Een frisse wind door de Marokkaanse gemeenschap


Mano Bouzamour is met zijn roman ‘De belofte van Pisa’ een voorbeeld van en voor Marokkaanse schrijvers die niet bang zijn het eigen “nest te bevuilen” met ongemakkelijke waarheden.

Ring the bells that still can ring
Forget your perfect offering
There is a crack, a crack in everything
That's how the light gets in

Leonard Cohen, Anthem

Aan deze regels moest ik denken bij het lezen van De belofte van Pisa: al binnen vijf maanden in zesde druk verschenen bij Prometheus en geschreven door Mano Bouzamour (1991). Bouzamour is van Marokkaanse afkomst en opgegroeid in de beruchte Amsterdamse Diamantbuurt, waar noch Cohen (Job, niet Leonard) met zijn theepartijtjes, noch straatcoaches, noch suffe dienders ook maar iets konden uitrichten tegen de woekerende criminaliteit en overlast. De hoofdpersoon van het boek van Bouzamour, Samir Zafar, zit er ook middenin, terwijl hij zijn VWO-opleiding volgt op het Hervormd Lyceum Zuid, tussen leerlingen die weliswaar in dezelfde stad, maar in een andere wereld leven dan hij.

Duivels
Samir heeft bijvoorbeeld een oudere broer waar hij dol op is, maar die wegens een gewapende overval voor zes jaar achter de tralies verdwijnt. Hij heeft ook een vader en moeder die nauwelijks Nederlands spreken en vriendjes op straat die blowen, vechten, jatten, vernielen, terroriseren. En wat doet onze Samir? Hij hangt overal een beetje tussen en speelt in zijn kamertje op een gestolen vleugel: Bach, Chopin en Schubert, terwijl zijn ouders dat soort muziek als duivels beschouwen.

Het boek leest als een trein: de ene sappige scène volgt na de andere. De dialogen zijn snedig en de auteur doet ons een groot plezier waaraan hij zelf ook merkbaar vreugde beleeft: het zintuigelijk beschrijven van allerlei stadse taferelen. Daarbij worden romantisch-lyrische, soms bijna te frivole vergelijkingen niet geschuwd. Bouzamour weet hoe hij een verhaal moet vertellen en je voelt hoe het meeste autobiografisch is. Of in ieder geval van heel dichtbij opgetekend.

Criminele broer
Sam, zoals hij zich op school laat noemen, is net als iedere andere puber op zoek naar zichzelf. Door zijn gespleten situatie is voor hem het vinden van het antwoord op de vraag “waar hoor ik bij, waar hoor ik?” echter wel even wat ingewikkelder dan voor leeftijdsgenoten om hem heen. De belofte die hij aan zijn criminele broer heeft gedaan, dat hij koste wat koste zijn VWO-diploma zal halen, biedt daarbij een houvast, dat hij nergens anders ervaart. Hij moet het uit zichzelf halen. Uit zichzelf en uit het leven zoals zich dat aan hem voordoet.

Dat leven biedt hem onder meer zijn eerste grote liefde Evelien en de kennismaking met het bestaan van de welgestelden in Zuid, die dineren in Okura en bij Le Garage of een kok aan huis hebben. Hij komt in de prachtigste huizen, mag mee op vakantie naar Bali met het gezin van zijn beste vriend IJsbrand en wordt op feestjes uitgenodigd waar iets heel anders geserveerd wordt dan thee en de zelfgebakken amandelkoekjes van zijn vader

Maar hij hangt ook rond op straat en in het totaal gecorrumpeerde buurthuis waar de jongerenwerker dealt. Sinds hij heeft vastgesteld dat God de echo is van je eigen stem en de moskee net een populaire discotheek (“het is zien en gezien worden”), komt hij daar niet meer en noemt zichzelf ook geen moslim. Al wil zijn vader het nog zo graag. Sams gebedskleedje ligt te verstoffen op de vleugel.

Pracht/krachtwijk
Sam houdt zich uiteindelijk aan “de belofte van Pisa” en ontdekt na allerlei verwikkelingen, het vrijkomen van zijn broer en het behalen van zijn eindexamen, dat hij concertpianist wil worden. In zijn dankwoord zegt Bouzamour: “Schrijven is muziek maken.” Zo’n goed einde is natuurlijk niet weggelegd voor de meeste jongens uit de Diamantbuurt of welke pracht/krachtwijk in Nederland dan ook.

Binnen de Marokkaanse gemeenschap in Nederland lijkt er een frisse wind op te steken. Sommigen noemen het openheid en eerlijkheid. Anderen hebben het over nestbevuilers en opportunisten. Ik zie het werk van auteurs als Nadia Ezzeroili (in de Volkskrant en in De Groene Amsterdammer), Said El Haji en ook Mano Bouzamour als baanbrekend. Letterlijk.

Wijnbar
Net zoals het feit dat Elou Akhiat, ondanks alle bezwaren uit de Marokkaanse gemeenschap, als zakenvrouw en ondernemer een wijnbar in Rotterdam heeft geopend. En net zoals er sinds kort een “Meldpunt Marokkaanse Schandpalen” is gestart door Yuba Zalen die het samen met een aantal anderen zat is dat allerlei roddels en compromitterende foto’s via social media worden verspreid.

Al deze mensen komen in de publiciteit met hun verhalen en initiatieven die de individuele vrijheid van Nederlandse burgers bevestigen. Het vraagt moed om zoiets te doen en het verdient daarom ondersteuning. Ik hoop dat de wind aanwakkert tot een storm en dat de barsten in het wolkendek steeds groter worden, zodat alles a la Cohen (Leonard, niet Job) verlicht zal worden.

Mano Bouzamour vond op een avond, vlak na de publicatie van zijn boek, de sloten van zijn ouderlijk huis veranderd. Hij mocht er niet meer in, omdat zijn vader en moeder niet langer opgewassen waren tegen alle kwaadsprekerij in de buurt en de familie. Maar dat is niet de reden dat ik “De belofte van Pisa” nog veel meer lezers toewens dan het al heeft gekend. Bouzamour heeft een mooi en belangrijk boek geschreven, dat op vervoerende wijze inzicht biedt in dat wat vanaf nu hopelijk steeds minder verborgen blijft.

Comments

comments

Share

Laat commentaar achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *