Marokko aangeklaagd voor genocide

Een Spaanse rechter heeft elf hooggeplaatste Marokkanen aangeklaagd voor deelname aan genocide in de voormalige Spaanse kolonie tussen 1975 en 1991, zo meldt correspondent Frank Willems.

In de dagvaarding stelt de magistraat, werkzaam bij het Spaans Hooggerechtshof, dat het ‘een feit’ is dat er tussen 1976 en 1992, nadat de Spaanse bezetter zich had teruggetrokken, ‘een systematische aanval tegen de Saharawi burgerbevolking van de kant van de Marokkaanse militaire en politietroepen’ plaats heeft gevonden. Pablo Ruz, beschrijft in de dagvaarding minstens 50 gevallen van moord en nog eens 202 gevallen van onrechtmatige vrijheidsberoving van Saharawi’s, waarvan velen de Spaanse identiteit hadden.

De rechter stelt dat diverse burgerkampen werden gebombardeerd, er sprake was van gedwongen verplaatsingen, moorden, arrestaties en verdwijningen van personen. Ruz schrijft dat deze vijandige acties werden ‘aangestuurd’ door de top van het Marokkaanse leger. Het doel ervan, aldus Ruz, was ‘de gehele of gedeeltelijke vernietiging van de Saharawi’s en de overname van het territorium van de West-Sahara’, kortom genocide.

Massagraven
Een van de verdachten is Abdelhafid Ben Hachem, de Marokkaanse gouverneur voor West-Sahara tot 1997 en voormalig hoofd van de Veiligheidsdienst. Andere namen die worden genoemd zijn die van twee oud-kolonels, Abdelhak Lemdaour en Driss Sbai. Zij worden ervan verdacht toezicht te hebben gehouden op martelpraktijken van Marokkaanse strijdkrachten in de regio Smara. Ruz heeft Marokko verzocht zeven oud-militairen waarvan de verblijfplaats bekend is aan te houden en uit te leveren. De overige vier zouden door Marokko opgespoord en uitgeleverd moeten worden.

Als bewijsmateriaal dient onder meer een in 2012 gepubliceerd rapport van het Instituut Hegoa van de Universiteit van Baskenland. Een document van ruim 1.000 pagina’s dat onder meer een analyse bevat van de mensenrechtenschendingen sinds 1975 op basis van diepte-interviews en getuigenissen van 261 slachtoffers. Na een tip van Afapresesa, een vereniging voor familieleden van verdwenen en vermiste Saharawi’s, ontdekten medewerkers van het instituut in juni 2013 twee massagraven bij Amgala waarin de stoffelijke resten van acht personen werden aangetroffen.

Aan de hand van DNA-onderzoek kon de identiteit van de slachtoffers worden vastgesteld. Bij teruggave van de stoffelijke resten werden in november nog eens drie massagraven aangetroffen in het gebied. Voor Mahmoud Salme van de vereniging Afapredesa betekent de identificatie van zijn familieleden een keerpunt. “Als je de resten ziet van je vader, wiens liefde je nooit hebt kunnen voelen, dan voel je ergens vreugde, maar ook veel verdriet. Nu kunnen we hem tenminste in alle rust herdenken.”

In 2007 was al eerder een gerechtelijke procedure gestart naar de genocide in West-Sahara, ditmaal door de Spaanse rechter Baltasar Garzón. Daarbij werden voormalig minister van Binnenlandse Zaken in Marokko (Driss Basri), een adviseur van de Koning (Yassine Mansouri), de bevelvoerder van het Marokkaanse leger (Housni Benslimane), en het hoofd van de Nationale Veiligheid (Hamidou Lanigri) genoemd als schuldigen. De zaak is nooit doorgezet en Garzón werd ontheven van zijn taak.

Diplomatieke rellen
De kwestie West-Sahara leidt vaak tot diplomatieke rellen met Marokko. Eerder wilde Frankrijk het hoofd van de Marokkaanse geheime dienst DGST, Hammouchi, tijdens een bezoek dat de man bracht aan Parijs verhoren in verband met beschuldigingen van marteling, onder andere van een Saharawi. Marokko zei vervolgens de Frans-Marokkaanse samenwerking op het gebied van veiligheid en terreurbestrijding op waardoor het risico van de komst van islamitische extremisten vanuit Marokko weer toenam.

Marokko gebruikt de Europese strijd tegen terrorisme als ruilmiddel om West-Sahara te annexeren. Na de aanslag op Charlie Hebdo, begin dit jaar in Parijs, heeft Frankrijk water bij de wijn gedaan. Hammouchi kreeg eerherstel en werd onderscheiden met het Legioen van Eer. Onlangs is de Franse minister Valls in de Marokkaanse hoofdstad Rabat op bezoek geweest waarbij een justitiële overeenkomst werd getekend waarmee terreurbestrijding wordt geïnventariseerd.

In Spanje vreest men nu voor eenzelfde scenario. De Marokkaanse reactie op de nieuwe Spaanse genocide-aanklacht echter lijkt tot nu toe gematigd van toon. In een officiële verklaring wordt verbazing geuit over deze ‘pseudo kwestie’ en herhaalt Marokko dat het geen juridische procedures jegens haar burgers in het buitenland toestaat op basis van ‘vermeende misdaden op grondgebied dat onder verantwoordelijkheid valt van de Marokkaanse justitie.’ Het bewijs uit het forensisch onderzoek naar het massagraf bij Amgala is overigens gevonden in een gebied dat onder controle staat van de Saharaanse republiek.

Even werd gevreesd dat Marokko een internationale conferentie in Barcelona zou boycotten, maar de Marokkaanse minister van Buitenlandse Zaken verscheen alsnog ten tonele. Op een gezamenlijke persconferentie met zijn Spaanse collega verklaarde Mezouar dat het Marokkaanse geweten ‘rein’ is en hij voegde eraan toe dat ‘Rabat zich zal verdedigen door middel van het recht‘. Desondanks lijkt het onwaarschijnlijk dat de aangeklaagden zich binnenkort vrijwillig bij de Spaanse justitie zullen melden.

Comments

comments

Share