Ontvoering kinderen voorkomen in Arif

In Arif Nador is de ontvoering van drie kinderen op het nippertje voorkomen dankzij enkele getuigen.




Onbekenden probeerden de drie kinderen in Arouit in hun auto te duwen. Het voertuig, een SUV, had een kentekenplaat uit Meknes

De jonge slachtoffers, allen onder 13 jaar, begonnen echter om hulp te roepen. Meerdere getuigen grepen als gevolg in waardoor de ontvoerders de kinderen achterlieten en wegvluchten.




CIA documenten onthullen moordplan Khaddafi op koning Hassan II

Ontluisterende gegevens uit onlangs onthulde CIA papieren!




Uit vrijgegeven CIA documenten is te lezen dat de vermoorde Libische leider Muammar Khaddafi er geen warme gevoelens op na hield als het om de koning van Marokko ging. Destijds verwikkeld in een tijd van politieke spanning in verschillende Arabische en Afrikaanse landen liet de Libische leider zich scherp uit over monarchen in de Arabische wereld. Khaddafi noemde de overleden koning Hassan II en de vorst van Jordanië, Hussein, gekken die leden aan mentale ziekten. Bekend is dat Khaddafi zichzelf destijds zag als het voorbeeld in de periode dat zich verschillende revoluties voordeden in de Arabische wereld.

De spanning was al helemaal om te snijden toen de Polisario beweging de Marokkaanse Sahara bezette. Algemeen bekend was dat Khaddafi hen steunde door financiële bijdragen te doen en de bezetters aan wapens te helpen. Khaddafi schoof die steun niet onder stoelen of banken. Sterker nog hij liet zich openlijk uit over de steun aan Polisario. Tegelijkertijd beaamde hij dat het absurd was dat die mensen niet in verzet mochten komen tegen het regime van koning Hassan II. Dit probleem leek weggenomen te zijn toen beiden partijen, Libië en Marokko, op het punt stonden een verklaring te tekenen waarin de Libiërs aangaven te stoppen met de wapensteun aan Polisario.




De Verenigde Staten die belangen hadden bij het regime van Khaddafi, onder meer in de vorm van oliewinning, moesten niets hebben van deze overeenkomst en hadden Marokko afgeraden het te tekenen. Hassan II op zijn beurt liet zich uit over de hypocriete houding van de VS. Hij zei dat ze miljarden opstreken uit de oliewinsten in Libië en dat ze het dan nog in hun hoofd konden halen om het land publiekelijk te bekritiseren.

In dit hele verhaal zou Khaddafi zelfs zo ver zijn gegaan dat hij koning Hassan II wilde ombrengen. De naar buiten gebrachte documenten van de Amerikaanse inlichtingendienst laten zien dat de oud-leider van Libië hier zelfs mensen voor had gepolst. Het zou naar verluidt gaan om een Palestijnse strijder die Abu Nadal werd genoemd. In een reactie op deze informatie laat een verantwoordelijke binnen de CIA weten dat de tijd voorbij is dat dergelijke documenten geheim zijn, nu is het voor iedereen mogelijk om vanuit de huiskamer ze te raadplegen.

Onderzoek naar dood Mohsin Fikri afgerond

Het grondig onderzoek naar de dood van Mohsin Fikri is afgerond. De visboer was eind oktober in Al Hoceima door de machines van een vuilniswagen vermorzeld.




Twaalf verdachten zullen voor de dood van de visverkoper terechtstaan. Hun proces zal in de komende dagen in Al Hoceima van start gaan.

Er zijn nog negen verdachten sinds hun arrestatie in voorlopige hechtenis gebleven. Onder hen, twee overheidsagenten, de provinciale afgevaardigde van de zeevisserij en medewerkers van de vuilophaaldienst. De drie andere verdachten werden voorwaardelijk vrijgelaten.

Voor het grondig onderzoek werden tientallen mensen gehoord waaronder vissers, havenmedewerkers en familieleden van het slachtoffer.

Koning Mohammed VI wenst vertrek Premier Benkirane niet

Vier maanden na de parlementsverkiezingen zit Marokko nog steeds zonder regering. Premier Abdelilah Benkirane heeft de moeilijke missie om een coalitieregering te vormen. Hij liet onlangs weten dat hij eraan dacht ontslag te nemen.




Benkirane schijnt echter op zijn beslissing te zijn teruggekomen en plant nieuwe onderhandelingen met meerdere partijen om zo snel mogelijk een regering te vormen.

Een goed geïnformeerde bron verklaarde aan TelQuel dat Koning Mohammed VI niet wenst dat Abdelilah Benkirane zijn ontslag indient als eerste minister. Fouad Ali El Himma, adviseur en vriend van Koning Mohammed VI, zou dat zelf ook aan Benkirane hebben gezegd.

Volgens dezelfde bron zullen de onderhandelingen tussen de partijen van de vorige coalitieregering net na de top van de Afrikaanse Unie eind deze maand, worden hervat.

Misdaden van Marokkaanse regime

Adra Ghedu

Farid Akrouh is geboren in januari 1965 in Ayt Bouayyach, provincie Al-Hoceima. Hij groeide op in een dorp genaamd Sidi Ḥmad. Hij zat op de basisschool in Ayt Bouayyach en op de middelbare school Uqba Ibnu Nafiɛ. Farid verhuisde naar Imzouren om het voortgezet onderwijs daar te volgen.




In zijn laatste schooljaar, op 21 januari 1987, ging hij zoals altijd naar school. Bij binnenkomst zag hij een groep mensen zich op het schoolplein verzamelen. Dat bleek een protestactie van studenten te zijn. Uit nieuwsgierigheid ging hij een kijkje nemen en op dat moment werd de school bestormd door de Marokkaanse ordetroepen.

Uit de angst voor gewelddadig optreden van de Marokkaanse regime, rende iedereen weg. Farid vlucht naar een kantoor op school en kwam de schooldirecteur tegen die tegen hem zei: “Kom binnen mijn kind”. Nadat Farid binnen was, deed de directeur het kantoor op slot en gaf door aan de ordertroepen dat hij een subversieve student opgesloten had. Farid werd daar mishandeld en met knuppels geslagen totdat hij in coma raakte. Hij overleed in het ziekenhuis op 22 jarige leeftijd.

Said Boudduft, geboren in januari 1971 in Tizi Ouakki, provincie Al-Hoceima. Hij komt uit een arm gezien, en was lichamelijk beperkt. Na zijn basisschool ging hij eveneens naar de middelbare school in Imzouren. In het school jaar 1986/1987 zat hij in de tweede klas.

In de ochtend van die zwarte woensdag van 21 januari 1987, was er een protestactie op school. De scholieren werden verrast door binnenstormen van gewapende Marokkaanse ordertroepen. Uit vrees voor gruwelijk geweld van de Marokkaanse overheid rende iedereen weg. Said kon niet weg rennen en werd langdurig geslagen ondanks zijn jonge leeftijd en zijn lichamelijke beperking. Hij overleefde de aanval van de Marokkaanse ordertroepen niet en overleed op de leeftijd van 16 jaar.

Op 19 november 1958 werd de provincie Al-Hoceima tot een militair gebied verklaard, bij decreet nummer: 1.58.381. Dat decreet is tot op heden nog geldig, zonder duidelijkheid over de inhoud.

Het volgende is wel te zien in de provincie Al-Hoceima:

Veel gendarmerie-controleposten in vergelijking met de rest van het land.

De aanwezigheid van militaire kazernes binnen de stad. Ondanks dat het Marokkaanse leger al ruim 10 jaar geleden is begonnen met de verhuizing van militaire kazernes van binnen de steden naar buiten de steden.

Machtsvertoon van militair personeel door het dragen van militaire uniform ook in de eigen tijd, het zichtbaar neerleggen van militair hoofddeksels op dashboarden.

Ruwe behandeling van de mensen door overheidsambtenaren.

Een van de eisen van de recente volksbeweging in Al-Hoceima is de opheffing van het decreet nummer: 1.58.381.