Het bühne-activisme van Marokkaanse Nederlanders

0

Laila Ezzeroili

Hirak betekent zoveel als beweging. Het in beweging komen van de burger om onderdrukkende, ondermijnende en onrechtvaardige (post)koloniale structuren en instituties effectief te laten wankelen.

De Hirak heeft in mij als Marokkaanse Amazigh vrouw onverwacht een gevoelige snaar geraakt. De Amazigh identiteit is een fundamenteel onderdeel van mijn pluriforme identiteit. Niet alleen geografisch, ik ben in de Rif geboren, maar ook sociaal en politiek affilieer ik me met de ‘vrije mensen’, zoals het woord ‘Imazighen’ zich laat vertalen.

Ondanks mijn ouders’ migratie naar Nederland, ben ik me altijd pijnlijk bewust geweest van de door de Marokkaanse — Arabisch nationalistische — staat veronderstelde inferioriteit en ontembaarheid van Imazighen. Rabat prefereert en privilegieert haar makke onderdanen, of zij nu ingezetenen zijn van Marokko of behoren tot de wereldwijde diaspora.

Dus op Nederlands grondgebied zette zij haar vernederende en onderdrukkende beleid ten aanzien van de Imazighen voort door consulaten, waar we door de verplichte Marokkaanse nationaliteit zo afhankelijk van zijn, uitsluitend te bemensen met Arabisch en Frans sprekende ambtelijke gezagdragers. Marokkaanse migranten die alleen Thmazight of Thashelhit (het Amazigh dialect uit het zuiden) spraken werden zo herinnerd aan hun tweederangs burgerschap en afhankelijk gemaakt van de gunst van de ambtenaar. Aan die gunst zat een prijskaartje: een ‘kopje koffie’, oftewel een onderhandse betaling aan de ambtenaar bovenop de verschuldigde leges. Vernedering en spot kreeg je er gratis bij.

Durfde je als ‘Riffi’ of ‘Rwafa’ (meervoud), bij voorkeur met dedain uitgesproken, te weigeren mee te werken aan de typisch Marokkaanse corruptie, dan werden er ter plekke schijnprocedures verzonnen waar je niet de juiste documenten voor had en kon je zwaar gefrustreerd, onverrichter zake naar huis. Een klachtenformulier was er niet. Ik beweer overigens niet dat geografisch en door zichzelf en/of Marokko als Arabisch identificerende Marokkanen vrijgesteld waren van de corruptie. Ik zeg wel dat hen de voor Imazighen gereserveerde minachting en de uitsluiting door de opgeworpen taaldrempel bespaard is gebleven.

Terug naar Hirak. Hier in Nederland zijn wij door onze Amazigh identiteit ‘slechts’ geconfronteerd met de geringschatting en bureaucratische belemmeringen van het Marokkaanse regime. In de Rifregio hebben Imazighen naast de vernedering ook decennialange systematische onderdrukking en achterstelling te lijden gehad.

De gevolgen daarvan, armoede en uitzichtloosheid, dreven de eerste generatie gastarbeiders naar Europa. Voor ons, hun kinderen en kleinkinderen, is die migratie een zegen gebleken waar we nog elke dag van profiteren, eerlijk is eerlijk.

De Marokkanen die naar Europa geëmigreerd zijn, waarvan het overgrote deel uit het Rifgebied komt, vormen een van de belangrijkste inkomstenbronnen van de Marokkaanse staat. Door de belastingen die zij daar betalen over hun vastgoed, door de overgemaakte gelden naar familie, door de jaarlijkse vakanties.

Dit is de Rif niet aan te zien. Economische bedrijvigheid is er volop, maar waar de staat aan zet is, in democratie, zorg, onderwijs, infrastructuur en mensenrechten: een deerniswekkend gebrek aan zelfs het meest basale.

In een gebied waar door de Franse en Spaanse gifgasaanvallen in de jaren twintig, met toestemming van de Marokkaanse sultan, het aantal gevallen van kanker het hoogst is in Marokko, is een (oncologisch) ziekenhuis een basisvoorziening.

Ik spoel even door naar de actualiteit. Dit onrecht aan de kaak stellen, door middel van vreedzame demonstraties heeft geresulteerd in de ontvoering en gijzelneming van de meest prominente Hirak activisten door een criminele organisatie, oftewel Makhzen of Marokkaanse staat. De gijzelaars hebben aangekondigd dat de gijzelnemingen tussen de 1 en 20 jaar zullen duren, de duur van de gijzeling correleert met de effectiviteit van het activisme van de gegijzelden.

Ik schrijf dit zo op, omdat ik geen enkele politieke of morele legitimiteit wil verschaffen aan een marionettenkabinet, een zelfverrijkende monarch en een corrupt, justitieel systeem dat liegt, steelt, martelt, verkracht, ontvoert en gijzelt. Iets mooiers kan en wil ik er niet van maken. Dit is de wrange werkelijkheid.

Soms toont onrecht zich kristalhelder. Een ieder die erop afdingt verraadt dan een belang in het voortduren van dat onrecht of op zijn minst een belang in het zoveel mogelijk onbestreden laten van het onrecht in kwestie. Denk er maar over na, overal waar rechten verworven worden, verliest een andere groep privileges, persoonlijk gewin of simpelweg comfort.

De weerstand die elke emancipatiebeweging zonder uitzondering voor haar kiezen krijgt, komt altijd uit de hoek van mensen en instituties die weten dat zij met het slagen van elk emancipatieobjectief van de betreffende beweging, macht en welvaart zullen moeten opgeven.

Demonstreren tegen onrecht door je afschuw, verbolgenheid, snedigheid en analytisch vermogen te etaleren op sociale media is prima en vaak zeer onderhoudend. Het is echter ook impotent. Verlies van macht en privileges door de gevestigde orde is de beste graadmeter voor het succes van je emancipatiebeweging en niet de aandacht die je genereert, meer ‘representatie’ of het tot wondermiddel gebombardeerde ‘diversiteit’.

Die zorgen er namelijk niet voor dat de macht en de middelen overgeheveld worden naar de achtergestelde groep, maar dat er zich doodleuk een nieuwe elite van ‘haves’ vormt, bestaande uit, zelfbenoemde, ‘representanten’ van de ‘have-nots’.

Wat dan wel, in vredesnaam?

Het principe en de leidraad die ik bij de beoordeling van mijn eigen acties en die van anderen in mijn achterhoofd houd is dat activisme de activist en de gevestigde orde iets moet kosten en de zaak iets moet opleveren.

Ik nodig u van harte uit deze formule toe te passen op alle emancipatiebewegingen. Waarschijnlijk zult u, net als ik, tot het schrikbarende besef komen dat het zeer reële en omvangrijke rendement van bühne activisme ten goede komt aan de activisten zelf en de gevestigde orde een graantje meepikt door de bühne te bieden. Podia, uitgevers, media, politieke partijen, Twitter en Facebook profiteren volop.

Natuurlijk draagt bühne activisme heus bij aan het onkwantificeerbare ‘publieke bewustzijn’, maar dat is bijvangst die zich zelden vertaalt in een structurele verbetering van de omstandigheden van de groep waarvoor men zegt op te komen.

Na dit theoretisch intermezzo, kom ik ter zake:

Hoe kunnen wij, Marokkaanse Nederlanders, de Marokkaanse gevestigde orde macht en daarmee arrogantie laten verliezen en ze zo bewegen de Hirak activisten vrij te laten?

Mahkzen is in Marokko een ander woord voor de Marokkaanse staat of de heersende klasse, oftewel het centrum van politieke, economische, justitiële en militaire macht. Taalkundig is de betekenis van het woord te herleiden tot ‘warenhuis’, ‘opslagplaats’ of ‘schatkist’.

Het Koninklijke investeringsfonds Al Mada is de grootste aandeelhouder in de belangrijkste, zeer winstgevende Marokkaanse bedrijven, onder vele anderen: de Attijari Wafa Bank, telecombedrijf INWI, energiebedrijf Nareva, mijnenbedrijf Managem Group, supermarktketen Marjane.

De publieke sector functioneert alleen daar naar behoren waar het de Makhzen geld oplevert. De inning van leges, belastingen en de obligate steekpenningen is opvallend goed gestroomlijnd. Voor goede zorg of onderwijs is men in heel Marokko aangewezen op particuliere scholen en klinieken en op aalmoezen van buitenlanders.

Dit maakt kraakhelder dat de corebusiness van de koning en zijn Makhzen, winstmaximalisatie is. Het volk vervult in deze toko vooral de rol van belastingbetaler, consument en goedkope arbeidskracht.

In Marokko geen trias politica, maar een koninklijke CEO en elitaire raden van advies, bestuur en aandeelhouders. Een warenhuis met een geweldsmonopolie.

Met haar offensieve economische beleid heeft de Makhzen zich economisch oppermachtig en tegelijkertijd politiek kwetsbaar gemaakt.

Boycots zijn tot op heden, naast demonstraties, het elegante, want geweldloze maar trefzekere antwoord van de Hirak op de tirannie van de Makhzen geweest.

Met het onthouden van onze euro’s en erkenning aan de Marokkaanse Makhzen kunnen we ze, vanuit het veilige Europa, met relatief gemak een gevoelige slag toebrengen.

Eigenlijk weten Marokkaanse Nederlanders dit allang. Toch is het op wat schandegeroep, (dis)likes en retweets na opvallend stil op de sociale media accounts van normaalgesproken maatschappelijk betrokken en geen blad voor de mond nemende Marokkaanse Nederlanders.

De gangbare verklaring is dat men bang is. Dat geloof ik direct, de vraag is alleen: waar zijn ze bang voor?

Welke belangen hebben tweede en derde generatie Marokkaanse Nederlanders in Marokko die zwaarder wegen dan solidariteit tonen met het vertrapte volk, de vermalen Fikri en de gegijzelde activisten? Behalve zon, zee, strand, lekker eten (een zwaardvis-tagine wellicht), vastgoed (al dan niet verborgen voor de Nederlandse belastingdienst), handelsrelaties en fijne werkbezoekjes aan Marokko?

Gearresteerd word je niet als je de Makhzen boycot en zeker niet als je uit protest wegblijft uit het land. Wil je jouw familieleden graag zien, haal ze voor een vakantie naar Nederland en sta garant voor een visum. Maak je je zorgen om de bevolking die leeft van het toerisme? Maak geld over naar ingezetenen van Marokko en vraag ze ondernemers te sponsoren.

De kinderen die toeristen sigaretten, zonnepitten en soms hun lichaam aanbieden zullen je dankbaar zijn.

Mijn analyse is dat de calculerende Marokkaanse Nederlander zijn of haar privileges, persoonlijk gewin en comfort, zowel hier als in Marokko veilig wil stellen door zich weliswaar uit te spreken tegen het onrecht in Marokko, maar niet zo hard dat men er aanstoot aan zou kunnen nemen.

Zo kunnen ze hier de antiracisme activist blijven uithangen en de materiële en immateriële opbrengsten daarvan verzilveren en ondertussen de persoonlijke en zakelijke banden met de Makhzen handhaven.

Dit is geen afrekening, maar een confrontatie met een ongemakkelijke, zelfs pijnlijke waarheid over onszelf. Velen van ons hebben zich laf en egoïstisch getoond toen we zelf geprivilegieerd bleken, maar die privileges niet wilden opgeven. We zijn zo gewend geraakt aan gratis, zelfs lucratief activisme, dat we vergeten zijn dat strijden voor rechtvaardigheid elders soms lijf en altijd goed kost.

Dus laten we elkaar voortaan niet vervelen met vlammetjes en prullenbak emojis boven retweets , maar deel wat je doet en laat om de onderdrukkers politiek en economisch te castreren. Zeg niet: ‘we zijn allemaal Nasser Zefzafi’, zeg: ‘we zijn allemaal het regime, de Makhzen. ’

Vraag je af op welke manieren je onbewust en ongewild bijdraagt aan de verwerving en consolidatie van de macht van die Makhzen en handel er vervolgens naar via boycot. Zo nemen we onze verantwoordelijkheid in het bestrijden van onrecht.

Onrecht waar we, anders dan in het geval van bijvoorbeeld de Palestijnse zaak of Trump’s grensbeleid, rechtstreeks invloed op kunnen uitoefenen.

Onrecht dat zich in het geval van Hirak kristalhelder toont.

Comments

comments

Share