AMC’er zet kinderkliniek in Tanger op


Kinderarts Nordin Dahhan heeft een wel heel bijzondere dubbelfunctie: hij werkt zowel in het Emma Kinderziekenhuis als in een kinderkliniek in de Marokkaanse havenstad Tanger. Daar pioniert hij in kindergezondheidszorg. Zes vragen aan een bevlogen bruggenbouwer.




Je bent op dit moment in Tanger aan het werk, maar je werkt ook in Amsterdam. Twee steden die ruim tweeduizend kilometer uit elkaar liggen. Hoe is dat zo gekomen?

“Dat komt voort uit een lange samenwerking. Ik heb zo’n 17 jaar geleden in het AMC mijn opleiding tot kinderarts voltooid. Met Hugo Heymans, voormalig hoofd EKZ, heb ik meerdere malen academische ziekenhuizen in Rabat en Casablanca bezocht. Toch kwam het niet tot structurele samenwerking voor bijvoorbeeld stages of onderzoeksprojecten. Daar is een infrastructuur voor nodig en die ontbreekt, de verschillen zijn te groot.” “Toch is het voor mij altijd een droom gebleven om iets in Marokko te doen. Als kind lag ik drie maanden in een ziekenhuis, een traumatische ervaring. In de loop der jaren is hier weinig verbeterd in de gezondheidszorg. Als ik iets gedaan wil krijgen, dan zou ik een lange adem moeten hebben om samenwerking te realiseren met instituten met een vastgeroeste organisatiecultuur. Het alternatief is: zelf een eilandje creëren waarop je kwalitatieve gezondheidszorg voor kinderen realiseert. Dat werd het Centre International de Pédiatrie. Een half jaar geleden is het geopend.”

Wat doet het Centre International de Pédiatrie en wat is jouw rol? “
Ik ben initiator en kinderarts. Het centrum is gerealiseerd met behulp van particuliere investeerders, eigen geld en fondsen. Het team bestaat uit twee kinderartsen, twee huisartsen, een psycholoog, twee verpleegkundigen, twee assistenten en een klinisch chemisch laborante. Het was niet eenvoudig een goed team samen te stellen vanwege de verschillen in opleiding en medische cultuur. Artsen hier worden niet opgeleid in klinisch redeneren, die schakelen meteen naar diagnostiek. En ander groot verschil: artsen huren een ruimte in een instelling, ze werken alleen. Ik wil juist intercollegiaal werken. Ik heb nu een team van jonge enthousiaste mensen gevonden dat hiervoor open staat.”

Het team van Nordin Dahhan (derde van rechts) in Tanger.

Het team van Nordin Dahhan (derde van rechts) in Tanger.

“Het is elke dag weer een verrassing wat voor patiënten we hier krijgen, want er is geen voorselectie door de huisarts. We zien zowel grieperige kinderen als kinderen met een tumor, of niet-gediagnosticeerde kinderen die al jarenlang complexe aandoeningen hebben. We weigeren geen enkel kind, ook niet als ouders de behandeling niet kunnen betalen. Dertig procent van de inwoners heeft geen verzekering en nauwelijks financiële middelen.”

Is er een samenwerking tussen het AMC en het Centrum?
“We werken veel samen. We hebben met dezelfde kwaliteitsnormen en protocollen als het AMC. Regelmatig doen we een beroep op AMC-collega’s om te helpen bij een diagnose. We hebben een groot netwerk van specialisten die we mogen benaderen. We overleggen ook veel via teleconferencing. We genieten enorm van deze uitwisselingen. Ik ben er heel dankbaar voor dat dit allemaal kan.”

Als Nederlands-Marokkaanse kinderarts kun jij je vakgebied vanuit twee perspectieven bekijken. Wat valt je het meest op? Wat kunnen we van elkaar leren?
“In Marokko zijn patiënten gewend dat ze vijf minuten bij een arts zitten en dan weer buiten staan met ten minste drie medicijnen. Voor een verkoudheid krijgen ze vaak antibiotica mee. Wij nemen daarentegen ruim de tijd voor een consult en leggen uit waarom we anders omgaan met het verstrekken van medicijnen. Dat levert niet altijd tevreden patiënten op. Maar ik merk dat het in de stad rond gaat zingen dat we anders werken, maar wel met goede resultaten.” “Als ik weer in Nederland ben, valt het me op dat ik omringd ben door enthousiaste artsen met oog voor kwaliteit. Dat is een groot goed. En toch zeuren we allemaal – ik ook! – over allerlei details. In Marokko is nog veel te verbeteren in de zorg, maar er is ook veel hoop. Dat is een kracht.”

In een NTR-documentaire van een aantal jaren terug over pediatrie in Nederland en Marokko zit een fragment over Imad, een plattelandsjongen. Hij wil graag naar school om later zijn ouders te kunnen helpen, maar op krukken kan hij de school niet bereiken. Je zegt daarin: “De rijken moesten zich schamen. Met weinig middelen kunnen dingen hier veel beter geregeld worden.” Kun je dat toelichten?
“Eergisteren was er een gezin met vier kinderen bijna gestorven door koolmonoxidevergiftiging. Bij een gewoon ziekenhuis hadden ze in de rij moeten wachten op een behandeling. Bij een particulier ziekenhuis hadden ze 300 euro per persoon moeten betalen voordat ze geholpen zouden worden. Er zijn hier heel veel rijken, ook onder medici, die geen oog hebben voor armen. Als we in het Centre tegen patiënten zonder geld zeggen dat ze niet hoeven te betalen als dat echt niet kan, geloven ze ons niet.”

Hoe combineer je je werk in Amsterdam en Tanger?
“Aanvankelijk vloog ik elke twee weken heen en weer. Maar ik merk dat ik nu in de opstartfase meer tijd in Tanger moet zijn. De tijd zal leren hoe het evenwicht verder vorm gaat krijgen, de combinatie is nodig want juist deze heeft voor mij zo’n grote meerwaarde.”




Meer informatie: www.centredepediatrie.com

Auteur: Marleen Kamminga

Bron

Comments

comments

Share

Laat commentaar achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *