door Redactie | apr 13, 2016 |
Nederland en Marokko leiden de komende tijd een internationaal samenwerkingsverband dat terrorisme probeert tegen te gaan. Minister Koenders (Buitenlandse Zaken) heeft Marokko woensdag verwelkomd als nieuwe co-voorzitter van het Global Counterterrorism Forum (GCTF).
Nederland was het afgelopen half jaar al samen met Turkije medevoorzitter van het GCTF. Marokko heeft die taak nu van Turkije overgenomen. Dat gebeurde in Den Haag, waar vertegenwoordigers van de betrokken landen bijeen kwamen voor overleg. ‘Marokko is een belangrijke partner in de strijd tegen terrorisme en speelt een cruciale rol in de regio om dit probleem aan te pakken’, aldus Koenders.
In het GCTF wisselen 29 landen en de Europese Unie kennis uit over het bestrijden van terrorisme en het voorkomen van gewelddadig extremisme. Het informele en a-politieke forum bestaat sinds 2011.
Sindsdien is er veel werk verzet. ‘Helaas laten recente verschrikkelijke aanslagen in onder meer Ankara, Istanboel, Lahore en Brussel zien dat er meer actie nodig is’, aldus Koenders. ‘Alle kennis en expertise die we hebben verzameld, moeten we in de praktijk brengen en verwerken in nationale actieplannen om terrorisme te bestrijden.’
Volgens Koenders is er een betere uitwisseling van informatie nodig is. Het is daarnaast ook van groot belang om te werken aan een aanpak op de lange termijn. ‘En bijvoorbeeld meer te doen aan het voorkomen van radicalisering. Alleen dan kunnen we in de toekomst succesvol zijn’, aldus Koenders.
Ook werkt het GCTF aan beleid om op een effectieve manier om te gaan met buitenlandse strijders (Foreign Terrorist Fighters) en strijders die terugkeren naar hun eigen land. ‘Dat vereist maatwerk. Alleen een mogelijke strafrechtelijke vervolging is niet genoeg. Deradicalisering en een veilige terugkeer in de samenleving horen daar ook bij’, aldus Koenders.
Het internationale forum is volgens Koenders belangrijk om de civiele samenwerking in de strijd tegen terrorisme te stimuleren en te verbeteren. ‘Het GCTF is een van de vele middelen om te strijden tegen het veelkoppig monster van terreur, maar wel een belangrijk middel’, aldus Koenders.
Nederland en Marokko zullen in september een bijeenkomst met ministers van het GCTF leiden.
door Redactie | apr 12, 2016 |
Een Marokkaanse rechtbank heeft twee homoseksuele jongens vrijgelaten nadat ze eind maart waren opgepakt vanwege hun geaardheid. Het incident deed internationaal nog al wat stof opwaaien omdat de twee werden opgepakt nadat ze waren mishandeld. In een video was te zien hoe de homo’s vorige maand in de stad Beni Mellal werden geschopt en geslagen nadat ze waren ‘betrapt’ op het doen van seksuele handelingen. Dat de slachtoffers werden gearresteerd en de daders vrijuit gingen leidde tot internationaal protest.
Maar inmiddels, waarschijnlijk onder internationale druk, zijn de aanvallers opgepakt en veroordeeld tot onvoorwaardelijke straffen. De hoofdverdachten kregen zes en vier maanden cel. Twee andere verdachten gaan vrijuit en een vijfde staat later terecht bij de jeugdrechter. De straf van het homoseksuele stel is omgezet naar een voorwaardelijke celstraf en zij zijn inmiddels op vrije voeten. Ze werden eind maart veroordeeld voor respectievelijk “daden tegen de natuur” en “seksueel afwijkend gedrag”, twee omschrijvingen van homoseksualiteit in Marokko.
De zaak heeft internationaal maar ook binnen Marokko veel losgemaakt. Na de veroordeling van de aanvallers gingen circa honderd inwoners van Beni Mellal de straat op. Zij eisten dat de daders werden vrijgelaten. Homoseksualiteit wordt in Marokko nog altijd gezien als een ziekelijke afwijking en is bij wet verboden. Op het verrichten van homoseksuele handelingen staat een flinke geldboete en een gevangenisstraf van maximaal drie jaar.
door Redactie | apr 12, 2016 |
De aandacht inzake discriminerende uitingen over Marokkanen ligt vooral bij Geert Wilders, maar de leiders van de PvdA kunnen er ook wat van.
PvdA-kopstukken Diederik Samsom en Hans Spekman worden niet vervolgd voor hun omstreden uitspraken over Marokkanen. Dat heeft het gerechtshof in Amsterdam dinsdag bepaald. De PVV had het hof gevraagd het Openbaar Ministerie te dwingen de twee te laten berechten voor hun uitspraken over Marokkanen. Volgens de klagers is sprake van groepsbelediging en het aanzetten tot discriminatie van mensen wegens hun ras. Het OM had eerder al besloten Samsom en Spekman hier niet voor te vervolgen.
Samsom zei in een interview in NRC Handelsblad van 15 december 2011: “Het klopt dat het vooral Marokkanen zijn. Deze jongens hebben een etnisch monopolie op dit soort overlast gekregen.” Spekman zei in Vrij Nederland in 2008: “En van celstraf krijgen ze alleen maar meer status in hun groep. Je moet ze zien te raken dat ze hun status juist verliezen. De Marokkanen die niet willen deugen, moet je vernederen, voor de ogen van hun eigen mensen.”
© ANP 2016
door Redactie | apr 12, 2016 |
65 jaar geleden kwamen de eerste Molukkers naar Nederland. Molukse Nederlanders die opgroeiden in de jaren 70, zien gelijkenis met hoe Marokkanen nu tegen vooroordelen moeten opboksen.
Zijn de jonge Marokkaanse Nederlanders van nu de jonge Molukse Nederlanders van toen? Zaman Vandaag zocht enkele Molukse Nederlanders op met die vraag, onder wie onderzoeker en historicus Wim Manuhutu (57). Hij bevestigt dat er paralellen te trekken zijn. ”Met het eerste brandmerk liepen wij, de jonge Molukkers van de jaren 70, rond. En met het tweede stigma leven jonge Marokkanen vandaag de dag, dat levert de nodige problemen op”, zegt Manuhutu. Als zoon van een Molukse vader groeide hij op in Leerdam.
Molukse Nederlanders kwamen in de jaren 70 geregeld in het nieuws met het bezetten van gebouwen en met de treinkaping van 1977. Acties waarbij doden en gewonden vielen. Deze Molukse Nederlanders eisten meer aandacht voor de Molukse kwestie op de Molukken. Nederland zou zich voor onafhankelijkheid van de Molukken moeten inzetten, maar deed daar geen tot weinig moeite voor, duidden de actievoerders.
”Vooral na de treinkaping voelden wij ons als Molukkers, zeker niet overal gewenst in de Nederlandse samenleving”, vertelt Marthen Pattipeilohy (67). Samen met zijn vrouw Meity woont hij in Apeldoorn, als Moluks echtpaar zitten ze in het bestuur van instelling Samen Steunen Wij De Molukken. ”We werden met argusogen bekeken, net als de Marokkanen nu”, zegt zijn vrouw Meity (66).
Marthen was lang docent op mbo-scholen: ”Ik maakte zo alle culturen van Nederland van nabij mee. Zoals wij als groep – door sommige autochtone Nederlanders – verantwoordelijk werden gehouden voor de heftige gebeurtenissen met Molukkers als daders, zo zie ik nu dat de maatschappij soms doet alsof alle jonge Marokkanen crimineel zijn.” Zijn vrouw: ”En daarmee voelt de jonge Marokkaan zich soms, begrijpelijk, een tweederangsburger. Dat idee gaven Nederlanders mij soms ook, het idee van: hé, ze moeten me niet.”
De Rotterdams-Molukse dominee Zeth Mustamu (64) neemt de parallellen tussen Molukse en Marokkaanse Nederlanders minder waar. ”Al is iedere spijker krom te krijgen, als je dat wil. Ik trek het liever breder. Het probleem waar beide groepen volgens mij mee te maken hadden of hebben zit hem in de dominante blanke meerderheid die de minderheid ongelijke kansen geeft.”
Tweederde van de jongeren, met deels of geheel een Marokkaanse achtergrond, zijn tussen hun 12e en 23ste wel eens aangehouden door de politie, zo stelt het Sociaal en Cultureel Planbureau in een rapport uit 2012.
”Precies dat maakte ik in de jaren 70 ook mee”, zegt Pattipeilohy. ”Ik begreep het motief van de kapers en gijzelaars. De regering deed niets aan het verschrikkelijke lot van onze ouders. De acties gingen mij natuurlijk te ver, maar na de gebeurtenissen werd ik als ik met Molukse vrienden in een auto zat wel meerdere keren aangehouden. Een aanleiding was er nimmer het was complete willekeur. De hele auto doorzochten ze. Alsof wij ook een trein zouden gaan kapen.”
In een reportage in De Volkskrant stelt een buurtbewoner van de Utrechtse wijk Kanaleneiland. ”Marokkanen? Allemaal dieven!” En zo zijn er in kranten- en tv-reportages tal van dergelijke uitspraken vastgelegd de afgelopen jaren.
”40 jaar geleden woonden wij in Amsterdam”, vertelt Meity. Marthen: ”De ruit van een auto was ingegooid en vervolgens had iemand er spullen uit gestolen. Een woedende buurman stapte op mij af: ‘Dat wordt allemaal gedaan door jullie soort tuig!’ Oftewel, hij wist meteen zeker dat een Molukker dat gedaan had.”
Relatief veel Marokkaanse Nederlanders hebben geen werk. 37 procent van de jongeren is werkloos, volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (2014). Manuhutu: ”Voor jonge Molukkers vroeger gold nagenoeg hetzelfde percentage.” Marthen: ”Diezelfde discriminatie op de arbeidsmarkt van toen, zie je nu bij Marokkanen.”
Het stigma op Molukse Nederlanders is langzaam weggeëbd, zo onderschrijven Manuhutu en Marthen. Kunnen we iets leren van dit proces en dat inzetten bij de situatie omtrent Marokkaanse Nederlanders? Marthen: ”Wat belangrijk is geweest is het 1000-banen-plan voor Molukkers, zo’n 30 jaar geleden. De overheid zorgde er via projecten voor dat 1.000 werkloze Molukkers werk kregen. Werk schept perspectief.”
Manuhutu weet dat ook nog goed. ”Dat Molukse werkplan gaf mensen een baan. En die mensen gaven andere Molukkers hoop. Als mijn neef werk kan krijgen, dan ik toch ook?”
Mustamu wijst daarnaast op het belang van de invloed van een rolmodel: ”Simon Tahamata, de voetballer, nam de Molukkers op sleeptouw. Hij profileerde onze gemeenschap. Hetzelfde zie ik Ali B doen voor de Marokkanen. Zulke figuren kunnen enorm veel betekenen voor de emancipatie.”
Manuhutu: ”Wanneer de teneur in een gemeenschap verandert in een stemming dat er juist wel een baan te vinden is, doen mensen mee in de samenleving. Zonder werk is het makkelijker om het verkeerde pad op te gaan. Want maatschappelijke ontevredenheid maakte van enkele Molukkers deels treinkapers, denk ik.”
ANDRÉ VALKEMAN
zamanvandaag
door Redactie | apr 11, 2016 |
De Noordelijke Rifgebergte is al eeuwenlang een thuisbasis voor hasjdealers, smokkelaars en bandieten. Nu is het ook een broedplaats voor de terroristen van Europa geworden.
In de weken na de aanslag in de Belgische hoofdstad hebben de autoriteiten en journalisten geen tijd verspilt om de link te leggen tussen de aanslag in Brussel en Parijs, tussen een schuilplaats hier en een vingerafdruk daar. De lijnen die de complexe spinnenweb van verwantschappen en vriendschappen verbinden langs de nationale grenzen, beginnen nu een Jackson Pollock schilderij te symboliseren met een onaangename boodschap: ‘ Dit zijn de lijnen en punten die een dodelijke terroristische samenzwering kunnen binnenhalen van idee tot uitvoering’.
Het blootleggen van de vormen en inhoud van Europese terroristische cellen is zonder twijfel een essentieel onderzoekswerk. Maar verloren tussen al deze lijnen die de grijze Europese, stedelijke landschappen verbind, zijn de met zonovergoten heuvels, valleien en dorpen in het noorden van Marokko. Het is Marokko waar we naartoe moeten. We moeten de netwerken volgen die teruggaan naar de generatie van het koloniale tijdperk en de Mediterrane Zee (een zee dat Europa en Noord-Afrika eerder verbind dan verdeeld) oversteken om te kunnen begrijpen wat jonge mannen bezield om aanzienlijke schade en chaos aan te richten in Europese hoofdsteden.
Aan het hart van de terroristische aanslagen over de hele wereld de laatste 15 jaar, ligt de Rif. Een bergachtige regio in Noord-Marokko dat zich uitstrekt vanaf de Westelijke steden Tanger en Tetouan tot in het oosten van de Algerijnse grens. Waar armoede heerst, maar waar het rijk is aan Marihuanaplanten, hasjdealers, smokkelaars, sjacheraars en verzetsstrijders die zich hebben verzet tegen koloniale machten, postkoloniale koningen en elke autoriteit dat zich boven hen verhief. Voor de kinderen van de Rif, welke zijn getransplanteerd naar Europa, kan deze achtergrond zich combineren met marginalisatie, toegang tot criminele netwerken en radicaliteit om de zwakkeren te kunnen overtuigen om aanslagen te plegen.
De eerste links die werden blootgesteld tussen de Rif en Terrorisme was waarschijnlijk na de bombardementen in Madrid op 11 maart 2004, omdat de daders bijna allemaal banden hadden met Tetouan. Drie jaar later na de aanslagen in Madrid schreef Andrea Elliot een artikel voor de New York Times Magazine en bezocht de hardwerkende stad Tetouan in hartje Rif. Hier sprak Elliot een aantal jongeren die waren geïnspireerd door de bombardementen in Madrid en die zich een baan wenden naar Irak om zich aan te sluiten bij de Iraakse Al-Qaeda, de voorloper op de Islamitische Staat, die tegen de troepen van de VS vocht.
Bijna 10 jaar later heeft dezelfde gewelddadige Toerisme geleid tot de aanslagen in Parijs en Brussel. Een van de laatste Riffijnen die internationaal berucht werd, was Najim Laachraoui, de bommenmaker van IS die in 2013 naar Syrië is afgereisd en zijn explosieve expertise afmaakte. We kennen hem nu allemaal als een van de drie mannen die op dinsdagochtend 22 maart met een karretje door het vliegveld van Zaventem liep. Hij wordt veelal beschreven als ‘de derde man’ (of de man met het hoedje) die na het plegen van de aanslagen is ontsnapt. Maar Belgische aanklagers zeggen nu dat Laachraoui een van de twee zelfmoordterroristen was die zichzelf op het vliegveld van Zaventem opblies.
Laachraoui zag het levenslicht in Ajdir, een stadje in Marokko met een trotse Riffijnse geschiedenis. Hij had de Belgische nationaliteit en was voor het grootste deel opgevoed in het Brusselse Schaerbeek.
Salah Abdeslam, verdachte van de aanslagen in Parijs, en zijn broer Brahim, die een van de terroristen was die het had gemunt op cafés en restaurants in het 10de en 11de arrondissementen waarna hij zichzelf opblies in een populaire Parijse eettent op 13 November 2015, hadden ook een Riffijnse achtergrond. De leider van het groepje, Abdelhamid Abaaoud, was niet van Riffijnse komaf, zijn familie komt uit het zuiden van Marokko.
De bagage van de regio gaat ver terug in de geschiedenis. De Rif heeft heel wat te verduren gekregen met gevechten tussen Berberse koninkrijken in de prekoloniale tijd, welke een weg baande naar grotere oorlogen en verzetten tegen de Spanjaarden en Fransen tijdens het koloniale tijdperk. Onafhankelijkheid in 1956 heeft ervoor gezorgd dat Spanje en Frankrijk zich terugtrokken. Maar de machtsproblemen tussen de nieuwe, onafhankelijke Marokkaanse elites en de Berbervolkeren wakkerde een nieuwe tijdperk van conflicten aan dankzij de Marokkaanse koning Mohamed V en zijn opvolger Hassen II. Door de Riffijnse historie van verzet bedankte de Staat de Rif met decennialange verwaarlozing.
Hassan II staat bekend om het feit dat hij zijn paleizen in Tanger en Tetouan nooit bezocht. Overheidsinstellingen in de regio werden verwaarloosd waardoor Islamisten met Wahabistische ideeën hun kans grepen om hun gedachtegoed te verspreiden in achterstandssteden, zoals Tetouan. Vandaag de dag scoort de regio het hoogst op het gebied van Armoede, vroeg overlijden en Analfabetisme in combinatie met de Marokkaanse lage groei index. De huidige koning, Mohammed VI, heeft geïnvesteerd in de regio en bezoekt het regelmatig als zijn vakantiebestemming, maar de vrijgevigheid van de koning heeft de gemiddelde Riffijn niet tot bedaren gebracht. Zoals Elliot in haar stuk schreef, ‘ Veel inwoners vinden hun gammele auto’s geen match met de nieuwe snelwegen en zijn jammerlijk niet getraind om te concurreren voor de banen in de extravagante resorts in de regio’.
Het verhaal van de familie Abdeslam is een typisch Riffijns patroon. De ouders komen oorspronkelijk uit Bouyafar, een dorp in de provincie Nador in de Rif. Ze verlieten Bouyafar voor Algerije, wat toen Frans grondgebied was waar Berberse mannen werkten voor Franse landeigenaren of zich vestigden in snelgroeiende Algerijnse kuststeden. In Algerije kregen de Abdeslams de Franse burgerschap, wat zich resulteerde in dat al hun kinderen ook de Franse nationaliteit kregen. Stap twee van de Riffijnse migratie zag miljoenen de naoorlogse golf van ongeschoolde arbeiders de West Europesche mijnen en fabrieken vullen en het was in de zestiger jaren dat de familie Abdeslam naar België kwam.
Terwijl Europa de economische kansen bood waarvoor de eerste generatie zeer dankbaar was, kampte de volgende generatie met tegenslagen en de economische val in de zeventiger jaren maakte het er niet beter op. De ooit zware industrie en kolenmijnen die de Marokkanen uitnodigden uit hun dorpen werden gesloten. De Belgische jeugdwerkloosheidscijfers die rond de 8 procent was, steeg naar meer dan 20 procent. Voor de Belgen van Marokkaanse of Turkse origine waren de cijfers meer dan het dubbele daarvan.
Maar werkloosheid was niet de enige factor die de Belgische moslims deed radicaliseren. Onder de Belgische moslim minderheid (ongeveer 5,9 procent van het 11.3 miljoen tellende volk) vormen de Marokkanen de grootste gemeenschap (tussen de 400.000 en 500.000), gevolgd door de Turken op de tweede plaats. Terwijl Belgen met een Marokkaanse achtergrond het Terrorisme in het land domineren in de laatste 15 jaar, hebben experts een gebrek aan Turkse namen op de terroristenlijst bevonden. In een land als België (welke geen geschiedenis heeft van kolonisatie in moslimlanden) is er niet genoeg aandacht besteed aan inlichtingen en beleid op het gebied van criminelen die radicaliseren. Dit is heel jammerlijk, omdat deze antwoorden namelijk een oplossing kunnen bieden voor wat primair een landelijk probleem is met transnationale implicaties.
Waarom zijn de Belgen van Turkse afkomst zo ongeïnteresseerd in Extremisme? De reden hiervoor variëren: Om te beginnen spreken zij de Turkse taal dus zijn zij minder kwetsbaar voor Arabische Wahabi bekering dan hun Marokkaanse broeders. Dan is er de cultuur: In een recent New York Review of Books interview, heeft hoogstaand Terrorisme-onderzoeker aan de Koninklijke Militaire Academie in België, Didier Leroy, een stuk geschreven waarin hij verteld dat ‘’een bepaald type van identiteitsconstructie in de Turkse gemeenschap, waar het seculiere erfgoed van Mustafa Kema Atatürk blijkbaar nog steeds een rol speelt.’’ Een andere belangrijke factor is hoe moskeeën worden gerund door imams: Turkije stuurt hun eigen imams om de Turkse gemeenschap in België te dienen en de meeste moskeeën die worden bezocht door de Turken worden gerund door het Diyanet, een Turks orgaan voor religieuze doeleinden welke een strakke regering heeft over de religieuze sfeer in de Turkse staat. Tot tegenstelling van de Marokkaanse moskeeën die worden gerund door imams die worden opgeleid in de golf en prediken een Salafi vorm van Islam die bekend staat als radicaler dan de Maliki wetschool dat word gepraktiseerd in Noord en West-Afrika.
Maar schuilend op de achtergrond van dit is daar nog steeds de Rif, een radicaliserende factor op zichzelf.
De dynamische pacificatie, mismanagement en verwaarlozing van de regio overgenomen uit het koloniale tijdperk, weerspiegeld de plaag in de Pakistaanse stamgebieden. Net als de Rif, ( wat in het Arabisch letterlijk ‘’de rand van vruchtbaar grond’’ betekend) hebben de stamgebieden van Pakistan zich een traditie gebaseerd op eer, wraak en gastvrijheid eigen gemaakt. Wanneer de oude orde ten val raakt in afwezigheid van staatsinstituties, groeien radicale ideologieën in deze regio’s als marihuana gewassen op de Rif hellingen.
De bagage van verwaarlozing heeft zelfs de gelukkige Riffijnen die de armoede zijn ontsnapt in Europa beïnvloed. De oudere generatie arriveerde in een toen Franse Algerije, België of het Franse vasteland terwijl zij de Franse taal niet machtig waren doordat de Rif door Spanje gekoloniseerd werd. Ook spraken zij Amazigh-talen en dialecten en waren dus ook de Arabische taal niet machtig.
Onder deze omstandigheden namen de oude Riffijnen hun traditie van eer, rechtvaardigheid en vijandigheid tegen de autoriteiten mee naar de Brusselse wijken waar deze tradities tot bloei kwamen. Eerlijk of niet, de Belgische autoriteiten beschrijven de Rif-gemeenschap in het land als wetteloos en een ‘agressieve stamcultuur’ waardoor zij zich onderscheiden van andere immigranten gemeenschappen. In een scherpzinnige Politico stuk ‘’Molenbeek Brak Mijn Hart’’, schreef Teun Voeten die in Molenbeek heeft gewoond zoals meer witte, geschoolde Belgen om te profiteren van de lage huurprijzen, dat hij droomde dat zijn kinderen zouden spelen met de kinderen van zijn Marokkaanse buren in een multiculturele liefdeszone. Maar hij vond de buurt nauwelijks multicultureel. Integendeel, met een populatie van grofweg 80% Marokkaanse origine was het jammerlijk tragisch conform en homogeen. Je zult in Casablanca en Marrakech vast een levendige alternatieve cultuur vinden, maar zeker niet in Molenbeek.
Maar wat Voeten niet begreep (en wat meerdere Belgen nog steeds niet begrijpen) is dat de ‘alternatieve culturen’ van Casablanca en Marrakech zo ver van Molenbeek staan zoals de heuvels van de Rif en het koninklijk paleis in Rabat. Terwijl nieuwkomers in de wijk worden behandeld als indringers, zijn er voor de oude migranten en hun kinderen een speciale band. En deze speciale band, gebaseerd op oude gedragscodes waar gastvrijheid boven de wet staat, deed Salah en Brahim Abdeslam en hun criminele, jihadistische broeders helpen verstoppen en ontwikkelen.
Dit zijn de soorten netwerken die de gemiddelde witte Belg en de Franse veiligheidsdiensten nu moeten doorbreken en infiltreren. Nou, ik wens hen veel succes toe. Het oude koloniale verleden komt zich wreken en de beste oplossing om dit probleem op te lossen, is door de veiligheidsdiensten meer divers te maken en verzekeren dat migranten niet het gevoel krijgen dat zij worden tegengewerkt bij het vinden van een plaats in de samenleving. Het is belangrijk om de nuances van origine te begrijpen, (specifiek als het aankomt op het aannemen van imams en veiligheidssamenwerkingen tussen Europa en Noord-Afrikaanse autoriteiten) maar het is ook belangrijk om ervoor te zorgen dat we niet in de val trappen van stereotypering. Bijvoorbeeld door te zwijgen over het feit dat niet alle Riffijnen terroristen of criminelen zijn. Zoals de meerderheid van de moslim immigranten in Europa vinden de meeste Riffijnen de Islamitische Staat niet-islamitisch en een vloek voor de religie die zij praktiseren. Europa is rijk aan gekwalificeerde Riffijnen. De burgemeester van Rotterdam Ahmed Aboutaleb bijvoorbeeld, is Riffijns.
De in Marokko geboren Aboutaleb zorgde vorig jaar voor opschudding in de Nederlandse politiek toen hij zei dat moslims die niet willen aanpassen op kunnen rotten. Het is dit soort toffe praat van een mede-Riffijn die de Riffijnen respecteren. Ik ga het nogmaals zeggen: Het word hoog tijd dat we de Islamitische gemeenschap gaan betrekken in dit gevecht in de hoogste posities van de samenleving. Vergeet het Islamofobe blanke rechts en de politiek correcte links in Europa. Zij kunnen discussiëren en bekokstoven wat ze willen in hun zalen en ateliers. Maar dit gevecht moet worden gewonnen op de straten van
About Leela Jacinto (foreignpolicy.com)
AmazighTimes.nl