Marokkanenprobleem? nee, sensatiezucht!


OPINIE: Er is een grote behoefte aan het steeds benoemen van problemen waarbij Marokkaanse jongeren zijn betrokken. Maar een constructief debat over oplossingen ho maar, schrijft studente Malika el Allaoui. ‘Niet gehinderd door enige kennis of reflectie gooit men alle Marokkanen op een hoop, met alle gevolgen van dien.’

Het is winter in Nederland. Ik kan mij ook de koude winters in mijn dorp in Marokko goed herinneren. De school was niet ver van ons huis vandaan, maar tussen ons huis en de school lag een rivier. In de winter moest ik deze vaak oversteken om naar school te kunnen gaan. De rivier had vaak hoog water en kwam tot aan mijn middel, het was koud en eng. Maar ik wilde heel graag leren, dus riskeerde ik soms mijn leven door toch over te steken. Als kind vond ik dat verschrikkelijk en achteraf gezien ben ik getraumatiseerd door de kou: alles wat koud en kil voelt, doet me denken aan die tijd.

Toen mijn vader mij vertelde dat we naar Nederland gingen verhuizen, was ik dan ook euforisch. Ik wist een ding zeker: in Nederland hoefde je geen rivieren over te steken om naar school te gaan. Alleen al om die reden was ik dol en dolgelukkig.

Het begin was even wennen, maar al gauw sprak ik de taal en kon ik mijn weg goed vinden in het kikkerlandje. Het werd mijn land. Het land waarin ik vanaf mijn twaalfde levensjaar ben opgegroeid en geworteld ben. Het land dat mij zoveel kansen heeft geboden, zoals de mogelijkheid om een onafhankelijke- en een zelfstandige vrouw te kunnen zijn. Het Nederland dat ik heb leren kennen en in mijn hart heb gesloten. Zelfs de charmes van de winters heb ik leren kennen en waarderen. Geen enkel land dat kan tippen aan mijn kikkerlandje, want door je best te doen, hard te werken, je eigen wil en weg te volgen, kun je alles doen en bereiken in het leven. Een weldaad aan keuzes en mogelijkheden. Wat wil je als mens nog meer?

Broertje
Ik heb nooit een gevoel van discriminatie ervaren. Bij een sollicitatie werd ik zelfs uit vijf andere kandidaten gekozen, mijn zelfvertrouwen ging als een speer. Maar bij mijn broertje lag het anders. Mijn broertje, die Mohammed heet en hier geboren is, kon niet aan een stageplek komen. Waar hij ook solliciteerde, hij werd niet aangenomen.

Hij begon een keer tijdens het eten aan tafel te schelden: ‘Kut Hollanders, vuile racisten, toen ik langs ging hadden ze geen plek, Joris uit mijn klas heeft daar wel een stageplek gekregen, kutbedrijf.’ Toen ik hem zo hoorde spreken, schrok ik, zo kende ik mijn broertje niet. Hij was ervan overtuigd dat het bij dat bedrijf niet om zijn kwaliteiten ging, maar om hoe hij eruit zag. Ik heb toen een lang gesprek met hem gevoerd. ‘Mensen hebben nu eenmaal mentale schema’s, en uit gemak en zonder nadenken gaan ze af op vooroordelen. Het is onwetendheid en dat leidt soms tot discriminatie’, zei ik. ‘Je moet ook niet jaloers zijn op Joris, want jaloezie komt van het slechte in de mens. Je moet gewoon iets harder lopen voor die stage dan de rest, maar het komt goed.’

Wind
Vele winters later waait er een heftigere wind door mij zo gewaardeerde kikkerlandje. Als Marokkaanse slaat mij een kille wind om de oren, de kille winter van verdeeldheid, discriminatie, haat en racisme. Het voelt bijna even kil als mijn koude herinneringen aan de rivier. Maar nu gevoed door oppervlakkigheden en sensatiezucht.

Als we iets van onze geschiedenis zouden moeten leren, dan is het dat verdeeldheid en discriminatie ons niets goeds brengen. Maar mijn kikkerland is verstard, verkrampt en gevangen in zijn eigen angsten. In tijden van een crisis waarin je economische en maatschappelijke problemen daadkrachtig het hoofd dient te bieden, vlucht het in de clichés van zondebokken.

Ik zal het beestje maar bij de naam noemen: de zondebokken zijn voornamelijk Marokkanen. Vroeger waren het Antillianen en Turken, maar nu zijn het dus Marokkanen. Marokkaanse jongeren om precies te zijn. Journalisten draaien overuren, Pauw & Witteman besteedde maar liefst drie uitzendingen achter elkaar aan een incident dat door twee Marokkanen, een Antilliaan en nog iemand is gepleegd.

Oplossingen, ho maar
Blijkbaar is er een grote behoefte in het land aan het steeds benoemen van problemen waarbij Marokkaanse jongeren zijn betrokken. Maar een constructief debat over oplossingen, ho maar. Niet gehinderd door enige kennis of reflectie, gooit men vaak alle Marokkanen op een hoop, met alle gevolgen van dien. De jonge Marokkaantjes schijnen oververtegenwoordigd te zijn op allerlei lijstjes, lijstjes waar ik niet graag mee geassocieerd wil worden. Houd mij en mijn familie dus graag daar buiten!

Wat is dat eigenlijk met die Marokkanen? Waarom is er gemiddeld meer aan de hand met deze jongeren? Zijn het de incapabele ouders en gebrek aan goede opvoeding? Of het slechte onderwijs en de ongeschikte leraren? Of toch de sociaaleconomische omstandigheden waarin deze jongeren opgroeien? Of is het misschien wel de overheid die in het begin dacht de je het beste kunt integreren door behoud van je eigen cultuur en daarom niet meteen aan de slag ging met de achterstanden in die gezinnen? Misschien is het wel het gevoel van deze jongeren dat ze toch nooit als een volwaardige Nederlander zullen worden geaccepteerd.

Wie zal het zeggen? Sommige problemen laten zich niet vatten in een oorzaak, maar dienen wel aangepakt te worden. Dat doen we niet door als samenleving aan de zijlijn te blijven benoemen en met de vinger te blijven wijzen naar de Marokkanen, de Polen, de Antillianen, de Turken etc. Een maatschappelijk probleem is een probleem van ons allemaal. Je kunt alleen onderscheid maken in mensen die deugen en diegenen die niet deugen. Zo simpel is dat.

Lering
Als een paar ongeleide projectielen op een voetbalveld een grensrechter doodschoppen, horen we dat te veroordelen en daar onze lering uit te trekken. Het leger aan toeschouwers dat er naast stond en fijn toekeek heeft evenveel verantwoordelijkheid. Niemand die zich geroepen voelde in te grijpen, hoe kan dat? Je bent in feite medeplichtig als je het ziet gebeuren en niet ingrijpt. Waar was die maatschappelijke verantwoordelijkheid van diegenen die deugen?

Een paar weken geleden was het een Nederlander die een oude man op een voetbalveld van het leven had beroofd. Waarom was dat toen minder aanleiding tot sensatie? Is dat minder moord omdat het niet door een allochtoon is gepleegd? Het was een Nederlander die in de zaak Vaatstra het meisje heeft verkracht en op een brute wijze heeft vermoord. Toen wezen alle vingers naar de asielzoekers in het naast gelegen asielzoekerscentrum. Nu blijkt dat het geen asielzoeker of Marokkaan is, maar een Nederlandse boer. Dan wordt er niet gesproken over een Nederlandersprobleem.

Blind
Dit is meten met twee maten, en dat is zorgelijk. Op het moment dat een delict gepleegd wordt door een Marokkaan krijgt het delict een andere dimensie. Ik ben niet tegen problemen benoemen, maar er dient ook constructief te worden gesproken over oplossingen; alleen benoemen is niet goed genoeg.

In mijn kikkerland is een Marokkanenprobleem tevens een Nederlandersprobleem en andersom, wie dit niet inziet is blind van kortzichtigheid.

Mijn landje dat ik zo lief had, lijkt mij door de vingers te glippen, en dat doet pijn. Niet door enige kennis gehinderd laat het mij, inclusief 95 procent van diegenen die goed doen, in de kou staan. Dit doet het nu al jaren. De hoop dat reflectie voor een kentering zou zorgen, ebt steeds verder weg. Ons kikkerlandje ligt liever aan het infuus van sensatiezucht, sensatiezucht rondom die andere 5 procent die de boel verstieren. Gevangen in oppervlakkigheden heeft zij enkel oog en oor voor hen. Waarom niet voor mij en die andere 95 procent die het goed doen?

Malika el Allaoui studente Human Resources Management aan de Haagse Hogeschool

Comments

comments

Share

Laat commentaar achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *