Het bühne-activisme van Marokkaanse Nederlanders

Laila Ezzeroili

Hirak betekent zoveel als beweging. Het in beweging komen van de burger om onderdrukkende, ondermijnende en onrechtvaardige (post)koloniale structuren en instituties effectief te laten wankelen.

De Hirak heeft in mij als Marokkaanse Amazigh vrouw onverwacht een gevoelige snaar geraakt. De Amazigh identiteit is een fundamenteel onderdeel van mijn pluriforme identiteit. Niet alleen geografisch, ik ben in de Rif geboren, maar ook sociaal en politiek affilieer ik me met de ‘vrije mensen’, zoals het woord ‘Imazighen’ zich laat vertalen.

Ondanks mijn ouders’ migratie naar Nederland, ben ik me altijd pijnlijk bewust geweest van de door de Marokkaanse — Arabisch nationalistische — staat veronderstelde inferioriteit en ontembaarheid van Imazighen. Rabat prefereert en privilegieert haar makke onderdanen, of zij nu ingezetenen zijn van Marokko of behoren tot de wereldwijde diaspora.

Dus op Nederlands grondgebied zette zij haar vernederende en onderdrukkende beleid ten aanzien van de Imazighen voort door consulaten, waar we door de verplichte Marokkaanse nationaliteit zo afhankelijk van zijn, uitsluitend te bemensen met Arabisch en Frans sprekende ambtelijke gezagdragers. Marokkaanse migranten die alleen Thmazight of Thashelhit (het Amazigh dialect uit het zuiden) spraken werden zo herinnerd aan hun tweederangs burgerschap en afhankelijk gemaakt van de gunst van de ambtenaar. Aan die gunst zat een prijskaartje: een ‘kopje koffie’, oftewel een onderhandse betaling aan de ambtenaar bovenop de verschuldigde leges. Vernedering en spot kreeg je er gratis bij.

Durfde je als ‘Riffi’ of ‘Rwafa’ (meervoud), bij voorkeur met dedain uitgesproken, te weigeren mee te werken aan de typisch Marokkaanse corruptie, dan werden er ter plekke schijnprocedures verzonnen waar je niet de juiste documenten voor had en kon je zwaar gefrustreerd, onverrichter zake naar huis. Een klachtenformulier was er niet. Ik beweer overigens niet dat geografisch en door zichzelf en/of Marokko als Arabisch identificerende Marokkanen vrijgesteld waren van de corruptie. Ik zeg wel dat hen de voor Imazighen gereserveerde minachting en de uitsluiting door de opgeworpen taaldrempel bespaard is gebleven.

Terug naar Hirak. Hier in Nederland zijn wij door onze Amazigh identiteit ‘slechts’ geconfronteerd met de geringschatting en bureaucratische belemmeringen van het Marokkaanse regime. In de Rifregio hebben Imazighen naast de vernedering ook decennialange systematische onderdrukking en achterstelling te lijden gehad.

De gevolgen daarvan, armoede en uitzichtloosheid, dreven de eerste generatie gastarbeiders naar Europa. Voor ons, hun kinderen en kleinkinderen, is die migratie een zegen gebleken waar we nog elke dag van profiteren, eerlijk is eerlijk.

De Marokkanen die naar Europa geëmigreerd zijn, waarvan het overgrote deel uit het Rifgebied komt, vormen een van de belangrijkste inkomstenbronnen van de Marokkaanse staat. Door de belastingen die zij daar betalen over hun vastgoed, door de overgemaakte gelden naar familie, door de jaarlijkse vakanties.

Dit is de Rif niet aan te zien. Economische bedrijvigheid is er volop, maar waar de staat aan zet is, in democratie, zorg, onderwijs, infrastructuur en mensenrechten: een deerniswekkend gebrek aan zelfs het meest basale.

In een gebied waar door de Franse en Spaanse gifgasaanvallen in de jaren twintig, met toestemming van de Marokkaanse sultan, het aantal gevallen van kanker het hoogst is in Marokko, is een (oncologisch) ziekenhuis een basisvoorziening.

Ik spoel even door naar de actualiteit. Dit onrecht aan de kaak stellen, door middel van vreedzame demonstraties heeft geresulteerd in de ontvoering en gijzelneming van de meest prominente Hirak activisten door een criminele organisatie, oftewel Makhzen of Marokkaanse staat. De gijzelaars hebben aangekondigd dat de gijzelnemingen tussen de 1 en 20 jaar zullen duren, de duur van de gijzeling correleert met de effectiviteit van het activisme van de gegijzelden.

Ik schrijf dit zo op, omdat ik geen enkele politieke of morele legitimiteit wil verschaffen aan een marionettenkabinet, een zelfverrijkende monarch en een corrupt, justitieel systeem dat liegt, steelt, martelt, verkracht, ontvoert en gijzelt. Iets mooiers kan en wil ik er niet van maken. Dit is de wrange werkelijkheid.

Soms toont onrecht zich kristalhelder. Een ieder die erop afdingt verraadt dan een belang in het voortduren van dat onrecht of op zijn minst een belang in het zoveel mogelijk onbestreden laten van het onrecht in kwestie. Denk er maar over na, overal waar rechten verworven worden, verliest een andere groep privileges, persoonlijk gewin of simpelweg comfort.

De weerstand die elke emancipatiebeweging zonder uitzondering voor haar kiezen krijgt, komt altijd uit de hoek van mensen en instituties die weten dat zij met het slagen van elk emancipatieobjectief van de betreffende beweging, macht en welvaart zullen moeten opgeven.

Demonstreren tegen onrecht door je afschuw, verbolgenheid, snedigheid en analytisch vermogen te etaleren op sociale media is prima en vaak zeer onderhoudend. Het is echter ook impotent. Verlies van macht en privileges door de gevestigde orde is de beste graadmeter voor het succes van je emancipatiebeweging en niet de aandacht die je genereert, meer ‘representatie’ of het tot wondermiddel gebombardeerde ‘diversiteit’.

Die zorgen er namelijk niet voor dat de macht en de middelen overgeheveld worden naar de achtergestelde groep, maar dat er zich doodleuk een nieuwe elite van ‘haves’ vormt, bestaande uit, zelfbenoemde, ‘representanten’ van de ‘have-nots’.

Wat dan wel, in vredesnaam?

Het principe en de leidraad die ik bij de beoordeling van mijn eigen acties en die van anderen in mijn achterhoofd houd is dat activisme de activist en de gevestigde orde iets moet kosten en de zaak iets moet opleveren.

Ik nodig u van harte uit deze formule toe te passen op alle emancipatiebewegingen. Waarschijnlijk zult u, net als ik, tot het schrikbarende besef komen dat het zeer reële en omvangrijke rendement van bühne activisme ten goede komt aan de activisten zelf en de gevestigde orde een graantje meepikt door de bühne te bieden. Podia, uitgevers, media, politieke partijen, Twitter en Facebook profiteren volop.

Natuurlijk draagt bühne activisme heus bij aan het onkwantificeerbare ‘publieke bewustzijn’, maar dat is bijvangst die zich zelden vertaalt in een structurele verbetering van de omstandigheden van de groep waarvoor men zegt op te komen.

Na dit theoretisch intermezzo, kom ik ter zake:

Hoe kunnen wij, Marokkaanse Nederlanders, de Marokkaanse gevestigde orde macht en daarmee arrogantie laten verliezen en ze zo bewegen de Hirak activisten vrij te laten?

Mahkzen is in Marokko een ander woord voor de Marokkaanse staat of de heersende klasse, oftewel het centrum van politieke, economische, justitiële en militaire macht. Taalkundig is de betekenis van het woord te herleiden tot ‘warenhuis’, ‘opslagplaats’ of ‘schatkist’.

Het Koninklijke investeringsfonds Al Mada is de grootste aandeelhouder in de belangrijkste, zeer winstgevende Marokkaanse bedrijven, onder vele anderen: de Attijari Wafa Bank, telecombedrijf INWI, energiebedrijf Nareva, mijnenbedrijf Managem Group, supermarktketen Marjane.

De publieke sector functioneert alleen daar naar behoren waar het de Makhzen geld oplevert. De inning van leges, belastingen en de obligate steekpenningen is opvallend goed gestroomlijnd. Voor goede zorg of onderwijs is men in heel Marokko aangewezen op particuliere scholen en klinieken en op aalmoezen van buitenlanders.

Dit maakt kraakhelder dat de corebusiness van de koning en zijn Makhzen, winstmaximalisatie is. Het volk vervult in deze toko vooral de rol van belastingbetaler, consument en goedkope arbeidskracht.

In Marokko geen trias politica, maar een koninklijke CEO en elitaire raden van advies, bestuur en aandeelhouders. Een warenhuis met een geweldsmonopolie.

Met haar offensieve economische beleid heeft de Makhzen zich economisch oppermachtig en tegelijkertijd politiek kwetsbaar gemaakt.

Boycots zijn tot op heden, naast demonstraties, het elegante, want geweldloze maar trefzekere antwoord van de Hirak op de tirannie van de Makhzen geweest.

Met het onthouden van onze euro’s en erkenning aan de Marokkaanse Makhzen kunnen we ze, vanuit het veilige Europa, met relatief gemak een gevoelige slag toebrengen.

Eigenlijk weten Marokkaanse Nederlanders dit allang. Toch is het op wat schandegeroep, (dis)likes en retweets na opvallend stil op de sociale media accounts van normaalgesproken maatschappelijk betrokken en geen blad voor de mond nemende Marokkaanse Nederlanders.

De gangbare verklaring is dat men bang is. Dat geloof ik direct, de vraag is alleen: waar zijn ze bang voor?

Welke belangen hebben tweede en derde generatie Marokkaanse Nederlanders in Marokko die zwaarder wegen dan solidariteit tonen met het vertrapte volk, de vermalen Fikri en de gegijzelde activisten? Behalve zon, zee, strand, lekker eten (een zwaardvis-tagine wellicht), vastgoed (al dan niet verborgen voor de Nederlandse belastingdienst), handelsrelaties en fijne werkbezoekjes aan Marokko?

Gearresteerd word je niet als je de Makhzen boycot en zeker niet als je uit protest wegblijft uit het land. Wil je jouw familieleden graag zien, haal ze voor een vakantie naar Nederland en sta garant voor een visum. Maak je je zorgen om de bevolking die leeft van het toerisme? Maak geld over naar ingezetenen van Marokko en vraag ze ondernemers te sponsoren.

De kinderen die toeristen sigaretten, zonnepitten en soms hun lichaam aanbieden zullen je dankbaar zijn.

Mijn analyse is dat de calculerende Marokkaanse Nederlander zijn of haar privileges, persoonlijk gewin en comfort, zowel hier als in Marokko veilig wil stellen door zich weliswaar uit te spreken tegen het onrecht in Marokko, maar niet zo hard dat men er aanstoot aan zou kunnen nemen.

Zo kunnen ze hier de antiracisme activist blijven uithangen en de materiële en immateriële opbrengsten daarvan verzilveren en ondertussen de persoonlijke en zakelijke banden met de Makhzen handhaven.

Dit is geen afrekening, maar een confrontatie met een ongemakkelijke, zelfs pijnlijke waarheid over onszelf. Velen van ons hebben zich laf en egoïstisch getoond toen we zelf geprivilegieerd bleken, maar die privileges niet wilden opgeven. We zijn zo gewend geraakt aan gratis, zelfs lucratief activisme, dat we vergeten zijn dat strijden voor rechtvaardigheid elders soms lijf en altijd goed kost.

Dus laten we elkaar voortaan niet vervelen met vlammetjes en prullenbak emojis boven retweets , maar deel wat je doet en laat om de onderdrukkers politiek en economisch te castreren. Zeg niet: ‘we zijn allemaal Nasser Zefzafi’, zeg: ‘we zijn allemaal het regime, de Makhzen. ’

Vraag je af op welke manieren je onbewust en ongewild bijdraagt aan de verwerving en consolidatie van de macht van die Makhzen en handel er vervolgens naar via boycot. Zo nemen we onze verantwoordelijkheid in het bestrijden van onrecht.

Onrecht waar we, anders dan in het geval van bijvoorbeeld de Palestijnse zaak of Trump’s grensbeleid, rechtstreeks invloed op kunnen uitoefenen.

Onrecht dat zich in het geval van Hirak kristalhelder toont.

Reizigers naar Marokko al ruim dag vast op Schiphol

35 uur vertraging, geen communicatie vanuit de vliegtuigmaatschappij en vast zitten in een hotel zonder spullen. Wat een mooie vakantie in Marokko moest worden is voor Rachid Bouhayach en ruim honderd andere passagiers uitgelopen op een grote deceptie.

Nachtmerrie
Gisterochtend zou vlucht AT 621 van Royal Air Maroc om 10.20 uur vertrekken vanaf Schiphol naar Al Hoceima aan de Marokkaanse kust. Al snel werd echter duidelijk dat de vlucht vertraging had. Op dat moment begon de nachtmerrie voor de passagiers. 

‘Nadat de vlucht meerdere keren werd vertraagd hebben wij geprobeerd om in contact te komen met Royal Air Maroc,’ vertelt de 35-jarige Rachid aan AT5. Hij is een van de passagiers van de vlucht. ‘Bij het loket op Schiphol was niemand te vinden en als we Royal Air Maroc belden, kwamen wij in de wacht te staan en werden we niets wijzer.’

Overnachting
‘Ondertussen begonnen de reizigers al behoorlijk onrustig te worden. Er zitten veel gezinnen met kinderen bij. Dus zijn wij naar een algemene informatiebalie op Schiphol gegaan. Nadat er druk is uitgeoefend is er via hun uiteindelijk contact gelegd met de vliegtuigmaatschappij. Vervolgens werden wij tot nader bericht naar het Ibis Hotel bij Schiphol gebracht. Daar werd later op de dag duidelijk dat we die dag niet meer zouden gaan.’

Er werd echter niet ingegaan op de reden van vertraging en wanneer de vlucht dan wel zou vertrekken. ‘Het lukt ons nog steeds niet om iemand van de maatschappij persoonlijk te spreken en te horen waarom de vlucht vertraagd is’, aldus Rachid. 

‘We voelen ons volledig in de steek gelaten’
Uiteindelijk bereikte gisteravond in het hotel de reizigers het bericht dat ze vanochtend om 07.00 uur zouden vliegen. Om 04.30 uur had een groot deel van hen zich verzameld voor het ontbijt toen daar een papier hing waarop stond dat er ook om 07.00 uur niet gevlogen zou worden. 

‘Nu staat er op de site van Schiphol dat we vanavond om kwart over negen vliegen, maar eerlijk gezegd hebben wij er geen vertrouwen meer in. We zitten hier in een hotel zonder spullen omdat we niet bij onze koffers kunnen en hebben geen idee wanneer we gaan vliegen. We voelen ons volledig in de steek gelaten. Ze communiceren gewoon niet met ons. We krijgen al onze informatie via een bord in het hotel.’ 

Ook AT5 probeerde Royal Air Maroc te bereiken. Na lange tijd in de wacht te hebben gestaan, was de boodschap van een personeelslid van het internationale kantoor dat er twee uur later terug kon worden gebeld. Over de vertrektijd op de site van Schiphol en de mogelijke reden van de vertraging was bij hen niets bekend. 

Sociale onrust
Een reden waar Rachid meteen aan dacht is dat het wel eens onrustig kan zijn in het gebied waar hij naar toe zou gaan. Op Twitter waarschuwde Royal Air Maroc maandag al dat er mogelijk vluchten vertraagd zouden kunnen worden door ‘sociale onrust’ in Marokko. Om welke vluchten dat zou gaan is niet vermeld en Rachid en zijn medereizigers hebben hier vanuit de maatschappij ook niets over gehoord. 

Schiphol laat in een reactie weten de zaak te betreuren, maar helaas niets voor de reizigers te kunnen doen. ‘Schiphol komt alleen in beeld als door een calamiteit niet kan worden gevlogen vanaf de luchthaven en mensen hier bijvoorbeeld moeten overnachten. Dit is toch echt een zaak van de luchtvaartmaatschappij,’ laat een woordvoerder weten.

Koning Mohammed VI ontslaat minister van Economie en Financiën

Mohammed VI heeft zojuist de minister van Economie en Financiën, Mohamed Boussaïd, ontslagen, meldt een verklaring van het Koninklijk Kabinet. 

“In overeenstemming met artikel 47 van de Grondwet besloot Mohammed VI, na overleg met de premier, Mohamed Boussaïd te verwijderen uit zijn functie als minister van Economie en Financiën.”

Steenval op weg Tetouan-Al Hoceima

Zaterdagochtend werden weggebruikers op de weg tussen Tetouan en Al Hoceima verrast door vallende stenen.

Volgens Lesiteinfo vielen er geen slachtoffers maar werd de weg wel urenlang gesloten voor het verkeer.

Vorig jaar bleef dezelfde weg meerdere dagen gesloten vanwege vallende rotsblokken als gevolg van de instabiele hellingen langs de weg.

Gemartelde ex-politieofficier wil aangifte doen tegen de koning van Marokko

Het Spaanse Wetboek van Strafrecht maakt het mogelijk om misdrijven gepleegd door verdachten in het buitenland in Spanje aan te klagen en te berechten. De nieuwe Spaanse minister van Justitie Dolores Delgado maakte in juli dit jaar bekend dat de Spaanse regering van plan is de universele jurisdictie opnieuw in te voeren. De universele jurisdictie werd in Spanje tot 2014 gebruik, in dat jaar werd het toepassen van deze wet ingeperkt tot zaken die betrekking hebben op Spanje.

Met het gepland ruime gebruik van de universele jurisdictie kunnen Spaanse rechters een onderzoek starten naar ernstige misdaden gepleegd buiten het Spaanse grondgebied. Het wordt dan mogelijk voor de Spaanse rechters om onder andere Marokkaanse hoge functionarissen die beschuldigd worden van mensenrechtenschendingen en tegen wie in Spanje aangifte is gedaan, ook in Spanje te vervolgen.

De universele jurisdictie biedt de mogelijkheid om aanklachten bij het Nationaal Gerechtshof in Madrid, de Audiencia Nacional in te dienen tegen beschuldigden uit verschillende landen, het uitvaardigen van een internationaal arrestatiebevel tegen verdachten indien onderzoeken aantonen dat de beschuldigingen tegen hen gegrond zijn en vervolgens hen berechten volgens het Spaanse rechtssysteem.

Noureddine Boufarra, ex-politieofficier van de Marokkaanse Gerechtelijke Politie ‘recherche’, maakt op maandag 18 juni 2018 op zijn Facebook-pagina bekend gebruik te willen maken van de Spaanse universele jurisdictie om de koning van Marokko in Spanje aan te klagen.

Noureddine Boufarra ex-politieofficier

Noureddine Boufarra ex-politieofficier

Moordaanslag in Europa

De 49-jarige Boufarra stelt Mohamed VI verantwoordelijk voor de moordpoging waaraan hij in 2017 in de hoofdstad van Denemarken, Kopenhagen is ontsnapt. Volgens Boufarra hebben vorig jaar vier mannen in Kopenhagen geprobeerd om hem te vermoorden. Drie van hen zouden Marokkaanse agenten zijn van de Marokkaanse geheime dienst DGED Direction Générale d’Etudes et Documentation, en de vierde persoon zou wellicht gaan om een Irakees of Syriër. Zijn zoon die met hem was tijdens deze aanslag leidt nog steeds aan de gevolgen van de moordpoging op zijn vader. Verdere details over deze aanslag kan Boufarra niet bekend maken in verband met het lopend onderzoek. Hij staat nu onder politiebescherming van het land waar hij asiel heeft gekregen.

Boufarra was tot 2012 werkzaam bij de Gerechtelijke Politie in Nador. Hij deed onderzoek naar internationale drugsnetwerken, wapenimport en geldverduistering. Hij en zijn team hebben in totaal 19 kilo aan zware explosieven en 600 ontstekingen voor bombrieven in beslag weten te nemen. De explosieven werden via de Spaanse enclave Melilla in Marokko Nador binnen gesmokkeld en waren volgens hem bedoeld om aanslagen te plegen op een hotel en een winkelcentrum in de stad Nador. De inbeslagname heeft er toe geleid dat een aantal medewerkers van de Marokkaanse geheim dienst werden berispt omdat zij deze explosieven-smokkel niet wisten te ontdekken.

Boufarra heeft uitgebreid verslag gemaakt over deze smokkel-poging, in het verslag noemde hij onder andere namen van betrokkenen en de kentekens van vrachtwagens die voor de smokkel zijn gebruikt. Het verslag heeft hij persoonlijk bij zijn leidinggevenden gedeponeerd, maar is volgens hem niets mee gedaan. Het wapensmokkelnetwerk reikt volgens Boufarra aan tot het koninklijk paleis.

 

Fouad Ali Himma adviseur van Mohamed VI

Fouad Ali Himma adviseur van Mohamed VI

Geldverduistering in de Rif vanuit Rabat

Volgens de ex-politieofficierBoufarra is het Marokkaanse koninklijk paleis betrokken bij de internationale drugshandel via de adviseur van de koning Fouad Ali Himma, het hoofd van de politieke partij PAM Parti Authenticité et Modernité Ilyas el Omari en contacten die zij hebben met leden van de internationale maffia. Boufarra kent deze maffialeden met naam en toenaam, maar wil hun namen liever niet bekend maken, om de Marokkaanse geheime diensten niet de kans te geven hem uit de weg te ruimen en de moord in de schoenen van de maffia te schuiven.

Boufarra stelt het Marokkaanse regime verantwoordelijk voor de geldverduistering in 2003 bij een bank in Nador. Deze geldverduistering begon in 2001, toen ongeveer drie miljard Marokkaanse Dirham verdween van bankrekeningen van Riffijnen uit Europa waaronder, Nederland en België en van drugsbaronnen. Dit zou gaan om rekeningen die bij het filiaal van de Wafa Bank in Nador zijn afgesloten. Boufarra was destijds in deze zaak die zes jaar heeft geduurd belast met het onderzoek, tijdens het onderzoek deed Boufarra verrassende ontdekkingen. Hij kreeg informatie in handen die hij niet mocht weten, informatie over de relatie tussen de geldverduistering en personen binnen het koninklijk paleis. Voor deze zaak werd de bankdirecteur van Nador en zijn adjunct vervolgd. Boufarra informeerde de procureur van de koning Abdelmoumen Boutnach ervan dat de daadwerkelijke verdachten bij de centrale directie van de bank in de hoofdstad Rabat werken. Hierdoor kwam Boufarra in de doodzone terecht.

Politieofficier in de val gelokt

Boufarra werd getipt over een grote operatie drugssmokkel vanuit Bouarg, regio Nador, richting Spanje. Bij nader onderzoek bleek de tip te kloppen. Vervolgens werd er een politieoperatie gepland en een team samengesteld om de drugssmokkelaars op heterdaad te betrappen en te arresteren. Er was onder andere afgesproken om een arrestatieteam dichtbij de smokkelplaats stand-by te houden en de weg te versperren bij de staart van de politieactie.

Op de bewuste dag ging ex-politieofficier Boufarra samen met vier collega’s de smokkelplaats van dichtbij observeren. De drugsmokkel was op dat moment gaande. Boufarra belde zoals afgesproken zijn leidinggevende Driss Rougui, de regiochef van de Gerechtelijk Politie in Nador op om de politieactie in gang te zetten. De telefoon van Driss Rougui stond uit, Boufarra heeft zijn leidinggevende meerdere keren geprobeerd te bellen maar kreeg hem niet te pakken en kon daardoor geen politieversterking krijgen. Boufarra zag op een gegeven moment de drugssmokkelaars op hem en zijn team afkomen en realiseerde zich toen dat hij in de val is gelopen. Hij gaf zijn collega’s de opdracht om de locatie onmiddellijk te verlaten en vluchtte direct zelf ook weg.

Hoofdcommissaris Abdellah Bellahfid

Hoofdcommissaris Abdellah Bellahfid

Hoofdcommissaris Abdellah Bellahfid

Volgens Boufarra heeft zijn chef, Driss Rougui, hem op deze dag bewust in de steek gelaten zodat de drugssmokkelaars hem uit de weg konden ruimen. Driss Rougui heeft hier niet alleen gehandeld maar samen met hoofdcommissaris Abdellah Bellahfid van de algemene veiligheidsdienst DGSN Direction Générale de la Sureté Nationalein Oujda, hoofdcommissaris Mohamed Alaoui van de binnenlandse geheime dienst DGST Direction Générale de la Surveillance du Territoire in Oujda en Mohamed Zah Eddine regiochef van de binnenlandse geheime dienst DGST Direction Générale de la Surveillance du Territoire in Oujda. Volgens Boufarra hebben deze hoge bestuurders van de veiligheidsdiensten opdracht gekregen uit het koninklijk paleis om hem voorgoed te laten verdwijnen.

Moordaanslag op een minderjarige in Marokko

Daaropvolgend werd Boufarra bedreigd door een drugsbaron door wraak te nemen op zijn zoon. In 2012 werd daadwerkelijk een aanslag gepleegd op zijn minderjarige zoon in de stad Oujda. De jongen raakte aan zijn hoofd gewond: een snee van 7 centimeter lang, 3 breed en 4 diep.

Kort daarna werd Boufarra ook bij zijn werk ontslagen met als reden ongeoorloofd verlof, Boufarra werd niet doorverwezen naar de tuchtraad. Hij vocht zijn ontslag aan bij de rechtbank van Oujda en die hem in het gelijk stelde. Zijn werkgever de DGSN, de algemene veiligheidsdienst, ging tegen de uitspraak in door in hoger beroep te gaan. De veiligheidsdienst heeft volgens Boufarra de officiële documenten vervalst, waardoor het vonnis van de rechtbank in Oujda werd vernietigd en de ex-politieofficier eind 2012 werd ontslagen.

Naar eigen zeggen werd Boufarra door Marokkaanse autoriteiten ontvoerd en mishandeld op het geheime detentiecentrum van de geheime dienst DGST Direction Générale de la Surveillance du Territoire in Temara. Gedurende 23 dagen beleefde hij de zwaarste dagen van zijn leven, Boufarra werd onderworpen aan structurele martelingen als elektrische schokken op zijn hoofd; waterboarding; naakt gefilmd; dreiging met verkrachting; het stoppen van plastic en houten stokken in zijn anus; ophangen en onder dwang laten drinken van water gemixt met afwasmiddel en chloor; uit de slaap gehouden enzovoort. Deze ontvoering vond vijf dagen voor zijn verlof plaats, want in het geval dat hij erover had gepraat zou hij vermoord worden en zou er vermeld worden dat hij naar het buitenland op vakantie was gegaan.

In het jaar 2013 vlucht Boufarra naar Europa waar hij asiel heeft aangevraagd en waar hij tot vandaag nog woont.

Hoge functionarissen aanklagen

Abdellatif Hammouchi directeur van DGSN & DGST

Abdellatif Hammouchi directeur van DGSN & DGST

Boufarra geeft aan dat hij over genoeg bewijzen beschikt om naast aangifte tegen de koning van Marokko Mohamed VI ook aangifte te doen tegen:

Mohamed Yassine Mansouri directeur van DGED

Mohamed Yassine Mansouri directeur van DGED

Fouad Ali El Himma raadsman van de koning, Mohamed Mounir El Majidi privésecretaris van de koning, Abdellatif Hammouchi directeur van de algemene veiligheidsdienst DGSN Direction Générale de la Sureté Nationale en de geheime dienst DGST Direction Générale de la Surveillance du Territoire, Mohamed Yassine Mansouri directeur van de geheime dienst DGED Direction Générale d’Etudes et Documentation, Mohammed Dkhissi van het directoraat van Gerechtelijke Politie en hoofd van Interpol Bureau in Marokko, Ilyas El Omari President van de regio Tanger-Tetouan-Al Hoceima en secretaris-generaal van de politieke partij PAM Parti Authenticité et Modernité, Mohamed Zah Eddine regiochef van de binnenlandse geheime dienst DGST Direction Générale de la Surveillance du Territoire in Oujda, Mohamed Alaoui hoofdcommissaris van de binnenlandse geheime dienst DGST Direction Générale de la Surveillance du Territoire en Abdellah Bellahfid hoofdcommissaris van de algemene veiligheidsdienst DGSN Direction Générale de la Sureté Nationale in Oujda.

Boufarra zal ook aangifte doen tegen de drie personen die hem zelf persoonlijk hebben gemarteld.

De koning van Marokko

De kans dat de directeur van de Marokkaanse geheime dienst DGED Direction Générale d’Etudes et Documentation zelfstandig het besluit kan nemen om een persoon in het buitenland om te laten brengen is heel klein. Zulke zaken horen binnen de Nationale Hoge Veiligheidsraad van Marokko te worden besproken en het groene licht voor overgaan tot actie vereiste wel de toestemming van de Nationale Hoge Veiligheidsraad. In artikel 54 van de Marokkaanse grondwet is de oprichting van de Nationale Hoge Veiligheidsraad in 2011 vastgesteld en beschreven als een adviesorgaan voor de binnenlandse en buitenlandse strategieën van Marokko die belast is met crisismanagement en toezicht op de uitvoering van een goede veiligheidspolitiek. De koning van Marokko Mohamed VI is voorzitter van deze raad.

Adra Ghedu