door Redactie | apr 20, 2018 |
De Brusselse correctionele rechtbank heeft 7 relschoppers veroordeeld voor de rellen op 11 en 25 november vorig jaar. 5 relschoppers die betrokken waren bij de rellen op 11 november vorig jaar, na de WK-match tussen Marokko en Ivoorkust, zijn veroordeeld tot werkstraffen van 220 uur. Drie anderen zijn vrijgesproken, waaronder de rapper Benlabel. Voor de rellen op 25 november, toen een betoging aan de Louizalaan uit de hand liep, kreeg één persoon 1 jaar cel met uitstel. Een tweede kreeg een werkstraf van 300 uur.
Voor de Brusselse correctionele rechtbank zijn vandaag 10 relschoppers verschenen, die zich moesten verantwoorden voor de rellen in onze hoofdstad in november vorig jaar. Het gaat enerzijds over de rellen van 11 november aan de Beurs en op de Lemonnierlaan, na afloop van de kwalificatiewedstrijd voor het wereldkampioenschap voetbal tussen Marokko en Ivoorkust. Anderzijds gaat het om de rellen van 25 november, toen een betoging aan de Louizalaan uit de hand liep.
Voor de rellen van 11 november heeft het parket 8 mensen gedagvaard. 5 mensen die betrokken waren zijn nu veroordeeld tot werkstraffen van 220 uur. Het gaat om iemand die een nachtwinkel heeft geplunderd, iemand die een bestelwagen in brand stak, iemand die de etalage van een meubelzaak vernield heeft en twee jongeren die straatmeubilair vernield hebben en stenen hebben gegooid naar de politie. Drie anderen, waarbij rapper Benlabel, die zogezegd via Facebook had opgeroepen tot de rellen, zijn volledig vrijgesproken. Benlabel vierde alvast zijn vrijspraak, zo is te zien in een Facebookpost.
Voor de rellen van 25 november heeft de correctionele rechtbank 2 relschoppers veroordeeld. Eén van hen kreeg een celstraf van 1 jaar, weliswaar met uitstel. De jongeman had onder meer een verkeersbord gegooid naar een politiecommissaris, en verschillende projectielen gegooid naar een vrachtwagen van de federale politie. Een tweede jongere kreeg een werkstraf van 300 euro. Hij had onder meer een politiecombi vernield en drie voorbijgangers aangevallen.
door Redactie | apr 20, 2018 |
De Rif opstand van januari 1984
Adra Ghedu
Midden in de Koude Oorlog tussen de grote supermachten destijds, de VS en de USSR(1), en tijdens de oorlog in het westen van Marokko tussen Polisario en Marokko, laaide in 1984 een opstand op in heel Marokko. De geweldsuitbarstingen hingen samen met de slechte economische situatie. De kosten van de oorlog in de Westelijke Sahara waren tot ca. $3 miljoen per dag opgelopen. De buitenlandse schuld was eind 1983 opgelopen tot ca. $12 miljard, overeenkomend met 85% van het BNP(2) van het land, terwijl het BNP per hoofd van de bevolking volgens de internationale statistieken van toen beneden de $900 per jaar lag. Omstreeks 20% van de bevolking was werkloos. Het land telde in 1984 ruim 20 miljoen inwoners.
Op 19 september 1983 sloot Marokko het vierde stabilisatie-akkoord af met het IMF(3) sinds 1978, op grond waarvan het zich verplichtte tot vermindering van subsidies op levensmiddelen. Op grond van dit akkoord keurde het IMF een stand-by-krediet goed voor ca. $315 miljoen voor Marokko, maar dit werd vervolgens opgeschort omdat de Marokkaanse regering de bezuinigingsmaatregelen onvoldoende zou hebben toegepast.
De ‘Club van Parijs’(4) met 12 westerse industrielanden verleenden Marokko op 26 oktober uitstel van betaling voor een bedrag van $600 miljoen aan rente en aflossing van leningen. Het bedrag werd omgezet in een lening met een looptijd van 8 jaar, waarvan de eerste vier jaar vrij van aflossing zouden zijn. Op 3 november verklaarden de Wereldbank(5) en de 12 landen zich bereid Marokko nieuwe leningen ter waarde van $535 miljoen te verstrekken, waarbij het aandeel van de Wereldbank $150,4 miljoen was.
Begin januari 1984 vonden in Marrakech, Meknes, Safi en Oujda protestdemonstraties tegen de prijsverhogingen plaats. Volgens persberichten hadden zich van 8 tot 10 januari ernstige onlusten voorgedaan in Marrakech. Legereenheden uit de Westelijke Sahara zouden zijn ingezet om de orde te herstellen.
Nieuwsdienst Reuters meldde op 20 januari vanuit Madrid dat zich enkele dagen eerder gewelddadigheden hadden voorgedaan in Al Hoceima en dat politie en militaire opstellingen waren betrokken rond en bij middelbare scholen in de hoofdstad Rabat na relletjes op 19 januari waarbij vooral scholieren slachtoffer waren.
In het bijzonder in de noordoostelijke stad Nador zou het op 19 januari tot ernstige botsingen zijn gekomen tussen betogende scholieren en de politie, waarbij 2 studenten zouden zijn gedood en ruim 50 gewond. De onlusten breidden zich uit tot Al Hoceima, Tetouan en Ksar Al Kebir en duurden nog tot 21 januari. De Marokkaanse autoriteiten en media verstrekten aanvankelijk geen enkele informatie. Diverse buitenlandse journalisten in Tetouan werden uitgewezen en journalisten die vanuit de Spaanse enclaves Melilla en Ceuta Marokko wilden bezoeken werden niet toegelaten.
Naar Nador stuurde het regime als versterking tanks en militairen uit de steden Taza en Oujda. De straten van Nador werden belegerd en de inwoners van Nador konden dagenlang hun huis niet uit, zonder het risico te lopen dat zij voor hun deur werden opgepakt of geëxecuteerd. Tijdens deze dagen zijn er studenten en nietsvermoedende burgers van Nador op straat opgepakt, mishandeld en jarenlang in de gevangenis gezet of geëxecuteerd en afgevoerd naar een massagraf. Een ooggetuige vertelde dat een van de mensen die was aangehouden door twee militairen opgetild werd en hem op zijn rug lieten vallen op een stuk rots. Korte tijd later overleed hij.
Ooggetuigen meldden dat er in de havenstad Al Hoceima het hoofd van een cafébezoeker doorboord werd door een kogel. Zijn hersens zijn op de muur uiteengespat. De aanwezigen kregen de schrik van hun leven en hielden er een trauma aan over.
Bij de door politie en leger bedwongen onlusten zouden volgens een FAZ-bericht(6) uit Madrid op 22 januari meer dan 150 doden zijn gevallen, vooral door toedoen van militairen, die met machinegeweren op de betogers zouden hebben geschoten. Die zelfde avond hield Hassan een radio- en televisietoespraak tot de natie — de eerste officiële vermelding van de onlusten — waarin hij de annulering van de prijsverhogingen bekendmaakte. Hassan kwam op zijn besluit nadat de door hem gelaste vermogenstelling had aangetoond dat 40% van de Marokkaanse bevolking onder de armoedegrens leefde, volgens de Wereldbank was dit zelfs 42%.
Op 24 januari 1984, toen de rust in Marokko leek teruggekeerd, meldden 2 Marokkaanse organisaties in Frankrijk (het AMF en ATMF(7)) dat er bij de onlusten meer dan 400 doden waren gevallen. Diplomatieke kringen maakten toen melding van ca. 60 doden. Op 25 januari publiceerde MAP de eerste officiële cijfers: 29 doden en 114 gewonden (inclusief 26 leden van de ordetroepen).
Op 28 januari was er sprake van een honderdtal arrestanten onder USFP-leden (8), vooral uit de jeugdbeweging van de partij. Op 1 februari berichtten Spaanse kranten dat in Nador en omgeving meer dan 500 arrestaties waren verricht, vooral onder studenten. Zij zouden naar de militaire gevangenis bij Kenitra zijn overgebracht om daar door militaire tribunalen te worden berecht. The Observer (12/2/1984) schatte het totaal aantal arrestanten op 5.000.
De zwaarste straffen waren door het tribunaal in Nador uitgesproken in processen achter gesloten deuren. Op 29 februari berichtte dezelfde Observer dat na het uitspreken van 175 nieuwe vonnissen (tot een maximum van 5 jaar cel) het aantal wegens de onlusten veroordeelde personen tot 700 was gestegen. Begin maart maakte de PPS(9) bekend dat 66 leerlingen, onder wie 2 leden van de PPS en drie van de USFP, uit Agadir waren veroordeeld tot celstraffen van 6 maanden tot 2 jaar.
Le Monde berichtte op 16 maart dat volgens de autoriteiten ca. 1.800 personen in verband met onlusten gevangen zaten, terwijl de oppositie van 1.550 gevangenen sprak. Op 18 april meldde MAP(10) dat het merendeel van de 1.800 gedetineerden inmiddels in 13 verschillende steden was veroordeeld tot straffen variërend van 2 maanden tot 10 jaar en tot boetes van 200 tot 20.000 Dirham. Tegelijk maakte MAP bekend dat het tribunaal van Oujda een van de beklaagden tot 15 jaar cel had veroordeeld, het tot dan toe zwaarste vonnis.
Le Monde van 30 mei schreef dat ongeveer 1.000 van de ca. 1.500 gearresteerden inmiddels waren veroordeeld.
Op 28 april 2008 werd er ‘per toeval’ een massagraf ontdekt nabij de Militaire Kazerne Tawima net buiten Nador. In het massagraf bevonden zich 16 lichamen, die destijds slachtoffers zijn geworden van het Marokkaanse regime. De lichamen zijn overgebracht naar het ziekenhuis Al Hassani te Nador voor DNA-onderzoek. Het is onduidelijk of het om slachtoffers gaat van de studenten- demonstratie in het jaar 1984 of van de Riffijnse opstand tijdens de jaren 1956 -1959. Van beide jaren zouden er meerdere massagraven zijn.
Na het aantreden van de huidige koning Mohamed VI in 1999 werd de zogeheten Verzoeningscommissie de Instance Équité et Réconciliation (IER) in het leven geroepen, met als doel de verzoening tussen het regime en het Marokkaanse volk voor de misdaden door de staat begaan in de periode 1956–1999.
Deze commissie is opgericht met een Koninklijk Decreet van Mohamed VI om een een signaal af te geven aan het volk dat hij “afstand neemt” van de staatsmisdaden onder het bewind van zijn opa, Mohamed V en zijn vader Hassan II. De nieuwe monarch wil met een schone lei beginnen.
De commissie heeft een eindrapport uitgebracht met daarin de aanbeveling om de mensenrechten te respecteren.
De behandeling van de meer dan 500 arrestanten van de Rif-Volksbeweging bewijst dat er niets is veranderd in Marokko. Martelingen, dreigen met verkrachting zijn de gebruikelijke handelswijzen op de Marokkaanse politiebureaus. Koning Mohamed VI prijsde zijn politiemensen in zijn troonrede 2017 nadat het volk had gehoopt op gratie van de gevangen en onderzoek na de grove schending van de mensenrechten.
Bronnen:
Het artikel is grotendeels overgenomen met aanpassingen van deze website:
http://www.ethesis.net/marokko/marokko_deel_I_hfst_5_6.htm
Ook is er gebruik gemaakt van informatie op
www.amazigh.nl
Legenda
(1) USSR Unie van Socialistische Sovjet Republieken, Federatie van republieken tijdens de communistische periode van Rusland tussen 1922 en 1991, die in ideologische en machtsstrijd was met de VS op wereldniveau.
(2) BNP bruto nationaal product, De totale toegevoegde waarde van alle goederen en diensten in een bepaalde periode, meestal een jaar.
(3) IMF Het Internationaal Monetair Fonds, Een VN-organisatie voor internationale samenwerking op monetair gebied, bestrijding van financiële crises en kredietverlening voor staten met betalingsproblemen.
(4) De Club van Parijs, Een internationaal informeel groep van aantal landen dat bemiddelt tussen kredietverstrekkende landen en landen die deze verstrekte kredieten niet of nauwelijks kunnen terugbetalen.
(5) Wereldbank, Een internationale financieringsinstelling verstrekt leningen, kredieten, garanties en technische assistentie aan ontwikkelingslanden en landen in transitie.
(6) FAZ De Frankfurter Allgemeine Zeitung, een landelijk Duits dagblad.
(7) ATMF Association des Travailleurs Maghrébins de France, Vereniging van Marokkaanse Arbeiders in Frankrijk.
(8) MAP Maghreb Arab Press, Marokkaanse persagentschap.
(9) USFP Union Socialiste des Forces Populaires, Marokkaanse Socialistische Partij.
(10) PPS Parti du progrès et du socialisme, Marokkaanse Socialistische Partij.
door Redactie | apr 20, 2018 |
“La migration des talents marocains” is een enquête van de dienstverlener op het gebied van personeelszaken: Rekrute.com. De enquête toont aan dat 91% van de Marokkanen bereid is het land te verlaten en zich in het buitenland te vestigen.
De voornaamste redenen, voor de groep tot 35 jaar, is de carrièreplannen (66%), gevolgd door levenskwaliteit (56%) en werkomgeving. Ook blijkt dat, volgens de peiler, dat Marokkaanse ondernemingen te kort schieten in maatregelen ter behoud van personeel en talenten.
Van de Marokkanen wenst er 37% te wonen en leven in Canada. ‘Canada staat in de top 3 van wereld’s meest attractieve landen. Frankrijk bevindt zich op een 2de plaats en heeft de afgelopen jaren terrein verloren’, geeft de recruter aan. Een kwart geeft aan nooit meer te remigreren.
De MRE’s (Marokkanen buiten de landsgrenzen) willen niet terugkeren daar zij bang zijn geen uitdagend werkklimaat aan te treffen. Een ander reden is de skepisme ten opzichte van het management van ondernemingen en de publieke sector. Verder is de sociale druk een rem voor de MRE’s om de stap te maken. De economie of de hoogte van de salarissen zou geen rol meespelen in de besluitvorming.
door Redactie | apr 20, 2018 |
Vertaling: Fátima Abdellaoui
“We zullen onze onafhankelijkheid verdedigen met alle middelen die tot onze beschikking zijn en we zullen protesteren tegen de Spaanse natie, die volgens ons de wettigheid van onze eisen niet betwisten.” Zo sprak Abd-el-Krim, de Puigdemont van de Rif, jaren voordat hij in ballingschap eindigde nadat hij verslagen was door Spaanse troepen en werd gestopt door een ander Europees land. De Republiek van de Rif duurde vijf jaar, in tegenstelling van de Catalaanse, en had een eigen munt en zelfs luchtmacht, maar werd vernietigd in een speciale missie uitgevoerd door het Spaanse leger.”
Na de vorming van het Spaans-Franse verdrag van 27 november 1912, waarbij het Spaanse protectoraat in het noorden van Marokko werd gesticht (met als hoofdstad Tetouan), waren de Spanjaarden doorgedrongen in de Rif door pacten te sluiten met de plaatselijke leiders en kleine houten vestingwerken te vestigen en zandzakken bekend als “bloca’s”. Veel inwoners waren niet blij dat ongelovigen uit het noorden rode en gele vlaggen op hun land installeerden en aan de bezetting leenden, waarvoor versterkingen nodig waren. In 1913 waren er volgens Wikipedia al zo’n 50.000 Spaanse soldaten daar.

Abd-el-Krim, vijand nummer één
Mohammad Ibn ‘Abd el-Karim El-Jattabi, een kind van goede familie, werd geboren in Axdir (provincie Alhucemas) in 1882 en studeerde Islamitische wetgeving in Fez. Later werkte hij als leraar, op een lagere school in Melilla en schreef hij artikelen voor de krant El Telegrama del Rif. In 1910 verkreeg hij een onverwachte promotie, met de naam cadí (rechter) van het Office of Indigenous Affairs in Melilla. In 1914 werd hij Qadi van de koningen genoemd.
Een jaar later, in het kader van de Eerste Wereldoorlog en vóór de Gallische verdenkingen dat hij voor de Duitsers werkte, werd hij een dossier geopend dat zijn gevoelens tegen Europese kolonisatie blootlegde. Vanaf 1920 begon Abd el-Krim de rebellie tegen de Spaanse koloniale aanwezigheid.

De Bin Laden van Spanje
In 1921 kwamen de stammen van de centrale Rif in opstand onder het bevel van de oude meester, net zoals de Spaanse troepen zich waagden om meer risicovolle en onbeschermde posities te vestigen. Verschillende posities werden hard aangevallen in een campagne die de hele zomer van 1921 duurde en culmineerde in de zogenaamde jaarlijkse ramp. Volgens het boek Oorlog in the Shadows: De Guerrilla in de geschiedenis van Robert B.

“U wordt uitgeroepen tot een republiek”
Op 18 september, drie maanden na zijn verpletterende overwinning, riep Abd-el-Krim een algemeen congres bijeen om de situatie te beoordelen en nieuwe instrumenten te creëren voor een consolidatie van zijn bevrijdingsbeweging. De voormalige koloniale ambtenaar heette emir, een Nationale Raad van Notabelen werd opgericht en 18 september werd uitgeroepen tot Onafhankelijkheidsdag. Er werd ook besloten dat Spanje een schadevergoeding moest betalen aan de Riffijnen die getroffen waren door de militaire bezetting door de oorlog. Er werd besloten om vriendschappelijke betrekkingen aan te knopen met alle staten. Een brief werd geschreven door de Riffijnse leiders gericht aan de Spanjaarden.
“We verrassend, het negeren van de belangen van Spanje zelf niet het maken van vrede met de Rif, door de erkenning van hun onafhankelijkheid, en daarmee het bevorderen van goede betrekkingen met de buurlanden, in plaats van ons volk te vernederen en negeer alle menselijke leerstellingen en van universele wetgeving, zoals ze zijn vervat in het verdrag van Versailles, ondertekend na de Grote Oorlog ”
De aanvraag tot toelating tot de Volkenbond (de VN van de tijd) werd gedaan en twee vertegenwoordigers werden in juni 1922 naar Londen gestuurd om te onderhandelen over de toetreding van de Rif tot de internationale club.
Daarnaast werd een grondwet van 40 artikelen goedgekeurd, gebaseerd op het principe van het volksgezag. De gecreëerde regering werd meestal gevormd door jongeren die niet ouder waren dan 45 jaar, met een hogere opleiding en die verschillende talen spraken.
“Het Rif overheid, volgens de moderne ideeën en principes van de [Westerse] beschaving gevestigd, wordt ook beschouwd als onafhankelijk, zowel politiek als economisch, met het voorrecht om te genieten van onze vrijheid als we al eeuwen hebben genoten, en leven als de andere mensen leven. “Mhamed Azerkan, minister buitenlandse zaken in de Rif.
De Republiek van de Rif had natuurlijk ook zijn eigen vlag.

Vijf jaar van het leven
De Dawlat Al-Jumhuriya Rifiya (Rif Republikeinse staat) bestond tot 27 mei 1926, toen het werd opgelost door een Frans-Spaanse militaire interventie die gematerialiseerd met de beroemde Alhucemas landing.
Voor, tijdens de vijf jaar van het bestaan van deze Noord-Afrikaanse land binnen haar grenzen wraak werd afgeschaft, de eerste gevangenissen in het gebied, een geheime politie, een ministerie van rifeño Hacienda werden gecreëerd (volgens journalist Hernandez Mir, heel effectief) beheerd door de oom van Abd-el-Krim. de Marina del Rif, die de blog als Marina Vasca uitlegt, was uitgerust met 2 motorboten en 30 matrozen werden ook vastgesteld. Vervolgens de foto van een van de twee rifeña marine-eenheden.

Gezondheid, onderwijs en zelfs eigen valuta.
De Republiek van de Rif had twee slecht gevuld ziekenhuizen (Spanje en Frankrijk zijn veto uitgesproken over de humanitaire hulp aan de inwoners van zijn opstandige kolonie). Rif ambtenaren in geslaagd om aan te werven om de oorzaak, ondanks het embargo een Noorse verpleegkundige (genaamd Walter Heintgent) en een zwarte healer genaamd Tangerino genaamd Mohamed.
Op het gebied van onderwijs, de verplichting van het onderwijs en geletterdheid, het bereiken van het organiseren van een soort Erasmus voor rifeños studenten die kunnen kiezen voor een studie in Turkije of Egypte duwde hij.
In een andere poging om de regio te moderniseren, de State Bank of Rif (Numismatisch Digital in de blog te lezen) geadviseerd door een Britse (waarom niet?) Met de naam Charles Alfred Percy Gardiner, kwam ze op papier geld uit te geven is gemaakt. Hoewel de “riffan” nooit verspreid, is bijna alle rekeningen in de zee geworpen, als de zoon van perfide Albion uiteindelijk tekort doet (hoe niet) naar de Rif.

The Rifeña Air Force (uit een enkel vliegtuig)
Abd-el-Krim had vele malen verklaard om op de actie bezorgdheid over straffeloosheid van de Spaanse luchtvaart. Werd uitgeroepen tot een Ward Prijs, de Daily Mail “Afgezien van de bommen van de vliegtuigen die vrouwen en kinderen te doden, onze verliezen zijn klein.” Zoals de gespecialiseerde blog Aeropinakes in een interessant artikel, de president van de Republiek van het Rif Hij probeerde een eigen luchtmacht te krijgen waarmee hij Spanje kon trotseren. In 1924, stuurden ze rifeños erin geslaagd om een Dorand A.R.2 tweezitter die een bom zou hebben uitgevoerd verwerven en gooi het op Melilla en Ceuta.
Abd el-Krim ontwijkt de Spaanse justitie
De twee koloniale machten kwamen in Madrid overeen om de rebellen militair te confronteren. Het rijk sloeg terug op 8 september 1925 onder bevel van generaal “Darth” Primo de Rivera, het verslaan van de Rif rebellen in slechts een paar maanden. Op 26 mei 1926 Abd el-Krim was de Franse overgegeven op zijn hoofdkwartier in Targuist. Ik wilde niet door de Spanjaarden worden aangezien, vanwege “een eerlijke rechtszaak”.
Ondanks onze herhaalde verzoeken om uitlevering, stuurde de Galliërs hem naar een maximaal beveiligde gevangenis in Reunion, Madagascar.

Het einde van Abd el Krim
In 1947, wist Abd el-Krim te ontsnappen tijdens een tussenstop in Port Said, Egypte, het land waar hij werd verwelkomd als vluchteling. Hij stierf in 1963 in Caïro, nadat de Maghreb voor het grootste deel gedekoloniseerd werd.

BRON: blogs.publico
door Redactie | apr 19, 2018 |
Noureddine Adherbal
Het Hof van Beroep van Alhoceima heeft vandaag de straf voor de advocaat Abdessadek Elbouchattaoui met vier maanden verhoogd.
De mensenrechtenactivist en lid van het verdedigingscollectief voor de Riffijnse gedetineerden van de Volksbeweging kreeg in eerste aanleg 20 maanden effectieve celstraf. Vandaag werd dus deze straf verhoogd naar 24 maanden cel.
De advocaat werd veroordeeld voor het beledigen van openbare functionarissen en leden van de ordetroepen tijdens het uitvoeren van hun taken, het bedreigen en beledigen van “gestelde lichamen”, het minachten van rechterlijke beslissingen, het aanzetten tot het plegen van misdaden en overtredingen, deelnemen en oproepen tot niet vergunde demonstraties.
Op 2 februari jl. heeft de rechtbank van eerste aanleg in Al Hoceima Abdessadek Elbouchattaoui veroordeeld voor één jaar en 8 maanden cel en een boete van 500 dirhams. Deze zaak werd aangespannen door Minister van Binnenlandse Zaken Abdelouahid Laftit.
Elbouchattaoui heeft na het vonnis in eerste aanleg Marokko verlaten en resideert momenteel in Europa!