Religie en geweld “Oude problematiek met nieuwe dimensies Ahmed Aassid”

Het verschijnsel islam en geweld of het leggen van een verband tussen deze twee krijgt op internationaal niveau steeds meer aandacht. Verwacht wordt dat dit verschijnsel zal toenemen. Dit heeft in het algemeen te maken met de situatie van moslims in de wereld. Deze situatie is het gevolg van een opeenstapeling van gebeurtenissen waarvan de kenmerken stapsgewijs naar voren kwamen tijdens de twintigste eeuw nadat moslimlanden onafhankelijk werden. Tijdens deze periode kenden moslimlanden pogingen tot modernisering. De meeste pogingen hebben gefaald. Het falen is in het bijzonder in de moslimlanden waar de Arabische cultuur de overheersende cultuur is. De Aziatische niet Arabische landen kenden een relatieve ontwikkeling in vergelijking met de wat de Arabische Wereld wordt genoemd.

Het is duidelijk dat de spreiding van geweld in naam van de islam te maken heeft met het falen van modernisering van binnenuit. Dit blijkt uit achterstand die moslim volkeren nog steeds kennen naast de toenemende roep van het Salafisme om terug te keren naar de zuivere islam, terwijl de uitdaging van de moslimlanden die zich destijds van het koloniale juk hadden geschud was het streven om in de vaart der volkeren mee te gaan. Verlichte moslimdenkers stelden zich de vraag: Waarom zijn moslims achter gebleven, terwijl anderen vooruit zijn gegaan? Tijdens de zoektocht naar het antwoord op deze belangrijke vraag maakte het Westen grote stappen voorwaarts door wetenschap, technologie, het respecteren van vrijheden, sociale gelijkheid, waardigheid, rechtvaardigheid en burgerschap.

De hoofdzakelijke hindernis op weg naar ontwikkeling van de Arabische landen was de onderdrukking door Westerse koloniale machten die ertoe heeft geleid dat moslims zich gingen verzetten tegen de Westerse waarden. Voor hen betekenden die waarden bezetting, verovering, koloniale onderdrukking en misbruik van de derde wereld landen door het kapitalisme. Dit heeft ertoe geleid dat moslims begonnen te denken over terugkeer naar hun godsdienstige en historische bijzonderheden die naar hum mening tot een ware renaissance zou leiden los van het kolonialisme. Zij verwezen naar de Middeleeuwen toen de Islamitische beschaving een relatieve opbloei kende. Dit verlangen naar het verleden betekende echter dat zij letterlijk in het verleden bleven. Zij neigden naar een salafistische radicale ideologie. Het Westen is niet in staat geweest om invloed uit te oefenen dit te veranderen.

Er zijn nieuwe factoren samen met andere oude factoren die te maken hebben met de het politieke landschap van de Khilifat-staat door de eeuwen heen en tevens met de islamitische cultuur en het islamitische bewustwording en die samen heden ten dage tot het islamitische extremisme hebben geleid en dat we nu ‘terrorisme’ noemen.
Deze factoren zijn:
Het ontstaan van de Moslimbroeders in Egypte in 1928, de ontdekking van olie op het Arabisch schiereiland en met namen Saudi-Arabië waar twee eeuwen geleden het Wahabisme voet aan wal kreeg. Daarbij komt het feit dat Het Westen de spreiding van het Salafisme tijdens de koude oorlog heeft gesteund. Een ander factor is het ontstaan van Israël en de onvoorwaardelijke steun die het met name van de Verenigde Staten krijgt. De belangen van de VS in het Midden Oosten hebben geleid tot de invasies in Irak en Afghanistan. Dit heeft op zich weer geleid tot meer extremisme en terrorisme in naam van de islam. Het ontstaan van de Moslimbroeders heeft een einde gemaakt aan een intellectuele beweging van verlichtende islam. Deze beweging streefde naar onderscheid tussen religieuze beginselen die beschouwd kunnen worden als beginsel voor alle mensen en de tradities, gewoontes en onwetendheid die zich door de eeuwen heen hebben opgestapeld. Het streefde tevens naar het vinden van alternatieven middels het herzien van het islamitische erfgoed op grond van de behoeften van moderne islamitische samenlevingen. De breuk met intellectuele beweging van verlichtende islam gerealiseerd door de Moslimbroeders had tot doel het creëren van een politieke beweging om de invloeden van het Westen een halt toe te roepen. De grootste slachtoffers hiervan waren de moderniteit en de democratische waarden die als Westers werden beschouwd en in strijd met de islamitische cultuur. Daarnaast had het tot doel het mengen van religie met politie in brede zin. Dit vormde uiteraard een hindernis voor de overgang naar democratie. In plaats van dat men zich met het Westen gingen concurreren op grond van zelfkritiek en het hebben van profijt van de Westerse waarden had men maar één slogan en dat is: ‘De islam is de oplossing’. Sterker nog men wilde niets van het Westen weten. In dat opzicht verschillen zij niet veel van het Salafisme.

De ontdekking van olie in Saudi-Arabië en de grote financiële mogelijkheid voor die het teweeg had gebracht heeft men doen denken aan het exporteren van het Wahabitische Salafisme die daarmee ook het Westen heeft bereikt. Daar komt bij dat het Westen heeft geholpen aan de spreiding van dit ideeëngoed door de alliantie met Saudi-Arabië tegen de communistische opmars. Saudi-Arabië heeft in de afgelopen dertig jaar een bedrag van 87 miljard dollar gespendeerd aan de verspreiding van het Wahabitische Salafisme. De groepen die deze steun genoten hebben zich tegen Amerika gekeerd.

1. Gewelddadige teksten

Naast de genoemde factoren zijn er factoren die betrekking hebben op de religieuze teksten. Daarvan zijn onder andere:

Gewelddadige teksten in de hadith en koran. Er zijn teksten die op ene of ander wijze oproepen tot geweld waaronder de korantekst ‘Wanneer de heilige maanden voorbij zijn, doodt dan de afgodendienaren waar gij hen ook vindt en grijpt hen en belegert hen en loert op hen uit elke hinderlaag. Maar als zij berouw hebben en het gebed houden en de Zakaat betalen, laat hun weg dan vrij. Voorzeker, Allah is Vergevensgezind, Genadevol’. Deze wordt uitgelegd als ‘ zet het zwaard op de nek van polytheisten. Indien zij berouw tonen of moslim worden dienen zij vrij te worden gelaten. Een andere tekst is: ‘O, gij die gelooft, bestrijdt de ongelovigen die in uw nabijheid zijn en laat hen hardheid in u vinden en weet, dat Allah met de godvruchtigen is’. Deze teksten doen heden ten dage doen veel vragen oprijzen daar de maatstaven voor goed en kwaad veranderd zijn.

Ook in de hadith vinden we dergelijke teksten zoals ‘ ik [ de profeet Mohamed ] heb het bevel [ van God ] gekregen om mensen te bestrijden tot dat zij zich hebben onderworpen aan de islam’.

Deze teksten dienen te worden geplaats in de context van de samenlevingen van destijds toen geweld een legitieme zaak was en diverse geschillen middels geweld werden beslecht. Fysieke straffen zoals steniging, het afhakken van lichaamsdelen waren toen heel gewoon. Het was een weg die diverse volkeren bewandelen totdat men licht van de huidige moderniteit heeft gezien.

Sommige moslims zien deze teksten als teksten die in hun context moeten worden geplaats. Anderen interpreteren deze teksten letterlijk. De letterlijke interpretatie heeft bijgedragen aan de spreiding van geweld. Er is een aantal landen zoals Saudi-Arabië, Iran en Soedan waar deze teksten officieel letterlijk worden uitgeoefend.

Om een einde te maken aan dit geweld dient men de teksten in hun contexten te interpreteren en dient men te voorkomen dat ze heden ten dage worden gebruikt en uitge

2. De verantwoordelijkheid van de gelovige inzake ‘bestrijding van het kwaad’
Een van de gevaarlijkste oorzaken van het islamitische geweld en extremisme is het geloofspunt ‘het bevelen tot het goede en de bestrijding van het kwade’. In de koran staat: ‘Opdat u oproept tot het goede en het kwade bestrijdt’. Dit principe hoeft in beginsel niet tot problemen te leiden binnen groepen van gelovigen, maar des te meer in democratische samenlevingen waar vrijheden en diversiteit gerespecteerd dienen te worden. Dit principe gaat uit van het feit dat de individuele gelovige niet enkel verantwoordelijke is voor het gedrag van zich zelf, maar ook van anderen en daarmee van de hele samenleving. Het individu dient in deze hetgeen hij als kwaad ziet te veroordelen en dat te veranderen door fysiek op te treden of door de persoon in kwestie aan te spreken. Indien hij daartoe niet in staat is dient hij dit diep in zijn hart te veroordelen. Het probleem hier is het begrip ‘kwaad’. Voor moslims is dit het slechte zoals in de religieuze teksten is genoemd. In de hedendaagse democratische cultuur is ‘het kwade’ een begrip dat niet gegeneraliseerd kan worden. Met andere woorden dient het individu ongeacht zijn positie de vrijheid van de ander te respecteren. Een ieder dient zich enkel aan de wet te houden die geen onderscheid maakt als het gaat om godsdienst, sexe, afkomst, enz. In democratische samenleving heeft het fysieke of verbale ingrijpen door het individu geen plaats. Er zijn echter wel moslims die uitgaan van dit principe zowel in de moslimlanden als in het Westen. Het principe van het fysieke of verbale ingrijpen dat gebaseerd is op ‘het bevelen tot het goede en de bestrijding van het kwade’ heeft geleid tot diverse executies van onder andere kunstenaren en schrijvers en het opstellen van lijsten van mensen die geëxecuteerd dienen te worden. Het Wahabitische Salafisme is voorbij gegaan aan de uitleg van diverse uitleggers die van mening zijn dat het fysieke optreden moet worden overgelaten aan de bevoegde autoriteiten en behoort niet tot de specialisatie van elk individu. Het Wahabitische Salafisme is van oordeel dat het een individuele verplichting is om deze taak op je te nemen omdat het de autoriteiten zelf als ongelovig en onwetend beschouwt. Bij deze opstelling wordt geweld niet geschuwd.

3. De islam als totalitair systeem
Het feit dat de islam wordt beschouwd als een totalitaire eensluidend onlosmakelijk systeem maakt een democratisch dialoog onmogelijk. Dit feit leidt enkel tot meer extremisme en geweld. Men ziet dit systeem als een volmaakt systeem dat oplossingen heeft voor alle problemen van mensen. Naar hun oordeel is dialoog niet mogelijk daar zij zich op goddelijke bronnen baseren, terwijl anderen zich op menselijke gronden te werk gaan.
Deze misvatting heeft tot drie ernstige conclusies geleid namelijk:
Moslims hebben zichzelf opgesloten en dat heeft geleid tot een nauwe kijk op zaken. Zij zijn niet in staat om profijt te hebben van andere beschavingen daar men van oordeel is dat de islam allesomvattend is.
De negatieve houding ten opzicht van positieve punten van de wereldse beschaving en de universele waarden van mensenrechten daar men stelt dat deze in strijd zijn met de rechten die in de islam zijn bepaald. Men is blijkbaar niet meer in staat om te stellen dat de islam zelf in de voorbije eeuwen heeft bijgedragen aan de ontwikkelingen van deze waarden.

Men is niet in staat om de achterstandspositie te erkennen. Deze achterstand krijgt trekjes van puur islamitische te zijn en tevens gestoeld op juiste gronden.

Het genoemde heeft geleid tot de versterking van een misvatting over de islamitische specificiteit. Enkele kenmerken hiervan is dat men niet open staat voor anderen, de ontkenning van de geschiedenis, de ontkenning van het dynamisme van samenlevingen en de creativiteit van het menselijk brain. Men is gekant tegen de rechten van de vrouw, gelijkheid tussen de sexen, vrijheid van geloof, vrijheid van meningsuiting, tolerantie, dialoog tussen religies, diversiteit en wet. De afwijzing hiervan gebeurt in naam van de islam.

4. De Mythe van de beginperiode van de islam of de gouden periode
De godsdienstige leer heeft steeds gewezen op de eerste gouden periode van de islam. Volgens de soennitische orthodoxe stroming was dat het model van een de juiste godsdienst en het ideale handelen van een moslim op alle vlakken. Het doen en laten van de profeet en zijn veroveringstochten waren onderdeel van deze periode. Daarbij komt de periode van de zogenaamde vier recht geleide opvolgers van de profeet die gepoogd hebben de staat van Koraich te concretiseren en die als khalifat werd gezien voor alle moslims. Het gevaar van deze leer schuilt in drie zaken:

A. Het feit dat deze periode geen gouden periode was. Het is was een periode gekenmerkt door tegenstrijdigheden, geweldige strijd om de macht.
B. Het feit dat men religie als legitiem middel gebruikte om politieke geschillen uit te vechten. De machthebbers gebruikten religieuze teksten om hun legitimiteit te versterken en om de loyaliteit van mensen te garanderen. Tegenstanders gebruiken dezelfde teksten om de legitimiteit van de machthebber te betwisten.
C. Het feit dat diverse waarden in beeld gebracht door het doen en laten van de profeet beschouwd worden als ideale en universele waarden die geschikt zijn voor alle tijden.
Het idee van de gouden periode heeft ertoe geleid dat men ook vandaag de dag als ideaal wordt gezien en dat leidt tot extremisme en radicalisme daar men kost wat kost terug wil gaan naar deze fictieve gouden periode.
5. Onderdrukkende regimes en misbruik van godsdienst.

Godsdienstig extremisme is ook het resultaat van politieke regimes die ontstaan zijn na de koloniale periode en die niet in staat waren om een grondslag te leggen voor democratie en ontwikkeling van het land. Deze regimes streefden naar versterking van autoritarisme en veelvuldig gebruik van godsdienst in het politieke leven door mensen te drogeren en om haar keuzes te rechtvaardigen. In de jaren zestig en zeventig moedigden deze regimes het religieus extremisme aan om de strijd aan te binden tegen progressieve linkse krachten die destijds opriepen tot verandering. Deze regimes waren strategische bondgenoten van de Verenigde Staten van Amerika die deze regimes aanmoedigden om religie te gebruiken tegen het communisme. Deze regimes hebben echter op een gegeven moment ontdekt dat het religieus extremisme ook een gevaar voor hen zelf vormt. Deze regimes gingen religie weer gebruiken als wapen tegen extreme religieuze groeperingen die als paddenstoelen uit de grond schoten als gevolg van de onderdrukking en onrecht.

6. De ontwikkeling van communicatiemiddelen en de spreiding van intercontinentale ideologieën.

Ontwikkeling van communicatiemiddelen en met name satellietzenders en internet hebben bijdrage aan de spreiding van het religieus extremisme. De nieuwe communicatiemiddelen hebben het mogelijk gemaakt dat extreme ideeën overal aan de man worden gebracht.
Deskundige op het terrein van religieus extremisme zijn van oordeel dat democratie en de feitelijke ontwikkeling in met name de landen van het Midden-Oosten het middel is om de vernietigende gevolgen van dit verschijnsel tegen te gaan. Ook zal de oplossing van de Palestijnse zaak bijdragen aan het verlichten van de spanningen als gevolg van religieus extremisme. Ook is het van belang dat het onderwijs wordt hervormd. Onderwijs moet zich aanpassen aan de democratische beginselen. Godsdienstonderwijs moet worden veranderd in geschiedenis van de godsdiensten om de zaken in hun historische context te zien

Twaalfde slachtoffer Parijs is moslim

Het lot wilde dat het laatste en twaalfde slachtoffer van de terreuraanslag tegen de redactie van het tijdschrift Charlie Hebdo zelf moslim is en vernoemd is naar de profeet. Het gaat hier om de Marokkaanse agent Ahmed Marabet. hij geraakte in een vuurgevecht met de twee schutters toen zij uit de redactie kamer vertrokken.

In koelen bloede
Volgens een bron van NBC News zat Marabet op de achterband van de politiewagen toen ze de schutters klemreden. Toen de politiewagen onder vuur werd genomen reed deze achteruit. Hierna stop de politieauto en stormde Marabet op de schutters. Marabet werd vervolgens waarschijnlijk in het been geraakt om vervolgens in koelen bloede door het hoofd geschoten te worden. Dit was tevens de enige moord waarvan beelden op het internet verschenen.

Goedlachse betrokken man
Marabet was getrouwd maar had geen kinderen. Op de foto’s die nu van hem circuleren, staat een goedlachse opgewekte man. Een betrokken agent, zeggen zijn collega’s in koor. “We zijn allemaal zeer geschokt”, reageerde de secretaris van de politievakbond SGP, Rocco Contento, gisteren op Marabets gefilmde dood. De politieman, die actief was in de personeelsraad, maakte deel uit van een speciale brigade die op de fiets patrouilleert in het elfde arrondissement.

Telefonische hulplijn voor ouders radicaliserende jongeren

Voor Marokkaanse (groot)ouders die geen raad weten met radicaliserende jongeren met IS-sympathieën is er sinds vandaag een telefonisch hulplijn. De hulplijn adviseert  familieleden van jongeren. Indien nodig en gewenst kunnen jongeren naar de juiste hulpverlener en/of instantie begeleid worden. De hulplijn is er omdat de meeste jongeren die betrokken zijn bij Jihadistische radicalisering een Marokkanse achtergrond hebben aldus de Farid Azarkan, woordvoerder van het SMN (Samenwerkingsverband Marokkaanse Nederlanders).

Angst
Marokkaanse Nederlandse ouders stuiten op een passieve houding van de politie mbt reeds afgereisde jongeren of vermoedens hiervan. De ouders zijn echter  vaak bang voor imagoschade of zelfs strafrechtelijke vervolging als reguliere instanties om hulp gevraagd worden.

Brede dekking
Het SMN heeft beschikking over 20 vertrouwenspersonen uit de eigen gemeenschap die zorgvuldig zijn geselecteerd.  Zij staan in verbinding met de steden die kampen met radicalisering problematiek.  Dit zijn Den Haag, Arnhem, Amersfoort, Delft, Zoetermeer, Zeist, Utrecht, Amsterdam, Rotterdam en Gouda. De vertrouwenspersonen dienen een intermediaire kwaliteiten te hebben en Naast het Nederlands ook het Tamazight en/of Darija te spreken.

Bisschop Hendriks over Wilders: ‘Marokkanen zijn juist minder crimineel’

Een bisschop van de Nederlandse katholieke kerk heeft zich vandaag tegen Wilders gekeerd. Mgr Jan Hendriks, van het bisdom Haarlem/Amsterdam meent dat Wilders er helemaal naast zit. “Marokkanen zijn mensen, zoals wij allemaal en zij verdienen het mens­waardig en eenzelfde behandeld te worden als andere mensen in onze samenleving. Als in Nederland de cirminaliteit onder Marokkanen hoog is, ligt dat niet aan hun Marokkaan-zijn; in Marokko blijft de criminaliteit juist sterk achter bij Westerse landen.

Er zijn dus achter­gronden die niet met ethniciteit als zodanig te maken hebben. Het is in het belang van een veilige samenleving dat die crimina­liteits­cijfers worden geanaliseerd op onder meer sociale oorzaken en achtergronden. De oplossing is in ieder geval niet een bepaald volk te criminaliseren.

Nederland is een multi­cultureel land en dat vraagt eens te meer respect voor de verschillende bevolkings­groepen”

Islamitische partij wil Marokkaanse straattuig aanpakken

De islamitische Partij van de Eenheid (PvdE) gaat volgend jaar meedoen aan de gemeenteraadsverkiezingen in Amsterdam en zet in op het terugbrengen van de problemen met Marokkaanse jongeren.

Dat laat partijleider Abdoe Khoulani donderdag weten in een interview met AT5. Volgens Khoulani is 80 tot 90 procent van de Marokkaanse jongeren ‘dat marginale groepje straattuig’ meer dan zat. ‘De reputatie van die jongeren staat de ontwikkeling van welwillende jeugd in de weg,’ zo laat Khoulani weten.

De partij – voorheen vooral actief in Den Haag – wil zich bovendien hard maken voor middelbaar islamitisch onderwijs in de hoofdstad. Het onderwerp ligt gevoelig omdat het Islamitisch College Amsterdam in 2010 de deuren moest sluiten. Het onderwijs zou niet goed genoeg zijn. De gemeente hield een doorstart vervolgens tegen.

De partij heeft zich woensdag aangemeld voor deelname aan de verkiezingen op 19 maart 2014 en rekent in de stad op zeker één zetel. De PvdE is sinds 2010 actief in Den Haag en heeft daar twee zetels in de gemeenteraad.

Hulpverlening voor slechts 3% verstandelijk gehandicapten Marokko

Verschillende Marokkaanse organisaties die betrokken zijn bij het ondersteunen en begeleiden van gehandicapten roepen tot een demonstratie voor het Marokkaanse parlement as zondag. De organisaties zijn het zat dat geldstromen richting hun doelgroepen uitblijven.

Dekking van 3%
De organisaties beklagen zich over dat er nooit voldoende middelen hebben en dat het toekennen van subsidies vertraagd wordt. Marokko zijn er 347.000 (geregistreerde) verstandelijk gehandicapten. Voor deze doelgroep zijn er ongeveer 5000 verenigingen die zich hiermee bezighouden. Zij zouden een dekkingsgraad van 3% van de verstandelijk gehandicapten hebben.

Overeenkomst 2015 nog niet ondertekend
Volgens Sabah Zemmama van belangenbehartiger UMON (Union nationale des associations œuvrant dans le domaine du handicap mental) kost zorg per persoon tussen de 3000 en 4000 Dirham per maand. Door samenwerkingen tussen verschillende particuliere partijen  wordt er enkel 700 dirham gegenereerd. De zorg is bovendien enkel tot de 21ste verjaardag van de verstandelijk gehandicapte. De overheid subsidieert hierbij nog gemiddeld 800 dirham per persoon. Hiervoor wordt een vastgestelde lijst van organisaties gehanteerd. Zemmama hoopt dat de subsidieverstrekking  voor onbepaalde tijd kan gelden. Hierdoor kunnen de organisaties meer beteken en beter anticiperen op de behoefte. De belangenbehartiger beklaagt zich over dat de beschikking van 2015 ook nog steeds niet ondertekend is.