door Redactie | feb 25, 2017 |
Volgens het National Institute of Security Studies van de Universiteit in Tel Aviv is Marokko op weg om een militaire grootmacht in Noord-Afrika en het Midden-Oosten te worden. Het rapport richt zich op militaire capaciteiten in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Het rapport is op basis van inlichtingendiensten opgesteld en brengt vooral in kaart hoe de wapenwedloop tussen Marokko en Algerije verloopt.
Marokko kocht de afgelopen jaren onder meer 60 tanks, 24 F-16’s, 24 opleidingsvliegtuigen, 200 gerenoveerde M1A1 tanks en drie helikopters van de Verenigde Staten. Defensie kocht ook goed in bij Israël zelf, zo meldt het Instituut. De Israëliërs verkochten militaire uitrustingen voor de F16’s van Marokko. Het zou daarbij vooral gaan om peperdure raketten tot wel 400.00 dollar per stuk.
Het Marokkaanse leger kocht ook wapens, tanks en schepen bij Frankrijk, Rusland, België, Nederland en Spanje. In het rapport staat dat het Marokkaanse leger 195.000 soldaten heeft. Dat is ter vergelijking even veel als buurland Spanje.
door Redactie | feb 23, 2017 |
Stortbuien in de provincie Guelmim hebben geleid tot de verstoring van de verschillende nationale, regionale en provinciale wegen.
Hierbij vielen gelukkig geen slachtoffers, meldde de lokale autoriteiten.
Er is een monitoring, follow-up en coördinatie-eenheid opgericht die bestaat uit de verschillende betrokken diensten, met inbegrip van civiele bescherming, de Koninklijke Gendarmerie en het ministerie van Verkeer en Waterstaat.
door Redactie | feb 23, 2017 |
Wereld-Marokkanen vormen de 10e grootst diaspora ter wereld volgens een onderzoek van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).
Met ongeveer 2,6 miljoen mensen in de landen van de OESO, waarvan 830.000 in het gastland werden geboren, vormen Marokkanen tevens de grootste groep migranten afkomstig uit de regio Midden-Oosten en Noord-Afrika.
Volgens het onderzoek steeg het aantal Marokkanen in het buitenland tussen 2000 en 2011 met maar liefst 53 procent. De OESO meldt een daling van het aantal aankomsten sinds 2008, een gevolg volgens de organisatie van de economische crisis in Spanje.
door Redactie | feb 23, 2017 |
Kinderarts Nordin Dahhan heeft een wel heel bijzondere dubbelfunctie: hij werkt zowel in het Emma Kinderziekenhuis als in een kinderkliniek in de Marokkaanse havenstad Tanger. Daar pioniert hij in kindergezondheidszorg. Zes vragen aan een bevlogen bruggenbouwer.
Je bent op dit moment in Tanger aan het werk, maar je werkt ook in Amsterdam. Twee steden die ruim tweeduizend kilometer uit elkaar liggen. Hoe is dat zo gekomen?
“Dat komt voort uit een lange samenwerking. Ik heb zo’n 17 jaar geleden in het AMC mijn opleiding tot kinderarts voltooid. Met Hugo Heymans, voormalig hoofd EKZ, heb ik meerdere malen academische ziekenhuizen in Rabat en Casablanca bezocht. Toch kwam het niet tot structurele samenwerking voor bijvoorbeeld stages of onderzoeksprojecten. Daar is een infrastructuur voor nodig en die ontbreekt, de verschillen zijn te groot.” “Toch is het voor mij altijd een droom gebleven om iets in Marokko te doen. Als kind lag ik drie maanden in een ziekenhuis, een traumatische ervaring. In de loop der jaren is hier weinig verbeterd in de gezondheidszorg. Als ik iets gedaan wil krijgen, dan zou ik een lange adem moeten hebben om samenwerking te realiseren met instituten met een vastgeroeste organisatiecultuur. Het alternatief is: zelf een eilandje creëren waarop je kwalitatieve gezondheidszorg voor kinderen realiseert. Dat werd het Centre International de Pédiatrie. Een half jaar geleden is het geopend.”
Wat doet het Centre International de Pédiatrie en wat is jouw rol? “
Ik ben initiator en kinderarts. Het centrum is gerealiseerd met behulp van particuliere investeerders, eigen geld en fondsen. Het team bestaat uit twee kinderartsen, twee huisartsen, een psycholoog, twee verpleegkundigen, twee assistenten en een klinisch chemisch laborante. Het was niet eenvoudig een goed team samen te stellen vanwege de verschillen in opleiding en medische cultuur. Artsen hier worden niet opgeleid in klinisch redeneren, die schakelen meteen naar diagnostiek. En ander groot verschil: artsen huren een ruimte in een instelling, ze werken alleen. Ik wil juist intercollegiaal werken. Ik heb nu een team van jonge enthousiaste mensen gevonden dat hiervoor open staat.”

Het team van Nordin Dahhan (derde van rechts) in Tanger.
“Het is elke dag weer een verrassing wat voor patiënten we hier krijgen, want er is geen voorselectie door de huisarts. We zien zowel grieperige kinderen als kinderen met een tumor, of niet-gediagnosticeerde kinderen die al jarenlang complexe aandoeningen hebben. We weigeren geen enkel kind, ook niet als ouders de behandeling niet kunnen betalen. Dertig procent van de inwoners heeft geen verzekering en nauwelijks financiële middelen.”
Is er een samenwerking tussen het AMC en het Centrum?
“We werken veel samen. We hebben met dezelfde kwaliteitsnormen en protocollen als het AMC. Regelmatig doen we een beroep op AMC-collega’s om te helpen bij een diagnose. We hebben een groot netwerk van specialisten die we mogen benaderen. We overleggen ook veel via teleconferencing. We genieten enorm van deze uitwisselingen. Ik ben er heel dankbaar voor dat dit allemaal kan.”
Als Nederlands-Marokkaanse kinderarts kun jij je vakgebied vanuit twee perspectieven bekijken. Wat valt je het meest op? Wat kunnen we van elkaar leren?
“In Marokko zijn patiënten gewend dat ze vijf minuten bij een arts zitten en dan weer buiten staan met ten minste drie medicijnen. Voor een verkoudheid krijgen ze vaak antibiotica mee. Wij nemen daarentegen ruim de tijd voor een consult en leggen uit waarom we anders omgaan met het verstrekken van medicijnen. Dat levert niet altijd tevreden patiënten op. Maar ik merk dat het in de stad rond gaat zingen dat we anders werken, maar wel met goede resultaten.” “Als ik weer in Nederland ben, valt het me op dat ik omringd ben door enthousiaste artsen met oog voor kwaliteit. Dat is een groot goed. En toch zeuren we allemaal – ik ook! – over allerlei details. In Marokko is nog veel te verbeteren in de zorg, maar er is ook veel hoop. Dat is een kracht.”
In een NTR-documentaire van een aantal jaren terug over pediatrie in Nederland en Marokko zit een fragment over Imad, een plattelandsjongen. Hij wil graag naar school om later zijn ouders te kunnen helpen, maar op krukken kan hij de school niet bereiken. Je zegt daarin: “De rijken moesten zich schamen. Met weinig middelen kunnen dingen hier veel beter geregeld worden.” Kun je dat toelichten?
“Eergisteren was er een gezin met vier kinderen bijna gestorven door koolmonoxidevergiftiging. Bij een gewoon ziekenhuis hadden ze in de rij moeten wachten op een behandeling. Bij een particulier ziekenhuis hadden ze 300 euro per persoon moeten betalen voordat ze geholpen zouden worden. Er zijn hier heel veel rijken, ook onder medici, die geen oog hebben voor armen. Als we in het Centre tegen patiënten zonder geld zeggen dat ze niet hoeven te betalen als dat echt niet kan, geloven ze ons niet.”
Hoe combineer je je werk in Amsterdam en Tanger?
“Aanvankelijk vloog ik elke twee weken heen en weer. Maar ik merk dat ik nu in de opstartfase meer tijd in Tanger moet zijn. De tijd zal leren hoe het evenwicht verder vorm gaat krijgen, de combinatie is nodig want juist deze heeft voor mij zo’n grote meerwaarde.”
Meer informatie: www.centredepediatrie.com
Auteur: Marleen Kamminga
Bron
door Redactie | feb 22, 2017 |
De Marokkaanse douane heeft eind vorige week in een wisselkantoor in Nador 490.000 euro in beslag genomen.
Volgens een verklaring van de douane kon de eigenaar van het agentschap de nodige documenten niet tonen waarin hem toestemming werd gegeven om een wisselkantoor te runnen.
Dezelfde dag werd volgens de douane een Marokkaanse man bij de grens met Melilla tegengehouden met 40.000 euro in zijn auto. De man wilde het geld naar Spanje uitvoeren zonder het bij de Marokkaanse autoriteiten aan te geven.
door Redactie | feb 21, 2017 |
Ilyass Omari, Secretaris Generaal van de Partij voor Authenticiteit en Moderniteit(PAM), beweert dat de harde behandeling van de Amazigh bevolking nog steeds gaande is.
El Omari deed deze uitspraak tijdens de conferentie georganiseerd door het forum voor Moderniteit en Democratie in Rabat en vervolgde; ‘Het besluit om Tamazight te erkennen kwam te laat’.
El Omari lichtte dit verder toe tijdens een panel met Amazigh activisten, Ahmed Assid en Amina Ziwal, Voorzitter van de Associatie voor de Stem van de Amazigh Vrouwen. ‘Na de troonsbestijging van Mohammed VI in 1999, stuurde de voormalig leider van de Marokkaans Islamitische Organisatie, Al Adl Wa Al Ihssane, Sheikh Abdesslam Yassine, een bericht over de Amazigh kwestie, ‘naar een ieder die het aangaat’, [….] met de bedoeling een oplossing te vinden voor deze zaak.
Assid, verklaarde, dat wat hem betreft er een verschil bestaat in de behandeling van Tamazight onder het bewind van Koning Mohammed VI en Hassan II. Gedurende de periode van Hassan II, was er sprake van meerdere arrestaties van Amazigh activisten. ‘Zij werden gezien als burgers die chaos en verdeeldheid onder Marokkanen verspreiden’, aldus Assid. In de twintigste eeuw werd Tamazight beschouwd als een politiek taboe.
Daarnaast uitte Assid zijn bezwaren tegen de organieke wet voor implementatie van het Tamazight zijnwaar vier belangrijke problemen aan kleven, waaronder ‘het vage taalgebruik’, waarbij hij toelichtte dat toen de wet werd voorgesteld, de staat deze niet wilde ratificeren of, of hem wilde aanpassen naar haar interpretatie.
Het tweede probleem is dat de wet ongrondwettig is, omdat het de Amazigh taal niet als officiële taal respecteert. Hij kwalificeert deze wet dan ook als vernederend, omdat zij de Amazigh waarden niet respecteert.
Amana Ziwal sprak in naam van de Amazigh vrouwen en verklaarde dat meerdere Amazigh vrouwen hun rechtszaak in de rechtszaal niet konden verdedigen omdat zij de Arabische taal niet machtig waren.
Gezien het feit dat de vertegenwoordigers van de regering afwezig waren, vervolgde Ziwal met de opmerking dat Marokko de Arabisering wil volhouden, wat blijkt uit de wijze waarop de organieke wet voor implementatie van het Tamazight zijnuitpakt en het de Amazigh bevolking beledigt.