lachen en huilen tegelijk. Zij willen dat ik thuis blijf en trouw met een Marokkaans meisje. Maar dat gaat al lang niet meer zo. Uit loyaliteitsbesef blijven veel Marokkaanse jongens en meisjes hun ouders trouw en leiden een waanzinnig ongelukkig leven.

Waarom verloopt die communicatie tussen ouders en kinderen zo stroef?
Marokkanen hebben geen praatcultuur. Alles wordt gedoogd en doodgezwegen. Ik had een vriendinnetje, maar daar werd niet over gepraat. Pas op het Hervormd Lyceum werden mijn ogen geopend en werd ik mij tegelijkertijd bewust van mijn Marokkaan zijn. Het was wel wennen. Ik ging daarvoor in het weekend nog naar de Koranschool. Daar sloegen de leraren mij met een bamboestok. Met vriendjes ging ik mee op vakantie. Hun ouders namen een koffer vol boeken mee, terwijl mijn ouders niet konden lezen. Dat was een openbaring voor mij.

Welke lessen heb je eigenlijk van de straat geleerd?
Het observeren. Voor de deur op het bankje wisten we precies welke auto van wie was en hoe de hondjes in de buurt heten. En natuurlijk de manier van verhalen vertellen. Ik vertelde veel verhalen over de dingen die ik met mijn broer had beleefd. En die dikte ik dan natuurlijk flink aan.

Vrouw uit Amsterdam discrimineert Marokkaanse kinderen

Aan de Admiraal de Ruijterweg in Amsterdam West is gisteravond tijdens de Sint Maarten optocht ophef ontstaan toen een bewoonster een aantal kinderen van Marokkaanse afkomst uitsloot bij het uitdelen van snoep.

De kinderen, in de leeftijd van 4 tot 7 jaar die langs de deuren gingen met twee moeders, kregen te horen dat het ‘een christelijk feest is en niet bedoeld voor moslims’.

De moeders spraken de vrouw hierop aan, maar die bleef bij haar standpunt. Hierop hebben de moeders de politie gebeld, die even later verscheen. Vanochtend hebben de moeders een klacht ingediend bij het Meldpunt Discriminatie. Dat onderzoekt de kwestie.