Zeven Spaanse agenten in Ceuta, Marokko gewond door asielzoekers met vlammenwerpers

Ceuta, een Spaanse exclave in Marokko, is onder de voet gelopen door zo’n 300 Afrikaanse asielzoekers. Ze bestormden een zes meter hoog hekwerk en meer dan 100 wisten eroverheen te klimmen. Ze gebruikten veel geweld en zeven Guardia Civil-agenten raakten gewond! Via The Post Online.

Volgens de NOS zijn er zo’n 11 vluchtelingen gewond geraakt. Ze maakten onder andere gebruik van geïmproviseerde vlammenwerpers en gooiden poep, zuur en ongebluste kalk naar de politie. Klinkt als het soort asielzoeker die met een stageplaats wel goed terechtkomt.

Marokkanen waren met hun offerfeest bezig waardoor er minder agenten in Ceuta waren dan normaal. Tijdens het gebed, zo meldt een Guardia Civil-agent, werden ze aangevallen. Er is een chronisch gebrek aan personeel en de asielzoekers worden alsmaar agressiever. In de Marokkaanse bossen leven nog honderden Afrikanen die deze kant uit willen komen, zo stelt NOS-correspondent Rop Zoutberg.

Mooie bende dus daar in Ceuta met een flinke lading asielzoekers bewapend met vlammenwerpers en hun eigen schijt op weg naar het beloofde land om daar een beter bestaan op te bouwen. Zou Amsterdam deze figuren ook alvast op willen halen? Wel zo humaan…

Een grenswacht van Ceuta stelt dat er nu zo’n 26 agenten tegenover ruim 600 Afrikanen staan. De agenten hebben niet eens echt wapens op een wapenstok en een schild na. Een beslissing mag dus niet te lang op zich laten wachten want ze branden je daar zo de boel plat, blijkbaar.

Dit zal natuurlijk weer worden geframed als een ‘incident’ en ‘een kleine minderheid’ maar het feit blijft dat het is gebeurt, weer dreigt te gebeuren en er níks wordt gedaan. Nu zijn er ‘slechts’ zeven agenten gewond maar in dit tempo is het wachten tot er een dooie valt.

Nasser Zafzafi bij finalisten voor de Internationale Navarra Prijs voor Solidariteit

De leider van de Riffijnse volksbeweging Nasser Zafzafi is genomineerd voor de internationale Baskische prijs ”Nazioarteko Elkartasunaren XVI “Nafarroa” Saria”, oftewel ”Premio Internacional Navarra a la Solidaridad” in het Spaans. De Riffijn zit bij de laatste 13 kandidaturen die kans maken op de prijs ter waarde van 25.000 euro.

De prijs wordt jaarlijks uitgereikt door de regering van Navarra en Laboral Kutxa. Met als doel het bevorderen, verspreiden en erkennen van het vrijwilligerswerk van individuen en instanties voor hun prestaties op het gebied van internationale samenwerken en in de strijd ter ondersteuning van de meest kansarme landen en maatschappelijke sectoren.

Het besluit van de jury wordt bekendgemaakt na de bijeenkomst die in september zal plaatsvinden. Net als in voorgaande jaren zal de prijsuitreiking plaatsvinden in oktober tijdens een plechtige ceremonie voorgezeten door president van de regering van Navarra en de voorzitter van Laboral Kutxa.

Het afschuwelijke verhaal van Khadija: verkracht, mishandeld en getatoeëerd 

Khadija werd ontvoerd, verkracht, mishandeld, vernederd en tegen haar wil getatoeëerd.

Op haar lichaam getuigen sporen van brandwonden van sigaretten en tatoeages het leed dat ze heeft doorstaan. Het verhaal van Khadija, een 17-jarig meisje uit het dorp Oulad Ayad, is afschuwelijk.

Khadija komt uit een bescheiden gezin dat in het dorp Oulad Ayad in de buurt van de stad Fqih Ben Salah woont. Ze is de oudste van twee meisjes en een jongen. In een verklaring aan de online nieuwssite Alyaoum24 beweert haar vader dat ze is gekidnapt en gefolterd door mensen uit hetzelfde dorp.

In een interview met de verslaggevers van Chouftv zegt Khadija dat ze bij haar tante was toen ze voor haar huis werd ontvoerd. De mannen die haar ontvoerden, brachten haar eerst naar een braakliggend terrein waar ze haar verkrachtten en haar voor twee maanden in een huis opsloten waar ze haar voor geld ook aan andere mannen gaven.

“Ik probeerde verschillende keren te ontsnappen, maar elke keer werd ik betrapt en geslagen, ze martelden me, ze gaven me geen eten of drinken en ik mocht zelfs niet douchen”, herinnert Khadija zich.

Het meisje zei dat negen van haar aanvallers werden gearresteerd, terwijl anderen vluchtten. “Mijn vader had gezegd dat ze zich moesten overgeven en beloofde hen dat hij de autoriteiten niets zou vertellen, maar ik heb de gendarmes alles verteld, ik wil gerechtigheid en ze laten betalen voor wat ze mij hebben aangedaan”, zegt ze aangeslagen.

Video

Gratie aan 188 politieke gevangenen

188 politieke gevangenen uit de Rif in zijn gisteravond vrijgelaten. Koning Mohammed de gaf de jongeren een koninklijk pardon vanwege het Offerfeest.

Samen met honderden anderen waren ze vorig jaar opgepakt na protesten tegen de achterstelling van de Rif. Ze wilden vooral een einde aan de corruptie, armoede en slechte gezondheidszorg en educatie in de regio.

De protesten gingen regelmatig gepaard met geweld. Een aantal keer sloeg de politie de demonstraties hard neer en er braken ook enkele rellen uit. Dit gebruikte de staat als aanleiding om de jongeren op te pakken en vast te zetten in gevangenissen in de Rif. De vermeende leiders van de protesten belandden in Casablanca.

In de Rif en grote steden in de van Marokko waren afgelopen jaar protesten om de gevangenen vrij te laten.

Het verdriet van de Rif

‘Het verdriet van de Rif’ is een actuele geschiedenis van een regio waaruit bijna 90 procent van de Nederlandse-Marokkanen afkomstig is, en een aanzienlijk deel van de Belgische-Marokkanen.

Centraal in dit boek van journalist en arabist Sietske de Boer staat het recente volksprotest in de Rif tegen tegen onrecht, achterstelling van de regio en de corruptie bij de Marokkaanse overheid. Ze gaat gedetailleerd in op het ontstaan van de volksbeweging Hirak, waarvan de leiders in juni tot zware gevangenisstraffen zijn veroordeeld.

De protesten begonnen op de avond van de dood van visverkoper Mohsin Fikri, die eind 2016 werd geplet in een vuilniswagen toen hij probeerde zijn illegale visvangst te redden die in beslag was genomen door de politie. Zijn dood leidde tot woedende reacties gericht tegen het Marokkaanse gezag. Ook in Nederland en België volgen veel Berbers/Imazighen de gebeurtenissen in de Rif. Hun betrokkenheid komt dan ook ruim aan bod in Het verdriet van de Rif.

De Boer staat uitgebreid stil bij de kloof tussen de Rif en de Marokkaanse staat, die al dateert sinds de onafhankelijkheid van Marokko in 1956. Maar voor een goed begrip van de regio duikt de Boer in de geschiedenis vanaf ongeveer 1900. Zo behandelt ze de koloniale bezetting van het Marokkaanse sultanaat, de strijd van de Riffijnen tegen de Spanjaarden onder leiding van Mohamed Abdelkrim el-Khattabi en het kortstondige bestaan van de Rif-Ripublik.

Met het ‘Het verdriet van de Rif’ zorgt De Boer voor een beter begrip van ons Europese koloniale verleden. De gebeurtenissen in de Rif zijn geen ver-van-mijn-bed-show, ook al weten velen nog weinig van de gifgasbombardementen in de jaren twintig, de verantwoordelijkheden van met name Spanje en Duitsland, het wegkijken van Europese mogendheden, en de trek van gastarbeiders uit het noorden van Marokko naar West-Europa. In de Rif zijn de gevolgen van de koloniale bezetting nog altijd zichtbaar.

Sietske Boer is arabist en journalist en werkte als correspondent voor verschillende Nederlandse media in Marokko. Van haar hand verschenen ‘Jaren van lood’, ‘Het volk van Abdelkrim’ en ‘Marokkaan in Nederland, Hollander in Marokko’.

92000000960449641

Mohamed Benchaaboun benoemd tot nieuwe minister van Economie en Financiën

Koning Mohammed benoemde vandaag Mohamed Benchaaboun als de nieuwe minister van Economie en Financiën.

Benchaaboun volgt Mohamed Boussaïd op, die op 1 augustus door Koning Mohammed VI werd ontslagen.

Mohamed Benchaaboun was eerder CEO van de Banque Populaire Group. Bekend om zijn discretie en competentie is Mohamed Benchaaboune de man die de Banque Populaire Group in Afrika heeft ontwikkeld. Hij startte ook veel hervormingen en ontwikkelde de telecomsector toen hij hoofd was de nationale toezichthouder werd (ANRT).

De nieuwe minister van Economie en Financiën is beëdigd door Koning Mohammed VI in het Koninklijk paleis in Rabat, meldt een verklaring van het Koninklijk Kabinet.