Vier jaar na de moord op Muhsin Fikri, de repressie duurt voort in de Rif

De Riffijnen staan jaarlijks wereldwijd op 28 oktober stil bij de verschrikkelijke en barbaarse moord op de vishandelaar Muhsin Fikri. Op die dag werd de 31-jarige Muhsin Fikri in 2016 door Marokkaanse ambtenaren vermorzeld in een vuilniswagen. Deze misdaad is vastgelegd op videobeelden waarop te zien is hoe hij in aanwezigheid van omstanders werd afgeslacht. Deze zwarte dag staat blijvend gegrift in het Riffijnse collectieve geheugen net als de vele andere misdaden die het Marokkaanse regime tegenover het Riffijnse volk pleegde.

Voor de nieuwe generatie Riffijnen is de laffe moord op Muhsin Fikri een tastbaar bewijs voor de misdaden die het Marokkaanse regime in de Rif pleegt en gepleegd heeft.

Dat zijn er vele: zo is het Marokkaanse regime tijdens de volksopstanden van 1958/1959 vlak na de terugtrekking van Spanje en Frankrijk in 1956 uit de Rif overgegaan tot een massale afslachting onder de Riffijnse bevolking. Daarna was er in de jaren 60 sprake van een massale deportatie van Riffijnen naar Europa onder het mom van tewerkstelling als gastarbeider. In de jaren 70 zijn Riffijnen die actief waren in de oppositie en vakbeweging opgepakt en gevangen gezet. Tijdens de studentenprotesten in 1984 zijn wederom doden gevallen en ontvluchtten veel Riffijnen hun land uit vrees voor hun veiligheid. En deze ontwikkeling zet zich voort tot op de dag van vandaag, wat uit het onderstaand verslag zal blijken.

Massale protesten na een barbaarse moord
Het bleef niet bij de doden die in 1984 zijn gevallen. In 2011 waren er weer vijf doden te betreuren, dit maal in Al Hoceima, dat was tijdens 20 februari beweging, alhoewel deze jongeren niet actief betrokken waren in de beweging. Nabestaanden van deze jongeren wijzen met de vinger naar het regime. In 2015 werd het levenloze lichaam, met afgehakt hoofd, van de rapper Rifinox (Hussain Bellagrache) in de regio Nador gevonden. Het regime wordt door Riffijnse activisten verantwoordelijk gehouden voor deze macabere moord.

Van 1956 tot op heden worden veel Riffijnen vermist, een deel van hen verdwijnt in opdracht van het regime een ander deel is opgeslokt door Middellandse zee tijdens hun vlucht voor de repressie van het regime.

Deze gebeurtenissen en de moord op Muhsin Fikri vormde de aanleiding voor de bevolking van de Rif om direct en massaal in actie te komen. Duizenden Riffijnen gingen de straat op en eisten; een eind aan de militarisering van de Rif, een eind aan de vernedering, de minachting en het doden van de Riffijnen.

Deze protesten mondden uit in een volksbeweging, de zogenaamde Hirak Rif. Maanden lang negeerde het Marokkaanse regime de grote en vreedzame protesten. De vredige en massale demonstraties van de Hirak vonden in verschillende regio’s in de Rif wekelijks plaats.

Ontvoeringen en verkrachting in de Rif
Echter in mei 2017 reageerde het Marokkaanse regime met een ongekende repressie op de eisen van de vreedzame demonstranten.

Meer dan duizend Riffijnen zijn met veel geweld uit hun huizen ontvoerd, door midden in de nacht de huisdeuren te forceren, de slachtoffers weg te rukken van hun familie en hen met onbekende bestemming af te voeren, waarbij zij de naasten in verbijstering en onwetend over het lot van hun dierbaren achterlieten.

Dit lot trof niet alleen jonge gezonde volwassen mannen, ook mensen met beperkingen, vrouwen en minderjarigen ontsnapten niet aan het staatsterrorisme. De jonge zangeres Salima Ziani (1994) beter bekend als Silya Ziani uit Al Hoceima werd ‘s nacht op 5 juni 2017 door Marokkaanse politie ontvoerd en naar Casablanca overgebracht waar zij werd gemarteld, naakt gefilmd en bedreigd met verkrachting.

Nasser Zefzafi de woordvoerder van de beweging is door Marokkaanse agenten ontvoerd, met een knuppel verkracht, waarbij zij op hem urineerden. Op het politiebureau is hij net als andere ontvoerden naakt gefilmd en is er zonder toestemming DNA-materiaal afgenomen.

Protesten voor de Rif in Europ
Ook de Riffijnen in Europa reageerden fel en massaal op deze misdaden van de Marokkaanse overheid. Na de moord op Muhsin Fikri gingen zij de straat op om een halt te roepen aan het doden, het vernederen en verdrijven van Riffijnen uit hun eigen land. Door hun openlijke kritiek op het Marokkaanse regime en het organiseren van protesten durfden veel Europese Riffijnse activisten niet meer af te reizen naar Marokko uit angst voor arrestatie in de wetenschap dat ook zij door het regime gecontroleerd worden. Ook al hebben deze burgers een Europese nationaliteit blijft Marokko hen zien als haar eigen onderdanen. De Nederlandse en Belgische overheid hebben laten weten dat ze hieraan niets kunnen doen.

Marokko heeft geprobeerd een bekende Riffijnse activist die in Nederlandse overheidsdienst is, te beschuldigen van subversieve activiteiten. Marokko vroeg vervolgens Nederland om zijn uitlevering. Na grondig onderzoek van de Nederlandse overheid kreeg Marokko nul op het rekest.

Een Riffijnse Belg is wel in Marokko opgepakt en gevangengezet. België ondernam geen actie voor deze burger, er wordt gezegd dat het land haar goed economische en politieke relatie met Marokko niet wilde schaden.

Doden van demonstrant
Tijdens de laatste protesten in de Rif zijn er doden gevallen, de 22-jarige Imad El Attabi is door een politiekogel om het leven gebracht tijdens de demonstratie van 20 juli 2017 in Al Hoceima. De taxichauffeur Abdelhafid El Haddad is overleden door het inademen van traangas, dat tijdens deze demonstratie veelvuldig werd ingezet.

Veel Riffijnen die aan de protesten deelnamen kregen een oproep om zich bij het politiebureau te melden waar zij onder bedreigingen en vernederingen gedwongen werden een verklaring tekenen waarin zij beloofden niet meer te demonstreren. Tijdens showprocessen zijn meer dan duizend Riffijnen tot gevangenisstraffen veroordeeld variërend van een paar maanden tot 20 jaar celstraf. Onder de langgestraften bevinden zich meerdere activisten zoals Nasser Zefzafi, Mohamed Jalloul, Nabil Ahemjik etc.

Militarisering en economische embargo
Om deze repressiepolitiek kracht bij te zetten liet het Marokkaanse regime nieuwe gevangenissen, politiebureaus en kazernes in de Rif bouwen. Daarnaast werden de grenzen met de ‘Spaanse enclaves’ Ceuta en Melilla gesloten, waardoor duizenden Riffijnse gezinnen hun broodwinning verloren.

Deze illegale en half illegale praktijken als het smokkelen van olie uit Algerije, drugssmokkel en mensenhandel en het smokkelen van producten uit Ceuta en Melilla en Algerije, die een groot deel uitmaken van een parallelle economie, zijn op zijn zachtst gezegd bevorderd en deels opgezet door het regime. Deze worden nu deels aan banden gelegd om de bevolking te treffen.

Deze parallelle economie is in het leven geroepen zodat de Riffijn nooit een economische macht kon vormen. Zelfs Riffijnen die hun geld in Rif willen investeren krijgen daarvoor geen vergunning, maar krijgen wel te horen om dat in andere delen van Marokko te doen. Ook de harde valuta van Riffijnen in Europa en de winst uit onroerend goed komt via de Marokkaanse banken ten goede aan het Marokkaanse regime.

Na de volksprotesten en de daaropvolgende showprocessen is er niets veranderd, de provocaties, intimidaties en vernedering van de Riffijnen door Marokkaanse ambtenaren zowel op straat als in de overheidsgebouwen zijn aan de orde van de dag, zo worden Riffijnen met woorden als, zoon van een Spanjaard, gepest.

Koning Hassan II noemde de Riffijnen in zijn toespraak van januari 1984 ‘uitschot’. Zijn zoon Mohammed VI noemde hen in zijn troonrede van 2017 ‘nihilisten’. Marokkaanse politici volgen de goede voorbeelden van hun koning en uiten kwetsende termen over de Riffijnen, die zij op sociale media en in de Marokkaanse media plaatsen, zoals uitschot en nihilisten.

Ook de vervolging van Riffijnen gaat door, recentelijk zijn twee jongeren door een Marokkaanse rechtbank veroordeeld tot celstraffen voor het dragen van de Rif vlag.

De situatie in Rif is zorgelijk
Dit alles maakt de situatie in de Rif heel erg zorgelijk, het regime heeft belangrijke inkomstenbronnen in de Rif aan de banden gelegd, daarnaast moest de vissershaven van Al Hoceima plaats maken voor een plezierhaven. Veel vissers hebben daardoor hun baan verloren. Aan de handel in producten uit de ‘Spaanse Enclaves’ Ceuta en Melilla is een einde gemaakt door het sluiten van de grenzen. Er is nog nauwelijks sprake van enige werkgelegenheid in de Rif, de mensen hebben het dan ook ontzettend moeilijk, van vakmensen en handarbeiders tot zakenlieden. Er zijn momenteel gezinnen die geen boodschappen meer kunnen doen en die gedwongen zijn om hun meubilair te verkopen om in leven te blijven.

Riffijnen vluchten naar Europa
Om te ontsnappen aan dit schrikbewind ontvluchten duizenden Riffijnen hun vaderland en vertrekken naar Europa. Onder hen bevinden zich vrouwen en minderjarigen. Een nieuw fenomeen is dat nu hele gezinnen uit de Rif vluchten. In Europa komt geen eind aan hun lijdensweg want ze verdwijnen in de ‘illegaliteit’ en belanden daardoor in erbarmelijke omstandigheden. Deze vluchtelingenstroom duurt voort.

Comments

comments

Share