Chauvinistische Riffijnen


Chauvinistische Riffijnen

In een interview in het Marokkaanse elektronische magazine Hespress van 16 maart j.l. werd de voorzitter van het EMCEMO, Abdou Mnebhi, aangehaald. Daarin beticht hij de betrokkenen bij de herdenkingsbijeenkomsten rondom het overlijden van Abdelkrim El Khattabi 50 jaar geleden, van chauvinisme, en dat zij daarmee hun stempel op het karakter van de herdenkingsfestiviteiten zouden hebben gedrukt.

Enkele vragen werpen zich meteen op. Wie worden bedoeld met chauvinisten? Deze vraag is voor de auteurs van het artikel een gemiste kans, net zoals dat zij hebben nagelaten hoor-en-wederhoor toe te passen, een basisregel binnen de journalistiek. Worden de honderden bezoekers aan de herdenkingsbijeenkomsten, van Riffijnen, Marokkaanse Nederlanders, Marokkaanse Marokkanen, tot Nederlanders, ook bedoeld?

Als met deze “chauvinisten” degenen bedoeld worden die de vlag van de Riffijnse Republiek om de schouders draperen, dan is het omdat zij de idealen en visie van Abdelkrim delen en een warm hart toedragen. Dagelijks appelleren demonstranten, opiniemakers en intellectuelen over heel Noord-Afrika, de Arabisch-islamitische wereld, maar ook in de lage landen aan zijn gedachtegoed. De slagzin “wij willen vrijheid, democratie en een menswaardig bestaan leiden” wordt dagelijks gescandeerd. Als dit chauvinisme is, dan zijn de uitdragers ervan er trots op dat zij dat doen!

De organisatoren van de herdenkingsbijeenkomsten, of “chauvinisten” zoals ze bestempeld zijn, hebben de heer Mnebhi ook niet kunnen betrappen op aanwezigheid tijdens de bijeenkomsten, die in Nederland werden gehouden. Hoe kan hij dan een oordeel vellen over het karakter van de viering als hij telkens door afwezigheid schitterde. Overigens, zijn bewering dat hij bijeenkomsten georganiseerd heeft over Abdelkrim klopt niet. Bovendien, wat weerhoudt hem ervan om zelf iets te organiseren; en dan mag hij het zelf vormgeven zoals het hem goeddunkt!
Zijn geschreeuw vanuit de marge maakt weinig indruk op de honderden aanwezigen tijdens de herdenkingsbijeenkomsten, omdat zij weten dat het om ritueel geschreeuw gaat, hetgeen hem onlangs op een fikse uitbrander van de Nederlandse minister van Sociale Zaken kwam te staan, omdat hij zich ongevraagd als de stem van de Marokkaanse Nederlanders opwierp. In Hespress lijkt hij alleen maar het sentiment van velen, die slechts het gedachtegoed van Abdelkrim El Khattabi willen eren, te willen provoceren.

Mnebhi reduceert tevens het wezen van Abdelkrim tot een “Marokkaanse dimensie” in enge zin. De Riffijnse leider was meer dan dat. Hij inspireerde volkeren over de hele wereld, en daarmee verkreeg hij een internationale dimensie. Jammer dat Mnebhi zich blind staart op zijn eigen misplaatst chauvinisme, woede en frustratie.

Separatisme
Met zijn afkeurende uitspraken lijkt hij tevens de claim op het “juiste karakter” van de herdenkingen te leggen. Hij schreeuwt het van de daken: laten we een eenheidsworst vormen, laten we de Marokkaanse umma in stand houden. Hierin gaat een gevaarlijke onderstroom schuil, namelijk het verwijt aan het adres van de “chauvinisten” van separatisme, een idee die ingeramd werd gedurende de Loden Jaren. Eigenlijk is het slechts een herhaling van het standpunt van de maghzan. Mnebhi bestempelt zichzelf als een revolutionair, als een progressief links geluid. Maar hij negeert de notie dat ieder protest om betere levensomstandigheden in de afgelopen eeuw als een poging tot destabilisatie en separatisme bestempeld werd. Incluis de ervaring van El Khattabi, de Rifopstanden van 1958/1959 en 1984, en de recente volksopstanden in Marokko. Tegenstanders van deze idee werden verbannen of belandden in de “geheime tuinen van het koninkrijk”.

De organisatoren voelen zich wederom in de hoek gezet. Zij zijn het zat telkens als separatisten, dat de sterke geur van een misdaad om zich heen heeft hangen, te worden geafficheerd.

“Gefrustreerde Riffijnen”
Overigens lijken de uitspraken van de heer Mnebhi uit dezelfde koker te zijn voortgekomen als de uitspraken van een van de vrijwilligsters van het EMCEMO, die als reactie op een uitnodiging voor het bijwonen van de presentatie van het recent verschenen boek Abdelkrim El Khattabi en de Riffijnse Republiek, een scheldtirade hield op Facebook, gericht aan het adres van “gefrustreerde Riffijnen”. Het lijkt erop dat, ondanks dat de voorzitter van de organisatie hiervoor excuses maakte, er binnen het EMCEMO de bizarre denkbeelden ten aanzien van degenen die slechts het gedachtegoed van de grote man Abdelkrim een ode willen brengen, gemeengoed zijn.
De tijd is aangebroken om de nagedachtenis van Abdelkrim te eren en een ode aan zijn nalatenschap te brengen. Daarom wordt de heer Mnebhi, namens de “chauvinisten”, uitgenodigd aanwezig te zijn tijdens de komende herdenkingsbijeenkomsten. Misschien dat de sfeer van verbondenheid hem zo goed zal bevallen dat hij zijn (voor)oordeel gaat bijstellen. Tot die tijd zeggen zij: Abdelkrim is dood, zijn nalatenschap leeft voort…!

Door: M’hamed el Abdouni
M’hamad el Abdouni is auteur van het boek ‘Abdelkrim el Khattabi en de Riffijnse Republiek’ (ISBN 97890820046809) en is medeauteur van het boek ‘Manis…?over genealogie.

Comments

comments

Share

Laat commentaar achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *