Van Marokkaanse collaborateur bij de Fransen naar CIA-agent

Adra Ghedu

Tijdens het Franse en Spaanse protectoraat in Marokko, tussen 1912 en 1956, weigerden Marokkaanse gezinnen hun kinderen naar koloniale scholen in het Afrikaanse land te sturen. Dit uit angst voor assimilatie, identiteitsverlies en collaboratie met de bezetter. Ook weigerden ze hun kinderen dienst te laten doen in de bezettingslegers van Spanje en Frankrijk, ook al waren ze dat verplicht volgens een overeenkomst dat gesloten werd tussen de Marokkaanse sultan Abd El Aziz Ibn Hassan en de Europese bezetters, die het Noord-Afrikaanse volk gebruikten om toekomstige soldaten te rekruteren om hun koloniale oorlogen te kunnen voeren.




Een kleine groep Marokkanen, met name de rijken, en collaborateurs hebben hun kinderen wel vrijwillig op Europese scholen geplaatst en vervolgens naar universiteiten en/of militaire academiën. Dit zodat zij politieke en militaire sleutelfuncties kunnen bekleden na het onafhankelijk Marokko. Kettani Ben Hammou behoort tot deze groep.

Kettani Ben Hammou is geboren in 1910, in Berrechid, 33 kilometers te zuiden van Casablanca. Hij zat op de Marokkaanse school van officieren Dar El Beida in Mekéns, 120 kilometer ten oosten van de hoofdstad Rabat. In 1923 ging hij in militaire dienst bij het Franse leger. Hij behoorde tot de Tabors, een gevechtseenheid die uit Marokkanen bestond. Tot 1944 deed hij mee aan verschillende militaire expedities in Tunesië, Italië en Frankrijk. Hierbij raakte hij gewond, later heeft hij een onderscheiding gekregen.

unnamed 2

Na de Tweede Wereldoorlog werd Ben Hammou opgeroepen om voor de Franse Resident-Generaal in Marokko te werken. Later ging hij naar, L’École Supérieure de Guerre, een Franse school voor opperofficieren.

Op maandag 2 augustus 1954 verscheen de Franse krant Le Monde met de mededeling dat kolonel Kettani Ben Hammou gepromoveerd was tot de rang van generaal. Hiermee wordt Ben Hammou de eerste Marokkaan die de rang van generaal in het Franse leger bekleedt. De timing is wel belangrijk want na twee jaar zou Frankrijk Marokko ‘verlaten’ en de generaalsterren van Ben Hammou zullen in het onafhankelijke Marokko kunnen glimmen.

Generaal Kettani Ben Hammou maakte ook deel uit van stafchef van de Franse bezettingsleger in Duitsland. Hij blijft wel loyaal aan de Sultan van Marokko Mohamed Ben Youssef omdat hij beaamde dat de sultan een afstammeling van profeet Mohamed zou zijn. Ben Hammou richtte in het jaar 1956 het Marokkaanse leger (FAR) voor koning Mohammed V op. In dit nieuwe leger bekleed generaal Kettani de functie van commandant der strijdkrachten. In deze hoedanigheid vertegenwoordigde Kettani de Sultan bij de overgave van Aâddi Oubihi die in opstand kwam tegen het politieke beleid van de partij Hizb Listiqlal (partij van de onafhankelijkheid) in 1957.

unnamed 3

Twee jaar later, in 1959, moest ook de Rif het ontgelden. Een volksopstand in de Rif die in 1958 begon werd door het koninklijke leger, met aan het hoofd kroonprins Hassan, op een gruwelijke en gewelddadige wijze neergeslagen. Aan het einde van deze misdaad was de taak van generaal Kettani en commandant Mohamed Oufkir om toe te zien op de overgave van Riffijnen.




In de jaren zestig werd generaal Ben Hammou namens de VN naar Congo gestuurd om te werken als adviseur van de Congolese stafchef Mobutu Sese Seko. De Opération des Nations Unies au Congo (ONUC), of VN-Operatie in Congo in het Nederlands. Ben Hammou werd ervan beschuldigd Mobutu voor de CIA te rekruteren en de dictator aan de macht te helpen door de onafhankelijkheidsleider Patrice Lumumba uit te schakelen.

unnamed 2

Ben Hammou maakte zich impopulair door in de jaren zestig van vorige eeuw (midden in de bevrijdingsoorlog) in Congo uitspraken te doen als: ‘Wat dit land (Congo red.) nodig heeft is een Lyautey’. Generaal Lyautey stond aan het hoofd van Franse leger dat Afrikaanse landen zoals Marokko veroverde.

Generaal Kettani Ben Hammou was ook chef van het Militair Huis van koning Hassan II. Hij overleed in 1965.

unnamed 4

Demilitariseer mijn geboortestad

PvdA-raadslid Hassan Buyatui

Al-Hoceima, een stadje in het noorden van Marokko (Rif), is sinds kort wederom het toneel geworden voor militair machtsvertoon. Betogers zijn de straat op zijn gegaan om meer rechten te eisen en stellen dat mensenrechten geschonden worden. Wij gingen in gesprek met Hassan Buyatui, gemeenteraadslid van de PvdA in Almere, die in Al-Hoceima opgegroeid is. Zijn steunbetuiging aan Al-Hoceima ging de wereld over en werd honderden keren gedeeld via social media.In Arif Nador is de ontvoering van drie kinderen op het nippertje voorkomen dankzij enkele getuigen.




Wat is er aan de hand in Al-Hoceima?
“Eind oktober 2016 is in Al-Hoceima een visverkoper op een afschuwelijke wijze om het leven gekomen. Zijn handel werd in beslagenomen en in een vuilniswagen gegooid. Uit protest klom hij op de vuilniswagen om te voorkomen dat zijn vissen werden vernietigd. Op dat moment werd de persmachine aangezet. Mohsin Fikri werd vermorzeld. Deze gebeurtenis heeft kort daarna, zowel in Al-Hoceima als daarbuiten, geleid tot protesten; vreedzame protesten moet ik erbij zeggen.”

Wat willen de demonstraten?
“Velen hebben aangegeven dat de dood van Mohsin Fikri de druppel is. De betogers eisen dat er verandering komt. Ze willen bijvoorbeeld verbeteringen op het gebied van onderwijs, werk en gezondheidszorg. Dit zijn basale dingen en ook zaken zoals vrijheid van meningsuiting en mensenrechten zijn ook niet op orden.”

In hoeverre leeft dit onder de Marokkaanse gemeenschap in Nederland?
“De betogers in Al-Hoceima deden vanaf de eerste dag een duidelijk oproep richting iedereen in het Westen en vroegen daarbij om steun. Zo zijn er regelmatig demonstraties in Spanje, Frankrijk, België, maar ook in Nederland. De eerstvolgende demonstratie is op 27 januari aanstaande voor de Tweede Kamer. Dit allemaal om ervoor te zorgen dat er meer aandacht gegenereerd wordt, vooral na de laatste verschrikkelijke gebeurtenissen van begin dit jaar in Al-Hoceima.”

In Arif Nador is de ontvoering van drie kinderen op het nippertje voorkomen dankzij enkele getuigen.




Wat gebeurde er begin dit jaar dan?
“Op woensdag 4 januari jl. trad de oproerpolitie hardhandig op tegen vreedzame betogers. Met geweld heeft de oproerpolitie de demonstratie uit elkaar geslagen. Er zijn slachtoffers gevallen en aanhoudingen verricht. Ook journalisten werden lastiggevallen en geïntimideerd. Op dit moment is meer politie in Al-Hoceima en omgeving aanwezig dan het aantal inwoners van de stad. Dat kan zomaar omdat Al-Hoceima al sinds 1958 een militair gebied is verklaard. Dit vind ik echt niet kunnen. Ik ben daarom onvoorwaardelijk solidaire met de vreedzame beweging in Al-Hoceima en wil dat de politie zich onmiddellijk terugtrekt uit de stad. Respect voor mensenrechten is het hoogste goed. Een overheid heeft een verantwoordelijkheid naar haar burgers om zich daaraan te houden.”

Over mensenrechten gesproken; kan Amnesty International iets betekenen?
“Ik heb inderdaad contact gezocht met Amnesty International Nederland om aandacht te vragen voor de gebeurtenissen in Al-Hoceima. Ik ben zeer bezorgd en wil hier graag iets aan doen. Toen ik hoorde dat twee medewerkers van Amnesty het land uitgezet zijn, heb ik contact gezocht met hun directeur. Op deze manier hoop ik aandacht te vragen voor de situatie aldaar. Het is belangrijk om de machthebbers in Marokko op te roepen vreedzaam te blijven. De burgers in het Rif-gebied moeten de vrijheid hebben te participeren in zaken die ze willen veranderen. Evenals de vrijheid te hebben om bijvoorbeeld het Amazigh nieuwjaar rustig te kunnen vieren; een stukje eigen identiteit.”

Wat is een Amazigh jaar?
“Het Amazigh nieuwjaar wordt gevierd in gebieden zoals Rif (noorden van Marokko), waar men Tamazight [red. Berbers] spreekt. Het Amazigh jaar begint op 13 januari en loopt 950 jaar verder. Dus 13 januari 2017 valt overeen met 1 Yannayer 2967. De viering van het Amazigh nieuwjaar is dit jaar in Al-Hoceima niet doorgegaan omdat de sfeer in de stad te grimmig is door de duidelijke aanwezigheid van de oproeppolitie. De mensen willen geen confrontaties omdat ze heilig geloven in vreedzame festiviteiten. De organisatie kondigde de dag daarvoor wel een ludieke actie tegen de belegering van de stad, namelijk: foto’s te maken met de tekst ‘tegen de belegering van Al-Hoceima’ (in het Arabisch: لا للعسكرة) en deze via social media te delen. PvdA Almere deed ook mee.”

Hoe deed de PvdA Almere mee?
“Door een groepsfoto met een A4-tje in de handen houden met de boodschap: tegen de belegering van Al-Hoceima en voor het opheffen van het decreet dat de regio Al-Hoceima een militair gebied verklaart. Deze foto werd breed gedeeld op Facebook. Ondertussen heeft de PvdA-fractie in de Tweede kamer ook Kamervragen gesteld aan de minister van Buitenlandse Zaken over de mensenrechtensituatie in Marokko. De PvdA komt graag op voor alle mensenrechtenschendingen waar dan ook in de wereld. Dus ook in Marokko. Ondanks grote afstand is het altijd zaak om solidair te zijn met hen die hun rechten zijn ontnomen. Mensen in Rif mogen niet het slachtoffer zijn van een overheid die weliswaar qua wetgeving stappen in de goede richting zit, maar in de praktijk met harde hand optreedt tegen vreedzame betogers.”

Misdaden van Marokkaanse regime

Adra Ghedu

Farid Akrouh is geboren in januari 1965 in Ayt Bouayyach, provincie Al-Hoceima. Hij groeide op in een dorp genaamd Sidi Ḥmad. Hij zat op de basisschool in Ayt Bouayyach en op de middelbare school Uqba Ibnu Nafiɛ. Farid verhuisde naar Imzouren om het voortgezet onderwijs daar te volgen.




In zijn laatste schooljaar, op 21 januari 1987, ging hij zoals altijd naar school. Bij binnenkomst zag hij een groep mensen zich op het schoolplein verzamelen. Dat bleek een protestactie van studenten te zijn. Uit nieuwsgierigheid ging hij een kijkje nemen en op dat moment werd de school bestormd door de Marokkaanse ordetroepen.

Uit de angst voor gewelddadig optreden van de Marokkaanse regime, rende iedereen weg. Farid vlucht naar een kantoor op school en kwam de schooldirecteur tegen die tegen hem zei: “Kom binnen mijn kind”. Nadat Farid binnen was, deed de directeur het kantoor op slot en gaf door aan de ordertroepen dat hij een subversieve student opgesloten had. Farid werd daar mishandeld en met knuppels geslagen totdat hij in coma raakte. Hij overleed in het ziekenhuis op 22 jarige leeftijd.

Said Boudduft, geboren in januari 1971 in Tizi Ouakki, provincie Al-Hoceima. Hij komt uit een arm gezien, en was lichamelijk beperkt. Na zijn basisschool ging hij eveneens naar de middelbare school in Imzouren. In het school jaar 1986/1987 zat hij in de tweede klas.

In de ochtend van die zwarte woensdag van 21 januari 1987, was er een protestactie op school. De scholieren werden verrast door binnenstormen van gewapende Marokkaanse ordertroepen. Uit vrees voor gruwelijk geweld van de Marokkaanse overheid rende iedereen weg. Said kon niet weg rennen en werd langdurig geslagen ondanks zijn jonge leeftijd en zijn lichamelijke beperking. Hij overleefde de aanval van de Marokkaanse ordertroepen niet en overleed op de leeftijd van 16 jaar.

Op 19 november 1958 werd de provincie Al-Hoceima tot een militair gebied verklaard, bij decreet nummer: 1.58.381. Dat decreet is tot op heden nog geldig, zonder duidelijkheid over de inhoud.

Het volgende is wel te zien in de provincie Al-Hoceima:

Veel gendarmerie-controleposten in vergelijking met de rest van het land.

De aanwezigheid van militaire kazernes binnen de stad. Ondanks dat het Marokkaanse leger al ruim 10 jaar geleden is begonnen met de verhuizing van militaire kazernes van binnen de steden naar buiten de steden.

Machtsvertoon van militair personeel door het dragen van militaire uniform ook in de eigen tijd, het zichtbaar neerleggen van militair hoofddeksels op dashboarden.

Ruwe behandeling van de mensen door overheidsambtenaren.

Een van de eisen van de recente volksbeweging in Al-Hoceima is de opheffing van het decreet nummer: 1.58.381.

Fitna of solidair

Column

De volksbeweging naar aanleiding van de moord op Mohsen Fikri in de Rif groeit, ondanks tegenwerking en intimidatie door leger en politie. In de grotere steden als El Hoceima en Nador is sinds de dood van de visverkoper voortdurend protest in de straten en op de pleinen te horen geweest. Nu sluiten ook de kleinere steden zich aan en het aantal mensen, dat zich aansluit bij deze protesten is ook groeiend, waarbij opvalt dat daar steeds meer vrouwen aan deel nemen.




Met de het toenemen en luider worden van het protest neemt ook het optreden van militairen en politie in het gebied toe. Niet alleen zijn zij massaal aanwezig bij de protesterende menigten, maar ook op de weg van Al Hoceima naar Nador kun je nu wel zo’n 15 politie posten tellen. Momenteel kan je nu om de zeventien kilometer aangehouden worden. Protesten tegen de militarisering van de Rif klinken dan ook luidt zowel in de Rif als daarbuiten.

De dood van Mohsen vormde de aanleiding om te protesteren tegen de vernederingen, de corruptie en verwaarlozing die deze regio al decennia plaagt.

Na het onderdrukkende regime van de vorige koning Hassan II, dat vele slachtoffers heeft gemaakt in heel Marokko maar in het bijzonder in de Rif, heeft de huidige koning beloofd dat er recht gedaan zou worden. Maar op een aantal financiële schadeloosstellingen onder de voorwaarden dat betrokken voor altijd zouden zwijgen over wat er gebeurd is, is het niet gekomen.

Door achterblijvende investeringen blijft de werkloosheid ongekend hoog. Tussen Nador en El Hoceima staan welgeteld twee fabrieken, waarvan er één nog buiten gebruik is. Hoewel er in geïnvesteerd is in de aanleg van wegen, blijven investeringen die ten goede komen van de bevolking zoals in werkgelegenheid maar ook in de gezondheidszorg achterwege.

Ondanks het feit dat volgens de bevolking van de Rif het aantal kankerpatiënten in de regio hoog is, zijn er nog steeds geen voorzieningen waar de patiënten en hun familie terecht kan. Er is geen kliniek waar diagnose en behandeling kan plaats vinden. Dat maakt dat zij duizenden kilometers moeten reizen naar Rabat om een behandeling te krijgen. Omdat mensen vaak niet over de benodigde middelen beschikken om deze reis te maken, wordt deze vaak uitgesteld tot het te laat is. Daarnaast is het wel heel zuur, dat de overheid een verbod naar onderzoek naar het aantal kankerpatiënten heeft verboden. Dit maakt dat men niet over de exacte aantallen beschikt. Neemt niet weg, dat iedereen wel iemand gekend heeft en/of kent die door deze ziekte getroffen is.

Een geschiedenis van strijd tegen koloniale en dictatoriale overheersing en het voorturende onrecht aangedaan door een corrupte overheid, maakt dat de mensen de straat opgaan en protesteren, waarbij niets minder op het spel staat als de menselijke waardigheid.

Solidariteit met deze volksbeweging is dan ook op zijn plaats en verdient de steun van de mensen uit de diaspora. Dit in tegenstelling tot wat er vanuit vele moskeen in Nederland te horen is, namelijk dat deze strijd fitna is. Fitna is echter als er mensen onrecht wordt aangedaan en men daar niets tegen doet.

Als Marokkaanse weet je dat je extra je best moet doen

Bij de Ad ondernemen is studeren voor veel studenten geen gespreid bedje. Ze moeten werken en zorgen, en zijn vaak de eerste student in hun gezin. Tijdens het diversiteitscafé wisselden studenten en docenten verhalen uit.




Niet voor niks gaat het eerste diversiteitscafé van de associate degree ondernemen over studiesucces. Programmamanager Gyzlene Kramer-Zeroual en haar docenten vonden dat ze te veel studenten kwijtraakten. Twee jaar geleden lag de uitval rond de vijftig procent. Door veel extra aandacht en begeleiding wist het team de uitval met bijna de helft terug te brengen.

Het diversiteitcafé is een voorbeeld van deze aandacht voor studiesucces, maar de zware toon ontbreekt. De thema’s van de middag dienen meer ter inspiratie en bewustwording dan als probleemanalyse. Aan de tafel ‘werk en studie’ vertellen twee studenten hoe zij het voor elkaar krijgen om naast hun studie te werken en, in het geval van Saber, zelfs een eigen bedrijf te runnen.

Eerstejaars Rachel is ‘gek’ op werken. In haar eindexamenjaar werkte ze meerdere dagen per week. Nu ze studeert, beperkt ze het tot de weekends en een enkele avond. Dat betekent nog steeds dat ze goed moet plannen en soms tot twee uur ’s nachts huiswerk zit te maken. ‘Omdat mijn ouders een laag inkomen hebben, heb ik een aanvullende beurs, maar dat is niet genoeg. Ik moet wel werken.’

Sabers vader heeft als arts een goed inkomen, maar Saber krijgt geen ouderbijdrage. ‘Op papier heb ik geen recht op een aanvullende beurs, maar in de praktijk krijg ik dus ook geen geld van thuis en moet ik op een andere manier aan mijn geld komen. Bijvoorbeeld door mijn eigen halal cateringbedrijf.’ Het is een hele opdracht naast zijn studie.

De studerende moeder: ‘Ik sta om vier uur ’s nachts op om te studeren.’

Eerste generatie studenten
Een groot deel van de studenten die bij de Ad studeert, is de eerste in zijn familie die een hogeronderwijsopleiding volgt. Wat vinden de deelnemers van de stelling dat studenten van wie de ouders niet hebben gestudeerd het minder goed doen? Twee zussen van Marokkaanse afkomst zijn het er niet mee eens. Yasmina: ‘Wij zijn het levende bewijs dat dit niet zo hoeft te zijn. Onze opa kwam als gastarbeider naar Nederland en onze ouders waren tieners. Ze spreken de taal niet zo vloeiend als wij en ze kunnen misschien niet helpen met de schoolvakken, maar ze stimuleren ons wel om te studeren en straks financieel zelfstandig te zijn. Met een Marokkaanse achtergrond weet je dat je extra je best moet doen.’

Zus Nassira vult aan: ‘Niet alles hoef je bij je ouders te halen. Ik kan ook bij vrienden of medestudenten terecht voor vragen over mijn studie.’ De kracht van het sociaal netwerk is inderdaad belangrijk, vindt ook docent Jean Marie Molina: ‘Maar ik zou niet zeggen dat studenten die geen steun van thuis krijgen het slechter doen. Ik denk wel dat het studiesucces verder wordt vergroot als je een krachtig sociaal netwerk hebt.’

‘Inzet is de meest bepalende factor voor studiesucces.’

Inzet
Molina is een zogenaamde expert docent studiesucces die vertraagde studenten helpt weer op gang te komen. ‘Samen met hen onderzoek ik hun denkstijlen en hun motivatie. Inzet is de meest bepalende factor voor studiesucces. Maar soms leeft het idee dat je niet goed genoeg bent als je veel inzet moet leveren om studiepunten te halen. Ik help deze studenten anders te kijken. Dus niet: ik kan het niet. Maar: ik kan het nog niet.’

De twee moeders die tot slot aan tafel schuiven, hebben vooral last van de klok en het feit dat er maar 24 uur in een etmaal gaan. Naast hun fulltime studie hebben ze allebei een gezin met twee kinderen. Nohely van 30 moest bij haar vorige studie afkolven in de serverruimte van school, omdat er geen kolfruimte beschikbaar was voor studenten. De Ad ondernemen is haar vijfde studie. ‘Het is gewoon een kwestie van plannen’, zegt ze. ‘Heel veel plannen, dat wel. Ik maak mijn huiswerk ’s nachts. Ik ga vroeg naar bed en sta dan om vier uur op.’

Soms is het echt puzzelen, zoals die keer toen haar oudste dochter jarig was en ze de dag erna een toets had. ‘Die heb ik dus niet gehaald. Het zou handig zijn als je je toetsen zou kunnen inplannen. Nu moest ik vanwege de verjaardag mijn herkansing inzetten.’

Decaan
Programmamanager Gyzlene vindt het jammer dat Nohely haar herkansing op die manier moet gebruiken. ‘In onze langstudeergroep zitten aardig wat mama’s en papa’s. Het is niet altijd makkelijk om te studeren als je al kinderen hebt. Het mooie is wel dat je deze studenten niet hoeft te motiveren. Ze werken heel hard en plannen goed.’

Kan je maatwerk leveren voor deze mama’s, vraagt de discussieleider aan de programmamanager. ‘Dat kan inderdaad. Als studenten zich melden bij de decaan met hun bijzondere situatie en de decaan erkent deze omstandigheid, dan heb ik als onderwijsmanager de ruimte om maatwerk te leveren. In ons geval is het dus ook key om al voor de poort en tijdens de eerste honderd dagen alle studenten met bijzondere omstandigheden op tijd door te verwijzen en te coachen naar een studeerbaar programma. Daar worden wij steeds beter in.

profielen.hr.n

Nouri denkt al stiekem na over keuze tussen Oranje en Marokko

Foto: Facebook Abdelhak Nouri

Abdelhak Nouri maakt een stormachtige ontwikkeling door bij Ajax. Steeds meer voetballiefhebbers vragen zich daarom dan ook af voor welk land hij straks in actie zou willen komen. En dan gaat vaak de gedachte uit naar boezemvriend Hakim Ziyech, die voor Marokko koos.




Nouri heeft dezelfde keuze: kiezen tussen Oranje of het Marokkaans nationale elftal. De 19-jarige middenvelder heeft nog geen keuze gemaakt, maar denkt er stiekem al wel aan. “Iedereen denkt na over die keuze”, zegt hij in gesprek met RTL 7. De smaakmaker van Ajax stond donderdag in de basis in het Europa League-duel met Panathinaikos (2-0).

“Je hebt dromen die je wilt waarmaken. Ik bekijk het stap voor stap. Als ik hier veel minuten kan maken, dan is dat een volgende stap. Voor welk land dat zal zijn? Ik speel nu nog voor het Nederlands elftal”, doelt hij op de Nederlandse jeugdploegen. Al biedt dat geen garantie voor zijn keuze. En eerlijk is eerlijk, het Nederlands elftal kan wel een Nouri op het middenveld gebruiken.