Als Marokkaan ben je een scheldwoord geworden


Wanneer het Marokkanen regent in Nederland, dan druppelt het ook in België. Deze keer was het de beurt aan Nederland om het over Marokkanen te hebben. Dikwijls denken Belgische en Nederlandse Marokkanen over elkaar: ‘Ha, wij hebben vorige keer onze portie gehad. Nu is het aan jullie, maar straks komen wij weer aan de beurt.’

Het begon met een discussie dat Marokkaanse jongeren oververtegenwoordigd zijn in de criminaliteitscijfers. De PVV noemde het een Marokkanenprobleem en ze wilden in de kamer een Marokkanendebat houden. Hier zie ik de N-VA nog niet snel roepen dat we een Marokkanenprobleem hebben en dat we dringend een Marokkanendebat moeten houden. Maar bij ons ligt het iets anders, wij hebben nog de Walen.

In een goede democratie komt het verstand met de jaren, maar ik heb de indruk dat het niveau in het Nederlandse parlement steeds dieper begint te zakken. Het parlement wordt in Nederland al jarenlang gedomineerd door de partij van Geert Wilders. Een partij die even racistisch is als Heinrich Himmler op een druilerige lentedag en die als een genitale wrat rond de aars van de Nederlandse samenleving kleeft.

Ik vraag me af waarom de andere politici zo zwak zijn en zich zo gemakkelijk rond de vinger winden om het wat over Marokkanen te hebben. Als Marokkaan moet je het maar aanvaarden: je bent een scheldwoord geworden. Je hoort steeds dezelfde clichés, steeds dezelfde vooroordelen, steeds dezelfde beschuldigingen. Je hoort de steeds weerkerende echo van kutmarokkaantjes in het hoofd.

En hoe lang duurt die echo nu al? Tien, twintig, dertig jaar?

Het is al zo lang dat het als een chronische ziekte in onze hoofden is genesteld. Marokkaan: Barbaar. Marokkaan en moslim: fascistische barbaar.

Ik ben van Marokkaanse afkomst en van kleins af aan hoor ik weleens dat ik niet op een Marokkaan lijk. Geen probleem, ik weet dat ik onvergelijkbaar ben. Maar wat mij nu stoort is dat ze het met een goedkeurende glimlach doen. Alsof ze mij een compliment geven en ik mij gelukkig mag prijzen dat ik niet op een Marokkaan lijk. Ik weet dat ik de vergelijking niet mag maken, maar om nog eens een knoop in je zakdoek te leggen, ga ik het toch maar doen.In de jaren dertig was er ook een Jodenprobleem, liepen er ook kutjoden rond en hielden ze ook Jodendebatten.

De meesten zullen het niet weten, maar er is heel wat diversiteit tussen Marokkaanse Nederlanders en Marokkaanse Belgen. Persoonlijk vind ik dat Marokkanen uit Nederland wel erg hard op Nederlanders lijken. Hetzelfde gebit, dezelfde monkellach, ze zijn een stuk groter dan normaal, bovendien zijn ze ondernemend en koesteren ze het debat. Eigenlijk zijn het gewoon Nederlanders.

Wij, Marokkanen uit België… welja, laten we zeggen dat eigen lof stinkt. Marokkanen zijn nooit een samenhangende groep geweest, we helpen elkaar liever naar de afgrond dan voor elkaar op te komen. Zo gaat dat. Bij het Marokkanendebat viel vooral de assertiviteit en eensgezindheid van de Marokkaanse gemeenschap in Nederland op. Want je kunt niet eindeloos vragen om een dialoog aan te gaan met een partij wier enige bestaansreden het demoniseren van bevolkingsgroepen is.

Je moet niet glimlachen en in de hoek blijven zitten waar de klappen vallen. Geef liever zelf een verbale stoot.

Share on favorites | Share on facebook Share on twitter Share on netlog Share on digg More Sharing ServicesMeer bookmarks |

5401549-8058579

Fikry El Azzouzi Alsof ik me gelukkig mag prijzen dat ik niet op een Marokkaan lijk

Comments

comments

Share

Laat commentaar achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *