Prangende vragen aan mijn Marokkaanse broeders en zusters


Door: Said el Haji

Laat ik voor de verandering eens beginnen met wat prangende vragen te stellen, gericht aan alle Marokkaanse Nederlanders. Dat lijkt me wel zo gepast in een maand waarin bezinning en verzoening centraal staan.

Waarom wordt hypocrisie in stand gehouden en oprechtheid afgewezen, beste mensen? Waarom is er niks mis met moslimactivisten die op social media laten zien hoe mooi en goed de islam is, maar is het aandachttrekkerij, ja zelfs schandalig wanneer een niet-moslim aandacht vraagt voor het feit dat in moslimlanden ook andere mensen dan moslims wonen? Waarom moeten moskeeën worden ingezet om Marokkaans schorriemorrie tegen te gaan? Waarom moeten Marokkaanse gedetineerden islamitisch worden heropgevoed via zogenaamde gevangenisimams? Waarom staat heel Marokkaans Nederland te juichen om het oprechte en hartstochtelijke optreden van acteur Nasrdin Dchar bij het in ontvangst nemen van een Gouden Kalf, maar staat er bijna niemand van hen te juichen wanneer een andere Marokkaanse Nederlander met dezelfde hartstocht en oprechtheid verkondigt niet met de ramadan mee te doen? Waarom vervallen zo veel Marokkanen toch steeds weer in de islamitische reflex? Waarom getuigt het van islamofobie als een niet-moslim zich daar zorgen over maakt?

Zaterdag 21 juli jl. verscheen in de Volkskrant een opiniestuk van PvdA-Kamerlid Ahmed Marcouch. Hij stelt hierin dat Marokkaans straattuig met de ramadan aan de haal gaat door zich in openbare gelegenheden te misdragen. Hij roept de Marokkaanse gemeenschap op om deze jongeren vanuit de eigen kring te bestrijden. Volgens Marcouch spreken goedwillende Marokkanen zich te weinig publiekelijk uit tegen de rotte appels binnen de gemeenschap. In de laatste alinea memoreert hij, bij wijze van vertrouwenwekkend slot, de jongste jaarwisseling in Den Haag. ‘Ik heb daar gezien dat vrijwilligers vanuit de moskeeën de buurten introkken om te voorkomen dat de jeugd de fout in ging. Een vruchtbare samenwerking kan dus wel,’ schrijft hij.

Dit laatste zal moskeebestuurder Hicham Chara als muziek in de oren klinken. In een opiniestuk in de Volkskrant van 25 juli jl., als reactie op een stuk van CDA-raadslid Ibrahim Wijbenga enkele weken geleden, doet hij het voorstel van het raadslid om de radicale nestbevuilers af te wijzen af als ‘naïef’ en getuigend van ‘een negatieve kijk op de islamitische gemeenschap’. Zijn eigen voorstel? Islamitisch onderwijs. ‘Moskeeën, imams en geleerden zouden een actievere rol moeten hebben in de discussie met deze jongeren.’

Op dezelfde dag en in dezelfde krant verschijnt een opiniestuk van publiciste Maja Mischke. Zij reageert op de oproep van Marcouch. Mischke verwelkomt enerzijds de oproep aan de Marokkaanse gemeenschap om meer verantwoordelijkheid te nemen, anderzijds maakt zij ‘bezwaar tegen het feit dat hij dat samen met (vrijwilligers uit) de moskeeën wil doen’. Waarop zij baseert dat Marcouch het samen met de moskeeën wil doen, blijkt niet uit haar tekst. Het blijkt ook niet uit de tekst van Marcouch. We kunnen evenwel raden waar het vandaan komt. En nee, het is niet per definitie islamofobie. Dat is het alleen voor moslims die denken dat er niets anders is dan islam. ‘De politie draagt bepaalde kernwaarden uit,’ schrijft Mischke, ‘waaronder de gelijkheid tussen man en vrouw. Dat de politie zich in Den Haag op Oudejaarsnacht liet assisteren door een van de conservatiefste moskeeën van Nederland, verdient dan ook geen schoonheidsprijs. Het is een verwerpelijke strategie om het eigen onvermogen te maskeren.’ Dan somt ze een aantal voorbeelden op, om te illustreren dat het vertrouwen van moslimbestuurders in de islam nergens op gebaseerd is. ‘De mannen met wie Marcouch in de laatste nacht van 2011 door de straten van de Schilderswijk liep,’ zo schrijft ze, ‘zijn dezelfde mannen die huwelijksdwang  gedogen, alsmede huwelijkse gevangenschap (…) Diezelfde moskeeën staan toe (en faciliteren zelfs in voorkomende gevallen) dat mannen hun vrouwen en kinderen in het land van herkomst achterlaten om vervolgens met een jong blommetje een tweede gezin te stichten in het welvarende Nederland. Religieuze polygamie. En diezelfde moskeeën protesteren ook niet als mannen, vaders, broers en neven “hun” vrouwen, dochters, zusjes en nichtjes in hun vrijheid belemmeren. Desnoods met lichamelijk en/of seksueel geweld of zelfs verbanning naar een dorp in het Rifgebergte.’ Waar haalt Mischke de overtuiging vandaan dat het om dezelfde mannen en moskeeën gaat, die aan de ene kant criminele Marokkanen aanspreken op hun gedrag en aan de andere kant achterlijke misstanden ten aanzien van vrouwen in de hand werken?

Zou het kunnen zijn dat Marokkanen de naam hebben hypocriet te zijn? Zou het kunnen zijn dat Marokkanen in een democratisch land als Nederland leven voor de lusten, maar in een soort totalitaire stuip schieten wanneer het om andere minderheden gaat, omdat Marokkanen geen democratische traditie kennen? Is het niet hoog tijd om dáár wat aan te doen in plaats van de islam als panacee aan te dragen? Macht aan het volk, weet u wel?

Said El Haji is docent en columnist bij de NRC Next. Hij debuteerde ín 2000 met het boek ‘Dagen van Sjaitan’ waarna in 2006 het boek ‘Goddelijke duivel’ en in 2011 ‘ De aankondiging’ verscheen.

Comments

comments

Share

Laat commentaar achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *