Terug naar eigen land (1): Belgische Marokkanen pakken hun koffers


‘Keer terug naar uw eigen land!’ Onversneden racisten vinden dezer dagen onverwacht gehoor bij hoogopgeleide, in België geboren Marokkanen. Honderden managers, architecten, ingenieurs en financiële experts hebben het wel gehad met de latente discriminatie in ons land: ze bouwen hun toekomst uit in Marokko, en de overheid ziet ze maar wat graag komen: ‘Je land heeft je nodig.’

December 2010. Een congrescentrum in Terhulpen, even buiten Brussel. In de inkomhal verzamelen zich honderden mannen en vrouwen tussen de twintig en de veertig: CEO’s, professoren, politici, modeontwerpers, tv-makers, kunstenaars… Allemaal zijn ze van Marokkaanse origine, kinderen van gastarbeiders, zoals die toen heetten: Marokkanen die in de jaren zestig en zeventig Marokko verlieten om in België een beter bestaan op te bouwen. Ze komen naar een door de Marokkaanse overheid en drie Brussels-Marokkaanse vrijwilligers georganiseerd congres. Tijdens workshops, debatten en presentaties krijgen ze een beeld van het moderne Marokko, dat in niets lijkt op het land dat hun ouders achter zich lieten. Filmpjes tonen hypermoderne havens, geruisloze hogesnelheidstreinen en hippe shoppingcentra. De onderliggende boodschap: ‘Marokko is niet meer het ontwikkelingsland van weleer.’ En, nog belangrijker: ‘Je land heeft je nodig.’ Op het Europese continent wonen en werken meer dan twee miljoen Marokkanen, en Samir Addahre, de Marokkaanse ambassadeur in België, speecht enthousiast over de kansen die Marokko hun kan bieden. Hij heeft het over samenhorigheid, over een gedeeld verleden, en nu ook een gedeelde toekomst.

Bijna twee jaar later zit ik in een koffiebar van Segafredo op de Boulevard d’Anfa in de Marokkaanse miljoenenstad Casablanca. Ik drink een grote aardbeienmilkshake met de Brusselaar Salim Jebari(32). Strak in het pak, puntschoenen, zonnebril: in België zou hij eruitzien als de eigenaar van een dubieuze bar, maar hier gaat hij naadloos op in het decor. Buiten is het een kakofonie van ronkende auto’s, toeterende taxi’s en opgedreven brommertjes. Zakenman Salim houdt zijn iPhone in de lucht en excuseert zich: hij moet nog snel een mailtje afwerken. Een paar minuten later is hij helemaal beschikbaar voor ons.

Salim Jebari «Zes jaar geleden ben ik van Brussel naar Casablanca verhuisd. Ik had het wel gehad met België. Mijn communicatiebedrijfje was failliet en ik wilde een ander leven, weg uit dat verstikkende, grauwe land. Weg van de stress en de facturen. Weg van het racisme ook, ja.
»Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik niet aanvaard werd omdat ik Marokkaan ben. Vanaf mijn zesde kreeg ik van leerkrachten te horen dat ik anders was. Niet moeilijk: ik was de enige Marokkaan in de klas. En hoe vaker je zoiets hoort, hoe meer het je identiteit gaat bepalen. Als je wat ouder wordt, zie je oude dametjes hun tas stevig vastgeklemd houden als ze je kruisen op het trottoir. Of je wordt geweigerd aan de ingang van de discotheek, terwijl je blanke vrienden wel binnen mogen. Dragen alle Marokkanen dan foute schoenen of ongepaste kledij?
»Na mijn faillissement ben ik beginnen na te denken. Ik wilde weg uit België en Marokko leek me een goed alternatief, al kende ik het alleen maar van de vakanties die ik er als kind had doorgebracht. Ik ben dan een paar keer naar Casablanca gereisd om er prospectie te doen. Ik wilde hier een nieuw bedrijf oprichten, en ik wist vrij snel dat mijn toekomst hier lag.»
Niet lang na zijn verhuizing richtte Salim Oneo op, een communicatie- en reclamebureau dat ondertussen grote klanten als GAP, Banana Republic en de Marokkaanse constructiereus TGCC in zijn bestand heeft.
Jebari «Hier word ik tenminste gerespecteerd om wat ik doe en wie ik ben – hier bén ik simpelweg iemand. De Belgen hebben nu wat ze willen: ik kom nooit meer terug. Pech voor hen, dikke winst voor Marokko.
»Kom, ik laat je mijn grote trots zien.»
We rekenen af en gaan de boulevard op. Een paar honderd meter verder stappen we een stijlvol gebouw binnen. De lift brengt ons naar de veertiende verdieping. Via een beveiligde azuurblauwe deur betreden we een groot, strak ingericht kantoor waar jonge webdesigners geconcentreerd voor hun computer zitten. Door het raam rechts strekt de stad zich eindeloos ver uit. Links schittert de oceaan.

Comments

comments

Share

Laat commentaar achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *