door Redactie | feb 12, 2018 |
Bilal, een jongen van Riffijnse afkomst, is vorige week zondag in het Franse Poitier overleden na door een dronken chauffeur te zijn aangereden.
Bilal Issoussi was pas 20. De student was spullen in een kofferbak van een auto komen halen toen de dronken chauffer hem aanreed.
“Ik was met hem die avond, maar ik ben vroeger naar huis gegaan. Hij was bij een vriend. Hij wilde spullen gaan halen in de auto toe hij werd aangereden door een andere auto.”, vertelt een vriend van Bilal.
De dronken bestuurder werd gearresteerd en aangeklaagd voor doodslag door dronkenschap. De man knalde na Bilal te hebben aangereden ook nog tegen een andere auto.
Bilal was in 2012 zonder zijn ouders in Frankrijk aangekomen. Hij verbleef een tijdje in het noorden van het land en vertrok toen naar Poitiers waar zijn zus woont. “Hij was vrolijk en hield van het leven. Hij wist zich snel een plaatsje te maken met mooie vriendschappen. Hij was ook een atleet, een voetbalfan, die één of twee keer per week zaalvoetbal speelde met vrienden.”, aldus een andere vriend van het slachtoffer.
Bilal werd zaterdag in zijn geboortestad Nador begraven in aanwezigheid van zijn vrienden en familie.
door Redactie | feb 12, 2018 |
Koerden en Imazighen zien veel overeenkomsten in de strijd die ze voeren tegen onderdrukking in Turkije en Marokko.
Een groep Belgische en Nederlandse activisten heeft onlangs een solidariteitsmanifest naar buiten gebracht waarin een oproep wordt gedaan voor samenwerking tussen Koerden en Imazighen (Berbers). In het manifest wordt steun geuit voor de demonstraties van Imazighen voor meer rechten en benadrukt dat er veel overeenkomsten zijn tussen de onderdrukking van de twee bevolkingsgroepen. De Kanttekening sprak daarover een Koerdische een Imazigische Nederlander die het manifest hebben ondertekend, Bedel Bayrak en Mo Achahbar.
‘Er is een verschil in context, maar er zijn heel wat parallellen tussen de manieren waarop Koerden en Imazighen onderdrukt zijn’, staat in het manifest. ‘Wat de Imazighen in Marokko betreft, is er een parallel in het neerkijken op de eigen taal en cultuur. De Imazighen worden bijvoorbeeld net als de Koerden weggezet als ‘mensen van de bergen’, om te insinueren dat ze onderontwikkeld zouden zijn. Deze omschrijving is ook een middel om te doen alsof het om een minderheid in een afgelegen gebied gaat, terwijl Imazighen en Koerden in alle steden van Marokko en Turkije te vinden zijn.’
Volgens Bayrak is de Rif net als het zuidoosten van Turkije een achtergesteld gebied. Ook daar zijn veel problemen rond werkgelegenheid en gezondheidszorg. Hij vond het zijn plicht om zich solidair te tonen met de Imazighen, die al maanden aan het demonstreren zijn voor een betere gezondheidszorg, beter onderwijs en verbetering van de leefomstandigheden. ‘Ik weet als onderdeel van een minderheidsgroep dat mensen niet snel solidair zijn met jou. Je wordt heel snel gezien als een verrader, als iemand die het land schade wil aanbrengen. Je bent in de ogen van de machthebbers een onrustzaaier die aangepakt moet worden. Ik kan me dankzij mijn Koerdische identiteit en alles wat daarmee gepaard gaat precies inleven in de situatie van mensen in de Rif.’
Bayrak, antropologiestudent en één van de initiatiefnemers van een dialoogproject waarbij Koerdische Nederlanders aan tafel zitten en in dialoog gaan met Turkse Nederlanders, zegt dat de Imazighen net als de Koerden een minderheid zijn in hun eigen land. ‘Ze zijn nog geen slachtoffer van hetzelfde geweld dat tegen Koerden in Turkije werd en wordt gebruikt, maar voor de rest zitten ze ongeveer in hetzelfde schuitje. Ik herken heel veel onrecht. De manier waarop mensen worden aangepakt wanneer ze opkomen voor hun rechten is ook bijna identiek.’
De Koerdische strijd voor meer rechten en tegen onderdrukking in Turkije evolueerde in de jaren zeventig deels tot een gewapende strijd door terreurgroep PKK (Koerdische Arbeiderspartij). Daarbij zijn aan beide kanten tienduizenden doden gevallen. De in 2006 begonnen vredesonderhandelingen tussen de Turkse regering en de PKK liep in 2015 uit tot een fiasco, met als resultaat dat het geweld na een relatief rustige periode weer oplaaide. Inmiddels zit ook een belangrijk deel van de democratisch gekozen parlementariërs van de pro-Koerdische HDP (Democratische Partij van Volkeren) in de gevangenis, onder meer op beschuldiging van het hebben van banden met de PKK.
‘Ik zou de Imazighen aanraden om de beweging vooral geweldloos te houden’, zegt Bayrak. ‘Ze worden uitgedaagd om de wapens op te pakken, maar ik geloof dat het daarmee alleen maar moeilijker wordt om je doel te bereiken. Geweld is altijd onwenselijk, het brengt meer geweld met zich mee. Je verliest tevens de kracht van vredig demonstreren.’ Toch denkt hij dat het niet altijd de schuld is van de ‘onderdrukten’, wanneer zelfverdediging uitmondt in geweld. ‘Als je mensen opsluit, martelt of vermoordt, radicaliseren grote groepen. Het is een realiteit dat mensenrechtenschendingen en vernederingen van Koerden in de jaren zeventig en tachtig de gewapende strijd hebben doen ontstaan.’ De martelingen van Koerdische activisten in de gevangenis van Diyarbakir na de coup van 1980 wordt door velen gezien als een breekpunt in het militariseren van het Koerdisch verzet. Honderden Koerden sloten zich na vrijlating aan bij de PKK.
In het manifest wordt er daarom ook niet expliciet afstand genomen van geweld, omdat het de mensen ter plekke zouden zijn die als eerste de gevolgen van de onderdrukking en het geweld voelen en dus ook het eerste recht hebben om te bepalen hoe ze een menswaardig bestaan kunnen afdwingen. ‘We spreken als de Imazighen en Koerden uit Nederland en België daarom ook onze steun en solidariteit uit voor het verzet van de Imazighen in Marokko en Koerden in Turkije, zonder te eisen of te verwachten dat verzet tegen staatsgeweld geweldloos zou moeten zijn.’
Mo Achahbar haalt de laatste woorden van protestleider Nasser Zafzafi voordat hij werd opgepakt in Marokko aan: ‘Ik hoop van harte dat de demonstraties vredig verlopen, maar op het moment dat het regime deze harde lijn voortzet zullen mensen toch mogelijk afwijken naar geweld. Dat is soms onvermijdelijk.’ Over de situatie van Koerden zegt Achahbar dat hij al jaren solidair is met zijn ‘lotgenoten in Turkije’. ‘Al voordat er protesten uitbraken in Marokko, was ik in Nederland heel lang actief en betrokken met de acties voor de rechten van Koerden in Turkije. Het is onmenselijk om je stil te houden terwijl een groep zoveel onrecht wordt aangedaan.’ Dat er aan beide kanten toch heel veel stilte is over elkaars leed, denkt Achahbar, heeft te maken met de propaganda die de Marokkaanse en Turkse overheid voeren. ‘Als Marokkaan lees je in de kranten of schoolboeken niets over de onderdrukking van Koerden, andersom lees je in Turkije niets over de Riffijnse kwestie. Dat is bewust beleid zodat men de eigen situatie niet gaat vergelijken met andere groepen die worden onderdrukt.’
In het manifest wordt die onwetendheid ook gehekeld. ‘We merken dat de geschiedenis van het verzet van de Koerdische beweging voor veel Imazighen onbekend is. Daardoor zijn er Imazighen die geen contradictie zien in hun steun voor de Turkse president Recep Tayyip Erdogan en zijn anti-Koerdische politiek en hun eigen strijd. Ik heb daar gewoon geen woorden voor’, zegt Achahbar, die heel veel jongeren uit de Rif betrapt op sympathie en steun voor Erdogan. ‘Dan vraag ik me af: jouw volk maakt hetzelfde mee in Marokko als de Koerden in Turkije, hoe kan je dan nog iemand als Erdogan steunen en als een held zien? Hypocrisie ten top.’
Bron: dekanttekening.nl
Hüseyin Atasever
Journalist gespecialiseerd in Turkije, het Midden-Oosten en integratievraagstukken. Redacteur van de Kanttekening.
door Redactie | feb 12, 2018 |
Het bezoek van minister Anas Doukkali van Gezondheid aan Imilchil heeft voor kwade reacties gezorgd in de regio waar de bevolking al weken lijdt onder de hevige sneeuwbuien.
Een bewoner van Imilchil vertelde aan Lesiteinfo hoe de door de sneeuw gesloten weg, een half uur lang werd geopend om de minister door te laten. Doukkali bezocht het ziekenhuis van de stad en vertrok vervolgens naar Beni Mellal.
Voor de bewindsman waren er plots genoeg sneeuwploegen beschikbaar om de weg vrij te maken. De bewoners zijn woedend en vinden het gedrag van de autoriteiten onverantwoordelijk en onaanvaardbaar.
door Redactie | feb 12, 2018 |
De Minister van Buitenlandse Zaken van Spanje Alfonso Dastis belooft het dossier te onderzoeken omtrent het gebruik van chemische wapens gedurende de Riffijnse oorlog.
Dit was zijn antwoord naar aanleiding van het vragenuurtje in het Spaans Parlement op woensdag 07/02/2018. De vraag gesteld door Joan Tarda, parlementslid behorende bij de links republikeins catalaanse partij( Esquerra Republicana de Catalunya), kwam naar aanleiding van een brief die 2 jaar geleden gestuurd werd door het Amazigh World Assembly naar de Koning van Spanje Felipe VI.
De brief kaartte het gebruik aan van chemische wapens door Spanje tijdens de Rifoorlog tussen 1921-1927.
Deze parlementariër heeft ook de vraag gesteld over het stilzwijgen van de Spaanse staat wat betreft de protesten in de Rif. De Minister antwoordde daarop als volgt:
” Wij zijn op de hoogte van de actuele gebeurtenissen in de Rif, de processen tegen de activisten, de rechterlijke vonnissen die tegen hun worden uitgesproken..” maar de minister kon wat dit betreft nog geen officieel standpunt innemen.
De Catalaanse partij heeft de rol van Spanje tijdens de Riffijnse oorlog meerdere keren aangekaart in het Spaans Parlement en eist van de staat dat er schadevergoedingen moeten betaald worden aan alle slachtoffers zowel op moreel als materieel vlak. Dit kadert in de toepassing van de “Wet op het Historisch Geheugen”die Spanje heeft aangenomen sinds 2007.
De Amazigh World Assembly heeft dus op 12 februari 2015 een brief gestuurd naar de Spaanse Koning om officieel verantwoordelijkheid te erkennen in de militaire campagne tegen de burgerbevolking van de Rif, schadevergoedingen aan de slachtoffers en bij te dragen aan het herstel van de collectieve schade toegebracht waarbij de inwoners tot op heden nog steeds de negatieve gevolgen ervan dragen in de vorm van kanker bij vele Riffijnen.
Noureddine Adherbal
door Redactie | feb 12, 2018 |
In Borgerhout is de federale gerechtelijke politie een moskee binnengevallen in het kader van een onderzoek naar vermoedelijk kindermisbruik door een bestuurslid. De feiten zouden al van een aantal weken geleden dateren. Dat schrijft Gazet van Antwerpen. Het parket bevestigt dat er een onderzoek loopt naar aanranding in de moskee, maar wil verder niet communiceren.
Speurders vielen vorige week vrijdag de moskee El Fath in Borgerhout binnen. Ze namen computers en een laptop in beslag. Het bestuurslid van de moskee wordt ervan verdacht een minderjarig meisje te hebben aangerand in de moskee. Hij zou op heterdaad betrapt zijn en er zouden ook videobeelden zijn.
Volgens een bron bij de politie is er sprake van minstens één klacht van een slachtoffer. In Borgerhout was er afgelopen weekend sprake van een mogelijk tweede slachtoffer.
Gevlucht naar Marokko?
De politie wilde het bestuurslid vrijdag al oppakken, maar de man zit op dit moment in Marokko. Volgens sommigen is hij gevlucht nadat de beschuldigingen boven water kwamen. Volgens zijn gezin zit hij toevallig in Marokko.
De man zou heel wat aanzien hebben binnen de moslimgemeenschap in Borgerhout. De leden van de moskee reageren verbaasd op de beschuldigingen. “Wij vernemen ook alleen wat er op straat gezegd wordt”, klinkt het. “Het is moeilijk om dit allemaal zomaar te geloven. Daarom is het goed dat de politie een onderzoek voert. Dan is er tenminste duidelijkheid. Als het klopt, dan moet hij worden gestraft.” Volgens Gazet van Antwerpen is de man ook niet meer welkom in het bestuur van de moskee.
Het is niet duidelijk of er een aanhoudingsbevel is tegen de man