Expresweg tussen Taza en Al Hoceima 2018 open

De nieuwe expresweg tussen Taza en Al Hoceima moest oorspronkelijk dit jaar openen. Volgens het ministerie van Verkeer zal de weg echter ten vroegste in 2018 klaar zijn.




In een kleine update aan l’Economiste legt de afdeling uit dat deze vertraging te wijten is aan de aanleg van het 18 kilometer lange weggedeelte tussen Oued Nkour en Kasseta die pas vorige maand van start ging. De andere gedeeltes van de expresweg zijn reeds voltooid of zullen nog dit jaar worden afgewerkt.

Oorspronkelijk zou de expresweg 2,5 miljard dirham kosten, maar het project zal uiteindelijk een investering vergen van 3,3 miljard dirham.

De expresweg van 130 kilometer zal Al Hoceima verbinden met de snelweg tussen Oujda en Agadir en zal de reistijd naar Taza van 3 naar 2 uur verminderen.

Marokkaanse spoorarbeiders eisen 628 miljoen van Franse

Enkele honderden spoorarbeiders van Marokkaanse afkomst eisen samen 628 miljoen euro van de Franse spoorwegmaatschappij SNCF. Ze eisen het geld omdat ze het slachtoffer waren van discriminatie, zoals bijna twee jaar geleden door de rechter werd bevestigd. De SNCF vindt hun eis tot schadevergoeding echter “buitensporig”.

In eerste aanleg werden de Franse spoorwegen nog veroordeeld tot een schadevergoeding van 170 miljoen euro. Nu loopt een procedure voor het hof van beroep. De ruim 800 Marokkaanse arbeiders werden in de jaren 1970 in hun thuisland gerekruteerd en zijn intussen op pensioen. Ze konden echter nooit genieten van een vaste benoeming.

SNCF vindt de nieuwe eis overdreven en niet in lijn met de realiteit. De 628 miljoen komt overeen met zo’n 700.000 euro per arbeider. “De meeste arbeiders waren ongeschoold en hadden dus een heel kleine kans om door te groeien tot een kaderfunctie”, aldus de advocaat van de spoorwegmaatschappij.

Een uitspraak wordt verwacht op 31 januari 2018.




De Marokkaanse Koninklijke Militaire Gendarmerie

Adra Ghedu

Na twee mislukte staatsgrepen door de krijgsmacht in 1971 en 1972 zet Hassan II zijn koninklijke leger onder toezicht van een nieuwe eenheid.

De Marokkaanse Koninklijke Gendarmerie is een politie-eenheid met militaire en civiele functies, net als de Nederlandse Koninklijke Marechaussee, en kreeg als nieuwe taak het leger te controleren.

unnamed 1

Om deze nieuwe taak uit te voeren is in februari 1973 een nieuw onderdeel van de Gendarmerie gecreëerd, deze krijgt de naam: ‘Marokkaanse Koninklijke Militaire Gendarmerie’ en heeft als taken:

– toezicht houden over de militaire kazernes.
– toezicht houden over de troepenbewegingen.
– escorteren en beveiligen van wapentransporten.
– begeleiden van militaire eenheden tijdens hun verplaatsingen in de zuidelijke militaire zone (de Westelijke Sahara) en in het Noorden (de Rif).
– schrijven van dagelijkse verslagen over het leger voor het hoofdkwartier.

Deze eenheid is bevoegd om binnen de militaire kazernes en terreinen te opereren.
In geval van oorlog krijgt deze eenheid de leiding over de militaire corpsen en eenheden van het leger.

In de Sahara zijn ruim 3200 leden van de Militaire Gendarmerie gelegerd.

Deze eenheid valt direct onder het hoofdkwartier van de Gendarmerie in Rabat, met aan het hoofd, de 81 jarige generaal Housni Benslimane. Deze viersterren generaal
staat sinds 1973 aan het hoofd van de Marokkaanse Koninklijke Gendarmerie. In diverse dossiers over mensenrechtenschending in Marokko komt de naam van generaal Housni Benslimane regelmatige voor.

Geüniformeerde leden van de Militaire Gendarmerie zijn te herkennen aan het rode koord op de linkerschouder.

De gouverneur van Al Hoceima ontkent dat Al Hoceima een militaire zone is, maar de aanwezigheid van deze militaire gendarmerie in gevechtstenue bewijst het tegenovergestelde.




Leider van de Rif Protesten: ‘Wij zijn geen Separatisten’

Nasser Zafzafi, de meest vooraanstaande activist van de aanhoudende protesten in de Rif, heeft gereageerd op de beschuldigingen dat de demonstranten in de stad Al Hoceima en de aangrenzende regio’s pleiten voor separatisme.

Deze aantijgingen zijn afgelopen zondag, formeel gemaakt door de regeringscoalitie tijdens een overleg met de minister van binnenlandse zaken, Abdelouafi Laftit. In een video die maandag gepost is op facebook, verwerpt Zafzafi de beschuldigingen en verwijt hij de regeringscoalitie dat zij ‘onwaarheden verspreidt over de Rif protesten’.
‘We zijn geen separatisten. We hebben legitieme eisen, aldus Zafzafi.

De activist gebruikte krachtige taal naar de regeringspartijen en noemde hen ‘dwergen’.

‘Al zes maanden protesteren wij en er is geen schade aangebracht’, verklaarde hij. ‘Het land is stabiel en de veiligheid bleef ongeschonden. Wij hebben geen separatistische neigingen’.
De activist uit de Rif ontkent de beschuldigingen dat de leidende demonstranten geld uit het buitenland ontvangen.

‘Als je enig bewijs hebt dat wij geld hebben ontvangen vanuit het buitenland, springen wij van de top van de hoogste berg van de Rif’.
Zafzafi herhaalde de eis van de demonstranten om het decreet van 1958 te niet te doen. Deze verklaart Al Hoceima tot een militaire zone dat de deur openzet voor interventies door de strijdkrachten.

Hij verklaarde dat de protesten een gevolg zijn van de minachting van de regering voor de eis om de rechten van de mens in de regio sinds 1958 te eerbiedigen.

De coalitiepartijen van de regering beschuldigen de demonstranten ervan dat zij pleiten voor separatisme en dat zij de rode lijnen hebben overschreden.

Rachid Talbi Alami, lid van het politiek bureau van de “National Rally of Independents’(RNI) verklaarde dat er sprake was van ‘Onregelmatigheden die geleid werden door groep oproerkraaiers van buiten’.

Khalid Naceri, lid van het politiek bureau van de Partij voor Vooruitgang en Socialisme (PPS) beschuldigt de demonstranten ervan sociale eisen te gebruiken als voorwendsel om problemen te veroorzaken.
Tijdens het overleg van de coalitiepartijen deed de Minster verslag van de situatie in de regio.

De relatie tussen de demonstranten en het Ministerie is bijzonder gespannen. Laftit beschuldigt de demonstranten ervan, dat zij zijn geïnfiltreerd en spreekt van ’een onzichtbare hand’ achter deze demonstraties.




Protesten in de Rif: Regering waarschuwt voor Separatisme

De regeringscoalitie geleid door de Partij voor Recht en Ontwikkeling(PJD) heeft gewaarschuwd, dat de protesten in de Rifregio zich bewegen richting separatisme.

De aanvoerders van de coalitiepartijen, waaronder de Minister van Binnenlandse Zaken Abdelouafi, ontmoetten elkaar afgelopen zondag om de situatie in de stad Al Hoceima en omgeving te bespreken.

Saad Eddine El Othmani, Leider van de PJD en hoofd van de regering zei dat ‘de wet voorschrijft hoe te handelen bij de protesten’. Maar dat men tegelijkertijd moet voorkomen dat demonstraties leiden tot beschadiging van privaat of publiek bezit of dat het leidt tot het aanwakkeren van separatistische gevoelens’.

Hij voegde eraan toe dat de demonstranten voorzichtig moeten zijn en geen banden moeten aangaan met buitenlandse agenda’s of hulp aanvaarden van bronnen buiten Marokko.

El Othmani vervolgde met te verklaren dat de coalitie overeenstemming heeft bereikt over de noodzaak om ‘tegemoet te komen aan de eisen van de lokale bevolking’, niet alleen in Al Hoceima maar in alle regio’s waar de bevolking zich gemarginaliseerd voelt.

Rachid Talbi Alami, lid van het Politieke Bureau van de ‘National Rally of Independents (RNI), verklaarde, ‘de situatie kende in het begin een natuurlijk verloop, maar daarna ontspoorde het, geleid door een groep van ‘agitatoren van buiten, met wie geen dialoog mogelijk bleek’.

Op zijn beurt beschreef Mohamed Sajid van de ’Constitutional Union Party’ de protesten als ‘een uitdrukking van legitieme eisen, voordat zij overgingen in acties die Marokko’s territoriale integriteit bedreigden’. Sajid vroeg om een aanvulling op de wet waarbij agitatoren/onruststokers/twistzaaiers kunnen vervolgd worden waaronder de activisten in Al Hoceima.

Khalid Naciri, lid van het politieke bureau van de Partij voor Vooruitgang en Socialisme gebruikte hardere taal om de situatie in Al Hoceima te beschrijven. Naciri zei dat de Minister van Binnenlandse Zaken met het rapport bewijs leverde dat de protesten , ‘de rode lijn hebben overschreden’, waaraan hij toevoegde dat ‘de discussies over sociale eisen een misleiding is van de agitatoren’.

De situatie in Al Hoceima en omgeving is gespannen sinds Oktober 2016 met de dood van Mohcine Fikri, de visverkoper die vermorzeld werd in een vulniswagen toen hij probeerde de in beslag genomen handel uit de wagen te halen.

De regering heeft de demonstranten beschuldigd van flirten met het separatisme, wat de demonstranten hebben ontkend, zij blijven bij hun standpunt dat hun eisen zuiver sociaal zijn.

18216949 1733451383348774 601024706 n