door Redactie | nov 16, 2013 |
De Wereldvoetbalbond (FIFA) weigert om de verkiezingen binnen de Marokkaanse Voetbalbond (FRMF) van afgelopen zondag te erkennen. Dat meldde de FIFA vandaag op zijn website.
Het Noodcomité van de FIFA weigerde de verkiezingen, die resulteerden in de aanstelling van Fouzi Lekjaa als bondsvoorzitter, te erkennen omdat de FRMF ‘zijn plicht niet was nagekomen om de FIFA-richtlijnen te volgen’.
De FIFA verklaarde dat het vorige Uitvoerend Comité onder Ali Fassi Fihri zal aanblijven tot nieuwe verkiezingen begin 2014 zullen plaatsvinden.
AD
door Redactie | nov 13, 2013 |
Mounir El Hamdaoui is blij dat hij in Spanje speelt. De Marokkaanse spits speelt op huurbasis voor Malaga en als het aan hem ligt, dan blijft hij langer in de Spaanse competitie. De 29-jarige El Hamdaoui liet het volgende weten tegenover de Spaanse media:”Ik hou van de Spaanse competitie en hun stijl van spelen, met name het tiki-taka voetbal is fantastisch hier. Ik voel me goed in Spanje.”
Ook over het Marokkaanse elftal had El Hamdaoui wat zeggen.
”Ik denk dat we veel goede spelers hebben in het Marokkaanse elftal. We hebben veel talent maar het probleem is dat we niet als een hecht team spelen”.
”Soms lijkt het erop dat er een aantal spelers voor zichzelf spelen en niet voor het team, we moeten een team bouwen en hopen dat we in de toekomst een prima resultaat kunnen halen”.
Atlas-lion
door Redactie | nov 13, 2013 |
Het broertje van Nordin Amrabat, Sofyan, heeft een contract bij FC Utrecht getekend. Dat maakte de club via de officiële kanalen bekend.
Sofyan Amrabat heeft een verbintenis ondertekend tot medio 2017. De zeventienjarige Marokkaan voetbalt het liefst op het middenveld. Dat doet hij bij FC Utrecht al sinds 2007, in de diverse jeugdelftallen. Amrabat is eveneens jeugdinternational van zijn land.
Zijn oudere broer Nordin speelt momenteel in Turkije voor Galatasaray SK. De voormalig aanvaller van PSV en VVV-Venlo moet in Istanbul vooral genoegen nemen met een plaats op de reservebank. Amrabat mag wel vaak invallen.
Overigens traint broertje Soufyan deze week mee met het eerste elftal van FC Utrecht. Het team van trainer Jan Wouters bevindt zich op de dertiende plaats in de Eredivisie. ”Het is geweldig dat ik bij FC Utrecht de kans krijg om mij verder te ontwikkelen. Mijn leven staat in het teken van het bereiken van Eredivisie”, vertelt Amrabat trots.
door Redactie | nov 13, 2013 |
Het conflict tussen Marokko en Algerije over de Westelijke Sahara is op een nieuw dieptepunt beland. De afgelopen tijd heeft Marokko zijn ambassadeur in Algerije teruggeroepen, hebben woedende betogers bij het Algerijnse consulaat in Casablanca de Algerijnse vlag neergehaald en heeft een Marokkaans tijdschrift zelfs opgeroepen tot landroof. Mogelijk raken nu echter ook de Verenigde Staten betrokken bij het conflict.
Marokko strijdt al sinds 1975 voor internationale erkenning van de annexatie van de Westelijke Sahara, voormalig Spaans grondgebied. Algerije steunt echter de onafhankelijkheidsbeweging Polisario, die in het gebied een eigen staat wil vestigen.
Door de hoogoplopende ruzie tussen de twee Noord-Afrikaanse landen is er van samenwerking in de strijd tegen terreurorganisatie Al-Qaida geen sprake; een strijd waar Washington veel waarde aan hecht, omdat Al-Qaida in Noord-Afrika zich begint te ontwikkelen als een organisatie die actief is in de gehele Sahara, van Marokko tot Libië.
Volgende week vertrekt de Marokkaanse koning Mohammed V naar de VS voor een onderhoud met president Barack Obama. De monarch wil vermoedelijk de steun van Obama in het conflict met Algerije.
Marokko heeft voorgesteld om de Westelijke Sahara verregaande autonomie te verlenen. Polisario vindt dat niet genoeg en stelt zich op het standpunt dat de lokale bevolking het recht heeft om zich in een referendum uit te spreken over de toekomst van het gebied. Algerije steunt deze stellingname en biedt Polisario een wijkplaats, naar eigen zeggen omdat Algerije achter het recht op zelfbeschikking staat. Marokko noemt het echter een tactische zet om meer invloed in de regio te krijgen.
Eind oktober trok Marokko zijn ambassadeur in Algerije vier dagen terug, nadat Algerije wederom had aangedrongen op een VN-onderzoek naar de mensenrechtensituatie in de Westelijke Sahara. Volgens mensenrechtenorganisaties maakt Marokko zich schuldig aan mensenrechtenschendingen. De Marokkaanse regering weigert echter in te stemmen met een onderzoek, omdat dat een bedreiging voor de soevereiniteit zou zijn.
Het besluit de ambassadeur terug te trekken kwam volgens de Algerijnse diplomaat Abdelaziz Rahabi als een volslagen verrassing. Hij noemde de beslissing buitenproportioneel. Volgens hem probeerde Marokko met de beslissing van de kwestie een hoofdthema te maken tijdens het bezoek van de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken John Kerry aan de regio.
Kort na het incident herhaalde de Marokkaanse pers nog eens dat Algerije er op uit is de regio te domineren. Op de voorpagina van weekblad Maroc Hebdo, dat wordt gezien als spreekbuis van de regering, werd de teruggave geëist van enkele grensdorpen die Algerije in de jaren zestig zou hebben bezet. Voor de diplomatieke missies van Algerije in Marokko verzamelden zich groepen mensen en in Casablanca wist een Marokkaan de vlag van het Algerijnse consulaat naar beneden te halen, ondanks de aanwezigheid van agenten.
Het probleem voor Marokko is dat Algerije en Polisario het internationaal recht aan hun zijde weten. Marokko heeft volgens Mustapha Naimi, een deskundige op het gebied van de Sahara-problematiek, dan ook grote moeite om aan de internationale gemeenschap uit te leggen, waarom het Marokkaanse voorstel voor meer autonomie werkelijk beter is dan een referendum over zelfbeschikking.
“Het is het officiële standpunt van de VN, dus Marokko is in het defensief gedrongen”, aldus Naimi. “Om dit probleem op te lossen moet Marokko al zijn troeven spelen en sterk uitkomen tegen Algerije.” De laatste diplomatieke schermutselingen zijn volgens hem een bewuste actie van Marokko, dat daarmee de kwestie extra onder de aandacht wil brengen en de positie van Algerije wil ondermijnen om zo met nieuwe oplossingen te kunnen komen.
Of Marokko uiteindelijk aan het langste eind trekt is de vraag: de Veiligheidsraad heeft steeds meer aandacht voor de mensenrechten en in april probeerde de Amerikaanse VN-ambassadeur Susan Rice al eens aan te sturen op een onderzoek naar de mensenrechtensituatie in de Westelijke Sahara. Dat kwam haar te staan op luid protest van Marokko.
“De mensenrechten worden langzaam maar zeker steeds belangrijker in de discussies in de Veiligheidsraad”, zei Carne Ross, lid van een organisatie die Polisario adviseert. “Toen ik nog diplomaat in de Veiligheidsraad was, tien, vijftien jaar geleden, spraken mensen over het algemeen helemaal niet over mensenrechten, nu wel. Deze verandering in de discussies in de Veiligheidsraad is er een voor de lange termijn en de Marokkanen komen daarin niet goed uit de verf.”
door Redactie | nov 8, 2013 |
De jonge generatie moslims in de Nederlandse samenleving van de jaren negentig van vorige eeuw en het eerste decennium van deze eeuw is geboren met afwijking, met een historische amnesie. Moslimjongeren kregen weinig bagage mee van hun ouders over hun eigen geschiedenis. Het Nederlands onderwijs bood ze evenmin weinig houvast over de Nederlandse cultuur en geschiedenis. Met de eeuwwisseling werd ook het vormingswerk dat door de jaren heen een substantiële bijdrage leverde aan de emancipatie van verschillende groepen in de Nederlandse samenleving definitief afgebouwd met de voltooiing van de ontzuiling. Dit werd versterkt door de heersende historische vacuüm van het ‘einde van de geschiedenis’ . Zij konden zich nergens mee identificeren en raakte vervreemd van hun omgeving. In deze zin zijn zij in de opgegroeid een zonder historisch besef.De verworpenen uit de ‘Nederlanditeit’ trokken zich terug en werden met open armen ontvangen door predikers van het salafisme. In de jaren negentig van vorige eeuw bloeiden salafistische instellingen in Nederland. Met allerhande cursussen en opleidingen over islamitisch geloof bood het salafisme moslimjongeren houvast, identiteit en erkenning. Een belangrijke notie in het vorming- en opleidingsaanbod van salafistische centra was de scheiding tussen gelovigen en ongelovigen en de leer van loyaliteit en distantie [al-Walaa wa al-Baraa]. De moslim zou zich niet moeten mengen in aangelegenheden van de ongelovigen en afstand moeten nemen van hun waarden, manieren en instituties. Het salafisme kweekte op deze manier terugtrekking, isolement en onverschilligheid ten aanzien van maatschappelijke en politieke vraagstukken. Van de gedachte van ‘oprotten naar eigen land’ bood het salafisme de equivalente notie van ‘Migratie’[Hidjra]. Dit betekent dat degenen die als een goede moslim willen leven met een zuiver geloof niets te zoeken hebben in Nederland en zouden zich moeten vestigen in een moslimland. Veel moslimjongeren konden met hun ervaringen en grieven nergens terecht. Het onderwijs als het jeugdwerk met hun inhoud en methodieken zijn nog niet voldoende opgewassen tegen zowel het salafistische en jihadistisch culturele offensief als de anti-islam opvattingen waaronder jongeren lijden .
Het salafisme voorbij …
De generatie van het islamdebat heeft nu de leeftijd van maatschappelijke rijping en politieke bewustwording bereikt. De nieuwe generatie moslims verzet zich nu tegen de afwijzing van de islam-bashing door autochtone opinieleiders en politici en de onverschilligheid of passiviteit van het salafisme. Voor de overgrote meerderheid jonge moslims bieden de isolationistische denkbeelden en opvattingen geen uitkomst. Salafisme kan weliswaar een zuiver geloof bieden maar het geeft geen afdoende antwoord op existentiële vragen waarmee zij in hun dagelijks bestaan worstelen. De scheiding tussen gelovigen en ongelovigen zet moslimjongeren op afstand van de Nederlandse samenleving terwijl zij eigenlijk verlangen om op een volwaardige manier deel daarvan uit te maken. De salafistische afwijzing van de Nederlandse samenleving, politiek, democratie en de rechtstaat maakt voor hen iedere vorm van politieke participatie onmogelijk. Dit terwijl zij ervan bewust zijn dat juist de democratische rechtstaat een existentiële voorwaarde is voor hun aanwezigheid en rechten in de Nederlandse samenleving.
Voor een klein deel van moslimjongeren wakkert het salafisme juist een scherp moslimbewustzijn maar geeft het geen adequaat antwoord op de uitdagingen van de anti-islambeweging de dagelijkse bashing, vernedering en afwijzing van moslims hier en nu, in Nederland maar ook in het Westen. Op gegeven ogenblik zijn deze jongeren ook gefrustreerd ten aanzien van salafisme. Salafistische sheikhs zijn voor hen te passief en hun volgelingen komen niet tot tastbare en effectieve actie. Zij veroordelen de aanvallen op de islam en moslims niet maar kijken toe. Deze moslimjongeren willen juist voor hun islamitische identiteit en gemeenschap opkomen. De dogmatische recepten van het salafisme houden geen stand naast de simpele, kant en klare antwoorden van het jihadisme als gaat om rechten, sociale uitsluiting en ‘onderdrukking van onze broeders’ in Nederland maar overal in de wereld.
Gaande het islamdebat hebben de anti-islambeweging en salafisme in Nederland, hoe paradoxaal dan ook, elkaar versterkt en elkaar bevrucht. Door kruisbestuiving van beide stromingen is een nieuwe generatie ontstaan die als het ware verworpen werd uit de ‘Nederlanditeit’. Van zowel de anti-islam-beweging als van het salafisme mochten deze jongeren geen Nederlander zijn terwijl deze jongeren zoveel van Nederland houden. Zij denken, voelen zich en gedragen zich Nederlands. Zij voelen zich ongelukkig in Nederland, willen graag mee doen, hebben Nederlandse vrienden en doe mee aan het maatschappelijk verkeer. Ook hun culinaire smaak is Nederlands. Dat geldt ook voor de Nederlandse Syriëgangers die ‘ook wel snoepgoed zoals drop, of een simpel broodje jong belegen Hollandse kaas missen’. (Interview met de Volkskrant in augustus 2013). Aan de andere kant voelen zij zich afgewezen, miskend en vernederd. Daarom koesteren zij haat en wrok tegen hun omgeving en keren de rug toe aan hun geliefd Nederland. Deze jongeren onderhouden een liefde- en haatverhouding met Nederland. Liefderuzies tussen moslimjongeren en Nederland sloegen om in percepties van vernedering en worden door toeschouwende jihadisten omgevormd in vijnadbeelden die geweldsfantasieen voeden. Een deel van mosljongeren hebben voldoende signalen afgegeven dat zij in een benaderde situatie situatie. Voor een dergelijke situatie heb ik ook zelf in een intervieuw 1997 gewaarschuwd.
Liefdesverdriet
Achter het spektakel van de voetballende jihadisten schuilt een liefdesdrama en een verhaal vol symboliek. Zij willen meespelen en strijd voeren. Zij hebben behoefte aan publiek die ze aandacht schenkt. Zij schreeuwen om nu nog om hulp. Maar elk liefdesverdriet kan omslaan in verraad of een ‘crime passionnel’. Boosheid, ruzie en conflicten zijn inherent aan liefdesrelaties. De signalen die moslimjongeren afgeven zullen goed begrijpen moeten worden. De ruzie zal uitgesproken en bijgelegd moeten worden ter voorkoming van een breuk. Een omslag in het denken van moslims, politici en beleidmakers is daarom noodzakelijk om de nieuwe jeugdcultuur onder moslimjongeren te begrijpen. De nieuwe generatie moslims en de uitdagingen waarvoor zij de Nederlandse samenleving stelt, zullen bloedserieus genomen moeten worden.
Een nieuwe start
Om te beginnen zullen moslims zelf een eigen emancipatieproces ontwikkelen. De salafisten en jihadisten bieden hen alleen haat en geweld als alternatief. Een emancipatieproces van welke groep dan ook berust altijd op een positief concept en biedt hoop en perspectief aan de doelgroep. Moslimjongeren hebben behoefte aan een constructief perspectief waarmee zij overweg kunnen met hun leeftijd- en landgenoten. In de tweede plaats zullen de instituties waarmee de jongeren dagelijks mee te maken hebben (scholen, jongerenwerk, sport) moeten investeren in de het herstel van de relatie en vertrouwen tussen deze jongeren en de samenleving. Professionals en vrijwilligers met wie de jongeren zich kunnen identificeren spelen hierbij een cruciale rol. Leraren, leerlingbegeleiders, jongerenwerkers en trainers uit eigen kringen, maar ook autochtone Nederlanders kunnen samen de morele weerbaarheid van jongeren versterken. Vanuit deze kringen kan een nieuwe boodschap voor de jongeren over de Nederlandse samenleving en hun positie daarin gesmeed worden. In de derde plaats zullen de fundamenten van de (de)radicaliseringsaanpak van de recente jaren die de spil van het veiligheidsbeleid grondig herzien moeten worden. De voorhoede die moslimjongeren nu aanspreekt met extremistische gedachten, beelden en verhalen is goed bestand geworden tegen het officieel discours achter (de)radicaliseringsaanpak en zich onttrekken aan toezicht. Dit betekent concreet dat een repressieve juist de het gevoel van achtervolging kan versterken. Verbod op ontmoetingen en andere activiteiten bewerkstelligt alleen maar slachtofferschap met als gevolg nog meer verzet. Binnen de islamistische ideologie van de Moslimbroeders en de salafisten wordt onderdrukking altijd geframed als ‘opgave die het geloof versterkt’. In plaats van repressie, emancipatie. De democratische rechtstaat zal zonder meer beschermd moeten worden tegen risico’s en dreigingen. Maar onderdompeling van moslimjongeren in het liberale gedachtegoed van vrijheid, democratie en gelijke rechten kan hen emotioneel en cultureel weerbaar maken voor ongewenste invloeden. Verhoging van weerbaarheid begint bij investering in de politieke vorming van burgers, autochtonen en allochtonen.
Farid Aouled Lahcen
Coördinator Netwerk Burger Rechtsstaat, Den Haag
door Redactie | nov 8, 2013 |
“Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren”, luidt de eerste regel van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Maar wat als je in een conservatief islamitisch land als Marokko woont en ‘anders’ bent? Dan kun je je aansluiten bij de activistengroep MALI, Le Mouvement Alternatif pour les Libertés et Individuelles.
Het afzetten tegen de islamitische cultuur vindt plaats bij het huis waar de harde kern een keer per maand samenkomt. Driss Bounouar, activist sinds jaar en dag, gaat eerst nog even langs de buurtsupermarkt in het centrum van Rabat. Achterin de eenvoudige winkel staan de verboden vruchten: wijn, bier en sterke drank. Driss pakt, met gemak, twee Marokkaanse grijze wijnen en een flink aantal Heinekenbiertjes. Met twee plastic tasjes vol verboden goed loopt hij de winkel uit. Als de politie hem nu had gefouilleerd, had hij mee gemoeten naar het bureau, maar hoogstwaarschijnlijk was hij er met een zakcentje voor de politieagent vanaf gekomen, lacht Driss.
Het huis is van Ibtissame Lachgar, medeoprichtster van MALI en ligt ironisch genoeg tegenover het politiebureau. Zodra de drank op tafel is gezet en de sigaretten zijn aangestoken, laat Ibtissame met trots de geslaagde acties van MALI op haar laptop zien: een fototentoonstelling over Marokkaanse homoseksuelen en een reportage over het verbod op eten en drinken tijdens de ramadan. Onder de actievoerders, in Rabat en Casablanca, bevinden zich voornamelijk gestudeerde jongeren die een arme of middelmatige achtergrond hebben. “Natuurlijk zitten er ook een aantal activisten bij met een rijke achtergrond, het is een mix van mensen die bewust zijn van wat er om hen heen gebeurt”, zegt Driss.
Ze hopen de ‘gewone’ mens, jong en oud, te bereiken door folders uit te delen, filmpjes op internet te posten en evenementen te organiseren. Maar dat blijft lastig. “De onwetendheid van de mensen is een groot probleem. Al van jongs af aan wordt ons door de overheid een bepaalde visie opgelegd en daar komt bij dat meer dan de helft van de bevolking analfabeet is. Het kost tijd om mensen op een ander inzicht te laten komen”, aldus Driss. Met MALI stellen ze onderwerpen als religie, seksualiteit en vrijheid van meningsuiting ter discussie en gaan graag in debat.
“Maar”, zegt Driss, “de overgrote meerderheid van de bevolking wil niet luisteren. Daarom is Marokko nog lang niet klaar voor een revolutie.” De activisten hadden hoop toen de Arabische Lente om de hoek kwam kijken, maar helaas was de ‘Marokkaanse Lente’ van korte duur. Er waren niet genoeg mensen om een echte revolutie te ontketenen, de koning deed een aantal toezeggingen, er kwam een referendum en Marokko leefde nog lang en gelukkig. “In een conservatief en corrupt regime”, vult Driss aan. Volgens hem is het nu erger dan voorheen gesteld met de persoonlijke vrijheid en kan je voor de kleinste vergrijpen worden opgepakt.
Gevangen
Yasmine en Aicha sluiten aan bij het gesprek, ze vormen een lesbisch koppel en kunnen over de beperking van persoonlijke vrijheid goed meepraten. “Als je geen problemen hebt met de politie, dan heb je wel problemen met de sociale omgeving. Hier in Marokko vinden mensen ons ziek, vies of we bestaan niet”, zucht Yasmine. Opmerkelijk genoeg vertelt haar vriendin dat ze wel jarenlang een hoofddoek heeft gedragen en praktiserend moslim was tot haar puberteit. Door vele twijfels besloot ze haar hoofddoek voorgoed af te doen. “Ik voelde me zo opgelucht en vrij”, zegt Aicha met een glimlach.
Maar zo ‘vrij’ voelt ze zich tegenwoordig niet meer, want in artikel 489 van het Marokkaanse wetboek voor strafrecht staat dat een homoseksuele daad of relatie bestraft kan worden. Net als dat er straf op staat als je verandert van godsdienst. “We zitten opgesloten in een gevangenis”, zegt Aicha die net als de anderen aan de tafel atheïst (of agnost) is. “Elke dag hebben we te maken met vernederingen en daarom vechten we met MALI voor verandering.” Maar wat als die niet komt? Wat als, zoals Driss beweert, mensen niet willen luisteren? Hoe ver gaan ze? Yasmine kijkt bedrukt, net als Aicha heeft ze wallen onder haar ogen. Ze zijn moe van het strijden, van de oneerlijkheid, van de mensen, maar ze willen ook leven in een wereld waarin ze worden geaccepteerd.
Op de vraag of ze naar het buitenland zouden willen roept Ibtissame, die voornamelijk in Parijs woont, het hardst “Natuurlijk!”. “Niemand wil hier blijven, maar doordat het lastig is een visum te bemachtigen zitten we hier vast”, zegt Driss. Yasmine en Aicha zijn het met hem eens. Maar de virtuele vrienden-teller van MALI’s actieve Facebookpagina staat inmiddels op +4.300 en dat hoge aantal geeft energie en hoop. En met dat kleine beetje vertrouwen dat ooit alles goed komt, zullen ze voorlopig in Marokko blijven en acties bedenken om de mensen bewust te maken. Bang om opgepakt te worden zijn ze allemaal niet, zeggen ze. “Als ik mijn leven hiervoor zou moeten opgeven, dan is dat zo. It’s for the better.” En op Driss’ laatste woorden drinken ze er nog eentje.
Op dit moment voert MALI campagne voor ‘free boussa’, wat vrije zoen betekent. Dit is naar aanleiding van de arrestatie van jongeren die een foto op Facebook plaatsten waarop ze zoenen op straat. MALI deed een tegenactie en riep mensen op om te zoenen voor het parlement in Rabat. Met als gevolg dat er nu aanklachten worden ingediend tegen leden van MALI zelf.
De namen van Yasmine en Aicha zijn gefingeerd. Meer weten? Zie: Facebook