Gedoemd tot wij zij denken

Onder dit motto vond een druk bezochte denktank plaats in het Noord Hollands Archief in Haarlem. Filosoof en auteur Bart Brandsma verzorgde een inleiding over de dynamiek van Polarisatie op uitnodiging van de Samenwerkende Marokkaanse Organisaties in Haarlem.




Nadat Najim Zohri voorzitter van de SMOH en Maarten Brock namens het Noord Hollands Archief, hun welkomst woord hadden uitgesproken, nam de heer Wienen, Burgermeester van Haarlem het woord en benadrukte het belang van het tegengaan van polarisatie. Vooral tijdens de afgelopen verkiezingen bleek, dat er geen sprake was van dialoog. In de discussies bereikte men elkaar niet meer, er werd alleen nog maar gezonden, aldus de Burgemeester. Door een karikatuur van elkaar te maken en de tegenstellingen te vergroten, kom je tegen over elkaar te staan en dat kan maken dat een samenleving uit elkaar komt te vallen. Een Burgermeester is aangesteld om te verbinden en het ‘samenleven’ in zo goed mogelijke banen te leiden, waarmee hij voor hem het belang van deze avond aangaf.

Vervolgens gaf Raja Alouari, avondvoorzitter, Bart Brandsma het woord. Hij heeft de nodige ervaring met de gevolgen van Polarisatie heeft opgedaan in Noord Ierland, de Libanon en de Kongo en lichtte in zijn verhaal de dynamiek van Polarisatie toe. Hij benadrukte dat Polarisatie een gedachteconstruct is en daarmee beïnvloedbaar. Zo noemde hij man- vrouw tegenstelling en westerse beschaving versus plattelandsbeschaving. Voor het vullen van deze identiteiten is brandstof nodig. Wat een ‘echte man’ een man maakt enz. Er worden dus voortdurend betekenissen aan toegevoegd. En als derde noemde hij Polarisatie een gevoelsding. Dat maakt dat opvattingen hardnekkig zijn en niet met rationalisaties zijn te beïnvloeden.

Binnen dit polarisatiespel spelen de spelers 5 rollen. In de eerste plaats heb je de pushers, zij bezetten de uitersten van de polen, zij dragen zorg voor de brandstof met de nodige ‘one liners’. Zoals ‘We hebben een gigantisch probleem met moslims, het loopt aan alle kanten de spuigaten uit’, (Wilders). Vervolgens onderscheidt Brandsma de joiners. Zij ondersteunen de positie van de pushers, maar zijn niet zo extreem. Hun gevleugelde uitspraak is: ‘Ik ben het niet helemaal met hem eens, maar hij heeft wel een punt’.

Dan hebben we de personen die een middenpositie innemen. Op deze positie bevinden zich verschillende groepen; de onverschilligen, ( ik heb wel wat anders aan mijn hoofd), de betrokken mensen en de beroepsneutraal( politie, onderwijs, jeugdwerker) Zij zijn onzichtbaar, stil. Krijgen met hun vaak genuanceerde standpunten weinig of geen aandacht van de media. Dan heb je bruggenbouwer, deze probeert een ‘tegen’ verhaal te creëren door aandacht te vragen van de pushers voor elkaars standpunt. Deze dialoogzoekers hebben meestal niet zoveel succes. Omdat de pushers het podium gebruiken om uit het midden meer joiners te rekruteren. Zij zijn niet uit op debat maar het halen van een eigen gelijk. De vijfde is die van de zondebok. In extreme situaties kunnen de bruggenbouwers en mensen die geen positie wensen te kiezen, tot zondebok worden verklaard. Daar is letterlijk geen ruimte meer voor het midden. Dan ben je in situaties als een burgeroorlog beland. Hier werd het voorbeeld van de Hutu’s en Tutsis gebruikt.

Brandsma houdt dan ook een pleidooi om de positie van het midden te versterken. Over hoe je vooral in beroepen als onderwijzer, politie agent en burgemeester, voorkomt dat je gedwongen wordt positie te kiezen. Maar ook hoe creëer je ruimte voor de nuance. Hij gaf daar een aantal tips voor namelijk:

– Verander het onderwerp. Dus ga weg van wie de schuld heeft, naar hoe werken we gezamenlijk aan een oplossing.
– Verander van doelgroep. Andere spelers uit het midden kunnen voor een andere dynamiek zorgen.
– Verander de toon.
– Verander van positie. Bijvoorbeeld van bruggenbouwer, boven de partijen gaan staan, bewust in het Midden door standpunt in te nemen maar vragen te stellen.

Met deze handvaten ging de zaal in groepen uiteen om deze toe te passen op situaties in de Haarlemse praktijk.

Comments

comments

Share