Marokkanenprobleem? nee, sensatiezucht!

OPINIE: Er is een grote behoefte aan het steeds benoemen van problemen waarbij Marokkaanse jongeren zijn betrokken. Maar een constructief debat over oplossingen ho maar, schrijft studente Malika el Allaoui. ‘Niet gehinderd door enige kennis of reflectie gooit men alle Marokkanen op een hoop, met alle gevolgen van dien.’

Het is winter in Nederland. Ik kan mij ook de koude winters in mijn dorp in Marokko goed herinneren. De school was niet ver van ons huis vandaan, maar tussen ons huis en de school lag een rivier. In de winter moest ik deze vaak oversteken om naar school te kunnen gaan. De rivier had vaak hoog water en kwam tot aan mijn middel, het was koud en eng. Maar ik wilde heel graag leren, dus riskeerde ik soms mijn leven door toch over te steken. Als kind vond ik dat verschrikkelijk en achteraf gezien ben ik getraumatiseerd door de kou: alles wat koud en kil voelt, doet me denken aan die tijd.

Toen mijn vader mij vertelde dat we naar Nederland gingen verhuizen, was ik dan ook euforisch. Ik wist een ding zeker: in Nederland hoefde je geen rivieren over te steken om naar school te gaan. Alleen al om die reden was ik dol en dolgelukkig.

Het begin was even wennen, maar al gauw sprak ik de taal en kon ik mijn weg goed vinden in het kikkerlandje. Het werd mijn land. Het land waarin ik vanaf mijn twaalfde levensjaar ben opgegroeid en geworteld ben. Het land dat mij zoveel kansen heeft geboden, zoals de mogelijkheid om een onafhankelijke- en een zelfstandige vrouw te kunnen zijn. Het Nederland dat ik heb leren kennen en in mijn hart heb gesloten. Zelfs de charmes van de winters heb ik leren kennen en waarderen. Geen enkel land dat kan tippen aan mijn kikkerlandje, want door je best te doen, hard te werken, je eigen wil en weg te volgen, kun je alles doen en bereiken in het leven. Een weldaad aan keuzes en mogelijkheden. Wat wil je als mens nog meer?

Broertje
Ik heb nooit een gevoel van discriminatie ervaren. Bij een sollicitatie werd ik zelfs uit vijf andere kandidaten gekozen, mijn zelfvertrouwen ging als een speer. Maar bij mijn broertje lag het anders. Mijn broertje, die Mohammed heet en hier geboren is, kon niet aan een stageplek komen. Waar hij ook solliciteerde, hij werd niet aangenomen.

Hij begon een keer tijdens het eten aan tafel te schelden: ‘Kut Hollanders, vuile racisten, toen ik langs ging hadden ze geen plek, Joris uit mijn klas heeft daar wel een stageplek gekregen, kutbedrijf.’ Toen ik hem zo hoorde spreken, schrok ik, zo kende ik mijn broertje niet. Hij was ervan overtuigd dat het bij dat bedrijf niet om zijn kwaliteiten ging, maar om hoe hij eruit zag. Ik heb toen een lang gesprek met hem gevoerd. ‘Mensen hebben nu eenmaal mentale schema’s, en uit gemak en zonder nadenken gaan ze af op vooroordelen. Het is onwetendheid en dat leidt soms tot discriminatie’, zei ik. ‘Je moet ook niet jaloers zijn op Joris, want jaloezie komt van het slechte in de mens. Je moet gewoon iets harder lopen voor die stage dan de rest, maar het komt goed.’

Wind
Vele winters later waait er een heftigere wind door mij zo gewaardeerde kikkerlandje. Als Marokkaanse slaat mij een kille wind om de oren, de kille winter van verdeeldheid, discriminatie, haat en racisme. Het voelt bijna even kil als mijn koude herinneringen aan de rivier. Maar nu gevoed door oppervlakkigheden en sensatiezucht.

Als we iets van onze geschiedenis zouden moeten leren, dan is het dat verdeeldheid en discriminatie ons niets goeds brengen. Maar mijn kikkerland is verstard, verkrampt en gevangen in zijn eigen angsten. In tijden van een crisis waarin je economische en maatschappelijke problemen daadkrachtig het hoofd dient te bieden, vlucht het in de clichés van zondebokken.

Ik zal het beestje maar bij de naam noemen: de zondebokken zijn voornamelijk Marokkanen. Vroeger waren het Antillianen en Turken, maar nu zijn het dus Marokkanen. Marokkaanse jongeren om precies te zijn. Journalisten draaien overuren, Pauw & Witteman besteedde maar liefst drie uitzendingen achter elkaar aan een incident dat door twee Marokkanen, een Antilliaan en nog iemand is gepleegd.

Oplossingen, ho maar
Blijkbaar is er een grote behoefte in het land aan het steeds benoemen van problemen waarbij Marokkaanse jongeren zijn betrokken. Maar een constructief debat over oplossingen, ho maar. Niet gehinderd door enige kennis of reflectie, gooit men vaak alle Marokkanen op een hoop, met alle gevolgen van dien. De jonge Marokkaantjes schijnen oververtegenwoordigd te zijn op allerlei lijstjes, lijstjes waar ik niet graag mee geassocieerd wil worden. Houd mij en mijn familie dus graag daar buiten!

Wat is dat eigenlijk met die Marokkanen? Waarom is er gemiddeld meer aan de hand met deze jongeren? Zijn het de incapabele ouders en gebrek aan goede opvoeding? Of het slechte onderwijs en de ongeschikte leraren? Of toch de sociaaleconomische omstandigheden waarin deze jongeren opgroeien? Of is het misschien wel de overheid die in het begin dacht de je het beste kunt integreren door behoud van je eigen cultuur en daarom niet meteen aan de slag ging met de achterstanden in die gezinnen? Misschien is het wel het gevoel van deze jongeren dat ze toch nooit als een volwaardige Nederlander zullen worden geaccepteerd.

Wie zal het zeggen? Sommige problemen laten zich niet vatten in een oorzaak, maar dienen wel aangepakt te worden. Dat doen we niet door als samenleving aan de zijlijn te blijven benoemen en met de vinger te blijven wijzen naar de Marokkanen, de Polen, de Antillianen, de Turken etc. Een maatschappelijk probleem is een probleem van ons allemaal. Je kunt alleen onderscheid maken in mensen die deugen en diegenen die niet deugen. Zo simpel is dat.

Lering
Als een paar ongeleide projectielen op een voetbalveld een grensrechter doodschoppen, horen we dat te veroordelen en daar onze lering uit te trekken. Het leger aan toeschouwers dat er naast stond en fijn toekeek heeft evenveel verantwoordelijkheid. Niemand die zich geroepen voelde in te grijpen, hoe kan dat? Je bent in feite medeplichtig als je het ziet gebeuren en niet ingrijpt. Waar was die maatschappelijke verantwoordelijkheid van diegenen die deugen?

Een paar weken geleden was het een Nederlander die een oude man op een voetbalveld van het leven had beroofd. Waarom was dat toen minder aanleiding tot sensatie? Is dat minder moord omdat het niet door een allochtoon is gepleegd? Het was een Nederlander die in de zaak Vaatstra het meisje heeft verkracht en op een brute wijze heeft vermoord. Toen wezen alle vingers naar de asielzoekers in het naast gelegen asielzoekerscentrum. Nu blijkt dat het geen asielzoeker of Marokkaan is, maar een Nederlandse boer. Dan wordt er niet gesproken over een Nederlandersprobleem.

Blind
Dit is meten met twee maten, en dat is zorgelijk. Op het moment dat een delict gepleegd wordt door een Marokkaan krijgt het delict een andere dimensie. Ik ben niet tegen problemen benoemen, maar er dient ook constructief te worden gesproken over oplossingen; alleen benoemen is niet goed genoeg.

In mijn kikkerland is een Marokkanenprobleem tevens een Nederlandersprobleem en andersom, wie dit niet inziet is blind van kortzichtigheid.

Mijn landje dat ik zo lief had, lijkt mij door de vingers te glippen, en dat doet pijn. Niet door enige kennis gehinderd laat het mij, inclusief 95 procent van diegenen die goed doen, in de kou staan. Dit doet het nu al jaren. De hoop dat reflectie voor een kentering zou zorgen, ebt steeds verder weg. Ons kikkerlandje ligt liever aan het infuus van sensatiezucht, sensatiezucht rondom die andere 5 procent die de boel verstieren. Gevangen in oppervlakkigheden heeft zij enkel oog en oor voor hen. Waarom niet voor mij en die andere 95 procent die het goed doen?

Malika el Allaoui studente Human Resources Management aan de Haagse Hogeschool

De Marokkaanse cultuur als zondebok

De sociale achterstand van Nederlandse Marokkanen komt niet door hun cultuur, zoals in Nederland vaak beweerd wordt. Het is een gevolg van hun migratiegeschiedenis. Dat stelt de Marokkaans Nederlandse historica Nadia Bouras. “Nederlandse politici vegen hun stoepje schoon door de Marokkaanse cultuur de schuld te geven.”

Gezinshereniging en economische recessie vormden samen een giftige cocktail, zegt Bouras, die onlangs aan de universiteit Leiden promoveerde op de banden van de de Nederlands Marokkaanse gemeenschap met het land van herkomst Marokko.

“De voormalige helden, jonge ondernemende avonturiers die een bestaan hadden opgebouwd in het buitenland, vielen van hun voetstuk. Ze kwamen thuis te zitten met hun grote gezinnen waar ze al die jaren niet aan gewend waren en waar hun werkloosheid hun traditionele gezag ondermijnde. Met een werkloze vader en een moeder die net in Nederland was, werd de opvoeding van de kinderen een probleem.”

Marokkanen hadden altijd banden onderhouden met het land van herkomst, maar in de eerste jaren ging de aandacht toch vooral uit naar hun nieuwe leven in Nederland. In de jaren tachtig veranderde dat. “De werkloze vaders gingen het verlies aan status compenseren door zich veel meer dan daarvoor te richten op het land van herkomst, de islam en de eigen cultuur.”

In haar proefschrift beschrijft Bouras ook de visie van Nederlandse politici op de band van de Nederlandse Marokkanen met hun land van herkomst. Aanvankelijk zagen die politici een sterke band met het land van herkomst en de eigen cultuur als een factor die integratie bevorderde. Maar vanaf begin jaren negentig sloeg die visie radicaal om. Er heerste toen al tien jaar grote werkloosheid in de Marokkaanse gemeenschap, met alle sociale problemen van dien: slechte huisvesting, achterblijvend opleidingsniveau etcetera. “Onder leiding van VVD politicus Frits Bolkestein werd nu juist gezegd dat cultuur en religie de oorzaak waren van alle ellende. De islam, de Marokkaanse cultuur en de banden met Marokko waren verantwoordelijk voor de sociale problemen van de Marokkaanse gemeenschap.”

Bouras gelooft niet in deze culturele verklaring. “Het drama van de jaren tachtig is de oorzaak van de benadeelde positie van Marokkanen in Nederland, niet de cultuur. Met de islam of de Marokkaanse cultuur heeft dat helemaal niks te maken.”

De culturele verklaring was volgens Bouras een manier voor de Nederlandse overheid om de verantwoordelijkheid van zich af te schuiven. “Als je sociale achterstand verklaart met een sterke gebondenheid aan de eigen cultuur, dan geef je mensen er zelf de schuld van: Ze passen zich niet aan en daarom zijn ze werkloos. De Nederlandse overheid wast op die manier haar handen in onschuld.”

Volgens Bouras is cultuur noch een obstakel noch een stimulans voor ontwikkeling. “Nederlandse politici zijn geobsedeerd door cultuur en etniciteit. Ze zouden er goed aan doen zich gewoon bezig te houden met de sociaaleconomische positie van Nederlandse Marokkanen zonder al die culturele preoccupaties.”

BRON:

Terug naar eigen land (1): Belgische Marokkanen pakken hun koffers

‘Keer terug naar uw eigen land!’ Onversneden racisten vinden dezer dagen onverwacht gehoor bij hoogopgeleide, in België geboren Marokkanen. Honderden managers, architecten, ingenieurs en financiële experts hebben het wel gehad met de latente discriminatie in ons land: ze bouwen hun toekomst uit in Marokko, en de overheid ziet ze maar wat graag komen: ‘Je land heeft je nodig.’

December 2010. Een congrescentrum in Terhulpen, even buiten Brussel. In de inkomhal verzamelen zich honderden mannen en vrouwen tussen de twintig en de veertig: CEO’s, professoren, politici, modeontwerpers, tv-makers, kunstenaars… Allemaal zijn ze van Marokkaanse origine, kinderen van gastarbeiders, zoals die toen heetten: Marokkanen die in de jaren zestig en zeventig Marokko verlieten om in België een beter bestaan op te bouwen. Ze komen naar een door de Marokkaanse overheid en drie Brussels-Marokkaanse vrijwilligers georganiseerd congres. Tijdens workshops, debatten en presentaties krijgen ze een beeld van het moderne Marokko, dat in niets lijkt op het land dat hun ouders achter zich lieten. Filmpjes tonen hypermoderne havens, geruisloze hogesnelheidstreinen en hippe shoppingcentra. De onderliggende boodschap: ‘Marokko is niet meer het ontwikkelingsland van weleer.’ En, nog belangrijker: ‘Je land heeft je nodig.’ Op het Europese continent wonen en werken meer dan twee miljoen Marokkanen, en Samir Addahre, de Marokkaanse ambassadeur in België, speecht enthousiast over de kansen die Marokko hun kan bieden. Hij heeft het over samenhorigheid, over een gedeeld verleden, en nu ook een gedeelde toekomst.

Bijna twee jaar later zit ik in een koffiebar van Segafredo op de Boulevard d’Anfa in de Marokkaanse miljoenenstad Casablanca. Ik drink een grote aardbeienmilkshake met de Brusselaar Salim Jebari(32). Strak in het pak, puntschoenen, zonnebril: in België zou hij eruitzien als de eigenaar van een dubieuze bar, maar hier gaat hij naadloos op in het decor. Buiten is het een kakofonie van ronkende auto’s, toeterende taxi’s en opgedreven brommertjes. Zakenman Salim houdt zijn iPhone in de lucht en excuseert zich: hij moet nog snel een mailtje afwerken. Een paar minuten later is hij helemaal beschikbaar voor ons.

Salim Jebari «Zes jaar geleden ben ik van Brussel naar Casablanca verhuisd. Ik had het wel gehad met België. Mijn communicatiebedrijfje was failliet en ik wilde een ander leven, weg uit dat verstikkende, grauwe land. Weg van de stress en de facturen. Weg van het racisme ook, ja.
»Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik niet aanvaard werd omdat ik Marokkaan ben. Vanaf mijn zesde kreeg ik van leerkrachten te horen dat ik anders was. Niet moeilijk: ik was de enige Marokkaan in de klas. En hoe vaker je zoiets hoort, hoe meer het je identiteit gaat bepalen. Als je wat ouder wordt, zie je oude dametjes hun tas stevig vastgeklemd houden als ze je kruisen op het trottoir. Of je wordt geweigerd aan de ingang van de discotheek, terwijl je blanke vrienden wel binnen mogen. Dragen alle Marokkanen dan foute schoenen of ongepaste kledij?
»Na mijn faillissement ben ik beginnen na te denken. Ik wilde weg uit België en Marokko leek me een goed alternatief, al kende ik het alleen maar van de vakanties die ik er als kind had doorgebracht. Ik ben dan een paar keer naar Casablanca gereisd om er prospectie te doen. Ik wilde hier een nieuw bedrijf oprichten, en ik wist vrij snel dat mijn toekomst hier lag.»
Niet lang na zijn verhuizing richtte Salim Oneo op, een communicatie- en reclamebureau dat ondertussen grote klanten als GAP, Banana Republic en de Marokkaanse constructiereus TGCC in zijn bestand heeft.
Jebari «Hier word ik tenminste gerespecteerd om wat ik doe en wie ik ben – hier bén ik simpelweg iemand. De Belgen hebben nu wat ze willen: ik kom nooit meer terug. Pech voor hen, dikke winst voor Marokko.
»Kom, ik laat je mijn grote trots zien.»
We rekenen af en gaan de boulevard op. Een paar honderd meter verder stappen we een stijlvol gebouw binnen. De lift brengt ons naar de veertiende verdieping. Via een beveiligde azuurblauwe deur betreden we een groot, strak ingericht kantoor waar jonge webdesigners geconcentreerd voor hun computer zitten. Door het raam rechts strekt de stad zich eindeloos ver uit. Links schittert de oceaan.

Sanae Jah verkozen tot Belgisch-Marokkaanse Sportvrouw van het Jaar

De 28-jarige Sanae Jah, sinds 28 april 2012 WBC-titelhoudster bij de vlieggewichten (-50,802 kg), is verkozen tot sportvrouw van het jaar voor de Belgisch-Marokkaanse gemeenschap. gisterenavond kreeg ze in het Brusselse Casino Viage meer dan 7.000 stemmen achter haar naam.

In maart zal ze haar WBC-gordel verdedigen in hetzelfde casino tegen een nog nader te bepalen tegenstandster.

‘Manchester United wil Marokkaan’

Manchester United zou zich willen versterken met Adel Taarabt. De Marokkaan speelt op dit moment n de Premier League voor Queens Park Rangers. De 23-jarige middenvelder maakte afgelopen zaterdag volgens The Sun een goede indruk op United-manager Sir Alex Ferguson tijdens de confrontatie met United op Old Trafford.

De nieuwe trainer van QPR, Harry Redknapp, zou bovendien niet erg gecharmeerd zijn van de sterke middenvelder. Het tweetal kwam elkaar al eerder tegen bij Tottenham Hotspur en bovendien is Ferguson het geloof in Ashley Young verloren.
Taraabt kwam in het verleden uit voor verscheidene jeugdelftallen van Frankrijk, maar speelde vanaf 2009 zestien interlands voor de nationale ploeg van Marokko, waarin hij vier keer scoorde.’

BRON:

Mijn Hollandse vriendin als klankbord

Door: Yuba Zalen
Foto: Rani Kaddouri

Dat er veel Marokkaans- Nederlandse schrijvers zijn en dat ze zich vaak mengen in het publieke debat, was de schrijver Asis Aynan al opgevallen. Maar hoe komt dat het veel minder is dan onder Turks- Nederlandse schrijvers? Hoe komt het dat er relatief zo veel Marokkaans- Nederlandse schrijvers zijn die publiceren?

Om antwoorden te krijgen werd vrijdagavond in De Balie het debat, ‘Olijven op Pekelzuur’ gehouden, naar het boek van Hermans ‘Mandarijnen op Zwavelzuur’. Verschillende schrijvers kwamen bijeen om over dit gegeven te praten. Alle columns die deze avond zijn voorgedragen, zijn in de speciale katern Vonk van de Volkskrant van afgelopen zaterdag verschenen.

Ietwat later dan gepland werd de avond door Asis Aynan geopend. Dit heeft niet op een mooiere manier gekund dan met misschien wel de eerste column die ooit in Nederland door een Marokkaan is voorgedragen. In 1985 draagt Hassan Bel Ghazi in het programma ‘het vijfde wiel’ met het thema: vrouwen, religie en macht zijn column Tijd voor. De column is enigszins een stereotypering van de stiptheid waaraan sommige Nederlanders in de Hollandse cultuur lijden. Maar de column blijft echter  een tijdloze en diepzinnige voordracht die vele luisteraars in de zaal de adem heeft doen inhouden. De ouderwetse en rauwe gastarbeidersstem uit 1985 maakte veel goed.

Onder leiding van Kustaw Bessems passeerden meerde schrijvers het revue met een klein interview en de speciaal voor deze avond geschreven column.

De religieus uitziende –bokkensikje en lang gewaad – columnist  en televisiemaker Abdelhakim Chouaati kreeg de lachers op zijn hand met opmerkingen als: ‘een tweede vrouw kan, maar de overheid mag er niet aan meebetalen’.  Hij schrijft hoofdzakelijk om een tegenhanger te zijn voor wat er in de Nederlandse media over Moslims geschreven wordt. De column van Chouaati gaat over het religieus fanatisme dat hij als student in Egypte tegenkwam. Hierbij lijkt het kapot knippen van schoenen van Nike terwijl de Egyptenaren in armoede leven een keerpunt te zijn geweest.  De naam Nike komt van de naam van een Griekse godin. Het dragen van Nike is dus een vorm van afgoderij, heel erg Harram –nadruk op de r!- dus.  Hij eindigt dan ook met:Fanatisme gedijt bij een gebrek aan relativisme’ maar Nike draagt hij nog steeds niet.

Vlaams- Marokkaanse schrijfster Rachida Lamrabet geeft in haar column aan dat in bijna alles wordt opgekeken naar Nederland. Vlaanderen zou jaloers zijn op al die mondige zelfkritische Nederlanders van moslimorigine. Hoopvol noemt ze in haar column dan ook namen als Ayaan Hirsi Ali, Hafid Bouazza en Afshin Ellian. Om vervolgens tijdens het gesprek met Kustaw te zeggen dat deze personen eigenlijk ongenuanceerd zijn en er met botte bijl op hakken. Lamrabet vindt het vanzelfsprekend dat Marokkaanse schrijvers in Europa anders zijn dan andere schrijvers. Zij hebben immers een andere achtergrond. De migratiegeschiedenis speelt hierbij een belangrijke rol. Zij vindt de krampachtigheid waarmee sommige schrijvers worstelen, –ze noemt Nadia Dala- omdat ze perse niets van hun migrantengeschiedenis en cultuur willen laten blijken in hun schrijven, doorgeslagen. Dat het ook zolang duurde voordat België de eerste migranten debutanten kende kwam door dat het klimaat negatief is en schrijvers geacht werden overal een mening over te hebben. Sommige wilden op betere tijden wachten.

Schrijver Raoul Heertje vindt het niet vreemd dat sommige schrijvers zich zien als Marokkaans- Nederlandse schrijver. Het is volgens Heertje zoals cabaretiers op de planken met zichzelf beginnen; je bent dik, of jood of zoals ik beide. De vraag had volgens Heertje niet moeten zijn waarom zoveel Marokkaans- Nederlandse schrijvers zich mengen in het publieke debat, maar waarom Turken dat eigenlijk niet doen. Maar ja, het had natuurlijk een positieve draai moeten hebben. Maar schrijvers beoordelen moet je doen aan de hand van kwaliteit, niet hoe zij zichzelf zien of willen zien. Chouaati is een grappige man. Dat is een feit. Zou Leon de Winter een klootzak zijn als hij een Papoea was? Het antwoord is Ja! Heertje eindigt met dat de vraag moet zijn: waarom mengen zoveel kloótzakken zich in het publieke debat?

Een mooi Nederlands uitziende man met lange blonde krullen wordt naar voren gevraagd. Al heel gauw begint hij zich in zijn column uit te spreken tegen het schrijvers benaderen op hun etniciteit. Hij vindt het belachelijk dat ondanks beroerd schrijven, sommige schrijvers bekendheid vergaarden. En nee, namen noemt hij niet. We zouden toch niet willen dat Abdelkader Benali boos wordt? Voor wie zijn trots ontleent aan eigen prestaties en niet aan afkomst zal het een hele verademing zijn. Jamal die de befaamde Noord- Marokkaanse schrijversnaam Ouariachi draagt wordt vervolgens ter verantwoording geroepen in een gesprek met Kustaw, want is het niet een hele genre (migrantenlectuur) dat je dan veroordeelt? Volgens Jamal Ouariachi moet je bepaalde gebeurtenissen in de actualiteit laten rusten, je zou er na 2 jaar over kunnen schrijven. Kustaw: -er vallen bommen op Gaza?- ik weet het niet, over 2 jaar vallen daar nog steeds bommen…

De eigen columnist van de Volkskrant wordt tijdens het gesprek met eigen redacteur niet bepaald gespaard. Hij heeft nog maar net plaats kunnen nemen of hij kreeg al een stuk voor zijn neus geduwd dat hij maar eens voordragen. De vaderfiguur in het stuk wordt enkele regels later onderuit gehaald door de 18 jarige zoon. El Haji is echter nog niet uit het veld geslagen. Wat hij schrijft beschrijft hij als ‘radicale openheid’ wat voor veel mensen die in gesloten patriarchale gemeenschappen leven, zien als een uitlaatklep. Het is dus niet alleen de vorm. Ook de inhoud is dus erg belangrijk. Uiteraard zonder de vorm uit het oog te verliezen. Op de vraag wat er mis is met de patriarchale cultuur antwoordt El Haji: ‘met de patriarchale is niets mis!…’ en lacherig citeert hij Wilders: ‘…het is de uitwas!’

Volgens El Haji zit de patriarchale cultuur misschien wel erg diep. Toen hij tijdens koningendag eens fietsend op de stoep tot orde werd geroepen door een politieagente leek het wel even te wringen. Filosoferend vraagt El Haji zich vervolgens af of er dan toch niet een restje is overgebleven van die cultuur.. Maar gelukkig is er zijn Hollandse vriendin nog! De beste klankbord die je je kunt wensen.

Als vaste columnist heeft El Haji geen recht op een column in de Volkskrant bijlage Vonk. Daarom sluiten wij deze avond met een geile column van Said el Haji.

Alle andere voorgedragen columns zijn te lezen op AsisAynan